Ruim een jaar geleden, nadat Dyab Abou Jahjah met zijn nieuwe partij Be.One ('een postkapitalistische partij die pleit voor radicale gelijkheid') in Brussel geen enkele verkozene had behaald, gooide de voormalige 'staatsvijand nummer één', van wie premier Guy Verhofstadt (Open VLD) de arrestatie ooit live in de Kamer aankondigde, de handdoek in ring. 'Het was op', zegt hij. 'Ik dacht: ik stop met de politiek, ik stop met activisme, ik wil zelfs niet langer opiniestukken schrijven of deelnemen aan het racismedebat - ik kap ermee.'
...

Ruim een jaar geleden, nadat Dyab Abou Jahjah met zijn nieuwe partij Be.One ('een postkapitalistische partij die pleit voor radicale gelijkheid') in Brussel geen enkele verkozene had behaald, gooide de voormalige 'staatsvijand nummer één', van wie premier Guy Verhofstadt (Open VLD) de arrestatie ooit live in de Kamer aankondigde, de handdoek in ring. 'Het was op', zegt hij. 'Ik dacht: ik stop met de politiek, ik stop met activisme, ik wil zelfs niet langer opiniestukken schrijven of deelnemen aan het racismedebat - ik kap ermee.' Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Toen de moord op de Afro-Amerikaan George Floyd door een witte politieman in de Verenigde Staten wereldwijd duizenden mensen in antiracismeprotesten op de been bracht, voelde Jahjah toch de behoefte om iets te zeggen. Niet over de succesvolle mobilisatie door een 'nieuwe generatie' jonge antiracismeactivisten en de golf van solidariteit met Black Lives Matter (BLM), die ook in ons land massaal veel mensen op straat heeft doen komen. Wel over een nieuw ideologisch dogma dat volgens hem zo langzaamaan de hele antiracismebeweging in zijn greep krijgt. 'Racisme en discriminatie zijn echt, white privilege niet', schrijft Jahjah in een opiniestuk op Knack.be. Daarin verwerpt hij het constant onder vuur nemen van de 'witte identiteit' door de huidige activisten. Hij doet dat op inhoudelijke en strategische gronden. Waar wringt voor u het schoentje? Dyab Abou Jahjah: Kijk, zolang die minority identity politics (een politieke analyse waarin de onderdrukking van minderheden in verband wordt gebracht met hun identiteit, nvdr) een academische kanttekening waren bij het maatschappelijke racismedebat, eerst in de VS en later in Europa, leverde dat soms interessante inzichten op. Maar toen die identiteitspolitiek van minderheden naar het activistische milieu is overgeplaatst, is er een karikatuur van gemaakt. Het debat over racisme is daardoor een debat over identiteit geworden. Dat is regressie, in mijn ogen. Waarin verschilt uw benadering van de strijd tegen racisme? Abou Jahjah: Klassieke antiracisten zoals ik strijden tegen racisme vanuit het gelijkheidsbeginsel: er is discriminatie en daar moeten we iets aan doen, zodat iedereen gelijke rechten heeft. Racisme is een structureel probleem, zeggen wij, niet de schuld van personen of etnische groepen. En dat probleem vraagt om structurele oplossingen. Maar de voorbije decennia heeft die traditionele benadering binnen de antiracismebeweging plaats moeten maken voor de identiteitspolitiek van minderheden. Dat is nu de dominante strekking onder activisten, de mensen die een stem hebben in het debat, die op televisie komen, die artikels schrijven. Maar is het niet juist goed dat de mensen om wie het gaat nu het woord nemen en de contouren van het debat bepalen, en dat witte mensen er even het zwijgen toe doen? Abou Jahjah: Op zich wel, maar we hebben hier te maken met een ideologie die de identiteit van de ander problematiseert. In die zin is de identiteitspolitiek van minderheden gewoon het spiegelbeeld van de onderdrukking, het racisme of het seksisme dat ze zegt te bestrijden. Met dat verschil dat die activisten geloven dat mensen zoals zij nooit racist kunnen zijn, wat ze ook zeggen of doen, omdat ze zich in een minderheidspositie bevinden. Die logica is intellectueel lui en historisch gevaarlijk gebleken. (lacht) Maar je ziet hier wel een succesvolle strategie van culturele hegemonie aan het werk. Ook ik neem de terminologie van de identiteitspolitiek over: als ik vandaag 'blank' in plaats van 'wit' zeg, voelt dat toch verkeerd. Vallen nieuwe inzichten uit die identiteitspolitiek niet te verzoenen met wat u de klassieke antiracismebenadering noemt? Abou Jahjah: Als academici met termen als whiteness aan de slag gaan, kan dat boeiende lectuur opleveren, ook al ben ik het vaak niet eens met hun conclusies. Maar zodra mensen in politieke organisaties en op straat die abstracte terminologie letterlijk gaan opvatten en als leerstellingen hanteren, heb je een groot probleem. Ik zie hoe steeds meer jonge antiracismeactivisten vandaag naar witte mensen beginnen te verwijzen in termen van 'privilege' en naar 'witheid' als 'een onderdrukkingssysteem'. Als je een bondgenoot wilt worden in die hedendaagse antiracismestrijd, moet je als witte persoon op bijna religieuze manier afstand nemen van je witheid en jezelf opvoeden of laten opvoeden. Dan hebben we het dus niet meer over een interessante publicatie aan een universiteit in Londen of New York, maar over een essentialistische benadering van een hele bevolkingsgroep. En dat maakt mij boos. Verwijst white privilege niet gewoon naar de structurele voorsprong die witte mensen in de samenleving hebben tegenover mensen met een migratieachtergrond, zonder zich daarvan ten volle bewust te zijn? Abou Jahjah: Kijk, het is verleidelijk om een tegenstander in het debat monddood te maken. Ik heb dat soms ook gedaan: ' Shut the fuck up! Jullie blanken zijn allemaal hetzelfde, jullie zullen het nooit begrijpen, want jullie zijn geprivilegieerd.' Maar wat is een privilege? Niet gediscrimineerd worden en daardoor de facto een bevoorrechte positie innemen, is voor mij geen privilege. Een privilege is een voorrecht dat je geniet omdat je behoort tot een bepaalde elite, waardoor je zaken kunt doen die anderen niet mogen, en die jij eigenlijk ook niet zou mogen. Denk aan: mensen die veel geld hebben en toch geen belastingen betalen. De meeste witte mensen hebben zulke privileges niet. Zij hebben vaak ook elke dag te kampen met economische of andere problemen. Ga je tegen hen zeggen: 'Je bent geprivilegieerd omdat je wit bent'? Zo creëer je bovendien de indruk dat het bereiken van gelijkheid een nettoverlies inhoudt voor de witte man, want die 'verliest' dan zijn privilege. Maar als bijvoorbeeld mannen hun leidinggevende posities moeten delen met vrouwen, of als witte mensen dat moeten doen met mensen van kleur - kortom: als je iedereen gelijke kansen wilt geven - zal er toch ergens een verlies moeten worden genomen? Abou Jahjah: Ik zie dat niet als een verlies maar als de rechtzetting van een discriminatie. Daarom ben ik ook altijd een voorstander geweest van quota. Maar als je het over privileges hebt, wijs je één groep terecht. En dan geef je de echte racisten en populisten, die zich verzetten tegen gelijkheid, de pap in de mond: 'Zie je wel, ze willen ons dingen afpakken.' Er is ook het reële gevaar dat het conflict escaleert, want we weten waartoe mobiliseren op grond van identiteit kan leiden. Old school-antiracisten zoals ik spraken nooit over privilege of witheid. In het begin vonden we dat nog leuk - tot je er wat langer over nadenkt. Vandaag voel ik me erdoor geprovoceerd, in naam van witte mensen, want het gaat in tegen mijn gevoel van fairness. Het riskeert bovendien voor de antiracismebeweging averechts uit te pakken. Hoe dan? Abou Jahjah: Witte mensen zullen afhaken en zullen de terechte eisen van die beweging rond burgerrechten, politiegeweld en discriminatie óók links laten liggen. Als je echt iets wilt veranderen in de maatschappij, moet je sleutelen aan de machtsverhoudingen. En moet je dus brede coalities tot stand zien te brengen. Maar veel van mijn waardevolle bondgenoten in de strijd tegen racisme zijn de voorbije jaren afgeschrikt door die identiteitspolitiek van minderheden en zijn er het zwijgen toe gaan doen. Want het is echt niet leuk om op sociale media te worden getrold - 'Jij geprivilegieerde witte man, jij hebt makkelijk praten' - en voor racist te worden versleten door mensen om wier mening je wel degelijk geeft. Hebben we niet gewoon te maken een nieuwe generatie activisten die niet op haar mondje is gevallen en zich niet meer in de hoek laat duwen? Abou Jahjah: In de tijd van de Arabisch-Europese Liga (AEL, de beweging die Jahjah in 2000 oprichtte, nvdr) waren wij ook hard, agressief en outspoken, maar nogmaals: het gaat me om de onderliggende ideologie. Wij vertrokken vanuit een emancipatorische opvatting van identiteit: 'Wij bestaan, wij zijn hier, erken ons al medeburgers.' Vooral witte mannen waren blij met uw opiniestuk op Knack.be, viel te lezen bij critici op sociale media. In de ogen van die critici maakt dat u verdacht. Abou Jahjah: Dat vond ik een voorspelbaar zwaktebod. Om zulke redeneringen aan de kaak te stellen, heb ik dat opiniestuk juist geschreven. Bovendien heb ik in mijn parcours constant witte mensen in de gordijnen gejaagd, en dat zal in de toekomst vast en zeker nog gebeuren. Maar op zich was dat nooit mijn motivatie om iets wel of niet te doen. Bovendien waren ook niet alle witte mensen het ermee eens. Wie wel? De redelijke stemmen, die racisme en discriminatie als structurele problemen beschouwen maar zich door die identiteitspolitiek geïntimideerd voelen. Iemand met een migratieachtergrond, zoals ik, kan tegengas geven zonder voor racist te worden uitgescholden. Ook daarom is dat stuk er gekomen. Ook Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken citeerde u instemmend. Volgens hem legt u de vinger op het gevaar voor 'omgekeerd racisme' bij sommige antiracismeactivisten. Abou Jahjah: Ik zag het op Twitter, en ik moet zeggen: ik voelde me er heel raar bij. Maar ik ben inhoudelijk zeker van mijn stuk en ik richt me op de eerste plaats tot jonge activisten, zoals die mannen en vrouwen die de succesvolle mobilisatie rond BLM hebben georganiseerd. Ik wil dat zij inhoudelijk gewapend zijn en niet in de val van de identiteitspolitiek trappen. Als je tegen de ander zegt: 'Ik heb geen probleem met jou maar wel met hoe we samenleven. Laten we daaraan werken, dat zou goed zijn voor jouw én mijn kinderen', dan denk ik dat veel mensen bereid zijn om een heel eind mee te gaan. Zeker op dit moment. Het zijn vaak politici die daarin het minst ver willen gaan, uit angst om stemmen te verliezen. Maar is het niet zo dat de solidariteit van witte bondgenoten in de strijd tegen racisme en discriminatie vaak blijft bij lippendienst? Waarom zou je er dan nog op rekenen? Abou Jahjah: En toch hebben we, als we iets willen bereiken, geen andere keuze. Het is nu eenmaal een moeilijke weg, zeker in Vlaanderen, waar het politieke klimaat vrij rechts is en waar de Vlamingen bovendien zelf nog niet helemaal in het reine zijn met hun identiteitsbeleving. De discussie over de ontvoogding van de eigen taal en cultuur was nog niet afgerond, en toen kwam de discussie over diversiteit daar al bovenop. Dat de N-VA de grootste partij is, heeft daar ook mee te maken. De context is dus moeilijk. Ik begrijp best dat mensen het gevoel hebben dat het dweilen met de kraan open is. En dat de elites onder de minderheden zeer gefrustreerd zijn en de neiging hebben zich af te keren. Ik heb het ook meegemaakt dat je wordt gemarginaliseerd vanwege je standpunten - dat fnuikt alles. Je kunt je ook afvragen wat mensen zoals u de voorbije twintig jaar in de strijd tegen racisme hebben bereikt, en of het niet tijd is om het over een andere boeg te gooien. Abou Jahjah: Ik heb inderdaad niet voor verandering kunnen zorgen, maar die illusie heb ik ook nooit gehad. Ik heb altijd gezegd dat de oplossingen van het beleid moeten komen. Nu, als zelfs onze klassieke antiracismebenadering, die stoelt op gelijkheid en universele mensenrechten, moeilijk en gevoelig ligt, hoe zal het die nieuwe generatie activisten dan vergaan? Goed, zij kunnen inderdaad zeggen: 'Jij hebt het geprobeerd, laten we het nu op onze manier doen.' Maar vanuit mijn bezorgdheid als activist en als vader vind ik het mijn taak om te zeggen: denken jullie dat het slim is om vrijwel iedereen te provoceren en een analyse van racisme te maken los van de bestaande machtsverhoudingen, los van de tijdgeest en de economische situatie? Dan ben je puberaal en dwaas. Want nogmaals: de aanpak die zij voorstaan, voert ons naar een etnisch conflict dat, als het escaleert, niet goed zal aflopen voor minderheden. U bent een groot bewonderaar van Amerikaanse burgerrechtenactivist Malcolm X - ten tijde van de AEL werd u zelfs 'de Arabische Malcolm X' genoemd. Maar was hij niet het boegbeeld van het soort radicale identiteitspolitiek dat u nu verwerpt? Abou Jahjah: Helemaal niet. De Malcolm X van Nation of Islam was dat wel, maar hij zou breken met het sektarische denken van die beweging. De Malcolm X die mij en vele anderen heeft geïnspireerd, en die nota bene is vermoord door Nation of Islam en de FBI, zei dat we de strijd tegen onrecht samen moeten voeren, los van kleur . ' I defended a racist ideology and I regret that every single day', zei hij. Malcolm X was radicaal, maar hij was niet tegen witte mensen. Een van mijn andere inspiratiebronnen is Fred Hampton van de Black Panther Party, die juist allerlei groepen in de VS wist te federeren. Ook hij zei dat hij niet tegen witte mensen maar tegen het systeem vocht. Er zijn dus genoeg radicale tradities binnen de antiracismebeweging waarin raciale ongelijkheid wordt benoemd zonder een essentialistische kijk op kleur. De factor kleur ligt in Europa ook anders dan in de VS, schrijft u. Abou Jahjah: Dat is een belangrijk punt. De VS hebben op cultureel vlak wereldwijd een dominante positie. Dat verklaart ook waarom de mobilisatie rond BLM veel meer impact heeft dan andere mobilisaties rond racistisch geweld. Maar de rassenkwestie heeft in de VS een totaal andere historische en sociologische achtergrond. In Europa is racisme misschien even problematisch, en georganiseerd extreemrechts staat hier zelfs veel sterker, maar als het gaat over politiegeweld is de situatie gelukkig niet te vergelijken. Belangrijker nog is dat je hier wel degelijk kunt spreken van een autochtone bevolking, terwijl er in Amerika nauwelijks nog first natives zijn. Dat maakt het debat radicaal verschillend. In Amerika is het ronduit belachelijk om tegen iemand te zeggen: 'Dit is mijn land, en jij bent hierheen gekomen.' Bij ons hebben zulke uitspraken toch enige legitimiteit, dat moet je erkennen. Je kunt je uiteraard laten inspireren door de strijd van Afro-Amerikanen voor rassengelijkheid en burgerrechten. Maar de slavernij, die aan de basis ligt van de rassenverhoudingen in de VS, vormt een enorm verschil met de migratiecontext in Europa. Een hele bevolkingsgroep uit Afrika als slaven naar je land halen en ze daar eeuwenlang uitbuiten en later discrimineren, tot op vandaag, via een penitentiair-industrieel complex en uitsluiting in zwarte getto's... Dat is van zo'n omvang dat je wel gek moet zijn om dat te willen projecteren op de raciale verhoudingen in Europa. Sommige activisten proberen dat hele kader via het kolonialisme te importeren, met name in Frankrijk. Nu vind ik ook dat dekolonisatie een belangrijke discussie is in Europa. Maar vergelijkingen met de VS gaan echt niet op. Maar slaagt het protest van BLM er toch niet in om ook bij ons openingen te creëren om racisme doeltreffender aan te pakken? Abou Jahjah: Er lijkt inderdaad meer bereidheid te zijn om het debat aan te gaan. Maar neem de praktijktests op de arbeids- of de woningmarkt. De Open VLD verklaarde zich daar eindelijk voor gewonnen, met Vlaams minister Bart Somers voorop, die binnen zijn partij altijd al een voorstander geweest is. Ik was ook hoopvol toen ik Vlaams Parlementslid Sihame El Kaouakibi hoorde. Maar Somers en Sihame hebben het uiteindelijk niet hard kunnen maken, en de Open VLD heeft voor die praktijktests geen regeringscrisis overgehad. Terwijl ze dat wel verdienen. 'Slaapwel,' schreef u op Twitter, 'we zijn opnieuw vertrokken voor twintig jaar symboolpolitiek' - over het compromis dat de Vlaamse regering uittekende ter vervanging van praktijktests om discriminatie op te sporen. Abou Jahjah: We krijgen nog meer monitoring, sensibilisering en zelfregulering, oude oplossingen waarvan we al twintig jaar weten dat ze niet werken. We hebben een heel arsenaal van afdwingbare maatregelen nodig. Maar gezien de politieke machtsverhoudingen in Vlaanderen zijn die niet voor morgen. Je zou kunnen zeggen dat N-VA, CD&V en Open VLD gelijk hebben om op de rem te gaan staan - anders zouden ze nog meer kiezers aan Vlaams Belang verliezen. Maar daar ben ik niet zo zeker van. Leiderschap is soms ook je achterban tegen de haren in durven te strijken. Ik denk dat er nu juist bij veel mensen in Vlaanderen, uit solidariteit met BLM, een grotere gevoeligheid is voor alles wat met racisme en discriminatie te maken heeft. Tenminste, zolang antiracismeactivisten niet beginnen te zeuren: 'Jij bent wit en dus moet jij je bek houden.' Maar het vraagt politieke moed om de gok te wagen en een aantal zaken door te duwen. En die moed is er niet. Hoe geloofwaardig is iemand als Sihame El Kaouakibi nog in de ogen van mensen met een migratieachtergrond, nu ze het verwaterde voorstel van de Vlaamse regering mee heeft goedgekeurd? Abou Jahjah: Ik heb vaak kritiek gehad op Sihame, maar ik vind eigenlijk dat zij het goed doet. Ze heeft een verstandige insteek in het debat, zonder in platitudes te vervallen. En ze is toch een van de weinige jonge politici die van racisme en discriminatie een prioriteit maakt in haar communicatie. Volgens een partij als de N-VA is er op de eerste plaats een probleem met de integratie van mensen met een migratieachtergrond, een probleem van normen en waarden. Abou Jahjah: In het racismedebat moeten we proberen de populisten en extreemrechts geen extra munitie te geven. Dat betekent ook: erkennen dat de gevoelens van vervreemding bij autochtone Europeanen heus niet zo schandalig zijn. Ik was ook een van de mensen die die gevoelens gemakkelijk wegwuifde: 'Ik ben een burger, net zoals jij, en klaar - die hele discussie over normen en waarden doet niet ter zake.' Die legalistische benadering volstaat niet meer. Natuurlijk is het enige wat ons bindt burgerschap en de rechtsstaat. Maar we moeten durven te zeggen dat de angst van autochtone Europeanen om hun geschiedenis, identiteit of way of life te verliezen een respectvolle discussie verdient. Daar zijn wij vanuit de antiracismebeweging niet altijd duidelijk genoeg in geweest. Ik, in elk geval, vertikte het meestal om dat te erkennen. Want waarom zou ik rekening houden met de angsten van mensen die mij als een tweederangsburger zien? We zullen het dus toch over identiteit moeten hebben? Abou Jahjah: Ja, om duidelijk te maken dat wij ook niet willen dat het culturele erfgoed van Europa verdwijnt, los van het noodzakelijke gesprek dat we moeten voeren over kolonialisme. Een standbeeld van iemand die zo problematisch is als Leopold II, daar hoort zeker extra duiding bij, in de vorm van een plakkaat of iets anders. Maar ik heb op sociale media ook mensen ervoor zien pleiten om Godfried van Bouillon weg te halen. Leopold II, dat was bij wijze van spreken gisteren, maar hoever wil je teruggaan in de geschiedenis? Om mijn achterban te provoceren, zeg ik vaak: 'Wat hebben wij Arabieren gedaan? We hebben Spanje en Portugal zeven eeuwen lang gekoloniseerd, en het moslimrijk heeft miljoenen blanke en andere slaven gehad.' Dat moraliserende problematiseren van de identiteit van de ander moet stoppen. We moeten proberen naar elkaar te luisteren. Ik wil niet luisteren naar iemand die zegt dat Arabieren en zwarte mensen makakken zijn. Maar naar iemand die zegt 'Ik ben geen racist, maar...' wil ik nu wél luisteren. Kunt u zich indenken dat mensen zich afvragen wie Dyab Abou Jahjah nu eigenlijk is? De ene keer gedraagt u zich als een volleerd beroepsprovocateur in het debat over de multiculturele samenleving, de andere keer maakt u een verzoenend gebaar, zoals nu. Abou Jahjah: Mensen vermengen stijl en inhoud. Als activist heb ik me vaak van provocatie bediend. Maar lees mijn boeken en mijn columns. Daarin zeg ik al heel lang dat we niet tegenover elkaar moeten radicaliseren, maar dat we dat samen tegen onrecht moeten doen.