Het Rekenhof heeft de Vlaamse begrotingsplannen voor 2020 tegen het licht gehouden. Zoals eerder aangekondigd gaat de regering-Jambon volgend jaar in het rood om nadien opnieuw aan te knopen met een begrotingsevenwicht. In de ontwerpbegroting is sprake van een tekort van 435,6 miljoen euro (in de toelichting aan het Rekenhof is sprake van 431,1 miljoen euro). Echt forse kritiek heeft het Rekenhof eigenlijk niet. Net als de voorgaande jaren merkt het Rekenhof op dat de regering de bouwkost van het Antwerpse Oosterweelproject (191,9 miljoen euro in 2020) buiten de begrotingsdoelstelling houdt. Dat terwijl het onzeker is of dat wel mag van Europa. Daarnaast merkt het Rekenhof op dat de Vlaamse schuld in 2019 met bijna een miljard euro aangroeit, waardoor de ratio schuld versus inkomsten stijgt van 46,6 procent naar 50,7 procent. Vlaanderen blijft wel onder de schuldnorm van 65 procent. Voor de rest maakt het Rekenhof een hele reeks - vooral technische - opmerkingen. Zo vindt het hof de geraamde ontvangsten uit gewestbelastingen onvoldoende gemotiveerd. Een voorbeeld: de regering houdt wel rekening met de impact van de tariefverlaging van het verkooprecht. "Minder duidelijk is of er werd rekening gehouden met een mogelijke terugval van transacties die zich kan voordoen na de piek van transacties eind 2019, als gevolg van de anticipatie van de markt op de afschaffing van de woonbonus", luidt het. Wat de middelen voor personen met een handicap betreft, wijst het Rekenhof erop dat er mogelijk een probleem kan ontstaan. Zo blijkt uit berekeningen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) dat er jaarlijks 75 tot 80 miljoen euro nodig is voor een aantal groepen die automatisch recht hebben op middelen. In 2020 zal dat bedrag nog iets hoger liggen. "Tenzij de huidige regelgeving voor automatische toekenningsgroepen wordt herbekeken, zullen in 2020 de beschikbare middelen voor die groepen niet volstaan", luidt het. Het Rekenhof vreest ook dat de 95 miljoen euro die de regering de komende jaren voorziet voor grote werken aan culturele topinfrastructuur (o.a. KMSKA, MuHKA, Kaaitheater) niet zal volstaan. (Belga)