De grootste partij van België bij de laatste federale verkiezingen? De 'Partij van de Onthouders'! Ook al is stemmen verplicht, toch waren er in 2019 bijna 1,4 miljoen stemgerechtigden die niet zijn komen opdagen of die blanco of ongeldig hebben gestemd. Ter vergelijking: N-VA, de grootste partij van het land, haalde 'nauwelijks' 1 miljoen stemmen. Ons democratisch model, gebaseerd op het principe van vertegenwoordiging en verkiezing, lijkt op zijn grenzen te botsen.

We moeten ons institutioneel systeem durven herbekijken, en op zoek gaan naar een nieuwe verhouding tussen de burger en de politiek. Dat wil niet zeggen dat alles moet veranderen, maar naast de huidige instellingen moeten andere manieren ontstaan om 'aan democratie te doen'.

Wat kan België leren van experiment rond burgerdialoog in Duitstalige gemeenschap?

De burgerdialoog, die uitgelote burgers rechtstreeks bij de politieke beraadslaging betrekt, speelt daarbij een centrale rol. Het is haast onopgemerkt voorbijgegaan, maar in februari 2019 heeft de Duitstalige gemeenschap van België als eerste politiek orgaan ervoor gezorgd dat uitgelote burgers permanent betrokken worden bij de activiteiten van het parlement. Het Ostbelgien Modell heeft sindsdien navolging gekregen in de rest van het land. In het Brussels Gewest worden binnenkort zogenaamde 'gemengde' commissies opgericht, waarin verkozenen en burgers samen zullen beraadslagen. Ook het Waals Gewest zou het voorbeeld mogelijk binnenkort volgen. Op federaal niveau wordt een omvorming van de Senaat in een burgerassemblee onderzocht.

Nieuw rapport van de Vrijdaggroep

In ons laatste rapport 'Wat als de democratie niet enkel uit de stembus komt?' hebben wij, de Vrijdaggroep, ons gebogen over het experiment van de Duitstalige gemeenschap, zijn sterke en zwakke punten en de lessen die België eruit kan trekken. Het rapport roept vooral op om realistisch te blijven. Burgerdialoog is geen wondermiddel en zal niet volstaan om de crisis van ons democratisch model op te lossen. Maar het concept bevat wel degelijk mogelijkheden die een onderzoek waard zijn.

De meerwaarde wordt vooral duidelijk wanneer het gaat om zwaar beladen ideologische of morele kwesties (zoals abortus, kwesties rond cultureel geheugen en herinnering, of klimaatuitdaging), wanneer burgers niet meer in staat zijn om een sereen debat te voeren. Ze zijn ook niet gebonden door een (historisch) partijstandpunt en kunnen tot een compromis komen. In het licht van het experiment van de Duitstalige gemeenschap toont het rapport ook aan dat de burgerdialoog wel een antwoord wil bieden op een maatschappelijke vraag, maar niet kan worden ingevoerd zonder een echte politieke impuls. Ook de steun van experts is van kapitaal belang.

Een strikt kader is noodzakelijk

De belangrijkste les uit ons rapport is dat de burgerdialoog niet van hogerhand kan worden opgelegd. Zonder een strikte omkadering dreigt de dialoog ijdele hoop te blijven en het nagestreefde doel niet te bereiken. Om succesvol te zijn is een gepaste structuur vereist, net zoals logistieke, organisatorische en budgettaire middelen om de ambitie waar te maken. Uit het rapport blijkt bijvoorbeeld dat het primordiaal is dat de autonomie van de burgerdialoog van begin tot eind kan worden gegarandeerd (van de keuze van het onderwerp tot en met de formulering van de aanbevelingen over de beraadslaging), zonder politieke inmenging.

Met andere woorden, zodra de dialoog ingevoerd is, moeten de mandatarissen concessies kunnen doen. Ook de diversiteit van de burgerdialoog is een belangrijke uitdaging. Het risico bestaat dat de burgerdialoog ontaardt in een weinig inclusief proces dat wordt gedomineerd door bepaalde intellectuele en socio-economische elites. Bepaalde modaliteiten (zoals een verplichte participatie, politiek verlof, of een aantrekkelijke onkostenvergoeding) lijken ons noodzakelijk om het vooropgestelde doel te bereiken.

Er is een mentaliteitswijziging aan de gang en de Duitstalige Gemeenschap laat ons zien dat het mogelijk is om geleidelijk te innoveren. De invoering van een burgerdialoog op de verschillende Belgische overheidsniveaus volstaat op zich niet om het vertrouwen en de band tussen de burgers en de politiek te herstellen. Maar het zal er wel toe bijdragen. En het niet proberen, zou een vergissing zijn.

Paul Dermine is onderzoeker aan het Europees Universitair Instituut van Firenze en lid van de Vrijdaggroep.Dorian Feron is advocaat aan de Balie van Brussel en lid van de Vrijdaggroep.

Het rapport 'Wat als de democratie niet enkel uit de stembus komt? Het potentieel van de burgerdialoog in België' is beschikbaar op de website van de Vrijdaggroep. Naar aanleiding van dit rapport organiseert de Vrijdaggroep met verschillende politieke mandatarissen een debat over burgerdialoog op 25 november, om 18 uur in de Studio van BOZAR (Ravensteinstraat 23 te 1000 Brussel).

De grootste partij van België bij de laatste federale verkiezingen? De 'Partij van de Onthouders'! Ook al is stemmen verplicht, toch waren er in 2019 bijna 1,4 miljoen stemgerechtigden die niet zijn komen opdagen of die blanco of ongeldig hebben gestemd. Ter vergelijking: N-VA, de grootste partij van het land, haalde 'nauwelijks' 1 miljoen stemmen. Ons democratisch model, gebaseerd op het principe van vertegenwoordiging en verkiezing, lijkt op zijn grenzen te botsen.We moeten ons institutioneel systeem durven herbekijken, en op zoek gaan naar een nieuwe verhouding tussen de burger en de politiek. Dat wil niet zeggen dat alles moet veranderen, maar naast de huidige instellingen moeten andere manieren ontstaan om 'aan democratie te doen'.De burgerdialoog, die uitgelote burgers rechtstreeks bij de politieke beraadslaging betrekt, speelt daarbij een centrale rol. Het is haast onopgemerkt voorbijgegaan, maar in februari 2019 heeft de Duitstalige gemeenschap van België als eerste politiek orgaan ervoor gezorgd dat uitgelote burgers permanent betrokken worden bij de activiteiten van het parlement. Het Ostbelgien Modell heeft sindsdien navolging gekregen in de rest van het land. In het Brussels Gewest worden binnenkort zogenaamde 'gemengde' commissies opgericht, waarin verkozenen en burgers samen zullen beraadslagen. Ook het Waals Gewest zou het voorbeeld mogelijk binnenkort volgen. Op federaal niveau wordt een omvorming van de Senaat in een burgerassemblee onderzocht. In ons laatste rapport 'Wat als de democratie niet enkel uit de stembus komt?' hebben wij, de Vrijdaggroep, ons gebogen over het experiment van de Duitstalige gemeenschap, zijn sterke en zwakke punten en de lessen die België eruit kan trekken. Het rapport roept vooral op om realistisch te blijven. Burgerdialoog is geen wondermiddel en zal niet volstaan om de crisis van ons democratisch model op te lossen. Maar het concept bevat wel degelijk mogelijkheden die een onderzoek waard zijn. De meerwaarde wordt vooral duidelijk wanneer het gaat om zwaar beladen ideologische of morele kwesties (zoals abortus, kwesties rond cultureel geheugen en herinnering, of klimaatuitdaging), wanneer burgers niet meer in staat zijn om een sereen debat te voeren. Ze zijn ook niet gebonden door een (historisch) partijstandpunt en kunnen tot een compromis komen. In het licht van het experiment van de Duitstalige gemeenschap toont het rapport ook aan dat de burgerdialoog wel een antwoord wil bieden op een maatschappelijke vraag, maar niet kan worden ingevoerd zonder een echte politieke impuls. Ook de steun van experts is van kapitaal belang.De belangrijkste les uit ons rapport is dat de burgerdialoog niet van hogerhand kan worden opgelegd. Zonder een strikte omkadering dreigt de dialoog ijdele hoop te blijven en het nagestreefde doel niet te bereiken. Om succesvol te zijn is een gepaste structuur vereist, net zoals logistieke, organisatorische en budgettaire middelen om de ambitie waar te maken. Uit het rapport blijkt bijvoorbeeld dat het primordiaal is dat de autonomie van de burgerdialoog van begin tot eind kan worden gegarandeerd (van de keuze van het onderwerp tot en met de formulering van de aanbevelingen over de beraadslaging), zonder politieke inmenging. Met andere woorden, zodra de dialoog ingevoerd is, moeten de mandatarissen concessies kunnen doen. Ook de diversiteit van de burgerdialoog is een belangrijke uitdaging. Het risico bestaat dat de burgerdialoog ontaardt in een weinig inclusief proces dat wordt gedomineerd door bepaalde intellectuele en socio-economische elites. Bepaalde modaliteiten (zoals een verplichte participatie, politiek verlof, of een aantrekkelijke onkostenvergoeding) lijken ons noodzakelijk om het vooropgestelde doel te bereiken. Er is een mentaliteitswijziging aan de gang en de Duitstalige Gemeenschap laat ons zien dat het mogelijk is om geleidelijk te innoveren. De invoering van een burgerdialoog op de verschillende Belgische overheidsniveaus volstaat op zich niet om het vertrouwen en de band tussen de burgers en de politiek te herstellen. Maar het zal er wel toe bijdragen. En het niet proberen, zou een vergissing zijn. Paul Dermine is onderzoeker aan het Europees Universitair Instituut van Firenze en lid van de Vrijdaggroep.Dorian Feron is advocaat aan de Balie van Brussel en lid van de Vrijdaggroep.