Minder files en luchtvervuiling. Behoud van de groene, open ruimte. Het licht dat blijft branden bij een kernuitstap. Een sterk klimaatbeleid. Dat zijn kort gezegd de uitdagingen rond milieu en natuur die de Vlaming het meest beroeren. Wanneer we die uitdagingen naast de verkiezingsuitslagen leggen, dan kunnen we een eerste inschatting maken van welke paden de nieuwe coalities zullen bewandelen om de files, het open ruimteverlies, de bevoorradingszekerheid en het klimaat aan te pakken.

Files

Onder druk van het Vlaamse Belang trok de N-VA haar steun in voor een slimme kilometerheffing. Gesteld dat er een Vlaamse regering komt onder leiding van N-VA, dan zal die met deze uitslag waarschijnlijk op zoek gaan naar een ander instrument om de files te bekampen. Dan kiest ze waarschijnlijk voor de gemakkelijkste weg: meer investeringen in (fiets)infrastructuur.

Open ruimte is cruciaal om gevolgen klimaatverandering op te vangen. Dit dossier kan niet nog vijf jaar wachten.

Dat zal slechts een beperkt effect hebben. Ook speelt de slimme kilometerheffing een cruciale rol om bindende, Europese doelstellingen rond klimaat en luchtkwaliteit te halen. Als ze er niet komt, rest als enig alternatief het razendsnel emissievrij maken van het voertuigenpark. Te beginnen met de bussen van de Lijn en de salariswagens. Daarnaast zijn innovaties zoals ritdelen om de bezettingsgraad van voertuigen te verhogen en meer vracht op spoor- en binnenvaart no brainers.

Open ruimte

Het behoud van de groene, open ruimte is in de eerste plaats een financiële kwestie. Hoe (veel) worden de eigenaars van slecht gelegen bouwgronden vergoed om de bestemming te kunnen veranderen? Mensen maken soms hoge kosten om de bouwgrond achter hun woning te kopen om te vermijden dat er iemand bouwt en het zicht vrij blijft. Nu moeten we als samenleving dezelfde vraag beantwoorden: hoeveel hebben we veil om de resterende open ruimte te sparen. Gelukkig loont die uitgave op termijn. We vermijden de miljardenkosten van extra wegen, nutsvoorzieningen of bijkomende autokilometers voor dienstverleners.

De open ruimte is ook cruciaal om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen, zoals het vasthouden van water bij droogte of plotse regenbuien. De landbouw ten slotte zal haar vervuiling moeten aanpakken. Kortom, zo weinig mogelijk inname van open ruimte is een dossier dat niet nog eens 5 jaar kan wachten.

Kernuitstap

Waarschijnlijk het moeilijkste dossier, zeker als de federale regeringsvorming lang aansleept, is de kernuitstap. Binnen de Centraal West-Europese (CWE) elektriciteitsmarkt staat België slechts in voor minder dan een tiende van het elektriciteitsverbruik. De trends in onze buurlanden zullen de toon zetten. Zo gaan Nederland en Duitsland voor respectievelijk meer dan 70% en meer dan 60% van hernieuwbare elektriciteit in 2030. Tientallen bruinkool-, steenkool- en kerncentrales zullen de deuren sluiten.De dalende marktprijzen door de toename van hernieuwbare energie maken het moeilijker om nieuwe investeringen in vervangcapaciteit te financieren. Om het licht in België te laten branden is er ongeveer 4 GW bijkomende capaciteit nodig tegen 2026. In België staat er 2GW aan kerncentrales die in principe zouden kunnen open blijven om het gat te vullen. Net over de grens zou de centrale van Maasbracht 1,4GW capaciteit kunnen leveren. Politiek lijkt het verleidelijk om twee kerncentrales langer open te houden. Maar de uitbater Engie-Electrabel weet dat en heeft al overheidssteun gevraagd.

Het Europese klimaat- en milieubeleid komt versterkt uit deze verkiezingen. In eigen land leidt de uitslag mogelijk opnieuw tot een blokkering.

Bovendien is het maar de vraag hoe sterk we op die centrales kunnen rekenen. De voorbije jaren toonden ze aan dat de ouderdom hen parten speelt. Engie-Electrabel zal de twee kerncentrales ook gebruiken als onderhandelingswapen om een lagere de factuur voor de afbraak van de kerncentrales en de berging van kernafval te bekomen. Als de federale regering bij een volledige kernuitstap blijft, stuit ze op een ander probleem: hoe voldoende snel vervangcapaciteit verkrijgen. Engie-Electrabel en EDF-Luminus hebben het merendeel van de sites in handen waar er nieuwe gascentrales kunnen bij komen.

We rekenen dus beter ook op nieuwe spelers die de markt voor nieuwbouw kunnen openbreken en zo de (ondersteunings)kosten ervan naar beneden krijgen. Tegelijk kan de snelle uitbouw van wind (op zee), warmtekrachtkoppeling, het verschuiven van de vraag en energie-efficiënte de druk op de bevoorradingszekerheid verlichten. Het al dan niet openhouden van 2GW nucleair heeft overigens geen effect op de Europese broeikasgasemissies, telt niet mee in de Belgische klimaatdoelstellingen en zal in het niets vallen bij de snelle groei van hernieuwbare bronnen in de buurlanden.

Klimaat

Klimaat heeft de verkiezingsdebatten beroerd en zorgt voor een groene golf op het Europese niveau, waar het meeste beleid tot stand komt. Het Europese klimaat- en milieubeleid komt versterkt uit deze verkiezingen. In eigen land leidt de uitslag mogelijk opnieuw tot een blokkering waarbij de Waalse en Vlaamse regering een tegengestelde kaart trekken.

Daardoor riskeert er opnieuw geen coherent nationaal beleid te komen en zal België het laten afweten in de Europese debatten. Maar bij zo een blokkering wint niemand. Wanneer de overheden gelijk oversteken krijgen we een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid dat oog heeft voor de industriële dynamiek in Vlaanderen. Zo een nieuwe synthese heeft al redelijk wat draagvlak. Er is politiek moed vereist om ze tot stand te brenen en ook meer oog te hebben voor mensen buiten de steden die nog onvoldoende de voordelen van een krachtig klimaatbeleid voelen.

Minder files en luchtvervuiling. Behoud van de groene, open ruimte. Het licht dat blijft branden bij een kernuitstap. Een sterk klimaatbeleid. Dat zijn kort gezegd de uitdagingen rond milieu en natuur die de Vlaming het meest beroeren. Wanneer we die uitdagingen naast de verkiezingsuitslagen leggen, dan kunnen we een eerste inschatting maken van welke paden de nieuwe coalities zullen bewandelen om de files, het open ruimteverlies, de bevoorradingszekerheid en het klimaat aan te pakken.Onder druk van het Vlaamse Belang trok de N-VA haar steun in voor een slimme kilometerheffing. Gesteld dat er een Vlaamse regering komt onder leiding van N-VA, dan zal die met deze uitslag waarschijnlijk op zoek gaan naar een ander instrument om de files te bekampen. Dan kiest ze waarschijnlijk voor de gemakkelijkste weg: meer investeringen in (fiets)infrastructuur. Dat zal slechts een beperkt effect hebben. Ook speelt de slimme kilometerheffing een cruciale rol om bindende, Europese doelstellingen rond klimaat en luchtkwaliteit te halen. Als ze er niet komt, rest als enig alternatief het razendsnel emissievrij maken van het voertuigenpark. Te beginnen met de bussen van de Lijn en de salariswagens. Daarnaast zijn innovaties zoals ritdelen om de bezettingsgraad van voertuigen te verhogen en meer vracht op spoor- en binnenvaart no brainers.Het behoud van de groene, open ruimte is in de eerste plaats een financiële kwestie. Hoe (veel) worden de eigenaars van slecht gelegen bouwgronden vergoed om de bestemming te kunnen veranderen? Mensen maken soms hoge kosten om de bouwgrond achter hun woning te kopen om te vermijden dat er iemand bouwt en het zicht vrij blijft. Nu moeten we als samenleving dezelfde vraag beantwoorden: hoeveel hebben we veil om de resterende open ruimte te sparen. Gelukkig loont die uitgave op termijn. We vermijden de miljardenkosten van extra wegen, nutsvoorzieningen of bijkomende autokilometers voor dienstverleners. De open ruimte is ook cruciaal om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen, zoals het vasthouden van water bij droogte of plotse regenbuien. De landbouw ten slotte zal haar vervuiling moeten aanpakken. Kortom, zo weinig mogelijk inname van open ruimte is een dossier dat niet nog eens 5 jaar kan wachten.Waarschijnlijk het moeilijkste dossier, zeker als de federale regeringsvorming lang aansleept, is de kernuitstap. Binnen de Centraal West-Europese (CWE) elektriciteitsmarkt staat België slechts in voor minder dan een tiende van het elektriciteitsverbruik. De trends in onze buurlanden zullen de toon zetten. Zo gaan Nederland en Duitsland voor respectievelijk meer dan 70% en meer dan 60% van hernieuwbare elektriciteit in 2030. Tientallen bruinkool-, steenkool- en kerncentrales zullen de deuren sluiten.De dalende marktprijzen door de toename van hernieuwbare energie maken het moeilijker om nieuwe investeringen in vervangcapaciteit te financieren. Om het licht in België te laten branden is er ongeveer 4 GW bijkomende capaciteit nodig tegen 2026. In België staat er 2GW aan kerncentrales die in principe zouden kunnen open blijven om het gat te vullen. Net over de grens zou de centrale van Maasbracht 1,4GW capaciteit kunnen leveren. Politiek lijkt het verleidelijk om twee kerncentrales langer open te houden. Maar de uitbater Engie-Electrabel weet dat en heeft al overheidssteun gevraagd. Bovendien is het maar de vraag hoe sterk we op die centrales kunnen rekenen. De voorbije jaren toonden ze aan dat de ouderdom hen parten speelt. Engie-Electrabel zal de twee kerncentrales ook gebruiken als onderhandelingswapen om een lagere de factuur voor de afbraak van de kerncentrales en de berging van kernafval te bekomen. Als de federale regering bij een volledige kernuitstap blijft, stuit ze op een ander probleem: hoe voldoende snel vervangcapaciteit verkrijgen. Engie-Electrabel en EDF-Luminus hebben het merendeel van de sites in handen waar er nieuwe gascentrales kunnen bij komen. We rekenen dus beter ook op nieuwe spelers die de markt voor nieuwbouw kunnen openbreken en zo de (ondersteunings)kosten ervan naar beneden krijgen. Tegelijk kan de snelle uitbouw van wind (op zee), warmtekrachtkoppeling, het verschuiven van de vraag en energie-efficiënte de druk op de bevoorradingszekerheid verlichten. Het al dan niet openhouden van 2GW nucleair heeft overigens geen effect op de Europese broeikasgasemissies, telt niet mee in de Belgische klimaatdoelstellingen en zal in het niets vallen bij de snelle groei van hernieuwbare bronnen in de buurlanden.Klimaat heeft de verkiezingsdebatten beroerd en zorgt voor een groene golf op het Europese niveau, waar het meeste beleid tot stand komt. Het Europese klimaat- en milieubeleid komt versterkt uit deze verkiezingen. In eigen land leidt de uitslag mogelijk opnieuw tot een blokkering waarbij de Waalse en Vlaamse regering een tegengestelde kaart trekken. Daardoor riskeert er opnieuw geen coherent nationaal beleid te komen en zal België het laten afweten in de Europese debatten. Maar bij zo een blokkering wint niemand. Wanneer de overheden gelijk oversteken krijgen we een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid dat oog heeft voor de industriële dynamiek in Vlaanderen. Zo een nieuwe synthese heeft al redelijk wat draagvlak. Er is politiek moed vereist om ze tot stand te brenen en ook meer oog te hebben voor mensen buiten de steden die nog onvoldoende de voordelen van een krachtig klimaatbeleid voelen.