Alleen al in Brussel staan sinds de aanslagen duizenden jobs op de helling. Het ritme van faillisementen is er in de horeca vertwaalfvoudigd. In de eigen kunststad Brugge zag ik lege winkelstraten. De kettingreactie zal uitdeinen naar andere sectoren. Ons hele land dreigt meegesleept te worden in een economische lockdown.
...

Alleen al in Brussel staan sinds de aanslagen duizenden jobs op de helling. Het ritme van faillisementen is er in de horeca vertwaalfvoudigd. In de eigen kunststad Brugge zag ik lege winkelstraten. De kettingreactie zal uitdeinen naar andere sectoren. Ons hele land dreigt meegesleept te worden in een economische lockdown. En dan kwam Jan Jambon. Onze binnenlandsminister haalde naar aanleiding van zijn uitspraken in De Standaard zijn minuut van faam op de Wall Street Journal. Het was er nauwelijks een vraag of hij Donald Trump copieerde. Niet over het Suikerfeest, maar over een terreurfeest. De dansende moslims zouden het échte Belgisch probleem zijn en Jambon zou met zijn partij - en naast het Vlaams Belang uiteraard- de enigen zijn die het durven te benoemen. Het Brussels parket liet formeel weten dat die terreurfeestvierders niet bestaan. Jambon benoemde dus geen probleem, maar vond er eentje uit. Eentje dat duizenden zelfstandigen - en hun werknemers - kunnen missen als terreurpijn.Het probleem overstijgt dan ook de klacht die Dyab Abou Jahjah en Movement X indienen. Unia, het Interfederaal Gelijkekansencentum ziet dat juridisch niet zitten omdat de uitspraken niet zouden aanzetten tot haat. Wel is er in een heel breed politiek spectrum - ook tot in de meerderheid met CD&V en OpenVLD diepe verontwaardiging over het discours van polarisering en stimatisering. Excuses staan niet in het woordenboek van Jambon. Er is dus wat juristen 'opzet' noemen. Dan stelt zich wel de volgende vraag.Jan Jambon waarschuwt méér dan terecht dat valse bommelders strenge straffen (gevangenis tot 2 jaar) verdienen en zware schadevergoedingen riskeren.Het lijkt niet overbodig dat de binnenlandminister dat gewetenonderzoek nu zelf maakt. In 'Terzake' van 14 december jl. waarschuwde ik al dat "politici zich bewust moeten zijn van de invloed van hun discours". Net zoals Rambo-taal van de hoogste politiebaas zijn "troepen" - zoals Jambon politiemensen zo graag noemt - kan ophitsen tot ethnic profiling en geweld, kan factueel onjuiste berichtgeving een vertekend beeld geven over ons land in de hele wereld.Een minister die in Washington graag in de kijker stond met Obama spreekt niet in het luchtledige. Voorhouden dat in ons land een significant draagvlak bestaat voor terrorisme is net bijdragen tot het onverdiende image van een 'failed state'. Het is dan echter een falen dat we te danken hebben aan de minister die voor de volgende regering zowel Veiligheid als Politie als Justitie ambieert. Jambon heeft nu dus wereldwijd het noodnummer 112 gedraaid met een valse klacht over bijkomende kansen voor terreur - alsof onze politie en justitie met de bestaande risico's de handen nog niet vol genoeg hebben.Onder meer art. 327 e.v. van het Strafwetboek voorzien bestraffing voor "valse inlichtingen betreffende ernstige aanslagen". Art. 328 voorziet tot 2 jaar cel voor het "door welke gedraging ook, wetens en willens een vals bericht geven over het gevaar van een aanslag op personen of eigendommen". Er is dus een kantelmoment waarop de politieke en ideologische bangmakerij strafbaar wordt.De onschendbaarheid van ministers is relatief: vervolging vergt enkel een specifieke procedure en de minister staat dan terecht voor het hof van beroep, waar burgerlijke partijen die door die valse berichten schade geleden hebben, zich kunnen melden.Dat lijkt een denkpiste waar UNIZO en Horeca Vlaanderen zich eens goed over kunnen beraden. Het persbericht van dergelijk initiatief kan tot in de Wall Street Journal raken. Het riskeert kandidaat-toeristen over heel de wereld zelfs gerust te stellen.