Gaat het in Vlaanderen beter of slechter met de natuur dan elders in de wereld?
...

Gaat het in Vlaanderen beter of slechter met de natuur dan elders in de wereld? Ignace Schops: Ondanks de opmars van soorten als de wolf en de raaf gaat het niet goed met onze natuur. Door de versnippering van ons landschap zijn veel natuurgebieden te klein om een gezonde biodiversiteit te hebben. Bovendien heb je in Vlaanderen buiten de natuurgebieden geen natuur meer.Moet er werk gemaakt worden van nieuwe natuur? Schops: Het is de enige manier om het tij te keren. We hebben als natuurbeschermers de fout gemaakt te lang te focussen op het beheer van natuurgebieden, terwijl daarbuiten landbouw, bebouwing en ontbossing verder gingen met de aftakeling van ons landschap. Het wordt steeds duidelijker dat de mens daardoor zijn comfortzone aan het verliezen is. Wat bedoelt u daarmee? Schops: De natuur genereert zuiver water en zuivere lucht. De boom blijft de beste luchtzuiveraar. Liefst 60 procent van ons voedsel is afhankelijk van de activiteit van bestuivende insecten. Maar de insectenpopulaties nemen dramatisch af. Mensen moeten beseffen dat de teloorgang van de natuur hen rechtstreeks kan treffen.Er zijn economische argumenten nodig om het belang van natuurbehoud te benadrukken? Schops: Er is een halve eeuw amper naar natuurbeschermers geluisterd, maar nu komen er vragen aan Europa uit landen als Spanje en Portugal om natuur en milieu te beschermen uit economische overwegingen. Het dreigt er zo warm te worden dat toeristen op grote schaal weg zullen blijven. Dat heeft een veel groter hefboomeffect dan de vroeger als vrijblijvend ervaren pleidooien van natuurbeschermers. Natuur en milieu moeten nog meer dan nu politieke belangen worden? Schops: Ik pleit er al lang voor dat wij in cenakels als het Europees Parlement ook meer gehoord worden door de Angela Merkels van deze wereld, en niet uitsluitend door personen bevoegd voor het natuurbehoud. Natuurbehoudorganisaties als WWF onderhandelen steeds meer met grote actoren uit de voedingssector, omdat ze op die manier belangrijke veranderingen in de milieuaanpak kunnen genereren. Vroeger waren ze alleen bezig met de birds en de bees, vandaag zien ze het grote plaatje. Zelfs de Wereldbank begint op te roepen tot klimaat- en natuurvriendelijk ondernemen, en dat is toch niet bepaald een organisatie met een groen karakter. Je hebt wel belangrijke stemmen als Donald Trump die iets heel anders verkondigen. Schops: Zulke figuren leveren achterhoedegevechten. Volgens Al Gore kun je ze het best negeren, wat natuurlijk niet gemakkelijk is met een man als Trump. Hoe zit het met de interesse van onze politici in de natuur? Schops: Organisaties als Natuurpunt zouden eveneens meer betrokken moeten raken bij het algemeen beleid, in plaats van uitsluitend het beleid rond natuur. Ik denk dat we op een kantelpunt staan. De mensen merken dat er drama's op komst zijn als we niet aan onze leefomgeving werken. Ze pikken het niet langer dat hun kinderen in slechte lucht naar school moeten fietsen, of dat varkenskwekers op grote schaal antibiotica in de voeding van hun varkens blijven mengen. Sectoren als de landbouw moeten mee in het natuur- en milieuverhaal? Schops: Uiteraard, anders komen we er niet. Onze landbouw produceert van de beste voeding ter wereld, maar dat gaat ten koste van ons landschap. De wereldbefaamde Amerikaanse bioloog en natuurbeschermer Edward O. Wilson argumenteert dat we de helft van de planeet moeten beschermen om haar ook voor de mens leefbaar te houden. Dan moet je de andere maatschappelijke sectoren meekrijgen. Dat is aan het gebeuren. Steeds meer boeren zetten in op streekproducten en natuurvriendelijk produceren. Voor veel mensen zijn zij geloofwaardiger als promotoren van een natuurvriendelijke leefomgeving dan echte natuurbeschermers. De belangeloosheid van hun optreden maakt natuurbeschermers verdacht in de ogen van veel mensen: het kan toch niet dat je inspanningen levert voor de intrinsieke waarde van de natuur? Hoe zwaar zal het effect van de klimaatopwarming zijn? Schops: Ik was in juni nog een weekje met Al Gore op een training in Berlijn. Daar vertelde iemand van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) dat grote delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika binnen twintig jaar onbewoonbaar zullen worden als gevolg van een door de opwarming geïnduceerde onleefbare vochtige hitte. Vogels zouden er nu soms al dood uit de lucht vallen. En bij ons? Schops: De voorbije hittegolf was een voorbode van wat er zit aan te komen. Daarom zijn wij met onze juridische Klimaatzaak gestart (een burgerinitiatief om de Belgische overheden te dwingen hun klimaatbeloftes na te komen, nvdr). Zelfs als we nu alle uitstoot van broeikasgassen stoppen, zal ons weer er nog dertig tot veertig jaar door beïnvloed worden. Maar we stoten opnieuw meer broeikasgassen uit, in plaats van minder. En hoe erger de opwarming, hoe groter de effecten op de natuur. Is een aanpassing aan de opwarming mogelijk? Schops: Het blijft belangrijk dat we de uitstoot zo snel mogelijk verminderen. Het is goed dat we ook naar technologische oplossingen zoeken om de impact op te vangen. Maar net als dieren en planten zullen ook wij misschien onvoldoende tijd krijgen om ons aan te passen. Dat is een van mijn grote angsten. Bent u een optimist of een pessimist als het over onze natuur gaat? Schops: De situatie is uiteraard ongunstig. Als pessimist kun je dan alles gaan relativeren en bij de pakken gaan neerzitten, omdat er toch geen oplossing is. Dat is niet mijn stijl. Ik vind dat we altijd moeten proberen er het beste van te maken. Hoe langer we het worst case scenario kunnen uitstellen, hoe beter.