'In Angelsaksische landen is een studie naar de economische impact normaal, in de Latijnse cultuur is het een taboe.' Zo verdedigde toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) de keuze om samen met zijn collega op Financiën, Johan Van Overtveldt, de Nationale Bank aan het werk te zetten.
...

'In Angelsaksische landen is een studie naar de economische impact normaal, in de Latijnse cultuur is het een taboe.' Zo verdedigde toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) de keuze om samen met zijn collega op Financiën, Johan Van Overtveldt, de Nationale Bank aan het werk te zetten.Bedoeling was dat die studiedienst een beeld zou krijgen van de 'economische impact op de sociale zekerheid, de arbeidsmarkt en de productiviteit' van migratie. 'Vaak wordt verwezen naar verouderde of internationale studies waarvan de conclusies moeilijk door te trekken zijn naar België', klonk het bij Van Overtveldt in mei 2018. 'Een allesomvattende studie ontbreekt vandaag nog.'De vraag van de N-VA-excellenties zorgde meteen voor wrevel bij de coalitiepartners. Bij CD&V weerklonk de luidste kritiek. 'De Nationale Bank heeft dit al berekend in 2016', wierp vicepremier Kris Peeters (CD&V) tegen. 'Ook de Hoge Raad voor Werkgelegenheid is al met dergelijke studie bezig. Waarom vraag je een bijkomende studie als er al studies zijn gemaakt?'In de studie van de Nationale Bank waarover Peeters het had, berekende de instelling dat de vluchtelingencrisis zou leiden tot een lichte stijging van 0,17 procent van het bbp. N-VA verdedigde haar verzoek door erop te wijzen dat de gevraagde analyse verder ging dan vluchtelingen.Ook CD&V-voorzitter Wouter Beke toonde zich afkerig tegenover de analyse. 'Aan de normverschuiving waarbij we de kostprijs van migranten berekenen, doe ik niet mee', klonk het fors.Bij de criticasters luidde het dat de Vlaams-nationalisten enkel geïnteresseerd waren in de resultaten omwille van electoraal gewin. De partij wou de resultaten immers ten laatste opgeleverd zien in het voorjaar van 2019. Vlak voor de verkiezingen van 26 mei dus. Toch bleek al snel dat de vraag vanuit N-VA te omvangrijk was om op korte termijn te behandelen. Eind mei vorig jaar uitte Jan Smets, toenmalig gouverneur van de Nationale Bank, de eerste methodologische bewaren. Hij betwijfelde of de deadline van Van Overtveldt wel haalbaar was. Daarop vroeg de minister een gedeeltelijke oplevering tegen april 2019. 'Sommige stukken kunnen vroeger worden gelost', dixit zijn woordvoerder. Zo ging de Nationale Bank aan het werk. De Bank deed een 'omvangrijke gegevensaanvraag' bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Op voorwaarde dat de nodige data op tijd geleverd werden, werd afgesproken om een onvolledige studie in april 2019 - een maand voor de verkiezingen - te publiceren. De rest zou in juni 2020 volgen.Begin september kreeg de Bank groen licht om de gegevens te ontvangen. In januari van dit jaar kwamen de eerste datasets daadwerkelijk binnen en ging het onderzoek van start. Op dat moment was de regering-Michel wel al gevallen en waren Van Overtveldt en Francken respectievelijk opgevolgd door Alexander De Croo en Maggie De Block (beiden Open VLD). In januari begon het opnieuw te dagen dat de kosten-batenanalyse wel erg omvangrijk zou worden. De Kruispuntbank kon geen garanties geven voor een datum waarop álle nodige data beschikbaar zouden zijn. Daardoor kon de Bank geen officiële deadline prikken. 'Als gevolg van vertragingen in de gegevenslevering heeft de Nationale Bank in overleg met het kabinet Financiën besloten om de initiële studie te schrappen en het volledige verslag zoals voorzien in juni 2020 te publiceren', klinkt het bij de Bank.Vóór 26 mei zal er met andere woorden geen enkel deel van de 'omvangrijke studie' de weg naar het publiek vinden. Voor alle duidelijkheid: minister Alexander De Croo heeft de analyse dus niét geannuleerd. 'Laat ons die studie doen, maar op basis van alle data', luidt het op zijn kabinet. Er is dus geen haast bij in het licht van de stembusslag. 'We gaan de Nationale Bank niet instrumentaliseren voor de verkiezingen.'