Minister van Buitenlandse Zaken en Defensie Didier Reynders heeft zich afgelopen week kandidaat gesteld voor de topfunctie van secretaris-generaal van de Raad van Europa. Dat is een internationale organisatie bestaande uit 47 lidstaten die zich onder meer bezighoudt met mensenrechten, democratie en de rechtstaat. De organisatie werd in 1949 opgericht en heeft haar hoofdzetel in Straatsburg.

Momenteel zijn er twee kandidaten, de deadline voor de sollicitatie loopt af op tien januari.Op aanbeveling van de de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten stemt het parlement van de Raad van Europa uiteindelijk over wie het ambt voor een periode van vijf jaar mag bekleden. In juni wordt de knoop doorgehakt over wie de huidige secretaris-generaal Thorbjørn Jagland zal opvolgen vanaf 1 oktober 2019.

Het komt niet uit de lucht gevallen dat Reynders deze stap waagt. De MR-politicus aasde al langer op een internationale topfunctie. Reynders' kandidatuur betekent naar alle waarschijnlijkheid dat hij de nationale politiek na 26 mei laat voor wat ze is.

Volgens Reynders hebben verscheidene collega's in de Raad van Europa hem benaderd over de functie. De MR-vicepremier, die van november 2014 tot mei 2015 het roterende voorzitterschap van het Comité van Ministers waarnam, herinnert er ook aan dat hij de voorbije jaren uitgebreid campagne heeft gevoerd voor de invoering van een systeem voor de monitoring van de rechtsstaat en de burgerlijke vrijheden, zowel in de schoot van de Europese Unie als in de schoot van de Raad van Europa. Reynders stelde in mei nog vast dat de Raad van Europa 'zijn zwaarste existentiële crisis ooit' beleeft.

De organisatie worstelt met niet enkel met bevroren conflicten en nieuwe haarden van geopolitieke spanningen. Ook financieel zijn er problemen sinds Rusland weigert om zijn bijdrage te betalen, uit protest tegen de sancties voor de annexatie van de Krim en de inmenging in Oekraïne. Ook Turkije sneed in zijn bijdrage. De Raad van Europa wordt ook geconfronteerd met een ethische crisis sinds een corrupieschandaal het blazoen van de Parlementaire Vergadering heeft besmeurd. Daarbovenop weigert een aantal landen, onder meer Azerbeidzjan, zich te schikken naar de beslissingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.