Het overschaduwt elke les met mijn favoriete Brusselse tieners: het besef dat ze zo worstelen met het Nederlands en hierdoor vaak het woord niet durven te nemen in de klas. Een van de 11-jarigen vraagt onzeker wat het woord 'sfeer' betekent, de ander roept 'mijn zus is zijn jas vergeten'. Een groep 16-jarigen vertelt me dat netjes praten met hun vrienden hen niet veel krediet zou opleveren. Met hard en simpel taalgebruik krijg je meer respect. Evenzeer vertellen deze tieners me al hun grote toekomstdromen. De huisdieren die ze willen, het huis met een tuin waarin ze zullen wonen, het beroep dat ze later gaan uitoefenen. Velen willen arts worden, of specifieker kinderarts. Anderen dromen van een toekomst als architect, voetballer of leerkracht.

Helaas loopt het te vaak anders. Op de weg naar volwassenheid worden, ondanks al die ambitie en nieuwsgierigheid, vele dromen opgeborgen. Hun slaagkansen in het leven zijn tenslotte niet los te zien van een behoorlijke taalbeheersing. Goede communicatieve basisvaardigheden zijn een voorwaarde voor succesvol studeren, zinvol werk, een goed gesprek met je buren, zelfontplooiing en zelfexpressie. Als je overtuigend en helder je ideeën kan verwoorden en met een ander in gesprek kan gaan, dan ligt de wereld aan je voeten.

In de klassieke oudheid wisten ze dat maar al te goed. Retorica - letterlijk: 'redenaarskunst' of 'welsprekendheid' - had een centrale plaats in het onderwijs naast logica en grammatica. Degenen die onderwijs genoten werden immers verwacht deel te nemen aan de samenleving en het politieke debat. Ook in het Angelsaksische onderwijs is de discipline vandaag niet weg te denken. In Engeland en de Verenigde Staten heeft elke zichzelf respecterende onderwijsinstelling een levendige debatclub en worden grootse kampioenschappen in publiek spreken georganiseerd.

Leren debatteren geeft leerlingen meer durf en zelfvertrouwen maar het versterkt ook een reeks essentiële communicatieve vaardigheden zoals helder en duidelijk spreken, overtuigen en luisteren naar een ander. Volgens een studie van het Nationaal Expertisecentrum leerplanontwikkeling in Nederland bemoedigt debat kritisch denken en geeft het inzicht in de kenmerken van een democratisch besluitvormingsproces. Debatteren is immers onlosmakelijk verbonden met de vrijheid van meningsuiting, het omgaan met tegenstellingen en het vreedzaam oplossen van conflicten.

Onderzoek van het Education Development Trust toont dan weer aan dat Afro-Amerikaanse jongens die in een debatclub zitten 70% meer kans hebben om hun middelbare school af te ronden dan hun medeleerlingen. Deze studenten scoren ook aanzienlijk hoger op Engels en leesvaardigheid.

Bij debat staan niet enkel verbale en non-verbale communicatie centraal, maar ook reflectie en het verzamelen van informatie om die te verwerken tot een sluitend argument. Daarnaast dwingt een opgelegd standpunt om je in te leven in de argumenten van een ander. Stelling: 'Spotten met het geloof van een ander is toegestaan'. Groep blauw gaat akkoord, groep rood gaat niet akkoord. Soms worden deze opdrachten ingezet met veel drukte en protest, maar uiteindelijk werpen de jongeren zich vol overtuiging op hun argumentatie, zelfs al zijn ze het fundamenteel niet eens met hun te verdedigen stelling. Er zijn natuurlijk ook regels zoals de ander laten uitspreken, de rol van de gespreksleider respecteren en elkaar feliciteren na elk debat. Dit bevordert de discipline en doet de kritiek vervallen dat debat enkel een competitief schreeuwspel is dat tegenstellingen vergroot. Bovendien maakt debat met zijn spel, afwisseling en competitie kinderen zoveel meer betrokken dan de klassieke spreek-of schrijfoefening.

Ondertussen stapelen de onderwijsrapporten met dalende scores voor begrijpend lezen en luisteren zich op in Vlaanderen. Mogelijk heeft het stijgende aantal leerlingen met een andere thuistaal er iets mee te maken. Anderzijds wordt er ook anders gecommuniceerd dan pakweg vijf jaar geleden. Met twee emoticons of in sms-taal kan je moeilijk overtuigen. Publiek spreken en debat kunnen een middel zijn om de taalvaardigheid van onze leerlingen te versterken. Als grammatica en woordenschat de stukken zijn, leert debat hen schaken. Want wanneer jongeren op een genuanceerde manier hun stem kunnen laten horen is een levendige dialoog mogelijk alsook een toekomst vol ambitieuze plannen. Of ze nu de stempel 'kansarm' kregen of niet.

Sophie Buysse is lid van de Vrijdaggroep en oprichtster van Debateville, een naschools debatprogramma dat jongeren de kennis, attitudes en vaardigheden bijbrengt om hun stem te vinden in de samenleving van vandaag en morgen.