Werd u ooit gepest?
...

Werd u ooit gepest? Alexandra Lacroix: Nee, al waren er wel enkele momenten waarop ik ervaren heb wat pesten is. Maar ik maak dit stuk niet vanuit een persoonlijke motivatie. Het idee ontstond in 2017 tijdens een operalab bij het Brusselse operahuis De Munt, waar ons werd gevraagd hoe de kloof tussen een jong publiek en de opera kan worden gedicht. Veel jongeren herkennen zich niet in de traditionele thema's. Opera lijkt zowat de tegenpool van de explosieve identiteit van een adolescent die uitzoekt hoe hij moet omgaan met zichzelf, zijn vrienden en de wereld. Dus hoe maak je een opera die ook - maar niet uitsluitend - jongeren aanspreekt? Die uitdaging sprak me aan. U runt in Parijs het gezelschap Cie MPDA. Waarom bent u voor Be My Superstar naar Gent verkast? Lacroix: Tijdens dat lab in Brussel heb ik de Gentse dramaturge Aïda Gabriels, componist Simon Vosecek en sopraan Astrid Stockman ontmoet. We wilden samen iets doen en LOD muziektheater wilde ons daarin steunen, vandaar. Simon legde Yann Verburghs tekst H.S. Tragédies ordinaires (2016) op tafel, een jeugdtheaterstuk over geweld en pesterijen op school. O jee, dat ruikt naar educatief theater. Lacroix: Dat is het absoluut niet! Aïda en ik hebben de tekst bewerkt tot een libretto voor een spreekkoor - bestaande uit een lokale groep jongeren en vrijwilligers - sopraan Astrid Stockmans en contratenor Logan Lopez Gonzalez. Ik heb voor een contratenor gekozen omdat die stem de transformerende jongensstem verklankt. Als de zanger spreekt, klinkt zijn stem normaal. Als hij zingt, klinkt ze verrassend hoog. De solisten vertolken twee pestslachtoffers. Zo wordt het meisje al dansend in een club gefotografeerd terwijl haar jurkje scheefzakt. De foto gaat viraal en er volgt een scheldtirade van het koor. Ook het publiek wordt aangemoedigd om te reageren. Hoe dwingt u zo'n reactie af? Lacroix: Door de setting. In al mijn creaties staan de muzikanten centraal. Violist Pieter Jansen, klarinettist Cédric De Bruycker, altvioliste Anna Jälving en celliste Hanna Kölbel staan deze keer tussen de toeschouwers, in een zaal die oogt als een nachtclub. Simons muziek evolueert van pure technomuziek, via een klassieke compositie voor het SPECTRA-kwartet en de zangers naar het geluid van zacht 'zingende', met water gevulde glazen. De glazen representeren de toeschouwers en verwijzen naar een metafoor uit Verburghs tekst: 'Het lichaam bestaat voor 65 procent uit water. Dat water wordt brak door geweld. Het zuivert zich dankzij schoonheid, zoals muziek.' En wat moet het publiek precies doen? De pesters uitschelden? Lacroix: In elk geval: reageren. De try-outs hebben ons geleerd dat dit nogal intens is. Oog in oog staan met performende zangers en muzikanten maakt indruk. Merken dat zij een reactie van je vragen, imponeert nog meer. De try-outs maakten bij sommige mensen veel emoties los. Smaakt dit naar meer? Lacroix: Wie weet. Binnenkort ensceneer ik Georges Bizets Carmen. Al vind ik het einde problematisch. Carmen wordt vermoord door haar jaloerse ex... (droog) Er zijn alternatieve manieren om te sterven. Ik ben moeder van twee kinderen en merk dat zij opgroeien met erg stereotiepe ideeën over 'de man' en 'de vrouw'. Opera kan daar een kenterende rol in spelen. Niet door het oude repertoire te negeren, maar door het te herinterpreteren en er een louterende, spannende belevenis van te maken.