Een globale revolutie tegen racisme en discriminatie is uitgebroken. Overal komen mensen massaal op straat naar aanleiding van de tragische dood van George Floyd door politieagenten in Minneapolis. Maar de protesten gaan niet alleen over hem: ze geven uiting aan decennia van opgekropte frustratie. Floyd was slechts de lont die het geheel tot ontploffing heeft gebracht.

Het revolutionaire karakter van deze beweging is onbetwistbaar. Her en der vinden rellen plaats, (gewelddadige) confrontaties met de politie zijn de orde van de dag, standbeelden van historische figuren met een problematisch verleden worden door de massa omvergeworpen en beklad. De bijbehorende ideologie draagt eenzelfde stempel: schoolcurricula moeten worden aangepast, ongevoelige tv-programma's verwijderd, de ganse cultuur gezuiverd. We moeten ontwaken in een Nieuwe Samenleving.

Het valt te verwachten dat een conservatief zich ongemakkelijk voelt bij dit streven naar totale omwenteling. 'To be conservative', schreef de conservatieve filosoof Michael Oakeshott, 'is to prefer the familiar to the unknown, the tried to the untried (...) present laughter to Utopian bliss'. De conservatieve persoon ontwaart in de oproep om de gehele samenleving te transformeren een gevaarlijk potentieel voor tirannie. De vraag naar een mogelijk alternatief wordt echter nooit gesteld.

De reactie van een deel van rechts Vlaanderen op de protesten was opnieuw tekenend. Radicaal-rechtse figuren ontkennen botweg de grieven van minderheden en vluchten weg in een autochtoon slachtofferschap. Denk bijvoorbeeld aan Kamerlid voor N-VA en voormalig jongerenvoorzitter Tomas Roggeman, die zich op sociale media druk maakte over de vernietiging van een standbeeld van Columbus in de VS. 'Had Amerika niet ontdekt mogen worden om een nieuw thuis te bieden aan Europeanen, Afrikanen en Aziaten', vroeg hij zich op Twitter klagerig af. Hij vergat er even bij te vertellen dat die 'ontdekking' heeft geleid tot de dood van meer dan 100 miljoen indianen, en dat zwarten als slaven gedwongen werden verscheept naar het nieuwe continent.

Een ander voorbeeld wordt geboden door de nieuwe huisideoloog van de N-VA, Joren Vermeersch: 'De Belgische kolonisatie had naast veel verwerpelijke kanten, die we ondertussen allemaal kennen en erkennen, ook veel positieve kanten, maar dat mag je niet meer zeggen. Wat er toen gebeurde was ontwikkelingssamenwerking op een schaal die we ons vandaag niet meer kunnen voorstellen', zegt hij in Knack. Op Twitter suggereerde hij de oprichting van een monument voor de Belgen die het leven gelaten hebben 'in een poging om Congo te helpen'. Opmerkelijk, en niet alleen omdat je je afvraagt waarom een flamingant in 's hemelsnaam sympathie zou hebben voor de Belgische kolonisatie.

Wie rellen veroordeelt maar de oorzaken ervan niet aanpakt, is niet conservatief maar reactionair.

De verklaring daarvoor is eenvoudig: de nieuwe radicaal-rechtse politiek is helemaal niet nationalistisch in de klassieke zin. Ze streeft niet naar solidariteit met andere leden van de natie, maar met 'het Westen' als abstract concept, wat in de praktijk neerkomt op de globale gemeenschap van blanke mensen. Vandaar dat ze zoveel belang hechten aan de standbeelden van Britse slavendrijvers, plaasmoorden in Zuid-Afrika, of het kolonialisme van een land dat ze willen ontbinden. Radicaal-rechts kan per definitie niet antiracistisch zijn, omdat ze juist een reactie is tegen antiracisme, een contra-revolutie. In België zijn er geen conservatieven; we hebben alleen revolutionairen van links en rechts.

Dus blijft de vraag: hoe zou een conservatief antiracisme eruitzien? Om daarop te antwoorden moeten we teruggrijpen naar de illustere stichter van het conservatisme, Edmund Burke.

Vandaag is Burke in de populaire verbeelding vooral gekend omwille van zijn virulente verzet tegen de Franse Revolutie. Wat men vaak niet weet, is dat hij zich levenslang heeft ingezet tegen onderdrukking en onrechtvaardigheid. In Ierland bestreed hij het politieke en sociale systeem dat katholieken toegang ontzegde tot de vrije beroepen, stem- en eigendomsrecht ontkende en hun religieuze vrijheid beperkte. Ook steunde hij de Amerikaanse kolonisten in hun streven naar meer autonomie, en toonde hij begrip toen de doorzetting van het autoritaire Britse beleid uitmondde in revolutie.

Bij zijn tijdsgenoten stond Burke wellicht het best bekend als de drijvende kracht achter de afzetting van Warren Hastings, de gouverneur-generaal van Bengalen, die zich schuldig had gemaakt aan wreedheden jegens de inheemse bevolking. Hij besloot zijn openingsrede bij dat proces met de volgende indrukwekkende woorden:

'I impeach Warren Hastings (...) in the name of the people of India, whose laws, rights, and liberties he has subverted, whose properties he has destroyed, whose country he has laid waste and desolate. I impeach him in the name and by virtue of those eternal laws of justice which he has violated. I impeach him in the name of human nature itself, which he has cruelly outraged, injured, and oppressed, in both sexes, in every age, rank, situation, and condition of life.'

Dit kan verrassend klinken in Vlaamse oren, die Burke meestal kennen door toedoen van bepaalde politici die hem nogal selectief gebruiken voor hun eigen doeleinden. Elke vorm van intolerantie, onrecht of onvrijheid wordt verdedigd door een verwijzing naar Burke en het belang dat hij hechtte aan traditie. Van het hoofddoekenverbod tot de discriminatie op de arbeidsmarkt, altijd is er datzelfde riedeltje: we mogen niet te snel veranderen, aanpassing verloopt geleidelijk, de mensen kunnen niet meer volgen.

Burke was echter een voorstander van gerichte en doortastende hervorming wanneer deze nodig bleek. Hij wist dat de maatschappij gebouwd is op een onderliggende sociale vrede, die nodig is opdat mensen vreedzaam berusten in de gang der zaken. Een democratie kan niet naar behoren functioneren tenzij er een impliciete afspraak bestaat dat de beslssingen van de meerderheid binnen redelijke grenzen blijven en niet onrechtvaardig worden. Zoniet zullen de grieven zich opstapelen tot de minderheid uiteindelijk in opstand komt.

Voor Burke is rechtvaardigheid niet louter een verheven moreel ideaal: ze is de basisvoorwaarde van een vreedzame samenleving. Hij zag de (succesvolle) opstand in Amerika en de dreigende opstand in Ierland als natuurlijke gevolgen van de afbraak van sociale vrede door toedoen van het wanbeleid van de Britse staat. Peace is not the absence of tension but the presence of justice.

De massale antiracisme-protesten die onze landen domineren geven ons een somber beeld van een mogelijke toekomst. Een waarin de polarisatie van de publieke opinie niet meer bevat kan blijven binnen het kader van de electorale politiek en uitloopt op de straten. Een waarin we elkaar niet meer zien als tegenstanders maar als vijanden. Meer dan ooit hebben we nood aan fatsoenlijke politici die leiderschap tonen en de moeilijke, onpopulaire hervormingen doorvoeren die nodig zijn voor het herstel van de sociale vrede.

Indien je de bronnen van de ontevredenheid wegneemt, zal het fanatieke verzet tegen standbeelden, straatnamen en curricula vanzelf verzachten, zal het geweld bedaren, zullen de rellen uitdoven. Onrecht dat zich opstapelt radicaliseert mensen, en geradicaliseerde mensen vieren hun frustratie bot op symbolen. Wie alleen de gevolgen veroordeelt en onwrikbaar blijft vasthouden aan de onrechtvaardige instellingen en het beleid die ze veroorzaken, is niet conservatief maar reactionair.

Als je elke dag racisme en haat meemaakt - in de media, bij monde van politici die in het parlement zetelen, op de arbeidsmarkt, op school - zal je uiteindelijk de maatschappij in haar geheel veroordelen en streven naar een complete revolutionaire zuivering ervan. De taak van de conservatief is om de achterliggende grieven aan te pakken. Het is immers zoals president John F. Kennedy zei in een toespraak in 1962: Those who make peaceful revolution impossible will make violent revolution inevitable.

Een globale revolutie tegen racisme en discriminatie is uitgebroken. Overal komen mensen massaal op straat naar aanleiding van de tragische dood van George Floyd door politieagenten in Minneapolis. Maar de protesten gaan niet alleen over hem: ze geven uiting aan decennia van opgekropte frustratie. Floyd was slechts de lont die het geheel tot ontploffing heeft gebracht. Het revolutionaire karakter van deze beweging is onbetwistbaar. Her en der vinden rellen plaats, (gewelddadige) confrontaties met de politie zijn de orde van de dag, standbeelden van historische figuren met een problematisch verleden worden door de massa omvergeworpen en beklad. De bijbehorende ideologie draagt eenzelfde stempel: schoolcurricula moeten worden aangepast, ongevoelige tv-programma's verwijderd, de ganse cultuur gezuiverd. We moeten ontwaken in een Nieuwe Samenleving.Het valt te verwachten dat een conservatief zich ongemakkelijk voelt bij dit streven naar totale omwenteling. 'To be conservative', schreef de conservatieve filosoof Michael Oakeshott, 'is to prefer the familiar to the unknown, the tried to the untried (...) present laughter to Utopian bliss'. De conservatieve persoon ontwaart in de oproep om de gehele samenleving te transformeren een gevaarlijk potentieel voor tirannie. De vraag naar een mogelijk alternatief wordt echter nooit gesteld.De reactie van een deel van rechts Vlaanderen op de protesten was opnieuw tekenend. Radicaal-rechtse figuren ontkennen botweg de grieven van minderheden en vluchten weg in een autochtoon slachtofferschap. Denk bijvoorbeeld aan Kamerlid voor N-VA en voormalig jongerenvoorzitter Tomas Roggeman, die zich op sociale media druk maakte over de vernietiging van een standbeeld van Columbus in de VS. 'Had Amerika niet ontdekt mogen worden om een nieuw thuis te bieden aan Europeanen, Afrikanen en Aziaten', vroeg hij zich op Twitter klagerig af. Hij vergat er even bij te vertellen dat die 'ontdekking' heeft geleid tot de dood van meer dan 100 miljoen indianen, en dat zwarten als slaven gedwongen werden verscheept naar het nieuwe continent. Een ander voorbeeld wordt geboden door de nieuwe huisideoloog van de N-VA, Joren Vermeersch: 'De Belgische kolonisatie had naast veel verwerpelijke kanten, die we ondertussen allemaal kennen en erkennen, ook veel positieve kanten, maar dat mag je niet meer zeggen. Wat er toen gebeurde was ontwikkelingssamenwerking op een schaal die we ons vandaag niet meer kunnen voorstellen', zegt hij in Knack. Op Twitter suggereerde hij de oprichting van een monument voor de Belgen die het leven gelaten hebben 'in een poging om Congo te helpen'. Opmerkelijk, en niet alleen omdat je je afvraagt waarom een flamingant in 's hemelsnaam sympathie zou hebben voor de Belgische kolonisatie. De verklaring daarvoor is eenvoudig: de nieuwe radicaal-rechtse politiek is helemaal niet nationalistisch in de klassieke zin. Ze streeft niet naar solidariteit met andere leden van de natie, maar met 'het Westen' als abstract concept, wat in de praktijk neerkomt op de globale gemeenschap van blanke mensen. Vandaar dat ze zoveel belang hechten aan de standbeelden van Britse slavendrijvers, plaasmoorden in Zuid-Afrika, of het kolonialisme van een land dat ze willen ontbinden. Radicaal-rechts kan per definitie niet antiracistisch zijn, omdat ze juist een reactie is tegen antiracisme, een contra-revolutie. In België zijn er geen conservatieven; we hebben alleen revolutionairen van links en rechts. Dus blijft de vraag: hoe zou een conservatief antiracisme eruitzien? Om daarop te antwoorden moeten we teruggrijpen naar de illustere stichter van het conservatisme, Edmund Burke.Vandaag is Burke in de populaire verbeelding vooral gekend omwille van zijn virulente verzet tegen de Franse Revolutie. Wat men vaak niet weet, is dat hij zich levenslang heeft ingezet tegen onderdrukking en onrechtvaardigheid. In Ierland bestreed hij het politieke en sociale systeem dat katholieken toegang ontzegde tot de vrije beroepen, stem- en eigendomsrecht ontkende en hun religieuze vrijheid beperkte. Ook steunde hij de Amerikaanse kolonisten in hun streven naar meer autonomie, en toonde hij begrip toen de doorzetting van het autoritaire Britse beleid uitmondde in revolutie.Bij zijn tijdsgenoten stond Burke wellicht het best bekend als de drijvende kracht achter de afzetting van Warren Hastings, de gouverneur-generaal van Bengalen, die zich schuldig had gemaakt aan wreedheden jegens de inheemse bevolking. Hij besloot zijn openingsrede bij dat proces met de volgende indrukwekkende woorden:'I impeach Warren Hastings (...) in the name of the people of India, whose laws, rights, and liberties he has subverted, whose properties he has destroyed, whose country he has laid waste and desolate. I impeach him in the name and by virtue of those eternal laws of justice which he has violated. I impeach him in the name of human nature itself, which he has cruelly outraged, injured, and oppressed, in both sexes, in every age, rank, situation, and condition of life.'Dit kan verrassend klinken in Vlaamse oren, die Burke meestal kennen door toedoen van bepaalde politici die hem nogal selectief gebruiken voor hun eigen doeleinden. Elke vorm van intolerantie, onrecht of onvrijheid wordt verdedigd door een verwijzing naar Burke en het belang dat hij hechtte aan traditie. Van het hoofddoekenverbod tot de discriminatie op de arbeidsmarkt, altijd is er datzelfde riedeltje: we mogen niet te snel veranderen, aanpassing verloopt geleidelijk, de mensen kunnen niet meer volgen.Burke was echter een voorstander van gerichte en doortastende hervorming wanneer deze nodig bleek. Hij wist dat de maatschappij gebouwd is op een onderliggende sociale vrede, die nodig is opdat mensen vreedzaam berusten in de gang der zaken. Een democratie kan niet naar behoren functioneren tenzij er een impliciete afspraak bestaat dat de beslssingen van de meerderheid binnen redelijke grenzen blijven en niet onrechtvaardig worden. Zoniet zullen de grieven zich opstapelen tot de minderheid uiteindelijk in opstand komt.Voor Burke is rechtvaardigheid niet louter een verheven moreel ideaal: ze is de basisvoorwaarde van een vreedzame samenleving. Hij zag de (succesvolle) opstand in Amerika en de dreigende opstand in Ierland als natuurlijke gevolgen van de afbraak van sociale vrede door toedoen van het wanbeleid van de Britse staat. Peace is not the absence of tension but the presence of justice.De massale antiracisme-protesten die onze landen domineren geven ons een somber beeld van een mogelijke toekomst. Een waarin de polarisatie van de publieke opinie niet meer bevat kan blijven binnen het kader van de electorale politiek en uitloopt op de straten. Een waarin we elkaar niet meer zien als tegenstanders maar als vijanden. Meer dan ooit hebben we nood aan fatsoenlijke politici die leiderschap tonen en de moeilijke, onpopulaire hervormingen doorvoeren die nodig zijn voor het herstel van de sociale vrede.Indien je de bronnen van de ontevredenheid wegneemt, zal het fanatieke verzet tegen standbeelden, straatnamen en curricula vanzelf verzachten, zal het geweld bedaren, zullen de rellen uitdoven. Onrecht dat zich opstapelt radicaliseert mensen, en geradicaliseerde mensen vieren hun frustratie bot op symbolen. Wie alleen de gevolgen veroordeelt en onwrikbaar blijft vasthouden aan de onrechtvaardige instellingen en het beleid die ze veroorzaken, is niet conservatief maar reactionair.Als je elke dag racisme en haat meemaakt - in de media, bij monde van politici die in het parlement zetelen, op de arbeidsmarkt, op school - zal je uiteindelijk de maatschappij in haar geheel veroordelen en streven naar een complete revolutionaire zuivering ervan. De taak van de conservatief is om de achterliggende grieven aan te pakken. Het is immers zoals president John F. Kennedy zei in een toespraak in 1962: Those who make peaceful revolution impossible will make violent revolution inevitable.