Redactie Knack

‘Waarom het afschaffen van lokale opkomstplicht een slecht idee is’

De kans wordt nu wel heel groot dat u in 2024 niet moet gaan stemmen voor de volgende gemeente- en provincieraadsverkiezingen. Correctie: de kans is groot dat u in 2024 zelfs niet de moeite moet doen om richting stemhokje te trekken – in dat stemhokje deed u immers wat u wou, stemmen of niet stemmen. ‘Het afschaffen van de opkomstplicht is een slecht idee’, zegt Vlaams Parlementslid Kurt De Loor (SP.A).

Tot 1893 kende ons land het befaamde cijnskiesrecht. Enkel wie genoeg centen kon neertellen, kreeg een stem. Resultaat? Slechts 46.000 Belgen mochten mee beslissen. Democratisch, toch? Vanaf 1893 mocht iedereen stemmen. Correctie, alle mannen. En wie genoeg centen had of een diploma, kreeg een stem (of twee) extra. Leve de democratie!

Het zou duren tot de verkiezingen van juni 1949 vooraleer alle Belgische burgers, vrouwen incluis, zich naar het stemhokje moesten begeven met elk slechts één stem op zak. En wat bleek na de invoering van de stemplicht voor vrouwen? Vrouwenthema’s kregen een plaats op de politieke agenda. Dat was voordien ondenkbaar. Dit maar om aan te tonen dat ons systeem van stemplicht niet overnacht is ontstaan en dat wie een stem heeft mee de politieke agenda bepaalt.

Net bij dat laatste knelt het schoentje. Academici zijn het erover eens: bij het afschaffen van de opkomstplicht zullen veel mensen uit alle lagen van de bevolking niet gaan stemmen. Dat effect zet zich evenwel sterker door bij bepaalde maatschappelijke groepen. Vooral lageropgeleiden, jongeren en mensen met een lager inkomen hebben de neiging om niet te gaan stemmen als het niet verplicht is. Ook minderheidsgroepen zouden de verkiezingen sneller aan zich laten voorbij gaan.

Waarom het afschaffen van lokale opkomstplicht een slecht idee is.

Wat is de kans dat het beleid nog rekening gaat houden met deze groepen als de kans klein is dat dit zich zal vertalen in stemmen bij de verkiezingen? De kans bestaat zo dat een deel van de bevolking ‘vergeten’ wordt en op die manier nog verder vervreemdt van de politiek. Dat is nefast voor onze democratie.

Zeker lokaal, het bestuursniveau dat het dichtst bij de mensen staat en waarin mensen het meeste vertrouwen hebben. Dat deze Vlaamse regering net daar de band tussen burger en politiek wil doorknippen, is wraakroepend. Een minister die het goed voorheeft met de steden en gemeenten, zou die band net versterken.

Samen met Luxemburg en Griekenland is België het enige land dat vandaag nog stemplicht kent. Voorstanders van het afschaffen van de opkomstplicht opperen dat de invoering van stemrecht politici meer zou uitdagen om mensen te overtuigen. In alle eerlijkheid, als je als politicus vandaag al niet tracht om mensen te overtuigen, elke dag, dan zoek je beter een andere job.

Natuurlijk moeten we mensen warm maken voor politiek en natuurlijk moeten we hen goed informeren, dat is de essentie. Maar laat ons wel wezen, het afschaffen van de opkomstplicht gaat van kiezers geen betere of beter geïnformeerde kiezers maken. Dat is larie.

Het afschaffen van de opkomstplicht zorgt voor een sociale vertekening van de kiesresultaten. Sommige groepen blijven thuis en worden niet meer gehoord. Wat is de kans dat het beleid dan nog rekening houdt met hen? Willen we echt terug naar de tijd waar slechts een deel van de bevolking, vooral hogeropgeleiden, politiek mee beslist?

Daar sluipt een gevaar voor onze democratie. Een democratie is pas sterk als er zoveel mogelijk mensen aan deelnemen. In die zin is opkomstplicht de beste garantie. Het is de meest accurate politieke thermometer die we hebben. De lat ligt voor iedereen gelijk, iedereen participeert, geen uitzonderingen. Kortom, het afschaffen van de opkomstplicht is een barslecht idee.

Partner Content