DPG Media nv ontvangt 996.000 euro aan 'strategische transformatiesteun' (STS) van de Vlaamse regering. En dat amper enkele maanden na de afschaffing van het Vlaams Journalistiek Fonds, dat in 2018 het leven werd geroepen om nieuwe, kleinere journalistieke projecten een financiële duw in de rug te geven. De combinatie met het aanhoudend uitblijven van nieuwe politieke initiatieven om kleinere, diverse nieuwsmedia evenzeer financieel te ondersteunen, schetst een weinig fraai beeld van het Vlaamse mediabeleid.

De STS kan door elk bedrijf worden aangevraagd. In 2017 kreeg Mediahuis, de grote commerciële concurrent van DPG Media, ook al 919.000 euro. Dat Mediahuis en DPG Media van deze steunmaatregel gebruikt maken, is hun goed recht. De bedrijven maken handig gebruik van de beschikbare middelen en spelen het spel volgens de regels. Vanuit een economisch perspectief zullen ze in staat zijn om voldoende return te geven aan de Vlaamse economie en markt. Maar deze steun doet op drie vlakken terechte vragen rijzen over het (gebrek aan) Vlaams mediabeleid, dat duidelijk economisch geïnspireerd is, maar even duidelijk onvoldoende maatschappelijk.

Vlaams mediabeleid werkt verschraling van het nieuwsaanbod in de hand.

Ten eerste noopt de steun een debat over de rol en de waarde van journalistiek en nieuws als een economisch product of goed in de markt. Het is immers intellectueel oneerlijk om een mediamarkt te vergelijken met andere koopwarenmarkten. De producten in de mediamarkt zijn vooral, maar niet uitsluitend, nieuwsartikelen geproduceerd door journalisten, voor diverse titels, platformen en doelgroepen. Die artikelen informeren burgers zo goed mogelijk zodat zij daarop geïnformeerde, weloverwogen (politieke) beslissingen kunnen nemen.

Dat principe vormt de basis van het democratische grondbeginsel van de verhouding tussen politiek, journalistiek en samenleving. Het maakt nieuwsartikelen tot publieke goederen, die niet volgens dezelfde economische logica verhandelbaar zijn door hun toegevoegde waarde voor de bevolking, in tegenstelling tot veel puur commerciële (luxe)producten. Een simpel voorbeeld is de structurele overheidsfinanciering voor openbare omroepen, in combinatie met sterke commerciële nieuwsspelers, zoals dat in heel West-Europa al bijna een eeuw lang het geval is. In weinig andere markten zijn dergelijke situaties anno 2020 nog denkbaar. De unieke positie en functie van nieuwsinhoud in de markt zorgen ervoor dat financiële steun aan mediabedrijven niet noodzakelijkerwijs gelijkgesteld kan worden met steun aan andere commerciële bedrijven - een eerste lacune in het Vlaamse (media)beleid.

Ten tweede gaat het in deze situatie willens nillens ook om percepties, signalen en symbolen. Welk signaal geef je als (Vlaamse) regering als je een fonds dat met een pot van amper een half miljoen euro innovatieve en kwalitatieve journalistiek wilde ondersteunen afschaft, om een paar maanden later dubbel zoveel te geven aan slechts één dominant commercieel mediabedrijf?

Hoewel het hier gaat om twee verschillende beslissingen van twee verschillende ministeries, is het verband ertussen snel gelegd. De beslissingen voeden samen de perceptie dat de Vlaamse overheid een Mattheuseffect bewerkstelligt waarbij de grote, machtige media alleen maar groter en machtiger worden dankzij staatssteun, terwijl de kleine spelers klein worden gehouden door ongelijke middelen en mogelijkheden. Vzw's bijvoorbeeld mogen geen aanspraak maken op de strategische transformatiesteun. Verschillende kleinere nieuwsmedia vallen daardoor al uit de boot en worden extra benadeeld door hun bescheidenere omgang. In dat opzicht is de STS een extra instrument dat de grote mastodonten helpt, terwijl de kleinere spelers minder mogelijkheden hebben voor financiële zekerheid en duurzaamheid.

Ten derde is het ronduit zorgwekkend dat de Vlaamse overheid letterlijk geld vrijmaakt voor 'het zoeken naar schaalvoordelen' bij DPG Media nv, zoals de website zelf schrijft. Eigen wetenschappelijk onderzoek wees uit dat synergiën en andere schaalvoordelen bij mediabedrijven uiteindelijk onvermijdelijk, maar niet eenduidig, negatieve gevolgen hebben op Vlaamse nieuwsdiversiteit. Door besparings- en ontslagrondes wordt er noodgedwongen meer samengewerkt tussen redacties. Als gevolg daarvan wordt meer nieuwsinhoud gedeeld over titels heen en komen er in het totale beschikbare aanbod minder (diverse) bronnen en opinies aan bod. Ook dit kadert binnen de opmerking dat de werking van een mediamarkt anders is dan die van andere markten, met potentieel grotere, directere en vooral negatievere gevolgen voor de toestroom van relevante en diverse informatie naar burgers toe.

Hierbij dus een warme oproep aan de Vlaamse overheid in het algemeen en mediaminister Dalle in het bijzonder om werk te maken van structureel financieel perspectief, bijvoorbeeld voor de kleine online-only media gegroepeerd onder Media.21. Zolang de Vlaamse overheid geen vergelijkbare middelen vrijmaakt voor kleinere, alternatieve nieuwsmedia die kleuren binnen de lijntjes van de kwaliteitsjournalistiek, werkt ze onbewust een verdere potentiële verschraling van het mainstream nieuwsaanbod in de hand.

DPG Media nv ontvangt 996.000 euro aan 'strategische transformatiesteun' (STS) van de Vlaamse regering. En dat amper enkele maanden na de afschaffing van het Vlaams Journalistiek Fonds, dat in 2018 het leven werd geroepen om nieuwe, kleinere journalistieke projecten een financiële duw in de rug te geven. De combinatie met het aanhoudend uitblijven van nieuwe politieke initiatieven om kleinere, diverse nieuwsmedia evenzeer financieel te ondersteunen, schetst een weinig fraai beeld van het Vlaamse mediabeleid.De STS kan door elk bedrijf worden aangevraagd. In 2017 kreeg Mediahuis, de grote commerciële concurrent van DPG Media, ook al 919.000 euro. Dat Mediahuis en DPG Media van deze steunmaatregel gebruikt maken, is hun goed recht. De bedrijven maken handig gebruik van de beschikbare middelen en spelen het spel volgens de regels. Vanuit een economisch perspectief zullen ze in staat zijn om voldoende return te geven aan de Vlaamse economie en markt. Maar deze steun doet op drie vlakken terechte vragen rijzen over het (gebrek aan) Vlaams mediabeleid, dat duidelijk economisch geïnspireerd is, maar even duidelijk onvoldoende maatschappelijk.Ten eerste noopt de steun een debat over de rol en de waarde van journalistiek en nieuws als een economisch product of goed in de markt. Het is immers intellectueel oneerlijk om een mediamarkt te vergelijken met andere koopwarenmarkten. De producten in de mediamarkt zijn vooral, maar niet uitsluitend, nieuwsartikelen geproduceerd door journalisten, voor diverse titels, platformen en doelgroepen. Die artikelen informeren burgers zo goed mogelijk zodat zij daarop geïnformeerde, weloverwogen (politieke) beslissingen kunnen nemen.Dat principe vormt de basis van het democratische grondbeginsel van de verhouding tussen politiek, journalistiek en samenleving. Het maakt nieuwsartikelen tot publieke goederen, die niet volgens dezelfde economische logica verhandelbaar zijn door hun toegevoegde waarde voor de bevolking, in tegenstelling tot veel puur commerciële (luxe)producten. Een simpel voorbeeld is de structurele overheidsfinanciering voor openbare omroepen, in combinatie met sterke commerciële nieuwsspelers, zoals dat in heel West-Europa al bijna een eeuw lang het geval is. In weinig andere markten zijn dergelijke situaties anno 2020 nog denkbaar. De unieke positie en functie van nieuwsinhoud in de markt zorgen ervoor dat financiële steun aan mediabedrijven niet noodzakelijkerwijs gelijkgesteld kan worden met steun aan andere commerciële bedrijven - een eerste lacune in het Vlaamse (media)beleid.Ten tweede gaat het in deze situatie willens nillens ook om percepties, signalen en symbolen. Welk signaal geef je als (Vlaamse) regering als je een fonds dat met een pot van amper een half miljoen euro innovatieve en kwalitatieve journalistiek wilde ondersteunen afschaft, om een paar maanden later dubbel zoveel te geven aan slechts één dominant commercieel mediabedrijf?Hoewel het hier gaat om twee verschillende beslissingen van twee verschillende ministeries, is het verband ertussen snel gelegd. De beslissingen voeden samen de perceptie dat de Vlaamse overheid een Mattheuseffect bewerkstelligt waarbij de grote, machtige media alleen maar groter en machtiger worden dankzij staatssteun, terwijl de kleine spelers klein worden gehouden door ongelijke middelen en mogelijkheden. Vzw's bijvoorbeeld mogen geen aanspraak maken op de strategische transformatiesteun. Verschillende kleinere nieuwsmedia vallen daardoor al uit de boot en worden extra benadeeld door hun bescheidenere omgang. In dat opzicht is de STS een extra instrument dat de grote mastodonten helpt, terwijl de kleinere spelers minder mogelijkheden hebben voor financiële zekerheid en duurzaamheid.Ten derde is het ronduit zorgwekkend dat de Vlaamse overheid letterlijk geld vrijmaakt voor 'het zoeken naar schaalvoordelen' bij DPG Media nv, zoals de website zelf schrijft. Eigen wetenschappelijk onderzoek wees uit dat synergiën en andere schaalvoordelen bij mediabedrijven uiteindelijk onvermijdelijk, maar niet eenduidig, negatieve gevolgen hebben op Vlaamse nieuwsdiversiteit. Door besparings- en ontslagrondes wordt er noodgedwongen meer samengewerkt tussen redacties. Als gevolg daarvan wordt meer nieuwsinhoud gedeeld over titels heen en komen er in het totale beschikbare aanbod minder (diverse) bronnen en opinies aan bod. Ook dit kadert binnen de opmerking dat de werking van een mediamarkt anders is dan die van andere markten, met potentieel grotere, directere en vooral negatievere gevolgen voor de toestroom van relevante en diverse informatie naar burgers toe.Hierbij dus een warme oproep aan de Vlaamse overheid in het algemeen en mediaminister Dalle in het bijzonder om werk te maken van structureel financieel perspectief, bijvoorbeeld voor de kleine online-only media gegroepeerd onder Media.21. Zolang de Vlaamse overheid geen vergelijkbare middelen vrijmaakt voor kleinere, alternatieve nieuwsmedia die kleuren binnen de lijntjes van de kwaliteitsjournalistiek, werkt ze onbewust een verdere potentiële verschraling van het mainstream nieuwsaanbod in de hand.