Het debat over de stemplicht steekt geregeld opnieuw de kop op. Samen met Luxemburg en Griekenland is België het enige land in Europa waar de burgers verplicht worden om naar de stembus te gaan. Wie niet gaat, riskeert een geldboete. Wie meerdere keren niet gaat, kan voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt worden en kan gedurende die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een openbare overheid.

Argumenten tegen stemplicht

De afgelopen jaren lazen we verschillende pleidooien om de stemplicht ook bij ons af te schaffen. Zo zou het verplichten van de bevolking om te gaan stemmen ertoe leiden dat we te vaak ongeïnformeerde kiezers in het stemhokje krijgen. Kiezers die niet willen gaan, en zich bijgevolg dus niet informeren. Ze zouden een gemakkelijk te beïnvloeden ongeïnteresseerde groep zijn, die wel zwaar kan doorwegen in de uitslag.

Te weinig horen we de positieve zaken aan ons huidige systeem van stemplicht. Aangezien we binnen één maand ons terug naar het stemhokje moeten begeven, moeten we misschien ook eens stilstaan bij de voordelen van het huidige systeem?

Historisch gegroeid

Het systeem dat we vandaag kennen, is immers historisch gegroeid met een bepaalde reden. Stemrecht en stemplicht zijn niet zomaar een administratief akkefietje. Nee, het bepaalt de uitslag van verkiezingen, wie er wint, wie er verliest en wie er u dus zal vertegenwoordigen in de gemeenteraden en de parlementen.

Tot 1893 kende België cijnskiesrecht. Enkel burgers die een bepaalde hoeveelheid belastingen betaalden mochten toen hun stem uitbrengen. Het zorgde voor slechts 46.000 stemgerechtigde Belgen bij het ontstaan van ons land in 1830.

Later (in 1893) werd dit systeem vervangen door een systeem waarbij iedereen diende te gaan stemmen. Zij die een diploma hadden of veel geld, konden wel twee tot zelfs drie stemmen uitbrengen.

Waarom we best twee keer nadenken voor we de opkomstplicht afschaffen.

Het zou duren tot na WOII voordat alle Belgische burgers (mannen en vrouwen) zich naar het stemhokje zouden moeten begeven met slechts één stem op zak.

Vanaf 1893 is er dus altijd stemplicht geweest in België. Het was een handig trucje om bepaalde extreme revolutionaire krachten te kortwieken. Het toenmalige establishment vreesde immers dat zonder opkomstplicht vooral extreme revolutionaire krachten zouden kunnen mobiliseren richting het stemhokje. Door sommige burgers ook nog eens meerdere stemmen toe te kennen kon in 1893 een minderheid van 39% van de kiezers over een meerderheid van 59% van de stemmen beschikken.

Stemplicht is eigenlijk opkomstplicht

België heeft dus altijd een stemplicht gekend. Omdat de politieke klasse toen al zag dat wie wel of niet ging stemmen geen 'toevallige random groep' van de bevolking was.

Stemplicht in België moet echter genuanceerd worden. Aangezien de stemming in het stemhokje geheim is, kan niemand je controleren of je effectief een stem hebt uitgebracht. We spreken hier dus een van opkomst- of meldingsplicht. Je moet aanwezig zijn en je stembiljet deponeren. Zo geldt het voor alle landen die stemplicht kennen trouwens, met uitzondering van Noord-Korea, waar het uitbrengen van een stem niet geheim is.

Ook de sancties voor het niet gaan stemmen worden zelden uitgevoerd in België. Bij de jongste federale verkiezingen van 2014 kwam een recordaantal van meer dan tien procent kiesplichtigen niet stemmen. In principe had dit de aanleiding moeten geven tot strafzaken en rechterlijke boeten. Er is echter niemand voor de rechter moeten verschijnen omdat hij niet is gaan stemmen. In de praktijk was er in het verleden dus een vorm van straffeloosheid voor het niet gaan stemmen.

Sommige stemmen in het debat beweren dat deze straffeloosheid een reden is om meteen komaf te maken met de opkomstplicht.

Opkomstplicht vermijdt extremen

Maar net zoals vroeger kan de stemplicht extremen vermijden. Het vroege politieke establishment had al door dat verschillende groepen in onze bevolking niet op dezelfde manier kunnen mobiliseren. Vandaag de dag is dat nog altijd zo.

Het is de reden waarom veel politici bang zijn van referenda. We zien dit fenomeen in geheel de Westerse wereld. Het anti-kamp mobiliseert altijd het sterkst. Stel nu dat er een zone 30 aangelegd wordt in een straat waar kinderen naar school gaan. Al is dit door een sterke meerderheid uit de buurt gedragen, als je er een referendum voor opricht dan zal het er zeker om spannen.

Veel Britse jongeren die niet zijn komen opdagen bij de Brexit-verkiezingen zullen het geweten hebben. Zij bleven thuis, het anti-kamp mobiliseerde sterker, en met lede ogen zien zij nu het vertrek van hun land uit de Europese Unie aan.

Opkomstplicht vermijdt manipulatie

In onze vrije democratie, gestoeld op liberale principes, kunnen we het ons bijna niet meer voorstellen, echter verloopt in weinig landen de stembusgang even koosjer als bij ons.

Als je iedereen verplicht naar de stembus te laten gaan, als is het maar om een tekening te maken op een stembiljet, zorg je er volgens mij voor dat mensen minder vatbaar zijn voor manipulatie om niet te gaan stemmen.

Tijdens de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten liet het kamp van presidentskandidaat Donald Trump meermaals uitschijnen dat ze ver achterophinkten op Hillary Clinton. Mede door deze communicaties vonden mensen die liever Hillary dan Trump als president gezien hadden, het niet nodig zich naar de stembus te begeven. Hun favoriete kandidaat was in hun hoofd immers al bij voorbaat gewonnen.

In bepaalde landen waar de democratie niet zo ver ontwikkeld is, beïnvloedt men vaak de stembusgang. Dat kan erg simpel. Als bedrijfsleider kan je bijvoorbeeld laten uitschijnen dat je het niet zou appreciëren als het personeel vrijaf zou vragen te gaan stemmen. Door bepaalde groepen op sluwe manier te weerhouden hun stem uit te brengen, beïnvloed je het totale resultaat.

Je kan misschien de stem van een ander niet bepalen, maar als je probeert te zorgen dat anderen gewoonweg niet gaan stemmen, dan bereik je hetzelfde.

Opkomstplicht maakt de democratie representatief

Als je stemrecht invoert, dan vergroot je de kans dat mensen niet gaan stemmen. Het wordt immers sociaal aanvaard niet te gaan stemmen. En formeel kan het ook niet meer bestraft worden.

Door een hoger nut te geven aan het thuisblijven voor verkiezingen, zorg je ervoor dat mensen die reeds een hoge kost hebben om naar het stemhokje te gaan, sneller zullen thuisblijven. De groep die thuis zal blijven groeit dus aan. En deze groep is verre van willekeurig.

Bedrijfsleiders en zelfstandigen met drukke professionele bezigheden, zullen misschien sneller opteren niet te gaan stemmen? Zij verliezen immers relatief meer dan anderen door die dag naar de stembus te trekken. Ook oudere mensen die slecht te been zijn en bijvoorbeeld op anderen moeten rekenen om in het stemhokje te geraken, zullen sneller thuisblijven. Net als sociaal zwakkere groepen, met mensen met een lage alfabetiseringsgraad of lager opleidingsniveau.

Stemrecht verandert de regels van het spel

Het invoeren van stemrecht verandert dus het politieke spel in verkiezingstijd. In plaats dat je probeert de bevolking te overtuigen, ga je proberen de mensen te overtuigen die reeds gaan stemmen. Of misschien zelfs mensen te overtuigen, net niet te gaan stemmen.

Als je op voorhand weet welke mensen meer gemotiveerd zijn om te gaan stemmen, dan zal je vooral meer aandacht besteden aan die groep.

Men zou kunnen redeneren dat juist in de buurten waar er een lage opkomst ligt veel stemmen te rapen vallen voor politici, wat een motivatie is juist die groep te gaan aanspreken. Echter heb je twee stappen nodig. Eerst moet je personen overtuigen om effectief te gaan stemmen, daarna ook om effectief op jou of je partij te stemmen.

Aangezien de meeste Vlamingen niet zelden switchen tussen politieke partijen en onderzoek uitwijst dat een groot deel pas zijn keuze in het stemhokje zelf maakt, lijkt voor mij hier het gevaar te liggen dat enkel nog die mensen zullen aangesproken worden, die reeds overtuigd zijn dat gaan stemmen effectief een nut heeft.

Taak van de politiek om mensen te informeren

Men stelt soms dat het de taak is van politici om de kiezer te overtuigen om te gaan stemmen. (En ook niet van de wetgever, door de kiezer te verplichten.) Daar zit iets in. Politici moeten op basis van hun visie, beleidsvoorstellen en wervingskracht mensen motiveren.

We zien echter dat in de laatste federale verkiezingen in 2014 meer dan 10 procent van de stemplichtige Belgen niet is gaan stemmen. Van de stemgerechtigden die wel naar de stembus gingen, stemde bijna 6 procent blanco. Tel deze stemmen samen en je hebt meer dan een middelgrote politieke partij.

De vraag is, als de politiek deze mensen in het huidige systeem niet weet te motiveren, gaan politici dan dan nog moeite doen in het andere systeem, waar kans dat iemand niet gaat stemmen, groter wordt.

Bepaalde groepen worden meer aangesproken dan andere

Om een antwoord te verkrijgen op deze vraag is het goed om te kijken naar de groepen waar reeds stemrecht voor geldt. Er zijn groepen van niet Belgische burgers die in ons land stemrecht hebben. En binnenkort kunnen we de proef op de som nemen.

Als buitenlander in België kan je immers aan de gemeenteraadsverkiezingen deelnemen door je via een aanvraagformulier te laten registreren op de kieslijst. Je krijgt dan vervolgens een oproepingsbrief.

In welke mate doen de huidige partijen momenteel hun best om buitenlandse kiezers te overtuigen te gaan stemmen? En doen de partijen dat bij alle bevolkingsgroepen gelijkmatig? Of vooral bij die groepen, waarvan men reeds weet dat ze vaker het nut van verkiezingen inzien? Het lijkt dus goed in oktober eens te gaan kijken, welke buitenlandse kiezers gingen stemmen, en welke niet.

Conclusie

Aan het bekomen van onze stem, die we op 14 oktober 2018 mogen - of moeten- uitbrengen ging een bepaalde strijd vooraf. Het is een voorrecht in een sterke, vrije democratie te mogen leven. Heel wat mensen in de wereld benijden ons.

Aangezien er binnen exact een maand terug verkiezingen plaats zullen vinden, zal de discussie rond stemrecht en stemplicht terug oplaaien. Veel mensen zullen ook hun beklag doen dat ze terug naar de stembus moeten, een deel zal ook niet gaan.

Er zijn goede redenen te bedenken om mensen niet langer te verplichten naar de stembus te gaan. Maar daar tegenover staan er de veel positieve eigenschappen van het huidige systeem, die we soms durven onderschatten. Onze democratie is een kostbaar goed. Daar moeten we zorgzaam mee omspringen.

Als liberaal kan het raar aanvoelen de voordelen van stemplicht even op te sommen. Maar als politiek geëngageerde jongere zou het voor mij nog pijnlijker zijn mocht ik weten dat er een groep mensen is, van wie de stem genegeerd zou worden.

Mattias De Vuyst is socioloog van opleiding. Hij is oud-Politiek Secretaris van het Liberaal Vlaams Studentenverbond en Nationaal Bestuurslid van Jong VLD. Mattias schrijft in eigen naam, werkt professioneel voor Brugs Burgemeester-kandidaat Mercedes Van Volcem en doet in oktober voor het eerst mee met de verkiezingen op de Gentse lijst van Mathias De Clercq.