'Dat zo veel mensen tijdens de eerste coronagolf voor ons stonden te applaudisseren, gaf me een dubbel gevoel. In wezen doen wij vandaag net hetzelfde werk als vóór de coronacrisis, maar toen was er geen haan die ernaar kraaide. Verpleegkundigen moeten altijd hard werken en goed presteren. Het enige verschil is dat we nu voor veel ziekere mensen zorgen dan anders.
...

'Dat zo veel mensen tijdens de eerste coronagolf voor ons stonden te applaudisseren, gaf me een dubbel gevoel. In wezen doen wij vandaag net hetzelfde werk als vóór de coronacrisis, maar toen was er geen haan die ernaar kraaide. Verpleegkundigen moeten altijd hard werken en goed presteren. Het enige verschil is dat we nu voor veel ziekere mensen zorgen dan anders. Tot anderhalve maand geleden werkten mijn collega's en ik op de dienst geriatrie van het ziekenhuis. Toen de eerste covidafdeling vol dreigde te raken, werd er een tweede opgestart waar oudere patiënten zouden worden opgenomen. Onze hoofdverpleegkundige heeft toen iedereen van ons team opgebeld met de vraag of we het zagen zitten om daar aan de slag te gaan. Niemand had er een probleem mee. Helemaal in het begin had ik nog niet door hoe gevaarlijk het virus is. Toen de eerste patiënten bij ons binnenkwamen, hadden ze nog milde symptomen. Pas na een paar dagen begonnen ze erg achteruit te gaan. Naarmate sommigen zieker en zieker werden, begon ik te beseffen hoe ernstig een coronabesmetting kan zijn. Gelukkig zijn we hier heel goed beschermd, beter dan op een gewone afdeling. Zodra je hier binnenkomt, moet je je van kop tot teen in beschermkledij inpakken. Inclusief mondmasker en gezichtsscherm. Op den duur krijg je daar hoofdpijn van. Dat mondmasker mag ook nooit uit. Zelfs niet om een slok water te drinken. Wil je tijdens je dienst drinken, dan moeten al die kleren uit en moet je dat in de "reine zone" buiten de afdeling doen. Dat kost natuurlijk te veel tijd, en we hebben het al zo druk. Dus drinken we meestal pas als we na vier uur werken pauze hebben. Gelukkig werk ik in een heel hecht team. Volgens mij is het vooral daardoor dat we onze job zo goed en graag kunnen blijven doen. Dat we zo veel beschermingsmateriaal dragen, is voor onze patiënten ook niet fijn. Al is het maar omdat ze ons daardoor niet uit elkaar kunnen houden. Daarom hebben we nu een geplastificeerde foto van onszelf die we op ons schort kunnen kleven. Een andere moeilijkheid is dat veel van ons oudere patiënten hardhorig zijn en ons amper verstaan als we een mondmasker dragen. Soms zou ik mijn masker dan even willen afdoen om iets duidelijk te maken, maar dat mag natuurlijk niet. Fysiek is ons werk zwaarder geworden, want onze covidpatiënten hebben heel veel zorg nodig. Toch is dat niet wat het zwaarst weegt. Ik heb het er vooral moeilijk mee dat veel patiënten ontzettend eenzaam zijn. Op de gewone geriatrieafdeling kunnen mensen zich optrekken aan een bezoekje van hun partner of kinderen, maar hier niet. Zelfs als ze heel erg ziek worden, mogen ze geen bezoekers ontvangen. Heel zwaar vind ik dat. Zeker omdat patiënten die zich eenzaam voelen vaak ook minder goed herstellen. Dus proberen we al onze creativiteit uit de kast te halen om het bezoekverbod toch een beetje te verzachten, ook al is daar eigenlijk amper tijd voor. Dan brengen we een patiënt naar een raam waar hij naar zijn familie kan wuiven, of we helpen hem om met het thuisfront te skypen. Is het duidelijk dat iemand zal overlijden, dan proberen we te regelen dat de familie toch nog kan langskomen - zij het van top tot teen gehuld in beschermende kledij. Ook dat is niet zo anders dan vroeger: mijn collega's en ik hebben altijd al ons uiterste best gedaan om iedereen een waardig afscheid te geven. We kijken natuurlijk uit naar het moment dat we weer naar onze vertrouwde afdeling kunnen terugkeren. Misschien is dat nog wel het moeilijkst: niemand weet hoe het verder zal gaan. Komt er nog een derde coronagolf? Zal ik tot het eind van mijn loopbaan met een mondmasker moeten werken? Daar breek ik me tegenwoordig soms het hoofd over.'