Op de eerste pinksterdag, zo'n 2000 jaar geleden, was het alsof er een geestelijke atoombom in Jeruzalem ontplofte: alsof een tsunami van enthousiasme, vrijheid en vreugde over de volgelingen van Jezus werd losgelaten. De apostelen stonden gewoon 'in vuur en vlam', en dat vuur brandt tot op vandaag. Wat is er echter sinds die tijd gebeurd dat de traditionele, westerse kerk vandaag door zovelen geassocieerd wordt met 'saai' en 'doods'? Pinksteren is een zwaar onderschat feest: wat daar gebeurde maakt hét verschil tussen een kerk die barst van leven en een kerk die in slaap sukkelt of zelfs in coma geraakt. Er bestaat helaas religie die slaapverwekkend is, maar er bestaat ook geloof dat leven, hoop en vreugde voortbrengt. Waar ligt het verschil?

Pinksteren als feest van de Geest: wie zelf niet geïnspireerd is, kan moeilijk inspirerend zijn.

Zoals we lezen in het boek 'Handelingen van de apostelen' (hoofdstuk 2) veranderden de bange apostelen plots in onbevreesde predikers, en de jonge kerk groeide op één dag met zo'n 3000 %. Welke geestelijke toverdrank - à la Asterix - hadden ze dan gedronken? Wel, de uitstorting van de Heilige Geest is inderdaad niet niks. Tevoren had Jezus reeds gezegd dat de Heilige Geest zou maken dat "stromen van levend water uit je binnenste zullen vloeien" (Joh. 7:38). Wat een ongehoorde belofte is dat: zóveel leven in ons binnenste dat het overstroomt!? Wie zou daar niet naar verlangen? Of Jezus' woorden dat je door de Geest "opnieuw geboren" kan worden (Joh. 3:3-8): hoeveel zouden we daarvoor niet bereid zijn te betalen?

De verhalen over de eerste kerk zijn zo verbluffend dat je bijna niet kan geloven dat dit ook echt zo gebeurde: Petrus en Paulus hebben, net zoals Jezus, blinden en lammen genezen en mensen uit de dood opgewekt. Paulus werd zelfs gestenigd in Lystra (vandaag in Turkije) en stond daarna weer op en wandelde vrolijk verder. In de eerste kerk leek niets onmogelijk: mensen deelden hun bezittingen van harte met elkaar, verkochten zelfs gronden en huizen om het aan de armen te geven, waren niet bang voor gevangenis of dood. Het contrast met de gemiddelde huidige kerk kan bijna niet groter zijn: Waar ergens zijn we met zijn allen van het pad afgeweken? Deze vraag moet elke rechtgeaarde christen bezig houden en op een gezonde manier jaloers maken: Wat mankeren wij vandaag in onze kerken of in onze harten? Wat zijn we onderweg kwijt geraakt?

Godfried Bomans zei ooit: 'Na het evangelie kwam de kerk: het transformatorhuisje aan de voet van de Niagara.' De meeste moderne christenen zijn als mensen die naast een elektriciteitscentrale wonen, maar - door eigen stommiteit of onwetendheid - niet verbonden zijn met de stroomtoevoer. Ze zitten op een schatkist die ze nooit openen, en hebben dus geen besef van wat erin zit. Wie zelf niet geïnspireerd is, kan moeilijk inspirerend zijn.

Ook onze ganse materialistische en seculiere cultuur is natuurlijk niet erg - om het zachtjes te zeggen - 'bevorderlijk' voor een vitaal geloof. Iemand vergeleek het secularisme zelfs met een wolk gifgas - zoals in W.O. I - dat geloof verstikt. We klagen dat onze maatschappij lijdt aan 'ondraaglijke lichtheid', maar deze geestesarmoede hebben we met zijn allen zelf georganiseerd. In onze op hol geslagen wereld schreeuwen alle reclamepanelen op straat ons toe ons lichaam maximaal te verzorgen en te verwennen, maar de geest dan...? Wanneer het lichaam 90% van alle aandacht krijgt en de ziel 9,99%, blijft er voor de geest nog 0,01% over. Onze spirituele honger wordt systematisch genegeerd, onderdrukt, gesmoord, vaak zelfs weggelachen of verdacht gemaakt - zeker in een cultuur waar consumentisme alle records breekt en commercie dé drijfveer is in economie en media.

Als er iets is waar in deze hyperkinetische maatschappij schrijnende nood aan is, is het wel authentieke spiritualiteit en stilte. Er is zoveel lawaai om ons heen dat we deze stille stem in ons eigen hart niet eens meer horen, zoveel gejaagdheid dat we niet meer kunnen (of durven?) stilstaan bij de diepste vragen binnenin: Waarvoor doen we het eigenlijk allemaal...?

Wat als we aan onze geest eens evenveel aandacht en zorg besteedden als aan ons lichaam en onze ziel? Hmm, OK, maar wat is die 'geest' dan eigenlijk? Er bestaat namelijk een Babylonische spraakverwarring rond 'ziel' en 'geest', en de meesten denken dat deze twee samenvallen: ze menen dat ze bijv. door vriendschappen, hobby's en cultuur hun geestelijke honger kunnen voeden. Toch is er een hemelsbreed verschil tussen beide: volgens het scheppingsverhaal in Genesis blies God zijn Geest (of: zijn levensadem) in de neus van Adam, waardoor de mens, in tegenstelling tot de dieren, Gods beeld en gelijkenis in zich kreeg. Deze 'levensadem' van God maakt dus dat wij een 'aspiratie' hebben naar God, een besef of bewustzijn van een hogere, transcendente wereld: "Er moet méér zijn, een hoger doel, iets dat ons overstijgt en uiteindelijk zin geeft aan alles wat we hier doen". Een soort aanvoelen dat de échte levensbronnen daarboven zijn, niet hier beneden.

Je geest voeden en ontwikkelen heeft dus alles te maken met gebed, en het overstijgen van de directe materiële behoeften. Vasten bijv. helpt bij dit laatste: je zegt a.h.w. tegen je lichaam: "Jij hebt al méér dan genoeg aandacht gehad, wacht nu maar even: daar ga je heus niet van dood." Pas wie in zijn geest diepere bronnen aanboort, ontdekt een hoger soort vreugde en geluk, diepere vrede en zekerheid, ware vrijheid. Miljoenen kunnen daarvan getuigen. Blaise Pascal (1623-1662) was een genie die al zijn lust in wiskunde en wetenschappen vond, totdat hij voelde dat zijn geest ondervoed bleef en hij iets wezenlijks mankeerde: na een bovennatuurlijke ontmoeting met God op zijn 31ste stond zijn geest a.h.w. 'in brand' en had hij eindelijk gevonden wat hij écht zocht. Dokter Jan Vermeire (1919-1998) was een succesvolle arts en seksuoloog met een overvolle agenda; pas na een gesprek met een oude dorpspastoor, ontdekte hij dat deze simpele man meer vrede en vreugde binnenin had dan hijzelf en dat hij zijn ziel was kwijtgeraakt. Hij gooide radicaal zijn leven om, ging in de Marollen in Brussel wonen, stichtte Poverello (1976), en hervond een hoger levensdoel in dienst van de armsten.

Pinksteren gaat over een geestelijke opwekking uit de doden. De apostelen waren geen supermensen, en wij hoeven dat ook niet te zijn. Maar een simpele visser uit een boerendorp kan door de Geest wel een wereldveranderaar worden. Er is echter geen Pinksteren zonder Pasen: je kan niet herboren worden als je niet eerst sterft. De apostelen moesten doorheen een diep dal van het erkennen van het eigen failliet: ze hadden schaamtelijk gefaald, Jezus in de steek gelaten en verloochend. Pas toen Petrus aanvaardde dat hij het zelf totaal verknoeid had, was hij bruikbaar voor God en betrouwbaar om de Geest te ontvangen. God kan zijn Geest niet geven aan iemand die deze hemelse krachten in blind, misplaatst zelfvertrouwen zal misbruiken. Maar anderzijds: de grootste knoeier kan, door Gods Geest, een wereldhervormer worden.

De profeet Ezechiël had al zes eeuwen tevoren een visioen gezien van een dal vol dorre, verdroogde doodsbeenderen: maar toen de Geest van God erover begon te blazen, werden zij opnieuw tot levende lichamen, en zelfs tot een machtig leger. De droogste woestijn kan tot een groene vallei worden. Ook als onze geest op sterven na dood is en ons hart kurkdroog en steenhard, kunnen de 'stromen van levend water' van de Geest ze transformeren tot een fontein. Pinksteren is een boodschap van hoop voor de meest onmogelijke omstandigheden.

Trouwens, wat betreft die 'dode kerken': het is vooral 'het oude Europa' dat daaraan lijdt: in andere continenten groeien ze als kool en zijn ze springlevend. En ook bij ons zijn er groepen en gemeenschappen die vonken van dat vuur hebben. Maar zulke berichten halen nooit het nieuws want onze cultuur... - ik hoef het niet te herhalen.

Pinksteren is terecht het 'feest van de Geest': kunnen we a.u.b. één dag per jaar eens stilstaan bij onze geestelijke honger, en onze diepere behoeften niet langer negeren? Ook onze ziel én ons lichaam zullen er véél beter bij varen.

Op de eerste pinksterdag, zo'n 2000 jaar geleden, was het alsof er een geestelijke atoombom in Jeruzalem ontplofte: alsof een tsunami van enthousiasme, vrijheid en vreugde over de volgelingen van Jezus werd losgelaten. De apostelen stonden gewoon 'in vuur en vlam', en dat vuur brandt tot op vandaag. Wat is er echter sinds die tijd gebeurd dat de traditionele, westerse kerk vandaag door zovelen geassocieerd wordt met 'saai' en 'doods'? Pinksteren is een zwaar onderschat feest: wat daar gebeurde maakt hét verschil tussen een kerk die barst van leven en een kerk die in slaap sukkelt of zelfs in coma geraakt. Er bestaat helaas religie die slaapverwekkend is, maar er bestaat ook geloof dat leven, hoop en vreugde voortbrengt. Waar ligt het verschil?Zoals we lezen in het boek 'Handelingen van de apostelen' (hoofdstuk 2) veranderden de bange apostelen plots in onbevreesde predikers, en de jonge kerk groeide op één dag met zo'n 3000 %. Welke geestelijke toverdrank - à la Asterix - hadden ze dan gedronken? Wel, de uitstorting van de Heilige Geest is inderdaad niet niks. Tevoren had Jezus reeds gezegd dat de Heilige Geest zou maken dat "stromen van levend water uit je binnenste zullen vloeien" (Joh. 7:38). Wat een ongehoorde belofte is dat: zóveel leven in ons binnenste dat het overstroomt!? Wie zou daar niet naar verlangen? Of Jezus' woorden dat je door de Geest "opnieuw geboren" kan worden (Joh. 3:3-8): hoeveel zouden we daarvoor niet bereid zijn te betalen?De verhalen over de eerste kerk zijn zo verbluffend dat je bijna niet kan geloven dat dit ook echt zo gebeurde: Petrus en Paulus hebben, net zoals Jezus, blinden en lammen genezen en mensen uit de dood opgewekt. Paulus werd zelfs gestenigd in Lystra (vandaag in Turkije) en stond daarna weer op en wandelde vrolijk verder. In de eerste kerk leek niets onmogelijk: mensen deelden hun bezittingen van harte met elkaar, verkochten zelfs gronden en huizen om het aan de armen te geven, waren niet bang voor gevangenis of dood. Het contrast met de gemiddelde huidige kerk kan bijna niet groter zijn: Waar ergens zijn we met zijn allen van het pad afgeweken? Deze vraag moet elke rechtgeaarde christen bezig houden en op een gezonde manier jaloers maken: Wat mankeren wij vandaag in onze kerken of in onze harten? Wat zijn we onderweg kwijt geraakt? Godfried Bomans zei ooit: 'Na het evangelie kwam de kerk: het transformatorhuisje aan de voet van de Niagara.' De meeste moderne christenen zijn als mensen die naast een elektriciteitscentrale wonen, maar - door eigen stommiteit of onwetendheid - niet verbonden zijn met de stroomtoevoer. Ze zitten op een schatkist die ze nooit openen, en hebben dus geen besef van wat erin zit. Wie zelf niet geïnspireerd is, kan moeilijk inspirerend zijn.Ook onze ganse materialistische en seculiere cultuur is natuurlijk niet erg - om het zachtjes te zeggen - 'bevorderlijk' voor een vitaal geloof. Iemand vergeleek het secularisme zelfs met een wolk gifgas - zoals in W.O. I - dat geloof verstikt. We klagen dat onze maatschappij lijdt aan 'ondraaglijke lichtheid', maar deze geestesarmoede hebben we met zijn allen zelf georganiseerd. In onze op hol geslagen wereld schreeuwen alle reclamepanelen op straat ons toe ons lichaam maximaal te verzorgen en te verwennen, maar de geest dan...? Wanneer het lichaam 90% van alle aandacht krijgt en de ziel 9,99%, blijft er voor de geest nog 0,01% over. Onze spirituele honger wordt systematisch genegeerd, onderdrukt, gesmoord, vaak zelfs weggelachen of verdacht gemaakt - zeker in een cultuur waar consumentisme alle records breekt en commercie dé drijfveer is in economie en media. Als er iets is waar in deze hyperkinetische maatschappij schrijnende nood aan is, is het wel authentieke spiritualiteit en stilte. Er is zoveel lawaai om ons heen dat we deze stille stem in ons eigen hart niet eens meer horen, zoveel gejaagdheid dat we niet meer kunnen (of durven?) stilstaan bij de diepste vragen binnenin: Waarvoor doen we het eigenlijk allemaal...? Wat als we aan onze geest eens evenveel aandacht en zorg besteedden als aan ons lichaam en onze ziel? Hmm, OK, maar wat is die 'geest' dan eigenlijk? Er bestaat namelijk een Babylonische spraakverwarring rond 'ziel' en 'geest', en de meesten denken dat deze twee samenvallen: ze menen dat ze bijv. door vriendschappen, hobby's en cultuur hun geestelijke honger kunnen voeden. Toch is er een hemelsbreed verschil tussen beide: volgens het scheppingsverhaal in Genesis blies God zijn Geest (of: zijn levensadem) in de neus van Adam, waardoor de mens, in tegenstelling tot de dieren, Gods beeld en gelijkenis in zich kreeg. Deze 'levensadem' van God maakt dus dat wij een 'aspiratie' hebben naar God, een besef of bewustzijn van een hogere, transcendente wereld: "Er moet méér zijn, een hoger doel, iets dat ons overstijgt en uiteindelijk zin geeft aan alles wat we hier doen". Een soort aanvoelen dat de échte levensbronnen daarboven zijn, niet hier beneden.Je geest voeden en ontwikkelen heeft dus alles te maken met gebed, en het overstijgen van de directe materiële behoeften. Vasten bijv. helpt bij dit laatste: je zegt a.h.w. tegen je lichaam: "Jij hebt al méér dan genoeg aandacht gehad, wacht nu maar even: daar ga je heus niet van dood." Pas wie in zijn geest diepere bronnen aanboort, ontdekt een hoger soort vreugde en geluk, diepere vrede en zekerheid, ware vrijheid. Miljoenen kunnen daarvan getuigen. Blaise Pascal (1623-1662) was een genie die al zijn lust in wiskunde en wetenschappen vond, totdat hij voelde dat zijn geest ondervoed bleef en hij iets wezenlijks mankeerde: na een bovennatuurlijke ontmoeting met God op zijn 31ste stond zijn geest a.h.w. 'in brand' en had hij eindelijk gevonden wat hij écht zocht. Dokter Jan Vermeire (1919-1998) was een succesvolle arts en seksuoloog met een overvolle agenda; pas na een gesprek met een oude dorpspastoor, ontdekte hij dat deze simpele man meer vrede en vreugde binnenin had dan hijzelf en dat hij zijn ziel was kwijtgeraakt. Hij gooide radicaal zijn leven om, ging in de Marollen in Brussel wonen, stichtte Poverello (1976), en hervond een hoger levensdoel in dienst van de armsten.Pinksteren gaat over een geestelijke opwekking uit de doden. De apostelen waren geen supermensen, en wij hoeven dat ook niet te zijn. Maar een simpele visser uit een boerendorp kan door de Geest wel een wereldveranderaar worden. Er is echter geen Pinksteren zonder Pasen: je kan niet herboren worden als je niet eerst sterft. De apostelen moesten doorheen een diep dal van het erkennen van het eigen failliet: ze hadden schaamtelijk gefaald, Jezus in de steek gelaten en verloochend. Pas toen Petrus aanvaardde dat hij het zelf totaal verknoeid had, was hij bruikbaar voor God en betrouwbaar om de Geest te ontvangen. God kan zijn Geest niet geven aan iemand die deze hemelse krachten in blind, misplaatst zelfvertrouwen zal misbruiken. Maar anderzijds: de grootste knoeier kan, door Gods Geest, een wereldhervormer worden.De profeet Ezechiël had al zes eeuwen tevoren een visioen gezien van een dal vol dorre, verdroogde doodsbeenderen: maar toen de Geest van God erover begon te blazen, werden zij opnieuw tot levende lichamen, en zelfs tot een machtig leger. De droogste woestijn kan tot een groene vallei worden. Ook als onze geest op sterven na dood is en ons hart kurkdroog en steenhard, kunnen de 'stromen van levend water' van de Geest ze transformeren tot een fontein. Pinksteren is een boodschap van hoop voor de meest onmogelijke omstandigheden.Trouwens, wat betreft die 'dode kerken': het is vooral 'het oude Europa' dat daaraan lijdt: in andere continenten groeien ze als kool en zijn ze springlevend. En ook bij ons zijn er groepen en gemeenschappen die vonken van dat vuur hebben. Maar zulke berichten halen nooit het nieuws want onze cultuur... - ik hoef het niet te herhalen.Pinksteren is terecht het 'feest van de Geest': kunnen we a.u.b. één dag per jaar eens stilstaan bij onze geestelijke honger, en onze diepere behoeften niet langer negeren? Ook onze ziel én ons lichaam zullen er véél beter bij varen.