Dat ik mij op 11 juli zou verslikken in mijn koffie bij het aanhoren van één van de talrijke toespraken van politieke kopstukken van de nationalistische strekking, had ik kunnen zien aankomen. Dat is immers een jaarlijks terugkerende traditie geworden.

En ik heb het niet in de eerste plaats over de spuwuitspraak van Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA), die de Walen collectief stigmatiseerde omdat zij zoveel staken en het ons, hardwerkende Vlamingen, zelfs zouden beletten om wél te gaan werken. Dit ofschoon de statistieken van het aantal stakingsdagen in Vlaanderen en Wallonië leren dat de Vlamingen zeker niet moeten onderdoen.

'Riep Peumans niet beter op tot meer samenwerking in België, in plaats van met Nederland?'

Ik heb het wél over de oproep van Jan Peumans om tot meer samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland te komen.

Niet dat daar op zich iets mis mee is. Samenwerken is altijd beter dan elkaar tegenwerken. Maar op amper een paar maanden na de dramatische aanslagen van 22 maart en al het gekrakeel, de verdeeldheid en het gebrek aan samenwerking binnen ons eigenste België dat daarop volgde, heeft de oproep van Peumans voor mij toch iets wereldvreemds.

Politieke stoorzenders verstoren eenheid

Je zou denken dat de zwaarste aanslagen in ons land van de naoorlogse periode een moment van nationale eenheid zouden hebben teweeggebracht. Heel het land dat samen rouwt om de betreurde slachtoffers. De natie die bekomt van een shock nadat ze in haar hart getroffen was door een daad van blind geweld van een paar gekken die dachten dat 7 maagden in het paradijs op hen zaten te wachten.

Die eenheid was er wel, ja. Maar het duurde amper één dag of ze lag alweer aan diggelen. Met dank aan de Vlaamse minister-president, Geert Bourgeois, die uitblonk in afwezigheid op de nationale huldeceremonie aan het federale parlement van 24 maart. De koning, de koningin, de minister-presidenten van de deelstaatparlementen en vele vertegenwoordigers uit die parlementen waren allemaal op het appel. Alleen hield Bourgeois achter de hoek op het Martelaarsplein op hetzelfde ogenblik liever een eigen huldemoment. Men zou op zijn kabinet over de mail met de uitnodiging tot de ceremonie hebben gekeken. Blijkbaar is het kabinet-Bourgeois het enige te lande waar men geen mails kan lezen. Of misschien komt alle post van een "Belgische" federale instantie er automatisch in de spam-folder terecht?

De zondag volgend op de aanslagen verzamelden veel mensen aan het Beursplein in Brussel. Ondertussen was het plein uitgegroeid tot de herdenkingsplaats bij uitstek waar veel mensen troost vonden bij elkaar. Honderden hooligans kwamen de sereniteit echter verstoren. Dat ging gepaard met minder fraaie, extreemrechtse leuzen en racistische slogans. Prompt ondertekenden de partijvoorzitters van Groen, SP.A, Open VLD en CD&V een gezamenlijke mededeling waarin ze de actie van de hooligans scherp veroordeelden. "Wie verdeeldheid zaait en haat predikt, speelt de vijanden van onze democratische samenleving alleen maar in de kaart", klonk het eensluidend. Eén partij weigerde de mededeling mee te ondertekenen: de N-VA. Tot zover alweer de eenheid.

Brussels burgemeester, Yvan Mayeur (PS), vond het vervolgens nodig om minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) en de Vilvoordse burgemeester Hans Bonte (SP.A) ingevolge de actie van de hooligans met pek en veren te overladen. Vlaanderen was Brussel volgens hem komen bevuilen met zijn extremisten.

Amper een week later was het weeral hommeles, toen een aantal rechtse extremisten opnieuw opdaagden met de bedoeling de boel op stelten te zetten. Opnieuw ontstak Mayeur in woede omdat velen van de veel talrijker opgedaagde, veeleer (extreem-)linkse tegenbetogers waren opgepakt door de politie. Blijkbaar mocht links voor Mayeur wél betogen, maar rechts niet. Dat er een algemeen samenscholingsverbod gold, was hij even vergeten. Het zat er bovenarms op tussen hem en de politie. Opnieuw gekrakeel troef. Zijn excuses achteraf kwamen "too little too late".

Storend potje zwartepieten en navelstaarderij

Ondertussen begon de onderzoekscommissie over de aanslagen van 22 maart vorm te krijgen. Maar wachten op de officiële installatie deed men niet om alvast mensen en instanties allerhande te beschuldigen omdat zij te laat in actie zouden zijn geschoten, of informatie te laat zouden hebben doorgegeven. Want had de beslissing om de metro te sluiten niet sneller moeten genomen zijn na de aanslag op de luchthaven? Of alleszins sneller gecommuniceerd en uitgevoerd? Ook de communicatie tussen de politie- en inlichtingendiensten werd scherp bekritiseerd. Om dan nog te zwijgen van die dekselse verbindingsofficier in Turkije. De man die zou hebben nagelaten om de nodige inlichtingen door te geven over het verleden van de al in 2015 naar Nederland afgereisde Ibrahim El Bakraoui. Hij kreeg de wind van voren vanwege minister Jambon. Even leek het er zelfs op dat als de arme man wél zijn job had gedaan, de aanslagen niet zouden hebben plaatsgevonden.

Zeker een lichtpunt tussen al het gekrakeel was het vertrek van de eerste vlucht van het gehavende Brussels Airlines begin april, alsook de feestelijke ontvangst in New York van de eerste vlucht van Brussels Airlines naar de VS. Alleen werd de symbolisch belangrijke heropstart van de luchthaven van Zaventem een weinig later overschaduwd door een schandalige stakingsactie van de luchtverkeersleiders. Het zou de eerste staking in een reeks worden. Ook de bagage-afhandelaars zouden een stevige duit in het zakje doen. Heel het land, en zeker de luchthaven, snakte naar adem.

Het is intriest dat men zelfs op zo'n moment blijkbaar niet in staat is gebleken om het pure eigenbelang héél even opzij te zetten. Wat een contrast met Australië, waar de regering na de aanslagen van 22 maart aan de vakbond "Community and Public Sector Union" gevraagd had om een geplande stakingsactie op de luchthavens van Brisbane, Sydney en Melbourne uit te stellen. De vakbond is daar op ingegaan omdat ze de reizigers in de gegeven omstandigheden niet wilden verontrusten.

Betere samenwerking binnen België zelf is nu prioritair

Neen, de wereld heeft na de aanslagen van 22 maart met al dat gekibbel geen fraai beeld van België gekregen. De internationale pers besloot dat België met zijn versnipperd beleid niet in staat was om de veiligheid van zijn eigen burgers te verzekeren, laat staan die van de Europese en internationale instellingen in Brussel.

Ook in eigen land kwamen opiniemakers tot de vaststelling dat de versnippering van bevoegdheden op diverse vlakken niet had geleid tot een meer efficiënt beleid. Er was duidelijk een grens aan de politieke logica van opsplitsing van bevoegdheden. Pleidooien voor herfederalisering staken de kop op. Om vervolgens haastig naar de prullenmand te worden verwezen door N-VA, puur vanuit het grote, eigen nationalistische gelijk.

Het is ook vanuit datzelfde gelijk dat Jan Peumans op 11 juli van meer samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland hét speerpunt van zijn toespraak maakte. Het is alsof hij de voorbije maanden niet in België was. Want dan zou hij toch in de eerste plaats hebben moeten pleiten voor meer samenwerking binnen België zelf. Het is vooral dáár dat we de voorbije maanden pijnlijk tekortschoten. Dat moet nu dus de eerste prioriteit zijn. Eenheid zaaien waar verdeeldheid heerst. Trouwens niet alleen binnen België, maar óók binnen de Europese Unie. Misschien een idee als titel voor een toespraak naar aanleiding van de nationale feestdag op 21 juli?

Tony Van De Calseyde is ondervoorzitter van het Directiecomité van B Plus