Dat we in ijltempo naar koolstofneutraliteit moeten, en fossiele brandstoffen onder de grond moeten houden, dat kan geen zinnig mens nog betwisten. Met 'nog maar' 1°C mondiale temperatuurstijging slaan de hitte- en droogterecords ons om de oren, zelfs in ons relatief gespaarde West-Europa.

Dat de urgentie om natuur te beschermen en te herstellen even groot is, dringt minder goed door. Het is een complexer verhaal dat zich, in tegenstelling tot de klimaatcrisis, niet zomaar in enkele cijferreeksen laat vatten. Natuurdegradatie gaat trouwens niet alleen over bedreigde plant- en diersoorten, het is onze eigen toekomst die op het spel staat.

Het gebrek aan prioriteit voor natuurherstel wordt treffend geïllustreerd door de Vlaamse bosuitbreiding. Twintig jaar geleden koos een vooruitziend Vlaanderen voor 10.000 ha extra bos. Vandaag kan deze bosuitbreiding de tred van de ontbossing nog altijd niet bijbenen, vernietiging verloopt sneller dan herstel. Voor andere ecosystemen geldt hetzelfde.

Verdwijnen van natuur gaat niet enkel over dieren en planten. Het is onze eigen toekomst die op het spel staat.

Wanneer twee maand geleden Zuid-Limburg alweer modder moest scheppen, was nochtans niet alleen klimaatverandering, maar ook natuurdegradatie aan zet. Stortregen op gedegradeerd land betekent watererosie, alsook gebrekkige waterinfiltratie, gevolgd door droogte, en daarna winderosie, enzovoort. Klimaat- en natuurdegradatie versterken elkaar en sleuren ons, via de vicieuze cirkel van meer en meer degradatie, een woelig Antropoceen binnen.

Maar het omgekeerde kan ook, klimaat- en natuurherstel -zo lang ze nog mogelijk zijn- versterken elkaar ook. Mits enige inspanning kunnen we de virtueuze cirkel van het herstel op gang trekken, met een cascade aan voordelen.

Natuurherstel in het klimaatplan

Een recent artikel in Science geeft de aanzet: als we wereldwijd waar gepast streekeigen bomen zouden planten, kunnen we de volgende 50 à 100 jaar 200 miljard ton koolstof uit de atmosfeer halen, zijnde twee derde (!) van de 300 miljard ton koolstof die we sinds de industriële revolutie in de lucht pompten. Het lijkt een miraculeuze reddingsboei om toch nog -zoals in Parijs afgesproken- de mondiale temperatuurstijging binnen de 2°C en bij voorkeur binnen de 1,5°C te houden, en ons nageslacht een enigszins leefbaar Antropoceen na te laten. Maar er is haast bij, want schoorvoetend maakt klimaatverandering delen van deze planeet onleefbaar, ook voor bomen.

In Vlaanderen zouden we, uitgaande van een vastlegging van ruwweg 120 ton koolstof per hectare bebossing, met onze 10.000 ha extra bos 1,2 miljoen ton extra koolstof kunnen opslaan. Indien we daarnaast ook andere ecosystemen herstellen, zoals wetlands in riviervalleien, zou het cijfer verder oplopen.

In onze 110.000 ha Vlaamse tuinen zouden we, mits een meer natuurlijke inrichting, nog eens 0,9 miljoen ton extra koolstof kunnen opslaan. En als we onze meer dan 600.000 ha landbouwpercelen weer met hagen en houtkanten zouden omzomen, en die 5% van de oppervlakte zouden gunnen, dan kan dit nog eens 3,6 miljoen ton koolstof opleveren. Voeg daarbij de omslag naar een agro-ecologische landbouw, waarbij landbouwbodems veel meer koolstof vasthouden, alsook ontharding en veel meer beplanting in de stedelijke omgeving, aangevuld met groendaken, dan komen we aan een vastlegging van minstens 6 miljoen ton koolstof.

Als we dit dan combineren met een volledige bescherming van onze bestaande ecosystemen én een snelle transitie naar koolstofneutraliteit, dan zouden we pas een klimaatplan hebben.

En laat koolstofopslag nog maar één van de vele troeven van natuurherstel zijn. Ook voor de watercrisis is de winst meervoudig. Met al die extra bomen, struiken en kruiden, en bodems vol organisch materiaal en leven, zou regenwater veel beter insijpelen en onze grondwatervoorraad beter op peil blijven. Met natuurherstel krijgt het landschap zijn hydrologische functie terug. Als we snel genoeg handelen zouden we het vermaledijde afschakelplan tot een nare droom kunnen herleiden. Ondertussen zouden we ook modderstromen en wateroverlast vermijden, dit laatste mede dankzij de herstelde wetlands die rivieren extra ruimte geven.

In de stedelijke omgeving zouden ontharding en extra beplanting niet alleen de waterinfiltratie maar ook de leefbaarheid verbeteren, niet in het minst tijdens hittegolven, wanneer elke grote boom de verkoeling van 10 airco's biedt. Bovendien zou het groen de lucht zuiveren. Alles bijeen zou het onze gezondheidsuitgaven temperen en vroegtijdige sterfgevallen -zoals tijdens de hittegolf van 2003 wanneer in Europa 70.000 meer mensen stierven dan in vergelijkbare periodes- vermijden.

Op het platteland zouden hagen en houtkanten, naast het vasthouden van water en vruchtbare bodem, de gewassen tegen hitte en wind beschermen. De fauna in hagen en houtkanten zou ziekten en plagen helpen beheersen, en de bestuiving van gewassen verzekeren. Enkele maanden geleden nog beklemtoonde de Wereldvoedselorganisatie het vitale belang van de biodiversiteit voor de voedselproductie.

Naar een andere vooruitgang

Een herstelde natuur zou ons toelaten om meer samen met in plaats van tegen de natuur te werken, denk aan wetlands die neerslagpieken opvangen en dijkverhogingen overbodig maken. Of agro-ecologische landbouw, met diversiteit in plaats van monocultuur, natuurlijke evenwichten in plaats van chemische bestrijding, en daarmee ook kleinschaligheid in plaats van grootschaligheid, korte menselijke in plaats van lange schandaalgevoelige voedselketens, en veel minder energieverbruik en dus minder klimaatverandering (daar is de virtueuze cirkel weer). De boer zou autonomie en veerkracht terugwinnen en de kreet om rampenfondsen en weersverzekeringen zou vervagen.

Samenwerken met de natuur kan de veerkracht van de hele samenleving ten goede komen.

Het streven naar samenwerking met de natuur is geen nostalgie, in het verleden hebben we ons immers vooral tegen de natuur verweerd. Waar we nu voor staan is een compleet nieuwe zoektocht naar een andere vooruitgang binnen de evenwichten van de herstelde natuur, denk aan de ontwikkeling van slimme lichte werktuigen die het werk op het land vergemakkelijken zonder de bodem te beschadigen, dit in contrast met de huidige steeds zwaarder wordende landbouwmachines. Deze lichte werktuigen vergen wel meer mensen op het land, maar in onze hectische samenleving is er net groeiende behoefte aan eenvoudig werk in de natuur, en ook mensen uit onleefbaar geworden rurale streken elders in de wereld zouden er een plek kunnen vinden. Samenwerken met de natuur kan de veerkracht van de hele samenleving ten goede komen.

Of dit allemaal wel realistisch is? De wetlands zullen alvast veel langer standhouden dan de dijkverhogingen. En wat de agro-ecologische landbouw betreft, de Franse denktank IDDRI becijferde dat deze iedereen van voldoende en gezond voedsel kan voorzien, op voorwaarde dat we minder vlees eten. De vraag is eerder of het realistisch is om geen werk te maken van natuurherstel.

Natuurherstel in alle hoeken van de wereld, met lokale mensen op lokale maat, is een investering waarvan -als we snel genoeg zijn- niet alleen de biodiversiteit maar ook de hele mensheid de vruchten zal plukken. Volgens de Verenigde Naties is er nu al elke week ergens in de wereld een klimaatramp. Hoe sneller we de natuur herstellen, hoe meer rampen we kunnen vermijden. Waar wachten we op?

Myriam Dumortier doceert bos- en natuurbeleid aan de UGent en is lid van de Denktank Oikos.