Binnenkort barst in het Vlaams Parlement de discussie over het instrumentendecreet los. Met het decreet wil Vlaanderen eindelijk het vastgelopen ruimtelijk beleid in Vlaanderen terug lostrekken. Want Vlaanderen is de meest verkavelde, maar ook verknipte regio van Europa en dat heeft erg kwalijke gevolgen. We zijn recordhouder 'in de file staan', door lintbebouwing hebben we een erg bosarme en verknipte natuur en nergens anders ligt er meer kilometer aan weginfrastructuur per inwoner dan bij ons.

Maar om dat historische rommeltje aan te pakken, moeten we goed vastleggen waar we nog willen bouwen, en vooral waar niet. De Vlaamse Regering stelt dat het decreet dat voorligt noodzakelijk is om grondeigenaars billijk te vergoeden bij een bestemmingswijziging. Maar de Vlaamse regering, met minister Zuhal Demir op kop, gaat hier erg ver in. Eigenaars zullen voor landbouwpercelen, die toevallig in de jaren '60 woonuitbreidingsgebied werden op de gewestplannen, in de toekomst een riante vergoeding krijgen om de bestemming te wijzigen.

Open ruimte beschermen? Vooral grootgrondbezitters zullen langs de kassa passeren.

Zelfs voor gronden waarvoor je nooit een bouwvergunning zou krijgen, voorziet de Vlaamse Regering een riante vergoeding. Terwijl in het huidige systeem net de voorwaarde is opgenomen dat de grond ook effectief kans maakt op een bouwvergunning, omdat het bijvoorbeeld dichtbij/aan een bestaande weg ligt. Door die voorwaarde achterwege te laten, lost de Vlaamse Regering voor veel stukken grond, waar nu soms al waardevol bos op staat, niets op. De herbestemming zal veel te duur worden. Geen enkel bestuur zal dit overwegen. Kortom, waardvolle bossen die niet in bosgebied liggen, blijven met kap bedreigd.

Bijkomend werden de woonuitbreidingsgebieden in de jaren '60 veel te ruim afgebakend. Een historische fout, gezien het aanbod te groot is. Zelfs zonder ruimtelijk beleid is de vraag naar bebouwing van deze gronden er veelal niet. En neen, het is niet de man in de straat die eigenaar is van dergelijke percelen. Die kocht z'n stukje bouwgrond op z'n minst langs bestaande wegen, om vaak onmiddellijk te bebouwen. Het zijn vooral grootgrondbezitters die langs de kassa passeren. Zijn dit nu echt degenen die we moeten belonen?

En ook bij de nieuwe bepaling voor de grootte van vergoeding gaat Demir volgens ons veel te ver. De planschade die op dit moment gehanteerd wordt, wordt gebaseerd op het prijsverschil tussen de aankoopwaarde en de geïndexeerde aankoopwaarde. Van dit verschil werd maar 80% betaald. Maar in het nieuwe decreet zal Vlaanderen kijken naar het prijsverschil tussen de aankoopwaarde en naar de mogelijke verkoopprijs. Dit verschil wordt 100% uitbetaald. Het grote verschil zit hem niet zozeer in het optrekken van 80% naar 100% van de schade, maar eerder in de manier waarop het prijsverschil wordt berekend.

Daardoor kan het verschil tussen deze twee erg groot zijn. Dat toont ook een voorbeeld dat onlangs gepubliceerd werd. Een bedrag van 100 euro in 2004 werd in 2014 geïndexeerd naar 122,82 euro. In diezelfde periode steeg de gemiddelde Vlaamse bouwgrond in prijs van 94 naar 179 euro/m². Wat betekent dit concreet? Voor een perceel van 250m² waar je in 2004 gemiddeld € 23.500 voor betaalde, krijg je bij de oude regeling een vergoeding van 23.090 euro, ofwel 80% van 28.862 euro. Met het nieuwe decreet van de Vlaamse Regering wordt dat 250 m² x 179 euro, ofwel dus 44.750 euro.

Die snellere stijging van grondprijzen in waarde dan de consumptieprijzen lokte in het verleden erg veel speculanten. Met dit decreet beloont de Vlaamse Regering rijke speculanten en projectontwikkelaars met soms dubbel zo hoge vergoedingen. Tegelijk zorgt ze ervoor dat een degelijk en effectief ruimtelijk beleid veel duurder, en misschien zelfs onbetaalbaar wordt voor de belastingbetaler.

Nochtans werd het huidige systeem al meermaals door het Grondwettelijk Hof beoordeeld als een goed werkend systeem dat billijk en eerlijk is voor de bezitters van te bebouwen woongebied. Zowel de voorwaarden om aanspraak te maken op een vergoeding, als de grootte van de vergoeding zelf, werden sociaal eerlijk genoemd door het Grondwettelijk Hof. Terwijl de Vlaams Regering de zogezegde sociale oneerlijkheid aanhaalde als noodzaak voor het nieuwe systeem. Niet dus.

De keuze van de Vlaamse Regering is duidelijk en wordt ook in het openruimtebeleid doorgetrokken. De rijken, rijker maken. En jawel, dit is een voorstel van een Vlaamse regering die als uitgangspunt besparing voor op stelt. De middelen voor cultuur, welzijn, onderwijs, sociale woningen,... werden drastisch verlaagd of alvast niet verhoogd. Maar voor een onnodige speculatievergoeding zijn er blijkbaar wel middelen beschikbaar. Meer nog, er wordt zelfs extra budget voorzien. Maar een euro geef je maar een keer uit. En dit decreet gaat ten koste van een openruimtebeleid waar iedereen beter van wordt en ten koste van de belastingbetaler.

Binnenkort barst in het Vlaams Parlement de discussie over het instrumentendecreet los. Met het decreet wil Vlaanderen eindelijk het vastgelopen ruimtelijk beleid in Vlaanderen terug lostrekken. Want Vlaanderen is de meest verkavelde, maar ook verknipte regio van Europa en dat heeft erg kwalijke gevolgen. We zijn recordhouder 'in de file staan', door lintbebouwing hebben we een erg bosarme en verknipte natuur en nergens anders ligt er meer kilometer aan weginfrastructuur per inwoner dan bij ons.Maar om dat historische rommeltje aan te pakken, moeten we goed vastleggen waar we nog willen bouwen, en vooral waar niet. De Vlaamse Regering stelt dat het decreet dat voorligt noodzakelijk is om grondeigenaars billijk te vergoeden bij een bestemmingswijziging. Maar de Vlaamse regering, met minister Zuhal Demir op kop, gaat hier erg ver in. Eigenaars zullen voor landbouwpercelen, die toevallig in de jaren '60 woonuitbreidingsgebied werden op de gewestplannen, in de toekomst een riante vergoeding krijgen om de bestemming te wijzigen.Zelfs voor gronden waarvoor je nooit een bouwvergunning zou krijgen, voorziet de Vlaamse Regering een riante vergoeding. Terwijl in het huidige systeem net de voorwaarde is opgenomen dat de grond ook effectief kans maakt op een bouwvergunning, omdat het bijvoorbeeld dichtbij/aan een bestaande weg ligt. Door die voorwaarde achterwege te laten, lost de Vlaamse Regering voor veel stukken grond, waar nu soms al waardevol bos op staat, niets op. De herbestemming zal veel te duur worden. Geen enkel bestuur zal dit overwegen. Kortom, waardvolle bossen die niet in bosgebied liggen, blijven met kap bedreigd.Bijkomend werden de woonuitbreidingsgebieden in de jaren '60 veel te ruim afgebakend. Een historische fout, gezien het aanbod te groot is. Zelfs zonder ruimtelijk beleid is de vraag naar bebouwing van deze gronden er veelal niet. En neen, het is niet de man in de straat die eigenaar is van dergelijke percelen. Die kocht z'n stukje bouwgrond op z'n minst langs bestaande wegen, om vaak onmiddellijk te bebouwen. Het zijn vooral grootgrondbezitters die langs de kassa passeren. Zijn dit nu echt degenen die we moeten belonen?En ook bij de nieuwe bepaling voor de grootte van vergoeding gaat Demir volgens ons veel te ver. De planschade die op dit moment gehanteerd wordt, wordt gebaseerd op het prijsverschil tussen de aankoopwaarde en de geïndexeerde aankoopwaarde. Van dit verschil werd maar 80% betaald. Maar in het nieuwe decreet zal Vlaanderen kijken naar het prijsverschil tussen de aankoopwaarde en naar de mogelijke verkoopprijs. Dit verschil wordt 100% uitbetaald. Het grote verschil zit hem niet zozeer in het optrekken van 80% naar 100% van de schade, maar eerder in de manier waarop het prijsverschil wordt berekend. Daardoor kan het verschil tussen deze twee erg groot zijn. Dat toont ook een voorbeeld dat onlangs gepubliceerd werd. Een bedrag van 100 euro in 2004 werd in 2014 geïndexeerd naar 122,82 euro. In diezelfde periode steeg de gemiddelde Vlaamse bouwgrond in prijs van 94 naar 179 euro/m². Wat betekent dit concreet? Voor een perceel van 250m² waar je in 2004 gemiddeld € 23.500 voor betaalde, krijg je bij de oude regeling een vergoeding van 23.090 euro, ofwel 80% van 28.862 euro. Met het nieuwe decreet van de Vlaamse Regering wordt dat 250 m² x 179 euro, ofwel dus 44.750 euro.Die snellere stijging van grondprijzen in waarde dan de consumptieprijzen lokte in het verleden erg veel speculanten. Met dit decreet beloont de Vlaamse Regering rijke speculanten en projectontwikkelaars met soms dubbel zo hoge vergoedingen. Tegelijk zorgt ze ervoor dat een degelijk en effectief ruimtelijk beleid veel duurder, en misschien zelfs onbetaalbaar wordt voor de belastingbetaler.Nochtans werd het huidige systeem al meermaals door het Grondwettelijk Hof beoordeeld als een goed werkend systeem dat billijk en eerlijk is voor de bezitters van te bebouwen woongebied. Zowel de voorwaarden om aanspraak te maken op een vergoeding, als de grootte van de vergoeding zelf, werden sociaal eerlijk genoemd door het Grondwettelijk Hof. Terwijl de Vlaams Regering de zogezegde sociale oneerlijkheid aanhaalde als noodzaak voor het nieuwe systeem. Niet dus.De keuze van de Vlaamse Regering is duidelijk en wordt ook in het openruimtebeleid doorgetrokken. De rijken, rijker maken. En jawel, dit is een voorstel van een Vlaamse regering die als uitgangspunt besparing voor op stelt. De middelen voor cultuur, welzijn, onderwijs, sociale woningen,... werden drastisch verlaagd of alvast niet verhoogd. Maar voor een onnodige speculatievergoeding zijn er blijkbaar wel middelen beschikbaar. Meer nog, er wordt zelfs extra budget voorzien. Maar een euro geef je maar een keer uit. En dit decreet gaat ten koste van een openruimtebeleid waar iedereen beter van wordt en ten koste van de belastingbetaler.