48% van de Belgische mannen en 37% van de vrouwen vindt dat slachtoffers van geweld en misbruik op een of andere manier mee verantwoordelijk zijn voor hun leed. Met deze cijfers kwam Amnesty International België naar buiten naar aanleiding van internationale vrouwendag en de nieuwe campagne rond seksueel geweld. Cijfers die me achtervolgen en aan het denken zetten: ben ik echt verantwoordelijk geweest voor mijn zinloos geweld? Kon ik het vermijden? Draag ik schuld?

Twee weken geleden werd ik gewelddadig overvallen. Mijn handtas was ik kwijt, in ruil dan maar 7 hechtingen aan het hoofd rijker. Na een week of twee revalideren van de verwondingen begeef ik me nu stil aan terug onder de mensen. Het litteken op mijn hoofd is direct zichtbaar en dat wekt heel wat sympathie op. De onzichtbare rugzak vol trauma, woede, onbegrip en verdriet,... die zien mensen vaak niet. Dat mensen die rugzak vaak onbewust nog eens zwaarder maken beseffen ze vaak niet. Het eerste na "en ça va een beetje met u?" dat er meestal gevraagd wordt (en wat u zich als lezer waarschijnlijk ook al heeft afvraagt) is: waar en om hoe laat is het gebeurd?

Waarom leggen we de oorzaak van geweld nog zo vaak bij het slachtoffer? Het kan jou ook overkomen'.

Voor het parket en de onderzoekscommissie een zeer belangrijke vraag, voor de vriendin van een klasgenoot die het viavia hoorde en me helemaal niet zo goed kent, misschien al wat minder van belang. Toch zal jong en oud, man of vrouw,.. bijna iedereen hier automatisch naar vragen. Een vraag die me bekend in de oren klinkt, want als ik mijn verhaal over seksueel misbruik doe, is ook dat het eerste waar mensen naar vragen. Liever zou ik praten over wat het met me deed, over mijn gevoelens, mijn angsten, mijn twijfels, over hoe sterk ik ben geworden en toch zo kwetsbaar ben gebleven. Jammer genoeg verval ik telkens opnieuw in een soort proces verbaal, waar ik mezelf verdedig. Waar ik dan maar antwoord op vragen of ik had gedronken, wat ik aan had, waar ik was, waarom ik daar was, of ik aangifte heb gedaan, of ik om hulp heb geroepen, of ik weet wie de daders zijn. Waarna er mij meestal nog eens de meest gruwelijke verhalen worden verteld over andere gewelddadige voorvallen waar men al eens van had gehoord of gelezen en die gebeuren dan natuurlijk allemaal in dezelfde straat waar ik juist liep.

Als ik al die verhalen moet geloven dan is de helft van al de criminaliteit in Gent te vinden in één enkele straat. Een mens durft zich dan al eens af te vragen waarom ze die straat nog niet steen voor steen hebben afgebroken, volledig afgesloten en er nog geen volledig politiecorps op uitgestuurd hebben om alle dieven, verkrachters en criminelen in de boeien te slaan? De criminaliteit zo direct voor de helft halveren. U voelt het waarschijnlijk wel zelf aan: die verhalen ze kloppen langs geen kant.

Maar wat maakt nu dat mensen zo reageren? Hoe komt het dat wij nood hebben context? Waarom leggen we de oorzaken mee bij het slachtoffer? Zijn die 1 op 5 slachtoffers van geweld dan allemaal maar mee verantwoordelijk? Waarom worstelen slachtoffers zo hard met een schuldgevoel? Het heeft mij zelf heel wat tijd gekost om te beseffen dat ik niet schuldig ben. Toen ik twee weken geleden in elkaar werd geslagen en zelfs even heb gedacht dat ik de volgende trap niet meer zou overleven, ging er ook door mijn gedachten: waarom trek ik dit aan? Wat is er mis met mij dat ik dit meemaak? Is het omdat ik 's morgens vroeg nog in het donker loop? Was mijn handtas te opvallend? Was het omdat ik alleen liep? Waarom heb ik niet geleerd van vroeger? Die onzekerheid wordt dan alleen maar bevestigd door goedbedoeld advies van anderen: loop daar maar niet meer, blijf maar thuis, draag niet dit, doe niet dat, het is waarschijnlijk gebeurd omdat... In al dat goed bedoeld advies dat we aan elkaar geven schuilt er maar één ding: angst. Want wat hebben we toch allemaal ongelooflijk veel schrik om broos, om kwetsbaar, om menselijk te zijn. Die angst, dat ongemakkelijk gevoel wanneer iemand uit onze omgeving geconfronteerd wordt met geweld die willen we onder controle houden. Die controle die geven we ons met de gedachte: het zal mij wel niet overkomen. Daarom spelen alle gruwel-scenario's zich ineens af in dat specifieke café, in die specifieke buurt, op dat type festival, op dat specifieke uur, door dat type mensen, op dat soort type trein, in dat soort relaties, wanneer je bepaald kledij draagt, een bepaald geaardheid hebt, in die éné straat. Want als ik die straat dan mijd, dan zal het mij wel niet overkomen. Dan zal het mij wel niet overkomen. Dat eigen schouderklopje, geruststelling die wij allemaal als mensen nodig hebben en waardoor we direct bij slachtoffers naar aanwijzingen zoeken naar oorzaken van geweld.

Als we durven zien dat geweld altijd zinloos is, dan pas zetten we een stap voor uit.

Die oude gewoonte die is enorm schadelijk, daar mag het wel eens mee gedaan zijn. Want het spijt me enorm, maar geweld kan iedereen overkomen waar of wanneer of wie je ook bent. Als we dat durven zien dat geweld altijd zinloos is dan pas zetten we een stap voor uit. Het is pas wanneer we durven zeggen dat seksueel misbruik niks met seks te maken heeft, maar alles met macht. Dat verkrachting niet een soort liefdesspel is tussen twee, waar één iemand het verkeerde signaal gaf en de andere dan maar ongepast erover ging. Wanneer we snappen dat misbruik als enige doel heeft alles wat met intimiteit, seksualiteit, liefde en integriteit kapot te maken. Pas wanneer we begrijpen geweld een vorm is van machtsmisbruik die ongewild op het slachtoffer wordt uitgeoefend, dan pas dat we oplossingen kunnen zoeken om zinloos geweld tegen te gaan. Want vandaag kijken we nog te veel naar het slachtoffer en niet naar de dader.

We moeten veel meer daders streng, snel en kordaat aanpakken, in plaats van lange processen waarin het slachtoffer zich keer op keer moet verantwoorden. We moeten veel meer inzetten op veiligheid, in plaats van meisjes en jongens te leren hoe zich te kleden of waar te lopen. We moeten veel vlugger begrip, geduld en empathie tonen en wat liever zijn voor elkaar.

Tot slot een woord van waardering: voor de verplegers, de politie, de dokters en psychologen die mij deden inzien: ik heb dit nooit gewild of gezocht. Ze maakte de laatste weken mijn leven weer wat veiliger, weer wat mooier. Ze hielpen me over hun angst, nu is het nog aan die 48% mannen en 37% vrouwen om hetzelfde te doen.

48% van de Belgische mannen en 37% van de vrouwen vindt dat slachtoffers van geweld en misbruik op een of andere manier mee verantwoordelijk zijn voor hun leed. Met deze cijfers kwam Amnesty International België naar buiten naar aanleiding van internationale vrouwendag en de nieuwe campagne rond seksueel geweld. Cijfers die me achtervolgen en aan het denken zetten: ben ik echt verantwoordelijk geweest voor mijn zinloos geweld? Kon ik het vermijden? Draag ik schuld? Twee weken geleden werd ik gewelddadig overvallen. Mijn handtas was ik kwijt, in ruil dan maar 7 hechtingen aan het hoofd rijker. Na een week of twee revalideren van de verwondingen begeef ik me nu stil aan terug onder de mensen. Het litteken op mijn hoofd is direct zichtbaar en dat wekt heel wat sympathie op. De onzichtbare rugzak vol trauma, woede, onbegrip en verdriet,... die zien mensen vaak niet. Dat mensen die rugzak vaak onbewust nog eens zwaarder maken beseffen ze vaak niet. Het eerste na "en ça va een beetje met u?" dat er meestal gevraagd wordt (en wat u zich als lezer waarschijnlijk ook al heeft afvraagt) is: waar en om hoe laat is het gebeurd? Voor het parket en de onderzoekscommissie een zeer belangrijke vraag, voor de vriendin van een klasgenoot die het viavia hoorde en me helemaal niet zo goed kent, misschien al wat minder van belang. Toch zal jong en oud, man of vrouw,.. bijna iedereen hier automatisch naar vragen. Een vraag die me bekend in de oren klinkt, want als ik mijn verhaal over seksueel misbruik doe, is ook dat het eerste waar mensen naar vragen. Liever zou ik praten over wat het met me deed, over mijn gevoelens, mijn angsten, mijn twijfels, over hoe sterk ik ben geworden en toch zo kwetsbaar ben gebleven. Jammer genoeg verval ik telkens opnieuw in een soort proces verbaal, waar ik mezelf verdedig. Waar ik dan maar antwoord op vragen of ik had gedronken, wat ik aan had, waar ik was, waarom ik daar was, of ik aangifte heb gedaan, of ik om hulp heb geroepen, of ik weet wie de daders zijn. Waarna er mij meestal nog eens de meest gruwelijke verhalen worden verteld over andere gewelddadige voorvallen waar men al eens van had gehoord of gelezen en die gebeuren dan natuurlijk allemaal in dezelfde straat waar ik juist liep. Als ik al die verhalen moet geloven dan is de helft van al de criminaliteit in Gent te vinden in één enkele straat. Een mens durft zich dan al eens af te vragen waarom ze die straat nog niet steen voor steen hebben afgebroken, volledig afgesloten en er nog geen volledig politiecorps op uitgestuurd hebben om alle dieven, verkrachters en criminelen in de boeien te slaan? De criminaliteit zo direct voor de helft halveren. U voelt het waarschijnlijk wel zelf aan: die verhalen ze kloppen langs geen kant. Maar wat maakt nu dat mensen zo reageren? Hoe komt het dat wij nood hebben context? Waarom leggen we de oorzaken mee bij het slachtoffer? Zijn die 1 op 5 slachtoffers van geweld dan allemaal maar mee verantwoordelijk? Waarom worstelen slachtoffers zo hard met een schuldgevoel? Het heeft mij zelf heel wat tijd gekost om te beseffen dat ik niet schuldig ben. Toen ik twee weken geleden in elkaar werd geslagen en zelfs even heb gedacht dat ik de volgende trap niet meer zou overleven, ging er ook door mijn gedachten: waarom trek ik dit aan? Wat is er mis met mij dat ik dit meemaak? Is het omdat ik 's morgens vroeg nog in het donker loop? Was mijn handtas te opvallend? Was het omdat ik alleen liep? Waarom heb ik niet geleerd van vroeger? Die onzekerheid wordt dan alleen maar bevestigd door goedbedoeld advies van anderen: loop daar maar niet meer, blijf maar thuis, draag niet dit, doe niet dat, het is waarschijnlijk gebeurd omdat... In al dat goed bedoeld advies dat we aan elkaar geven schuilt er maar één ding: angst. Want wat hebben we toch allemaal ongelooflijk veel schrik om broos, om kwetsbaar, om menselijk te zijn. Die angst, dat ongemakkelijk gevoel wanneer iemand uit onze omgeving geconfronteerd wordt met geweld die willen we onder controle houden. Die controle die geven we ons met de gedachte: het zal mij wel niet overkomen. Daarom spelen alle gruwel-scenario's zich ineens af in dat specifieke café, in die specifieke buurt, op dat type festival, op dat specifieke uur, door dat type mensen, op dat soort type trein, in dat soort relaties, wanneer je bepaald kledij draagt, een bepaald geaardheid hebt, in die éné straat. Want als ik die straat dan mijd, dan zal het mij wel niet overkomen. Dan zal het mij wel niet overkomen. Dat eigen schouderklopje, geruststelling die wij allemaal als mensen nodig hebben en waardoor we direct bij slachtoffers naar aanwijzingen zoeken naar oorzaken van geweld. Die oude gewoonte die is enorm schadelijk, daar mag het wel eens mee gedaan zijn. Want het spijt me enorm, maar geweld kan iedereen overkomen waar of wanneer of wie je ook bent. Als we dat durven zien dat geweld altijd zinloos is dan pas zetten we een stap voor uit. Het is pas wanneer we durven zeggen dat seksueel misbruik niks met seks te maken heeft, maar alles met macht. Dat verkrachting niet een soort liefdesspel is tussen twee, waar één iemand het verkeerde signaal gaf en de andere dan maar ongepast erover ging. Wanneer we snappen dat misbruik als enige doel heeft alles wat met intimiteit, seksualiteit, liefde en integriteit kapot te maken. Pas wanneer we begrijpen geweld een vorm is van machtsmisbruik die ongewild op het slachtoffer wordt uitgeoefend, dan pas dat we oplossingen kunnen zoeken om zinloos geweld tegen te gaan. Want vandaag kijken we nog te veel naar het slachtoffer en niet naar de dader. We moeten veel meer daders streng, snel en kordaat aanpakken, in plaats van lange processen waarin het slachtoffer zich keer op keer moet verantwoorden. We moeten veel meer inzetten op veiligheid, in plaats van meisjes en jongens te leren hoe zich te kleden of waar te lopen. We moeten veel vlugger begrip, geduld en empathie tonen en wat liever zijn voor elkaar. Tot slot een woord van waardering: voor de verplegers, de politie, de dokters en psychologen die mij deden inzien: ik heb dit nooit gewild of gezocht. Ze maakte de laatste weken mijn leven weer wat veiliger, weer wat mooier. Ze hielpen me over hun angst, nu is het nog aan die 48% mannen en 37% vrouwen om hetzelfde te doen.