De recente regeringsvoorstellen om de pensioenen te hervormen hebben opnieuw een "debat" op gang gebracht over de pensioenen. Een greep uit de naar voor geschoven ideeën: financiering van de pensioenen in hun huidige vorm legt een groeiende last op de actieve bevolking; onze wettelijke pensioenen zijn laag, en zeker de minima zijn sociaal onaanvaardbaar; als we langer leven, is het logisch dat we ook langer werken; niet iedereen kan even lang werken, omdat de gezondheidstoestand van mensen verschilt en sommige beroepen zwaarder zijn dan andere; jongeren voelen zich onzeker of ze nog wel een wettelijk pensioen zullen hebben, dus moet het wettelijk systeem versterkt worden; jongeren voelen zich onzeker of ze nog wel een wettelijk pensioen zullen hebben, dus moet de mogelijkheid gecreëerd worden om ook aanvullende pensioenen op te bouwen; het pensioensysteem is zo ingewikkeld geworden dat het voor de meeste mensen niet meer "leesbaar" is en bovendien bevat het talrijke vormen van ongelijke behandeling die historisch gegroeid zijn en door geen enkele zinnige rechtvaardigheidsopvatting kunnen verdedigd worden; bij het verbreken van een relatie tussen twee partners blijft één van de partners (meestal de vrouw) in de kou...

Pensioenhervorming: komt er een écht debat?

Het is duidelijk dat een grondige structurele hervorming nodig is. Misschien zal het pensioensysteem niet volledig instorten wanneer zijn architectuur niet herdacht wordt, maar het zal in elk geval steeds minder functioneel en rechtvaardig zijn. De huidige discussie is echter verzand in een loopgravenoorlog. Wanneer men de naam zag van de auteur van een tweet of een opiniestuk, kon men meestal de inhoud ervan perfect voorspellen. Iedereen kiest "zijn" of "haar" stelling uit en zet zich tegelijkertijd vaak af tegen sommige van de andere stellingen (of schrijft ze toe aan een "neo-liberale pensée unique" of aan een "naïef links solidarisme").

Deze verstarde houdingen zijn contraproductief. Vanuit een minder gepolariseerd perspectief, is het duidelijk dat al die uitspraken minstens een grond van waarheid bevatten, en dat een ontkenningsstrategie, waarbij men weigert te zien wat men niet graag ziet, nooit tot een vruchtbare discussie kan leiden. Coherente hervormingsvoorstellen moeten zo goed mogelijk die verschillende opvattingen integreren. Perfect kan die integratie nooit zijn, omdat er keuzes moeten gemaakt worden en verschillende mensen en groepen in onze samenleving hebben nu eenmaal verschillende ethische uitgangspunten.

Hoe kunnen we dan wel tot een coherent voorstel komen? Misschien zou het een goed idee zijn om een commissie samen te stellen met experten uit verschillende disciplines en met een verschillende ideologische achtergrond en hen te vragen om wat afstand te nemen en een evenwichtig voorstel uit te werken? De paradox is dat dat reeds gebeurd is, in 2012, door Alexander De Croo, toen hij Minister van Pensioenen was. De Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 bestond uit twaalf experten onder voorzitterschap van Frank Vandenbroucke. In 2014 leverde ze een uitvoerig rapport op met een reeks voorstellen die rekening hielden met elk van de aparte punten die hierboven werden beschreven, en waarvan gehoopt kon worden dat ze zouden inspireren tot een goed gedocumenteerd debat.

Het Rapport liet expliciet veel ruimte voor verdere discussie, maar stelde wel een coherent denkkader voor op basis van enkele algemene ideeën en principes, die geïnspireerd waren op de wetenschappelijke literatuur en op ervaringen in het buitenland. Ik geef een droge opsomming:

  • Jongere generaties moeten vertrouwen hebben in eerste pijler. Dat vereist dat er een geloofwaardig lange-termijnvisie is en dat de lasten van de vergrijzing evenwichtig over de verschillende generaties worden verdeeld.
  • De eerste pijler (het wettelijk pensioen) blijft centraal, maar de tweede pijler moet op een efficiënte en solidaire wijze verder worden uitgebouwd. Risicospreiding vraagt om een combinatie van repartitie en kapitalisatie.
  • Solidariteit betekent dat de inkomens van actieve bevolking en van de gepensioneerden samen evolueren. Als het goed gaat, kunnen alle inkomens stijgen. Als het slecht gaat moet iedereen solidair inleveren.
  • De minimumpensioenen zijn (te) laag en bovendien is het systeem zeer complex. In een beschaafde samenleving moet een bestaansminimum gewaarborgd worden dat minstens op het niveau van de Europese armoedegrens ligt. Tegelijkertijd moet werken beloond worden, en iemand die een hele loopbaan heeft gewerkt moet een pensioen kunnen krijgen dat substantieel hoger ligt dan het bestaansminimum.
  • Gelijkgestelde perioden zijn in een solidaire samenleving essentieel, maar er kan/moet een debat gevoerd worden over welke periodes van inactiviteit gelijkgesteld worden.
  • De grootste uitdaging voor de financiering van de pensioenen situeert zich in de volgende decennia. Vanaf 2040, zodra de babyboomgeneratie gestorven is, wordt het probleem beheersbaar. Tot 2040 is wellicht bijkomende financiering noodzakelijk.
  • De referentie-pensioenleeftijd moet vervangen worden door een referentielengte voor de loopbaan. Het is wenselijk automatische aanpassingen in het systeem in te bouwen, waarmee de lengte van de referentieloopbaan gekoppeld wordt aan de stijging van de levensverwachting.
  • In een moderne samenleving moet aan de mensen vrijheid geboden worden over het moment waarop ze willen uitttreden, maar die vrijheid heeft gevolgen. Wie niet de volledige referentieloopbaan uitdoet, zal moeten tevreden zijn met een lager pensioen. Wie langer werkt, bouwt bijkomende pensioenrechten op. Flexibiliteit, vrijheid en verantwoordelijkheid gaan samen.
  • Niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden om langer te werken. Een correctie voor zware beroepen is noodzakelijk, en ze kan het beste ingevoerd worden door aan de mensen bijkomende pensioenrechten toe te kennen voor de periodes waarin ze een zwaar beroep uitoefenden.
  • Solidariteit tussen mannen en vrouwen (of, meer algemeen, tussen partners in een relatie) bij het beëindigen van de relatie kan gerealiseerd worden via een splitting van pensioenrechten.

Het verhoopte brede debat over dit rapport is nooit van de grond gekomen. De voorstellen van de Commissie werden weliswaar grotendeels opgenomen in het regeerprogramma van de regering-Michel, maar geen enkel ervan werd ooit gerealiseerd. In het begin van de regeerperiode werden maatregelen genomen die als effect (of als bedoeling?) hadden dat de vakbonden alle vertrouwen in de pensioenplannen verloren en ook daarna werd een strategie gevolgd die enkel tot een fiasco kon leiden.

Partiële voorstellen om de achterban van de Minister te plezieren werden uitgevoerd, van een coherent plan was geen sprake. Incompetentie, gebrek aan interesse, sabotage? Misschien zegt dat iets over de besluitvorming in de Belgische politiek, misschien was het rapport te omvangrijk en te ambitieus, misschien werden sociale partners te laat in de discussie betrokken, wie zal het zeggen?

In elk geval waren de voorstellen van de Commissie Pensioenhervorming op het einde van de vorige regering dood en begraven.

Het rapport van 2014 speelt amper nog een rol in de discussie en het is waarschijnlijk naïef om te denken dat het kan gereanimeerd worden. Zeven jaar is een eeuwigheid in dit soort van debatten. Maar het blijft toch evident dat een globale hervorming noodzakelijk is, en dat die enkel kan uitgewerkt worden na een eerlijk debat over basisprincipes, eerder dan na een loopgravenoorlog vanuit vast ingenomen stellingen.

Ondanks al zijn zwakheden, is er vooralsnog geen beter startpunt voor zo een discussie dan het rapport van de Commissie Pensioenhervorming. Over elk van de voorstellen in het rapport die ik vermeld heb is een debat mogelijk - over elk ervan zou overigens een apart opiniestuk kunnen geschreven worden. Tegelijkertijd mogen de individuele voorstellen niet los gezien worden van het bredere kader. Van actieve politici en lobbyisten moeten we die brede benadering waarschijnlijk niet verwachten. Maar van opiniemakers, academici, studiediensten misschien toch wel? Wanneer komt er een open debat tussen "neo-liberalen" die hun bezorgdheid uiten over de lage minima en over de ongelijkheid in kansen tussen verschillende mensen, en "linkse solidaristen" die de uitdaging van de betaalbaarheid en de twijfels bij de jongere actieven au sérieux nemen?

Erik Schokkaert, KU Leuven, lid van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040.

De recente regeringsvoorstellen om de pensioenen te hervormen hebben opnieuw een "debat" op gang gebracht over de pensioenen. Een greep uit de naar voor geschoven ideeën: financiering van de pensioenen in hun huidige vorm legt een groeiende last op de actieve bevolking; onze wettelijke pensioenen zijn laag, en zeker de minima zijn sociaal onaanvaardbaar; als we langer leven, is het logisch dat we ook langer werken; niet iedereen kan even lang werken, omdat de gezondheidstoestand van mensen verschilt en sommige beroepen zwaarder zijn dan andere; jongeren voelen zich onzeker of ze nog wel een wettelijk pensioen zullen hebben, dus moet het wettelijk systeem versterkt worden; jongeren voelen zich onzeker of ze nog wel een wettelijk pensioen zullen hebben, dus moet de mogelijkheid gecreëerd worden om ook aanvullende pensioenen op te bouwen; het pensioensysteem is zo ingewikkeld geworden dat het voor de meeste mensen niet meer "leesbaar" is en bovendien bevat het talrijke vormen van ongelijke behandeling die historisch gegroeid zijn en door geen enkele zinnige rechtvaardigheidsopvatting kunnen verdedigd worden; bij het verbreken van een relatie tussen twee partners blijft één van de partners (meestal de vrouw) in de kou... Het is duidelijk dat een grondige structurele hervorming nodig is. Misschien zal het pensioensysteem niet volledig instorten wanneer zijn architectuur niet herdacht wordt, maar het zal in elk geval steeds minder functioneel en rechtvaardig zijn. De huidige discussie is echter verzand in een loopgravenoorlog. Wanneer men de naam zag van de auteur van een tweet of een opiniestuk, kon men meestal de inhoud ervan perfect voorspellen. Iedereen kiest "zijn" of "haar" stelling uit en zet zich tegelijkertijd vaak af tegen sommige van de andere stellingen (of schrijft ze toe aan een "neo-liberale pensée unique" of aan een "naïef links solidarisme"). Deze verstarde houdingen zijn contraproductief. Vanuit een minder gepolariseerd perspectief, is het duidelijk dat al die uitspraken minstens een grond van waarheid bevatten, en dat een ontkenningsstrategie, waarbij men weigert te zien wat men niet graag ziet, nooit tot een vruchtbare discussie kan leiden. Coherente hervormingsvoorstellen moeten zo goed mogelijk die verschillende opvattingen integreren. Perfect kan die integratie nooit zijn, omdat er keuzes moeten gemaakt worden en verschillende mensen en groepen in onze samenleving hebben nu eenmaal verschillende ethische uitgangspunten.Hoe kunnen we dan wel tot een coherent voorstel komen? Misschien zou het een goed idee zijn om een commissie samen te stellen met experten uit verschillende disciplines en met een verschillende ideologische achtergrond en hen te vragen om wat afstand te nemen en een evenwichtig voorstel uit te werken? De paradox is dat dat reeds gebeurd is, in 2012, door Alexander De Croo, toen hij Minister van Pensioenen was. De Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 bestond uit twaalf experten onder voorzitterschap van Frank Vandenbroucke. In 2014 leverde ze een uitvoerig rapport op met een reeks voorstellen die rekening hielden met elk van de aparte punten die hierboven werden beschreven, en waarvan gehoopt kon worden dat ze zouden inspireren tot een goed gedocumenteerd debat. Het Rapport liet expliciet veel ruimte voor verdere discussie, maar stelde wel een coherent denkkader voor op basis van enkele algemene ideeën en principes, die geïnspireerd waren op de wetenschappelijke literatuur en op ervaringen in het buitenland. Ik geef een droge opsomming:Het verhoopte brede debat over dit rapport is nooit van de grond gekomen. De voorstellen van de Commissie werden weliswaar grotendeels opgenomen in het regeerprogramma van de regering-Michel, maar geen enkel ervan werd ooit gerealiseerd. In het begin van de regeerperiode werden maatregelen genomen die als effect (of als bedoeling?) hadden dat de vakbonden alle vertrouwen in de pensioenplannen verloren en ook daarna werd een strategie gevolgd die enkel tot een fiasco kon leiden. Partiële voorstellen om de achterban van de Minister te plezieren werden uitgevoerd, van een coherent plan was geen sprake. Incompetentie, gebrek aan interesse, sabotage? Misschien zegt dat iets over de besluitvorming in de Belgische politiek, misschien was het rapport te omvangrijk en te ambitieus, misschien werden sociale partners te laat in de discussie betrokken, wie zal het zeggen? In elk geval waren de voorstellen van de Commissie Pensioenhervorming op het einde van de vorige regering dood en begraven.Het rapport van 2014 speelt amper nog een rol in de discussie en het is waarschijnlijk naïef om te denken dat het kan gereanimeerd worden. Zeven jaar is een eeuwigheid in dit soort van debatten. Maar het blijft toch evident dat een globale hervorming noodzakelijk is, en dat die enkel kan uitgewerkt worden na een eerlijk debat over basisprincipes, eerder dan na een loopgravenoorlog vanuit vast ingenomen stellingen. Ondanks al zijn zwakheden, is er vooralsnog geen beter startpunt voor zo een discussie dan het rapport van de Commissie Pensioenhervorming. Over elk van de voorstellen in het rapport die ik vermeld heb is een debat mogelijk - over elk ervan zou overigens een apart opiniestuk kunnen geschreven worden. Tegelijkertijd mogen de individuele voorstellen niet los gezien worden van het bredere kader. Van actieve politici en lobbyisten moeten we die brede benadering waarschijnlijk niet verwachten. Maar van opiniemakers, academici, studiediensten misschien toch wel? Wanneer komt er een open debat tussen "neo-liberalen" die hun bezorgdheid uiten over de lage minima en over de ongelijkheid in kansen tussen verschillende mensen, en "linkse solidaristen" die de uitdaging van de betaalbaarheid en de twijfels bij de jongere actieven au sérieux nemen? Erik Schokkaert, KU Leuven, lid van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040.