Het Schipperskwartier, het Glazen straatje en de Chaussée d'Amour liggen er onwezenlijk stil bij. De rode lichtjes zijn gedoofd, de vitrines leeg. We kennen deze straten, fietsen of stappen er al eens door en voelen dan het pittige leven. De betoging van afgelopen zondag maakte pijnlijk duidelijk hoe schrijnend de situatie van bepaalde sekswerkers op dit moment is. Sinds 3 maart vorig jaar mogen zij niet meer -officieel- aan de slag en gezien zij geen wettig statuut hebben, blijven zij in de kou staan wat tegemoetkomingspremies betreft.

Sekswerken in tijden van lockdown: nood aan sociaal statuut wordt pijnlijk duidelijk.

Het zijn barre tijden voor sekswerkers in deze pandemie. Hoe ze uit de tweede lockdown zullen komen is nog de vraag. Wat we wel weten is dat het grootste deel van hen geen recht heeft op een tegemoetkoming. Voor hen is er geen sociaal vangnet, iets waar wij als land zo trots op zijn, omdat hun beroep wettelijk niet erkend wordt. Er zijn er, gelukkig, die terug kunnen vallen op tijdelijke werkloosheid omdat ze ingeschreven werden als 'dienster' of 'masseuse'. Er zijn er die een tijdje verder kunnen dankzij de gespaarde centen. Voor sommigen is het echter zo somber dat ze terug moeten in de clandestiniteit, zonder noodknop, zonder strikte (medische) veiligheid, simpelweg om te overleven. Een samenleving die hen nog altijd stigmatiseert, gebaseerd op stereotiepen en mythes, helpt niet echt.

Natuurlijk moet de overheid kunnen ingrijpen in situaties van dwang, uitbuiting, misbruik van minderjarigen en mensenhandel, maar volwassen sekswerk op basis van vrije keuze, mag daar niet meer onder vallen. Beweren dat 'prostitutie', als oudste beroep ter wereld, uitgeroeid moet worden, is voorbijgestreefd. Het foute gegeven dat mensenhandel en prostitutie altijd samengaan, verzwaart het debat.

Politiek werden er al pogingen ondernomen om 'sekswerken' een plaats te geven in de economische samenleving, zonder enig gevolg. Ook steden die gebukt gingen onder de overlast van prostitutie, bleven niet ondergaand toezien. 'Ze zijn zo lief, meneer' van Chris De Stoop (1992), was een rauwe wake-up call. Het 'gedoogbeleid' zoals het in bepaalde steden uitgewerkt werd en zichtbaar is, was een enorme stap vooruit, voor de sekswerker zelf maar toch vooral voor de stad.

Dergelijk 'gedoogbeleid' resulteert weliswaar in een serieuze duik van de overlast in die buurten, de sekswerkers (20.000 tot 30.000 vrouwen, mannen en transen) blijven echter vaak in de illegaliteit werken, zonder enige sociale bescherming, zoals de Covid-19 intussen bewees. Ze bouwen geen sociale rechten op en betalen geen belastingen. In die context is het nuttig te weten dat de Belg vorig jaar meer dan 1 miljard euro uitgaf aan betaalde seks (gegevens Nationale Bank van België).

De Belgische kijk op prostitutie verschoof van verderfelijk en immoreel naar beschermend, om de 'prostituees' als slachtoffer uit hun benarde situatie te redden. Vandaag staan individuele autonomie en welzijn centraal wat resulteert in sekswerkers-denken als beroep. Als we in het essay 'Hebben wij recht op seks?' (dS Weekblad van 26 augustus 2017) lezen dat seksualiteitsbeleving een onderdeel is van onze psychologische behoeftes en als we ook nog het boek 'En vraag niet waarom. Sekswerk in België', Hans Vandecandelaere (epo 2019) lezen dan wordt het duidelijk dat het debat gevoerd moet worden. De corona-crisis maakte duidelijk dat het debat slechts één doel kan hebben: aan sekswerkers een plaats van rechten en plichten geven in onze - economische - samenleving.

Het feit dat het beroep niet erkend is, zorgt ervoor dat de sekswerkers weinig of geen sociale en arbeidsrechtelijke bescherming hebben. Afgelopen zondag kwamen Brusselse sekswerkers op straat en trok belangenvereniging Utsopi aan alarmbel. Het wordt hoog tijd dat we niet langer wegkijken, maar actie ondernemen om ook deze groep een statuut te bieden.

Vaak worden er voorstellen gedaan, beslissingen genomen of reglementen afgekondigd die verregaande gevolgen hebben op de levens van sekswerkers zonder dat ze daarin zelf gehoord worden. Wij vragen dat ze in deze debatten betrokken worden zodat ook met hun noden en verwachtingen rekening gehouden wordt. Wij mogen hen niet in de steek laten. Ook zij verdienen sociale bescherming in ons land.

Marianne Verhaert, Tania De Jonge en Katja Gabriëls zetelen voor Open VLD in de Kamer.

Het Schipperskwartier, het Glazen straatje en de Chaussée d'Amour liggen er onwezenlijk stil bij. De rode lichtjes zijn gedoofd, de vitrines leeg. We kennen deze straten, fietsen of stappen er al eens door en voelen dan het pittige leven. De betoging van afgelopen zondag maakte pijnlijk duidelijk hoe schrijnend de situatie van bepaalde sekswerkers op dit moment is. Sinds 3 maart vorig jaar mogen zij niet meer -officieel- aan de slag en gezien zij geen wettig statuut hebben, blijven zij in de kou staan wat tegemoetkomingspremies betreft. Het zijn barre tijden voor sekswerkers in deze pandemie. Hoe ze uit de tweede lockdown zullen komen is nog de vraag. Wat we wel weten is dat het grootste deel van hen geen recht heeft op een tegemoetkoming. Voor hen is er geen sociaal vangnet, iets waar wij als land zo trots op zijn, omdat hun beroep wettelijk niet erkend wordt. Er zijn er, gelukkig, die terug kunnen vallen op tijdelijke werkloosheid omdat ze ingeschreven werden als 'dienster' of 'masseuse'. Er zijn er die een tijdje verder kunnen dankzij de gespaarde centen. Voor sommigen is het echter zo somber dat ze terug moeten in de clandestiniteit, zonder noodknop, zonder strikte (medische) veiligheid, simpelweg om te overleven. Een samenleving die hen nog altijd stigmatiseert, gebaseerd op stereotiepen en mythes, helpt niet echt.Natuurlijk moet de overheid kunnen ingrijpen in situaties van dwang, uitbuiting, misbruik van minderjarigen en mensenhandel, maar volwassen sekswerk op basis van vrije keuze, mag daar niet meer onder vallen. Beweren dat 'prostitutie', als oudste beroep ter wereld, uitgeroeid moet worden, is voorbijgestreefd. Het foute gegeven dat mensenhandel en prostitutie altijd samengaan, verzwaart het debat.Politiek werden er al pogingen ondernomen om 'sekswerken' een plaats te geven in de economische samenleving, zonder enig gevolg. Ook steden die gebukt gingen onder de overlast van prostitutie, bleven niet ondergaand toezien. 'Ze zijn zo lief, meneer' van Chris De Stoop (1992), was een rauwe wake-up call. Het 'gedoogbeleid' zoals het in bepaalde steden uitgewerkt werd en zichtbaar is, was een enorme stap vooruit, voor de sekswerker zelf maar toch vooral voor de stad.Dergelijk 'gedoogbeleid' resulteert weliswaar in een serieuze duik van de overlast in die buurten, de sekswerkers (20.000 tot 30.000 vrouwen, mannen en transen) blijven echter vaak in de illegaliteit werken, zonder enige sociale bescherming, zoals de Covid-19 intussen bewees. Ze bouwen geen sociale rechten op en betalen geen belastingen. In die context is het nuttig te weten dat de Belg vorig jaar meer dan 1 miljard euro uitgaf aan betaalde seks (gegevens Nationale Bank van België).De Belgische kijk op prostitutie verschoof van verderfelijk en immoreel naar beschermend, om de 'prostituees' als slachtoffer uit hun benarde situatie te redden. Vandaag staan individuele autonomie en welzijn centraal wat resulteert in sekswerkers-denken als beroep. Als we in het essay 'Hebben wij recht op seks?' (dS Weekblad van 26 augustus 2017) lezen dat seksualiteitsbeleving een onderdeel is van onze psychologische behoeftes en als we ook nog het boek 'En vraag niet waarom. Sekswerk in België', Hans Vandecandelaere (epo 2019) lezen dan wordt het duidelijk dat het debat gevoerd moet worden. De corona-crisis maakte duidelijk dat het debat slechts één doel kan hebben: aan sekswerkers een plaats van rechten en plichten geven in onze - economische - samenleving. Het feit dat het beroep niet erkend is, zorgt ervoor dat de sekswerkers weinig of geen sociale en arbeidsrechtelijke bescherming hebben. Afgelopen zondag kwamen Brusselse sekswerkers op straat en trok belangenvereniging Utsopi aan alarmbel. Het wordt hoog tijd dat we niet langer wegkijken, maar actie ondernemen om ook deze groep een statuut te bieden. Vaak worden er voorstellen gedaan, beslissingen genomen of reglementen afgekondigd die verregaande gevolgen hebben op de levens van sekswerkers zonder dat ze daarin zelf gehoord worden. Wij vragen dat ze in deze debatten betrokken worden zodat ook met hun noden en verwachtingen rekening gehouden wordt. Wij mogen hen niet in de steek laten. Ook zij verdienen sociale bescherming in ons land. Marianne Verhaert, Tania De Jonge en Katja Gabriëls zetelen voor Open VLD in de Kamer.