Het Coronavirus blijft wild en meedogenloos om zich heen grijpen, wereldwijd. De beelden en cijfers die ons bereiken vanuit India zijn schrijnend. Ook in Brazilië richt het virus nog steeds een waar slagveld aan.

Het goede nieuws is dat er inmiddels verschillende vaccins tegen COVID-19 op de markt zijn én dat ze werken. Dat blijkt uit dalende curves inzake bijvoorbeeld ziekenhuisopnames en overlijdens van gevaccineerde bevolkingsgroepen. Om de pandemie te overwinnen, komt het erop aan om de vaccins zo snel mogelijk toegankelijk te maken voor zoveel mogelijk mensen en dit wereldwijd. Daarover is iedereen het eens.

De EU draagt hiertoe bij via het Covax-initiatief, dat wij voluit steunen. De discrepantie tussen het Westen en ontwikkelingslanden inzake de beschikbaarheid van vaccins blijft echter een uitdaging en zet het debat opnieuw op scherp.

Onderzoek en ontwikkeling: een patent op de toekomst.

Sommigen verwachten veel -of zelfs alle- heil in het opheffen van de patenten op vaccins. Federaal minister van ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir bepleitte die aanpak deze week opnieuw. Of dat een regeringsstandpunt is, is dan weer niet geheel duidelijk. Zou de liberale premier dit standpunt ook hebben vermeld bij zijn bezoek aan Pfizer in Puurs vorige week?

Het is een illusie dat de loutere opheffing van de vaccinpatenten een eenvoudige oplossing zou bieden voor het probleem. Goedkope politieke slogans helpen ons geen meter vooruit. Ik pleit voor een genuanceerd debat en een constructieve dialoog met de sector, over werkbare oplossingen voor nu en later.

Vaccins dánkzij innovatie en patenten

Dat we vandaag, amper één jaar na de uitbraak van de pandemie, vier doeltreffende vaccins hebben in de EU wordt al snel als vanzelfsprekend beschouwd. Dat is het niet. Het blijft een enorme krachttoer van wetenschappers en producenten om deze klus op zeer korte tijd te klaren.

Deze prestatie is het resultaat van jarenlang onderzoek, ontwikkeling en innovatie. En dat gebeurt echt niet alleen op basis van publieke middelen, gelukkig maar. Neem nu de mRNA-techniek, deze kwam echt niet zomaar uit de lucht vallen. In 2018 startte BioNTech een samenwerking met Pfizer voor een griepvaccin op basis van mRNA. Deze samenwerking leverde vruchtbare bodem op voor het coronavaccin.

Zouden we coronavaccins hebben zonder patenten? Ik meen van niet. De coronavaccins, en vele andere geneesmiddelen, zijn er gekomen onder andere dankzij de patenten. Het ontwikkelen van een vaccin is een huzarenstuk. Het is een proces van vallen en opstaan, "trial and error", met veel meer kans op mislukking dan op succes. Doordat we quasi exclusief praten over succesverhalen, dreigen we uit het oog te verliezen dat er ook andere facetten zijn aan dit proces. Ter illustratie: tegen alle verwachtingen in slaagt een grote speler als GSK-Sanofi er voorlopig niet in om een coronavaccin te ontwikkelen.

Patenten bieden bescherming aan de kiemen van innovatie, zodat nieuwe ideeën kunnen uitgroeien tot succesverhalen. De bescherming van intellectuele eigendom biedt onderzoekers en bedrijven een noodzakelijke aansporing én biedt tegelijk ook rechtszekerheid.

Patenten geen hindernis voor meer productiecapaciteit

De vaccins zijn er, maar nog onvoldoende in aantal. Dé uitdaging waarmee we vandaag kampen is het opschalen van de productie van de werkzame vaccins. En dan is de hamvraag: waar zit de flessenhals voor meer productie? Die situeert zich op meerdere fronten, maar niet zozeer bij de patenten. Commissievoorzitter von der Leyen zei eerder al: "science beats industry". De Commissie heeft zich te eenzijdig blindgestaard op de ontwikkeling van vaccins zelf, en -in tegenstelling tot de VS- onvoldoende geanticipeerd op de noodzakelijke uitbreiding van productiecapaciteit. Dit omvat een complex geheel van beschikbare grondstoffen, globale toeleveringsketens, kennis over productie en technologie, ... Met andere woorden: de kennis van het "recept" betekent niet automatisch dat men de taart ook zonder problemen kan bakken.

Dialoog in plaats van mes op de keel

Bedrijven in Vlaanderen en België hebben een bijzondere positie in de ontwikkeling van de coronavaccins. Dit doet onze reputatie als een echt "farmaland" alle eer aan. Uit een recent persbericht van Essenscia blijkt dat chemie en life sciences in 2020 goed waren voor 40% van alle patentaanvragen. En wat meer is: biotechnologie, medische technologie en farmaceutica maakten in 2020 een kwart (552) uit van het totale aantal Belgische patentaanvragen. De chemie en life sciences sector investeerde in 2019 4,5 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling in ons land. Een record. De sector zorgt ook voor bijna 100.000 directe jobs en draagt substantieel bij aan onze welvaart.

Met haar pleidooi voor de opheffing van patenten dreigt Minister Kitir niet alleen de tak af te zagen waarop men zit, maar ze biedt ook geen oplossing voor het productieprobleem.

Er zit meer heil in een constructieve samenwerking met de sector. Een dialoog met de sector moet efficiënte oplossingen mogelijk maken, die de inspanningen van onderzoekers en bedrijven erkennen en beschermen en tegelijk leiden tot een grotere beschikbaarheid van de vaccins wereldwijd. Op het terrein werden al vrijwillige licentieakkoorden gesloten, bijvoorbeeld tussen AstraZeneca en het Serum Instituut in India. Sanofi heeft een dergelijk akkoord met BioNTech/Pfizer en GSK biedt steun aan Novavax. Een dialoog kan en moet bijkomende creatieve oplossingen faciliteren.

Die samenwerking met de sector biedt volgens mij de beste kans op slagen in deze pandemie, maar ook op langere termijn en voor andere toepassingen. Met het opheffen van patenten, zegt men deels ook het vertrouwen in de sector én de rechtszekerheid op lange termijn op. Dit kan een hypotheek leggen op toekomstige innovatie, die we broodnodig hebben voor tal van uitdagingen: gaande van nieuwe coronavarianten, klimaatverandering, voedselproductie tot een volgende pandemie.

Het Coronavirus blijft wild en meedogenloos om zich heen grijpen, wereldwijd. De beelden en cijfers die ons bereiken vanuit India zijn schrijnend. Ook in Brazilië richt het virus nog steeds een waar slagveld aan. Het goede nieuws is dat er inmiddels verschillende vaccins tegen COVID-19 op de markt zijn én dat ze werken. Dat blijkt uit dalende curves inzake bijvoorbeeld ziekenhuisopnames en overlijdens van gevaccineerde bevolkingsgroepen. Om de pandemie te overwinnen, komt het erop aan om de vaccins zo snel mogelijk toegankelijk te maken voor zoveel mogelijk mensen en dit wereldwijd. Daarover is iedereen het eens. De EU draagt hiertoe bij via het Covax-initiatief, dat wij voluit steunen. De discrepantie tussen het Westen en ontwikkelingslanden inzake de beschikbaarheid van vaccins blijft echter een uitdaging en zet het debat opnieuw op scherp. Sommigen verwachten veel -of zelfs alle- heil in het opheffen van de patenten op vaccins. Federaal minister van ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir bepleitte die aanpak deze week opnieuw. Of dat een regeringsstandpunt is, is dan weer niet geheel duidelijk. Zou de liberale premier dit standpunt ook hebben vermeld bij zijn bezoek aan Pfizer in Puurs vorige week? Het is een illusie dat de loutere opheffing van de vaccinpatenten een eenvoudige oplossing zou bieden voor het probleem. Goedkope politieke slogans helpen ons geen meter vooruit. Ik pleit voor een genuanceerd debat en een constructieve dialoog met de sector, over werkbare oplossingen voor nu en later. Dat we vandaag, amper één jaar na de uitbraak van de pandemie, vier doeltreffende vaccins hebben in de EU wordt al snel als vanzelfsprekend beschouwd. Dat is het niet. Het blijft een enorme krachttoer van wetenschappers en producenten om deze klus op zeer korte tijd te klaren.Deze prestatie is het resultaat van jarenlang onderzoek, ontwikkeling en innovatie. En dat gebeurt echt niet alleen op basis van publieke middelen, gelukkig maar. Neem nu de mRNA-techniek, deze kwam echt niet zomaar uit de lucht vallen. In 2018 startte BioNTech een samenwerking met Pfizer voor een griepvaccin op basis van mRNA. Deze samenwerking leverde vruchtbare bodem op voor het coronavaccin. Zouden we coronavaccins hebben zonder patenten? Ik meen van niet. De coronavaccins, en vele andere geneesmiddelen, zijn er gekomen onder andere dankzij de patenten. Het ontwikkelen van een vaccin is een huzarenstuk. Het is een proces van vallen en opstaan, "trial and error", met veel meer kans op mislukking dan op succes. Doordat we quasi exclusief praten over succesverhalen, dreigen we uit het oog te verliezen dat er ook andere facetten zijn aan dit proces. Ter illustratie: tegen alle verwachtingen in slaagt een grote speler als GSK-Sanofi er voorlopig niet in om een coronavaccin te ontwikkelen. Patenten bieden bescherming aan de kiemen van innovatie, zodat nieuwe ideeën kunnen uitgroeien tot succesverhalen. De bescherming van intellectuele eigendom biedt onderzoekers en bedrijven een noodzakelijke aansporing én biedt tegelijk ook rechtszekerheid. De vaccins zijn er, maar nog onvoldoende in aantal. Dé uitdaging waarmee we vandaag kampen is het opschalen van de productie van de werkzame vaccins. En dan is de hamvraag: waar zit de flessenhals voor meer productie? Die situeert zich op meerdere fronten, maar niet zozeer bij de patenten. Commissievoorzitter von der Leyen zei eerder al: "science beats industry". De Commissie heeft zich te eenzijdig blindgestaard op de ontwikkeling van vaccins zelf, en -in tegenstelling tot de VS- onvoldoende geanticipeerd op de noodzakelijke uitbreiding van productiecapaciteit. Dit omvat een complex geheel van beschikbare grondstoffen, globale toeleveringsketens, kennis over productie en technologie, ... Met andere woorden: de kennis van het "recept" betekent niet automatisch dat men de taart ook zonder problemen kan bakken.Bedrijven in Vlaanderen en België hebben een bijzondere positie in de ontwikkeling van de coronavaccins. Dit doet onze reputatie als een echt "farmaland" alle eer aan. Uit een recent persbericht van Essenscia blijkt dat chemie en life sciences in 2020 goed waren voor 40% van alle patentaanvragen. En wat meer is: biotechnologie, medische technologie en farmaceutica maakten in 2020 een kwart (552) uit van het totale aantal Belgische patentaanvragen. De chemie en life sciences sector investeerde in 2019 4,5 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling in ons land. Een record. De sector zorgt ook voor bijna 100.000 directe jobs en draagt substantieel bij aan onze welvaart. Met haar pleidooi voor de opheffing van patenten dreigt Minister Kitir niet alleen de tak af te zagen waarop men zit, maar ze biedt ook geen oplossing voor het productieprobleem. Er zit meer heil in een constructieve samenwerking met de sector. Een dialoog met de sector moet efficiënte oplossingen mogelijk maken, die de inspanningen van onderzoekers en bedrijven erkennen en beschermen en tegelijk leiden tot een grotere beschikbaarheid van de vaccins wereldwijd. Op het terrein werden al vrijwillige licentieakkoorden gesloten, bijvoorbeeld tussen AstraZeneca en het Serum Instituut in India. Sanofi heeft een dergelijk akkoord met BioNTech/Pfizer en GSK biedt steun aan Novavax. Een dialoog kan en moet bijkomende creatieve oplossingen faciliteren. Die samenwerking met de sector biedt volgens mij de beste kans op slagen in deze pandemie, maar ook op langere termijn en voor andere toepassingen. Met het opheffen van patenten, zegt men deels ook het vertrouwen in de sector én de rechtszekerheid op lange termijn op. Dit kan een hypotheek leggen op toekomstige innovatie, die we broodnodig hebben voor tal van uitdagingen: gaande van nieuwe coronavarianten, klimaatverandering, voedselproductie tot een volgende pandemie.