Nieuws en informatie worden al sinds mensenheugenis uitgewisseld tussen groepen mensen wereldwijd. In het Romeinse tijdperk waren soldaten, pelgrims, handelaars, spionnen en gijzelaars de voornaamste informatieoverbrengers. Vandaag zien we in een vingerknip overal livebeelden uit de andere kant van de wereld, maar een goed millennium geleden duurde het vaak nog ettelijke maanden alvorens nieuws andere landen en volkeren mondeling had bereikt. Daarbij is het verifiëren van de juistheid van bronnen en uitspraken steeds belangrijker geworden, met de afgelopen jaren een explosie aan nepnieuws én, als gevolg daarvan, factcheckers. Dit hoofdstuk staat stil bij het monopolieverlies van de journalist in het bepalen welke feiten en beelden mediagebruikers te zien krijgen, terwijl die taak net veel belangrijker is geworden.

Het beroep van journalist ontstaat pas lang na de middeleeuwen. De uitvinding van de boekdrukkunst door de Duitser Johannes Gutenberg in het midden van de 15de eeuw wordt wijd en zijd beschouwd als het begin van massamedia, en daaruit voortvloeiend ook van brede nieuwsverspreiding. Doorheen de volgende eeuwen stapelen de nieuwe technologieën en innovaties zich op, zoals de telegraaf, telegram, telefoon en later nog onder meer televisie - het voorvoegsel tele- komt uit het Grieks en betekent 'ver' en '(vanop) afstand'. Daarnaast professionaliseert de sector zichzelf. Er komen normen en waarden zoals onpartijdigheid en objectiviteit, die nog steeds door de meeste journalisten hoog in het vaandel wordt gedragen. (Het kaderstuk aan het einde van dit hoofdstuk gaat daar verder op in.)

Van poortwachters naar buitenwippers: over de veranderende rol van een journalist.

In België wordt eind 1963 een wet aangenomen die de titel van (beroeps)journalist erkent en beschermt. Iedereen ouder dan 21 die al twee jaar journalistiek bedrijft als voornaamste job, kan door de CEBJ worden erkend als beroepsjournalist. Die titel levert voordelen op zoals een perskaart, bescherming, advies en gratis openbaar vervoer, maar kan evenwel ook worden afgenomen. Volgens het CEBJ-jaarverslag van 2019 werden dat jaar 24 erkenningen ingetrokken, al zijn daar weinig details over bekend. Naast beroepsjournalisten bestaat nog een ander wettelijk beroepsstatuut voor professionele journalisten. Het gaat om de 'journalist van beroep', die schrijft voor gespecialiseerde nieuwsmedia of vakpers over specifieke thema's die zich groeperen onder de noemer WE MEDIA. In maart 2020 waren er 186 erkende Vlaamse 'journalisten van beroep'.

Met de opmars van kranten in de 19de eeuw verwierven (beroeps)journalisten een monopolie qua informatievoorziening, al leverde dat ook geregeld schermutselingen met bestuurslui en regeringen op. Door de nieuwste snufjes kregen redacties veel sneller en veel meer nieuws binnen dat van steeds verder kon komen. Het werd de taak van journalisten om uit het steeds grotere aanbod aan feiten en gebeurtenissen een weloverwogen selectie te maken om als nieuws uit te leggen aan lezers, en later ook aan luisteraars, kijkers en surfers. Daarbij wordt ook steeds afgewogen vanuit welke insteek en hoe het feit als nieuws gebracht wordt. Dat principe wordt gatekeeping genoemd. Journalisten zijn gatekeepers of 'poortwachters'. Een zeer selecte, overwegend hoogopgeleide en mannelijke groep journalisten bepaalde lange tijd tot in zeer hoge mate welke feiten burgers op welke manier voor de kiezen kregen - en welke niet.

Nieuwsblogs en sociale media gooiden en gooien dat principe deels overhoop. Ze geven elk individu dat zich aanmeldt een platform en een stem, en hebben zo de werking van een redactie en journalisten ingrijpender veranderd dan welke andere technische of maatschappelijke evolutie dan ook. Iedereen krijgt onmiddellijk informatie van bijna overal ter wereld binnen, nog voor journalisten er een artikel of reportage over hebben gemaakt. Uit de ontelbare feiten en gebeurtenissen per dag bepalen ze nog steeds wat ze brengen in hun kranten en journaals, maar ze bezitten geen alleenrecht meer op het bepalen wat nieuws is. Gewone mensen, politici en organisaties kunnen zich zonder de reguliere massamedia richten tot een massapubliek, en maken daar gretig gebruik van.

De traditionele gatekeeping-theorie gaat dus niet meer op. Zoals dit deel verderop zal uitleggen, is de rol van burgers in het bepalen van de nieuwsagenda dramatisch veranderd. Daarbij komt dat algoritmes op sociale media met gepersonaliseerde tijdlijnen of feeds veel meer bepalen wat mensen te zien krijgen. Artikels en filmpjes van nieuwsmerken worden daarbij potentieel ondergeschikt aan kattenfilmpjes en vakantiefoto's. Andere, recentere benamingen zijn gatewatching, waarbij journalisten kijken naar nieuws dat al (online) circuleert en daaruit keuzes maken, en gatebouncing, waarbij journalisten onbetrouwbaar nieuws wegfilteren zoals een buitenwipper in een nachtclub ongure types op straat zet.

Het is net de overdaad aan beelden, feiten, fabels en meningen die de rol van journalisten moeilijker, maar vooral belangrijker maakt dan ooit. De essentie van hun taak blijft ongewijzigd: uit het moeras van binnenkomende gebeurtenissen net voldoende opdiepen om helder uit te leggen aan een (breed) publiek. Alleen is dat moeras deels publiek terrein geworden en kan iedereen er afval in gooien. We worden allemaal de hele dag door op verschillende platformen met informatie en prikkels overspoeld. Een gestructureerd, kwaliteitsvol overzicht van wat volgens een gedegen nieuwsredactie de hoofd- en bijzaken zijn, al dan niet op vaste momenten en in grotendeels vaste vormen, kan daarom alleen maar soelaas brengen. De journalist neemt zo de rol aan van een curator bij een tentoonstelling, eerder dan die van een poortwachter of buitenwipper bij een nachtclub. De curator-journalist selecteert vakkundig de meest betrouwbare en gedegen nieuwsbronnen en stelt nieuws zo correct en aantrekkelijk mogelijk voor aan een beoogd publiek.

Fake news, nepnieuws of desinformatie is mede door voormalig Amerikaans president Donald Trump een hot topic geworden binnen journalistiek, academische literatuur, politici en mediabeleid. In een mum van tijd werd factchecker een aparte functie binnen nieuwsredacties, hoewel het checken van feiten een essentieel onderdeel is van het takenpakket van elke journalist. Het verschil is dat bij factchecking wordt nagegaan of al verschenen uitlatingen en gebeurtenissen wel kloppen. Als we de bovenvermelde theorieën volgen, gaat het hier dus om post-poortwachters. Sinds 2015 bestaat het International Fact-Checking Network (IFCN), wat het wereldwijde belang van de nieuwe functie onderstreept.

In 2019 verscheen een masterthesis van de UAntwerpen, waarin 572 gepubliceerde factchecks van alle grote Vlaamse nieuwsmedia werden getoetst aan de ethische code van de IFCN. Alle titels vertoonden politieke partijdigheid door uitspraken van leden van rechtse partijen beduidend vaker te verifiëren dan die van linkse partijen. Weekblad Knack kreeg complimenten voor de kwalitatieve factchecks, maar alle andere onderzochte merken kregen verbeterpunten qua grondigheid, transparantie en/of systematiek.

Ook in 2019 zag de Vlaamse onafhankelijke organisatie Factcheck.Vlaanderen het levenslicht. Ze onderschrijft expliciet de ethische code van de IFCN en houdt zich, zoals de naam doet vermoeden, bezig met het zo goed en helder mogelijk factchecken van nieuws en uitspraken. Maar factchecking krijgt ook geregeld kritiek, precies omwille van de gatekeeping-functie die bij factchecking nog veel meer een rol van belang speelt: hoe bepaal en verdedig je je selectie van wat je wil verifiëren? Bovendien wijst onderzoek uit dat het lastig is mensen die sterke aanhangers zijn van bepaalde politiek-ideologische strekkingen of andere overtuigingen te overtuigen van de slagkracht van factchecking. Hoewel het gaat om zeer nuttig en kwaliteitsvol werk, kan de vraag worden gesteld of het niet grotendeels of zelfs uitsluitend preekt voor de eigen parochie.

Over de omgang van burgers en mediagebruikers met fake news verschenen al tal van studies. Uit een onderzoek van de Arteveldehogeschool in 2020 bij 1679 Vlamingen bleek dat de meerderheid van de ondervraagden in staat was nepnieuws goed te herkennen, op basis van vijf gevallen van desinformatie over de coronapandemie die ze als dusdanig moesten klasseren. Een opmerkelijkere bevinding was dat drie kwart aangaf één van de vijf neppe nieuwsverhalen in de enquête al eerder had gezien, meestal zonder duidelijke waarschuwing dat het geen echt nieuws was. Facebook werd in 69% van alle gevallen aangegeven als bron voor waar het fake news eerder gezien werd. Ook uit het Digital News Report 2021, dat in deel 5 van dit boek veelvuldig aan bod komt, blijkt dat 36% van de ondervraagde Vlamingen aangaf de afgelopen week, ten tijde van de ondervraging, foutieve of misleidende informatie gezien te hebben over COVID-19; bij de 18- tot 35-jarigen lag dat percentage zelfs op 45%.

Is een journalist een waarnemer of een waakhond?

Waarheidsgetrouw en onafhankelijk berichten zit sterk verankerd in de Code van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek. Maar daarnaast zijn onpartijdig, objectief en neutraal berichten andere adagia die de journalistiek ofwel zichzelf vaak oplegt en/of toeschrijft, of opgelegd en/of toegeschreven krijgt.

Feitelijkheid, onafhankelijkheid en professionalisering zijn de drie drijfveren voor de notie van 'objectieve journalistiek', die vanaf de tweede helft van de 19de eeuw op Amerikaanse en later ook in Europese redacties bijval kreeg. De opkomst van tegengestelde politieke ideeën, fracties en partijen zaaide ideologische en maatschappelijke verdeeldheid in de snel industrialiserende westerse samenlevingen. Persagentschappen en krantenredacties beseften al snel dat het lucratiever was om voor de hele bevolking nieuws proberen te maken eerder dan voor een (politiek) segment ervan, om zo hun afzetmarkt groot te houden. Objectiviteit was dus in de eerste plaats gedreven door winstbejag, eerder dan door ethische principes. Nieuwsfeiten werden droog en zakelijk gebracht opdat lezers geen (politieke) partijdigheid kunnen bemerken.

Rond de vorige eeuwwisseling trok de professionalisering binnen de journalistiek op gang. Het ontstaan van de zogenaamde yellow press of boulevardkranten, de clickbaits van de vroege 20ste eeuw, noopten journalisten van kwaliteitstitels tot het afbakenen van professionele grenzen. Objectiviteit en onpartijdigheid speelden daarbij een cruciale rol. Kwaliteitsjournalisten onderscheidden zich door hun rol als zogenaamde vierde macht uitdrukkelijker op te nemen. Naast de wetgevende (het parlement), de uitvoerende (de regering) en de rechterlijke macht (rechtbanken) wordt journalistiek de 'vierde macht' genoemd omdat ze de andere drie tracht te controleren. Zo waarborgen journalisten de werking van het politieke systeem en de democratie.

Zoals eerder beschreven ontstonden bij ons ideologische groepen in de samenleving die zo sterk verzuild waren dat er decennialang wel politiek gekleurde nieuwsmedia konden overleven. Daarnaast zien we vandaag dezelfde territoriumafbakening van een eeuw geleden tegen de Amerikaanse yellow journalism en de Britse tabloid journalism vandaag terug. Nu is ze gericht tegen de (vaak uitgesproken politiek-ideologisch gekleurde) online-only nieuwsmedia, die in hoofdstuk 1.4 werden besproken. In het volgende deel wordt gewag gemaakt van een mogelijke terugkeer naar (een nieuwe vorm van) verzuiling. Oftewel: alles komt terug, of zo lijkt het soms toch.

Is een journalist louter een objectieve waarnemer die zo feitelijk en droog mogelijk gebeurtenissen neerpent? Of is het een waakhond die als 'vierde macht' de drie andere machten in de gaten houdt en het bij een mogelijk misdrijf op een blaffen zet? Het antwoord hangt sterk af van wie de vraag toegespeeld krijgt en ligt wellicht ergens in het midden. Feitelijk berichten en de bevolking zo waarheidsgetrouw informeren is de kerntaak van elke journalist. Maar daarbij hoort eveneens de verantwoordelijkheid om onjuistheden aan de kaak te stellen, in alle vrij- en onafhankelijkheid en zonder enige druk van bovenaf (ofwel van het bedrijf ofwel van de overheid). Bovendien is volledige onpartijdigheid onmogelijk: iedereen kijkt naar de wereld door een eigen opgebouwd referentiekader of venster daarop. Zo blijven binnen nieuwsredacties bepaalde wereldbeelden en visies overeind. Dat hoeft professionalisering en onpartijdige verslaggeving echter niet in de weg te staan.

Jonathan Hendrickx, Media en Journalistiek in Vlaanderen, Uitgegeven bij Academic & Scientific Publishers (ASP), 162 p., 25 euro.

ASP
© ASP
Nieuws en informatie worden al sinds mensenheugenis uitgewisseld tussen groepen mensen wereldwijd. In het Romeinse tijdperk waren soldaten, pelgrims, handelaars, spionnen en gijzelaars de voornaamste informatieoverbrengers. Vandaag zien we in een vingerknip overal livebeelden uit de andere kant van de wereld, maar een goed millennium geleden duurde het vaak nog ettelijke maanden alvorens nieuws andere landen en volkeren mondeling had bereikt. Daarbij is het verifiëren van de juistheid van bronnen en uitspraken steeds belangrijker geworden, met de afgelopen jaren een explosie aan nepnieuws én, als gevolg daarvan, factcheckers. Dit hoofdstuk staat stil bij het monopolieverlies van de journalist in het bepalen welke feiten en beelden mediagebruikers te zien krijgen, terwijl die taak net veel belangrijker is geworden.Het beroep van journalist ontstaat pas lang na de middeleeuwen. De uitvinding van de boekdrukkunst door de Duitser Johannes Gutenberg in het midden van de 15de eeuw wordt wijd en zijd beschouwd als het begin van massamedia, en daaruit voortvloeiend ook van brede nieuwsverspreiding. Doorheen de volgende eeuwen stapelen de nieuwe technologieën en innovaties zich op, zoals de telegraaf, telegram, telefoon en later nog onder meer televisie - het voorvoegsel tele- komt uit het Grieks en betekent 'ver' en '(vanop) afstand'. Daarnaast professionaliseert de sector zichzelf. Er komen normen en waarden zoals onpartijdigheid en objectiviteit, die nog steeds door de meeste journalisten hoog in het vaandel wordt gedragen. (Het kaderstuk aan het einde van dit hoofdstuk gaat daar verder op in.)In België wordt eind 1963 een wet aangenomen die de titel van (beroeps)journalist erkent en beschermt. Iedereen ouder dan 21 die al twee jaar journalistiek bedrijft als voornaamste job, kan door de CEBJ worden erkend als beroepsjournalist. Die titel levert voordelen op zoals een perskaart, bescherming, advies en gratis openbaar vervoer, maar kan evenwel ook worden afgenomen. Volgens het CEBJ-jaarverslag van 2019 werden dat jaar 24 erkenningen ingetrokken, al zijn daar weinig details over bekend. Naast beroepsjournalisten bestaat nog een ander wettelijk beroepsstatuut voor professionele journalisten. Het gaat om de 'journalist van beroep', die schrijft voor gespecialiseerde nieuwsmedia of vakpers over specifieke thema's die zich groeperen onder de noemer WE MEDIA. In maart 2020 waren er 186 erkende Vlaamse 'journalisten van beroep'.Met de opmars van kranten in de 19de eeuw verwierven (beroeps)journalisten een monopolie qua informatievoorziening, al leverde dat ook geregeld schermutselingen met bestuurslui en regeringen op. Door de nieuwste snufjes kregen redacties veel sneller en veel meer nieuws binnen dat van steeds verder kon komen. Het werd de taak van journalisten om uit het steeds grotere aanbod aan feiten en gebeurtenissen een weloverwogen selectie te maken om als nieuws uit te leggen aan lezers, en later ook aan luisteraars, kijkers en surfers. Daarbij wordt ook steeds afgewogen vanuit welke insteek en hoe het feit als nieuws gebracht wordt. Dat principe wordt gatekeeping genoemd. Journalisten zijn gatekeepers of 'poortwachters'. Een zeer selecte, overwegend hoogopgeleide en mannelijke groep journalisten bepaalde lange tijd tot in zeer hoge mate welke feiten burgers op welke manier voor de kiezen kregen - en welke niet.Nieuwsblogs en sociale media gooiden en gooien dat principe deels overhoop. Ze geven elk individu dat zich aanmeldt een platform en een stem, en hebben zo de werking van een redactie en journalisten ingrijpender veranderd dan welke andere technische of maatschappelijke evolutie dan ook. Iedereen krijgt onmiddellijk informatie van bijna overal ter wereld binnen, nog voor journalisten er een artikel of reportage over hebben gemaakt. Uit de ontelbare feiten en gebeurtenissen per dag bepalen ze nog steeds wat ze brengen in hun kranten en journaals, maar ze bezitten geen alleenrecht meer op het bepalen wat nieuws is. Gewone mensen, politici en organisaties kunnen zich zonder de reguliere massamedia richten tot een massapubliek, en maken daar gretig gebruik van.De traditionele gatekeeping-theorie gaat dus niet meer op. Zoals dit deel verderop zal uitleggen, is de rol van burgers in het bepalen van de nieuwsagenda dramatisch veranderd. Daarbij komt dat algoritmes op sociale media met gepersonaliseerde tijdlijnen of feeds veel meer bepalen wat mensen te zien krijgen. Artikels en filmpjes van nieuwsmerken worden daarbij potentieel ondergeschikt aan kattenfilmpjes en vakantiefoto's. Andere, recentere benamingen zijn gatewatching, waarbij journalisten kijken naar nieuws dat al (online) circuleert en daaruit keuzes maken, en gatebouncing, waarbij journalisten onbetrouwbaar nieuws wegfilteren zoals een buitenwipper in een nachtclub ongure types op straat zet. Het is net de overdaad aan beelden, feiten, fabels en meningen die de rol van journalisten moeilijker, maar vooral belangrijker maakt dan ooit. De essentie van hun taak blijft ongewijzigd: uit het moeras van binnenkomende gebeurtenissen net voldoende opdiepen om helder uit te leggen aan een (breed) publiek. Alleen is dat moeras deels publiek terrein geworden en kan iedereen er afval in gooien. We worden allemaal de hele dag door op verschillende platformen met informatie en prikkels overspoeld. Een gestructureerd, kwaliteitsvol overzicht van wat volgens een gedegen nieuwsredactie de hoofd- en bijzaken zijn, al dan niet op vaste momenten en in grotendeels vaste vormen, kan daarom alleen maar soelaas brengen. De journalist neemt zo de rol aan van een curator bij een tentoonstelling, eerder dan die van een poortwachter of buitenwipper bij een nachtclub. De curator-journalist selecteert vakkundig de meest betrouwbare en gedegen nieuwsbronnen en stelt nieuws zo correct en aantrekkelijk mogelijk voor aan een beoogd publiek.Fake news, nepnieuws of desinformatie is mede door voormalig Amerikaans president Donald Trump een hot topic geworden binnen journalistiek, academische literatuur, politici en mediabeleid. In een mum van tijd werd factchecker een aparte functie binnen nieuwsredacties, hoewel het checken van feiten een essentieel onderdeel is van het takenpakket van elke journalist. Het verschil is dat bij factchecking wordt nagegaan of al verschenen uitlatingen en gebeurtenissen wel kloppen. Als we de bovenvermelde theorieën volgen, gaat het hier dus om post-poortwachters. Sinds 2015 bestaat het International Fact-Checking Network (IFCN), wat het wereldwijde belang van de nieuwe functie onderstreept.In 2019 verscheen een masterthesis van de UAntwerpen, waarin 572 gepubliceerde factchecks van alle grote Vlaamse nieuwsmedia werden getoetst aan de ethische code van de IFCN. Alle titels vertoonden politieke partijdigheid door uitspraken van leden van rechtse partijen beduidend vaker te verifiëren dan die van linkse partijen. Weekblad Knack kreeg complimenten voor de kwalitatieve factchecks, maar alle andere onderzochte merken kregen verbeterpunten qua grondigheid, transparantie en/of systematiek.Ook in 2019 zag de Vlaamse onafhankelijke organisatie Factcheck.Vlaanderen het levenslicht. Ze onderschrijft expliciet de ethische code van de IFCN en houdt zich, zoals de naam doet vermoeden, bezig met het zo goed en helder mogelijk factchecken van nieuws en uitspraken. Maar factchecking krijgt ook geregeld kritiek, precies omwille van de gatekeeping-functie die bij factchecking nog veel meer een rol van belang speelt: hoe bepaal en verdedig je je selectie van wat je wil verifiëren? Bovendien wijst onderzoek uit dat het lastig is mensen die sterke aanhangers zijn van bepaalde politiek-ideologische strekkingen of andere overtuigingen te overtuigen van de slagkracht van factchecking. Hoewel het gaat om zeer nuttig en kwaliteitsvol werk, kan de vraag worden gesteld of het niet grotendeels of zelfs uitsluitend preekt voor de eigen parochie.Over de omgang van burgers en mediagebruikers met fake news verschenen al tal van studies. Uit een onderzoek van de Arteveldehogeschool in 2020 bij 1679 Vlamingen bleek dat de meerderheid van de ondervraagden in staat was nepnieuws goed te herkennen, op basis van vijf gevallen van desinformatie over de coronapandemie die ze als dusdanig moesten klasseren. Een opmerkelijkere bevinding was dat drie kwart aangaf één van de vijf neppe nieuwsverhalen in de enquête al eerder had gezien, meestal zonder duidelijke waarschuwing dat het geen echt nieuws was. Facebook werd in 69% van alle gevallen aangegeven als bron voor waar het fake news eerder gezien werd. Ook uit het Digital News Report 2021, dat in deel 5 van dit boek veelvuldig aan bod komt, blijkt dat 36% van de ondervraagde Vlamingen aangaf de afgelopen week, ten tijde van de ondervraging, foutieve of misleidende informatie gezien te hebben over COVID-19; bij de 18- tot 35-jarigen lag dat percentage zelfs op 45%.Jonathan Hendrickx, Media en Journalistiek in Vlaanderen, Uitgegeven bij Academic & Scientific Publishers (ASP), 162 p., 25 euro.