De Britse krant The Guardian publiceerde op 24 maart ll. een brief van een aantal academici, waaronder de Belgische Professor Olivier De Schutter, onder de titel "Food banks are no solution to poverty". De aanleiding was een bijeenkomst van de Global Foodbanking Network (waar de Federatie van de Belgische Voedselbanken lid van is) in Londen. In de brief noemen de auteurs voedselhulp een kleefpleister op de gapende wonde van systemische ongelijkheid in onze maatschappij.

Zolang armoede een realiteit is, zullen voedselbanken noodzakelijk zijn om de gevolgen ervan op te vangen.

De auteurs hebben in wezen gelijk, voedselhulp is inderdaad niet de oplossing voor armoede in onze samenleving. Voedselhulp is symptoombestrijding die het probleem niet bij de wortel aanpakt. Door de werking van de voedselbanken te viseren dreigen ze evenwel het kind met het badwater weg te gooien. In België zijn negen voedselbanken actief die het ganse grondgebied bestrijken - samen bevoorraden ze 623 lokale verenigingen die op hun beurt voedselhulp verstrekken aan 160.000 mensen in nood, de helft meer dan 10 jaar geleden. Bijna de helft van die families zijn éénoudergezinnen, alleenstaande moeders met hun kinderen die afhankelijk zijn van voedselhulp om in hun dagelijks onderhoud te voorzien. Dat is de harde dagelijkse realiteit voor veel van onze medeburgers in ons welvarend land.

Bijna de helft van de voedselhulp van de Belgische voedselbanken wordt gefinancierd door de EU, via het zogenaamde FEAD-budget (Fonds Européen d'Aide au plus Demunis). Via FEAD koopt de Belgische overheid jaarlijks voor ongeveer 13 miljoen euro voedsel van prima kwaliteit aan om het ter beschikking te stellen aan mensen die leven in armoede. De Europese voedselhulp vertegenwoordigt de kleine helft van de voedselhulp die de voedselbanken verstrekken. De andere helft bestaat uit onverkocht voedsel dat via de voedingsindustrie en grootwarenhuisketens wordt ingezameld. Beide kanalen zijn zeer complementair: waar het bij de Europese hulp vooral lang houdbare basisproducten betreft (koffie, melk, pasta, conserven,...), zijn er bij het ingezamelde voedsel meer verse of ingevroren producten (kaas, fruit, groenten, vlees,...). Bij de aankoop van de Europese voedselhulp wordt er bijzondere aandacht besteed aan de voedingswaarde en een afwisselende voeding. Voor de voedselbanken is de Europese voedselhulp aldus onmisbaar om aan de begunstigden een evenwichtig voedingspakket te kunnen aanbieden.

De Belgische Voedselbanken zijn heel bezorgd over de continuïteit van de werking van de Europese voedselhulp. In de nieuwe begrotingsperiode (2021-2027) zullen de lidstaten, ook België, moeten beslissen welk deel van het Europees Sociaal Fonds (ESF) zij zullen besteden aan voedselhulp. In de ontwerpteksten wordt een minimum van 2% van het Europees Sociaal Fonds voor de aankoop van voedsel opgelegd aan de lidstaten, aangevuld met een verplichte nationale cofinancieringsbijdrage van 50%. In de voorbije budgettaire periode (2014-2020) bedroeg het aandeel van België voor de aankoop van Europese voedselhulp 88 miljoen euro (met inbegrip van 15% nationale co-financiering).

Armoedebestrijding moet een eerste en belangrijke prioriteit zijn voor onze overheden. Dat veronderstelt een breed palet aan omkadering en maatregelen om te voorkomen dat mensen in armoede terechtkomen en om kansen te bieden om uit die armoede te geraken.

Indien ons land zou kiezen voor het minimumscenario van 2% betekent dat netto bijna een halvering van de Europese voedselhulp. In de volgende budgettaire periode zou de Belgische besteding voor Europese voedselhulp dan terugvallen naar 51 miljoen euro. In dat geval zullen veel mensen in de kou blijven staan - concreet bijna 250 maaltijden per jaar minder voor een moeder met 2 kinderen. En dat terwijl de armoedecijfers stijgen.

De ambitie van de EU is evenwel om gemiddeld 4% van het Europees Sociaal Fonds aan voedselhulp te besteden. Wij roepen de Belgische overheden om hieraan gevolg te geven. Dat zal aan de vele vrijwilligersorganisaties toelaten om hun vitale rol verder te blijven vervullen.

Armoedebestrijding moet een eerste en belangrijke prioriteit zijn voor onze overheden. Dat veronderstelt een breed palet aan omkadering en maatregelen om te voorkomen dat mensen in armoede terechtkomen en om kansen te bieden om uit die armoede te geraken. Ideaal zou zijn dat de armoede in ons welvarend land wordt uitgeroeid en dan zouden voedselbanken terecht overbodig zijn. Zolang armoede een schrijnende realiteit is, is de werking van de voedselbanken absoluut noodzakelijk om de gevolgen ervan op te vangen. Wij beseffen dat voedselhulp maar een deeltje is van een bredere problematiek. Daarom zetten wij, meer dan vroeger, samenwerkingsverbanden op met lokale overheden, OCMW's en andere ngo's die actief zijn in de armoedebestrijding. We zijn heus geen ouderwetse liefdadigheidsinstelling meer.

Aan Olivier De Schutter zou ik willen zeggen: schiet niet op de pianisten, de vele vrijwilligers die actief zijn in armoede- (en symptoom)bestrijding. Hun bedoelingen zijn nobel, hun inzet bewonderenswaardig. Respecteer hen.

Piet Vanthemsche is voorzitter van de Belgische Federatie van Voedselbanken.

De Britse krant The Guardian publiceerde op 24 maart ll. een brief van een aantal academici, waaronder de Belgische Professor Olivier De Schutter, onder de titel "Food banks are no solution to poverty". De aanleiding was een bijeenkomst van de Global Foodbanking Network (waar de Federatie van de Belgische Voedselbanken lid van is) in Londen. In de brief noemen de auteurs voedselhulp een kleefpleister op de gapende wonde van systemische ongelijkheid in onze maatschappij.De auteurs hebben in wezen gelijk, voedselhulp is inderdaad niet de oplossing voor armoede in onze samenleving. Voedselhulp is symptoombestrijding die het probleem niet bij de wortel aanpakt. Door de werking van de voedselbanken te viseren dreigen ze evenwel het kind met het badwater weg te gooien. In België zijn negen voedselbanken actief die het ganse grondgebied bestrijken - samen bevoorraden ze 623 lokale verenigingen die op hun beurt voedselhulp verstrekken aan 160.000 mensen in nood, de helft meer dan 10 jaar geleden. Bijna de helft van die families zijn éénoudergezinnen, alleenstaande moeders met hun kinderen die afhankelijk zijn van voedselhulp om in hun dagelijks onderhoud te voorzien. Dat is de harde dagelijkse realiteit voor veel van onze medeburgers in ons welvarend land.Bijna de helft van de voedselhulp van de Belgische voedselbanken wordt gefinancierd door de EU, via het zogenaamde FEAD-budget (Fonds Européen d'Aide au plus Demunis). Via FEAD koopt de Belgische overheid jaarlijks voor ongeveer 13 miljoen euro voedsel van prima kwaliteit aan om het ter beschikking te stellen aan mensen die leven in armoede. De Europese voedselhulp vertegenwoordigt de kleine helft van de voedselhulp die de voedselbanken verstrekken. De andere helft bestaat uit onverkocht voedsel dat via de voedingsindustrie en grootwarenhuisketens wordt ingezameld. Beide kanalen zijn zeer complementair: waar het bij de Europese hulp vooral lang houdbare basisproducten betreft (koffie, melk, pasta, conserven,...), zijn er bij het ingezamelde voedsel meer verse of ingevroren producten (kaas, fruit, groenten, vlees,...). Bij de aankoop van de Europese voedselhulp wordt er bijzondere aandacht besteed aan de voedingswaarde en een afwisselende voeding. Voor de voedselbanken is de Europese voedselhulp aldus onmisbaar om aan de begunstigden een evenwichtig voedingspakket te kunnen aanbieden.De Belgische Voedselbanken zijn heel bezorgd over de continuïteit van de werking van de Europese voedselhulp. In de nieuwe begrotingsperiode (2021-2027) zullen de lidstaten, ook België, moeten beslissen welk deel van het Europees Sociaal Fonds (ESF) zij zullen besteden aan voedselhulp. In de ontwerpteksten wordt een minimum van 2% van het Europees Sociaal Fonds voor de aankoop van voedsel opgelegd aan de lidstaten, aangevuld met een verplichte nationale cofinancieringsbijdrage van 50%. In de voorbije budgettaire periode (2014-2020) bedroeg het aandeel van België voor de aankoop van Europese voedselhulp 88 miljoen euro (met inbegrip van 15% nationale co-financiering). Indien ons land zou kiezen voor het minimumscenario van 2% betekent dat netto bijna een halvering van de Europese voedselhulp. In de volgende budgettaire periode zou de Belgische besteding voor Europese voedselhulp dan terugvallen naar 51 miljoen euro. In dat geval zullen veel mensen in de kou blijven staan - concreet bijna 250 maaltijden per jaar minder voor een moeder met 2 kinderen. En dat terwijl de armoedecijfers stijgen. De ambitie van de EU is evenwel om gemiddeld 4% van het Europees Sociaal Fonds aan voedselhulp te besteden. Wij roepen de Belgische overheden om hieraan gevolg te geven. Dat zal aan de vele vrijwilligersorganisaties toelaten om hun vitale rol verder te blijven vervullen.Armoedebestrijding moet een eerste en belangrijke prioriteit zijn voor onze overheden. Dat veronderstelt een breed palet aan omkadering en maatregelen om te voorkomen dat mensen in armoede terechtkomen en om kansen te bieden om uit die armoede te geraken. Ideaal zou zijn dat de armoede in ons welvarend land wordt uitgeroeid en dan zouden voedselbanken terecht overbodig zijn. Zolang armoede een schrijnende realiteit is, is de werking van de voedselbanken absoluut noodzakelijk om de gevolgen ervan op te vangen. Wij beseffen dat voedselhulp maar een deeltje is van een bredere problematiek. Daarom zetten wij, meer dan vroeger, samenwerkingsverbanden op met lokale overheden, OCMW's en andere ngo's die actief zijn in de armoedebestrijding. We zijn heus geen ouderwetse liefdadigheidsinstelling meer.Aan Olivier De Schutter zou ik willen zeggen: schiet niet op de pianisten, de vele vrijwilligers die actief zijn in armoede- (en symptoom)bestrijding. Hun bedoelingen zijn nobel, hun inzet bewonderenswaardig. Respecteer hen.Piet Vanthemsche is voorzitter van de Belgische Federatie van Voedselbanken.