Nieuwe jezuïetenschool in Molenbeek: ‘Bewust voor Brusselse armoedesikkel gekozen’

© Aurélie Geurts

Soms gaan de dingen wél goed in Brussel. Zelfs in Sint-Jans-Molenbeek. Neem nu de enorme site van brouwerij Vandenheuvel aan de Ninoofsesteenweg, naast metro- en treinstation Brussel West. Decennialang was het een stadskanker, maar sinds de sanering rezen er een woontoren, een supermarkt, horecazaken en een Nederlandstalige basisschool van het Gemeenschapsonderwijs op. Op 1 september volgt een nieuwe mijlpaal: directrice Corine Versteylen en haar team verwelkomen die dag de eerste lichting van zo’n 100 leerlingen in de nieuwe jezuïetenschool Egied Van Broeckhoven. De opstart verloopt trapsgewijs per leerjaar. Op kruissnelheid, vanaf het schooljaar 2028-2029, is er plaats voor 860 scholieren.

We verloochenen onze christelijke inspiratie niet. Moslimouders appreciëren dat.

Een volledig nieuwe secundaire school in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel is al geen alledaagse gebeurtenis, maar het is bovendien een domeinschool: weg zijn de klassieke schotten tussen de onderwijsvormen aso, tso en bso. Egied Van Broeckhoven biedt de domeinen STEM (wetenschappen, technologie en wiskunde) en Maatschappij & Welzijn aan, met drie einddoelen: leerlingen laten doorstromen naar het hoger onderwijs, ze klaarstomen voor de arbeidsmarkt met een zevende jaar, of iets ertussenin wat ‘dubbele finaliteit’ heet.

En dan gaat het ook nog eens om een initiatief van de jezuïeten. Vorig jaar kreeg Corine Versteylen, marketingdirecteur bij de Vlerick Business School, een stroomstoot bij het lezen van de vacature. ‘Ik was helemaal niet van plan om van baan te veranderen’, zegt ze. ‘Maar hoe vaak krijg je in je leven de kans om een compleet nieuwe school op te starten? Een vernieuwend onderwijsproject, in Molenbeek nog wel. Ik woon al heel lang in Laken, bijna op de grens met Molenbeek. Dat de jezuïeten erachter zaten, gaf helemaal de doorslag. Ik ben zelf naar school gegaan bij de jezuïeten in Turnhout. Ik ken hun grondigheid. Van de jezuïeten weet je zeker dat ze geen half werk leveren.’

Middelbaar jezuïetenonderwijs heeft een elitaire reputatie, als kweekvijver voor dokters, ingenieurs en advocaten. Is het organiseren van onder meer beroepsopleidingen techniek en welzijn geen forse stap buiten de comfortzone?

Corine Versteylen: Die elitaire reputatie leeft vooral in Vlaanderen. De jezuïeten organiseren in zowat de hele wereld onderwijs, vaak in scholen die technische of beroepsopleidingen aanbieden. Het klopt dat Egied een stap in het onbekende is, al wil ik dat meteen relativeren. De koepel van ignatiaanse scholen is de voorbije jaren flink uitgebreid, ook met technische scholen, die hun expertise graag met ons delen. Eigenlijk past deze school perfect in de missie van de jezuïeten: sociale bewogenheid en kansen geven aan jongeren. Het was blijkbaar al langer de bedoeling om een school op te richten in de zogenaamde Brusselse armoedesikkel, zeg maar de Kanaalzone die van Laken over Molenbeek en Anderlecht tot in Vorst loopt. De sanering van deze site was een buitenkans, want er zijn niet veel geschikte locaties in zo’n dichtbevolkte stad.

© Aurélie Geurts

Een nieuwe middelbare school uit de grond stampen is geen sinecure. Hoe begin je daaraan?

Versteylen: Sinds ik hier in oktober ben begonnen, is mijn respect voor de initiatiefnemers alleen maar gegroeid. Er komt ontzettend veel bij kijken. Alleen al de financiering is een enorme uitdaging. Om gesubsidieerd te worden moet de eerste graad van een middelbare school minimaal 213 leerlingen tellen. Dat halen we niet met onze gefaseerde opstart, een eerste jaar met 100 leerlingen is al ambitieus genoeg. Gevolg is wel dat we als scholengroep de werkingskosten van dat eerste schooljaar met eigen middelen moeten financieren. Bouwen kost op zich al veel geld, de totale investering loopt tegen de 50 miljoen euro. Vlaanderen financiert daarvan driekwart, maar de rest betalen we zelf – en we hebben ook de site zelf aangekocht.

Egied is een primeur. In 2016 lanceerde Vlaanderen een oproep om scholen te bouwen als antwoord op het nijpende capaciteitstekort. Het moest via een DBFM-constructie, met een consortium van projectontwikkelaars, architectenbureaus, aannemers en banken dat alle stappen voor zijn rekening neemt. Dat is een loodzware procedure gebleken. Van alle ingediende projecten is dit het enige wat al wordt gerealiseerd. In Brussel dus, wat een goede zaak is. Nergens is het capaciteitsprobleem nijpender dan in het Brusselse onderwijs.

Was het moeilijk ouders te overtuigen om hun kinderen naar een nieuwe school zonder reputatie te sturen?

Versteylen: We profiteren natuurlijk van het positieve imago dat het Nederlandstalige onderwijs in Brussel geniet. Toch was het nog spannend, want door de bouwwerf konden we geen opendeurdag organiseren. Ik ben dan maar zelf naar heel wat basisscholen gegaan om Egied voor te stellen, en verder hebben we online presentaties georganiseerd. Inschrijven moest via het online aanmeldingssysteem dat alle Brusselse scholen hanteren. Daar horen voorrangsregels bij, voor kinderen met minstens één Nederlandstalige ouder en voor kinderen die vanaf de leerplichtleeftijd in een Nederlandstalige school hebben gezeten. Het is in de praktijk nog complexer, want er spelen ook criteria mee voor kinderen uit kansarme, laaggeschoolde milieus. Ingewikkeld, maar in heel Brussel staan lagere scholen en andere Vlaamse instanties klaar om ouders bij te staan. Dat heb ik ook zelf gedaan, vaak nadat ouders spontaan in mijn tijdelijk kantoor waren binnengestapt om hun kind in te schrijven. Die contactmomenten waren erg waardevol: ik voelde het enthousiasme van de buurt voor onze school. Dit is geen eiland, onze infrastructuur zal ook buiten de schooltijd ten dienste van de buurt staan. We hebben een uitgebreid netwerk van partners, van eerstelijnsgezondheidszorg tot jongerenorganisaties zoals D’Broej en Debateville. In onze werkgroep Brede School zit zelfs een Molenbeekse boksclub – de nieuwe turnzaal werd voorzien op een boksring.

Het secundair onderwijs kampt met een dramatisch lerarentekort. Heeft dat jullie parten gespeeld?

Versteylen: Nee, ik heb verrassend vlot een team van veertien ervaren leerkrachten en ondersteunende personeelsleden kunnen samenstellen. Op één na hebben al mijn leerkrachten een voltijdse opdracht, wat een opsteker is voor de betrokkenheid bij het project. De meesten wonen in Brussel en zijn goed vertrouwd met de leefwereld van de leerlingen. Het moet me toch even van het hart: ik heb moeite met het negativisme over ons onderwijs, dat nog wordt versterkt door de media. Er is zo veel engagement in onze scholen, en er worden zo veel prachtige initiatieven genomen. Mijn leerkrachten hebben zonder mopperen twee keer vier dagen van hun vakantie opgeofferd aan de opstart van de school. Hun enthousiasme is tastbaar. Ze worden net zoals ik gedreven door het besef dat dit een uniek project is, een kans die je maar één keer in je carrière krijgt.

‘We hebben bewust voor de Brusselse armoedesikkel gekozen.’
© Aurélie Geurts

De meerderheid van de leerlingen zijn moslims. Hoe gaat een katholieke school daarmee om?

Versteylen: We verloochenen onze christelijke inspiratie niet. Moslimouders appreciëren dat. Ze vinden het positief dat we vanuit een religieus wereldbeeld vertrekken. Ik geloof sterk in het concept van de katholieke dialoogschool die op zoek gaat naar verbinding met andere levensbeschouwingen. Zonder bekeringsdrang. Jongeren mogen hier ook ontdekken dat ze atheïstisch zijn.

Hoort bij de openheid ook tolerantie voor de hoofddoek?

Versteylen: Voor leerlingen staan we het niet toe, maar leerkrachten met een hoofddoek? Ook leerkrachten hebben een levensbeschouwelijke overtuiging. Waarom zouden ze die moeten verstoppen? Ik zou het zelfs een bijzondere vorm van engagement vinden als een moslim bereid is om in een katholieke school te werken. Met of zonder hoofddoek, als er maar goed les wordt gegeven en ons pedagogische project wordt uitgedragen in een sfeer van verbinding.

Nederlandstalige scholen worden steeds populairder bij anderstalige ouders in Brussel. Toch hoor je in die scholen vaak klachten over het belabberde niveau van het Nederlands dat anderstalige leerlingen bij de uitstroom bereiken. Herkenbaar?

Versteylen: (zucht) Alweer die negatieve blik. Je kunt het ook anders bekijken en de taalvoorsprong benadrukken. Veel van onze Brusselse leerlingen spreken met gemak twee of zelfs drie talen. Uiteraard is een goede beheersing van het Nederlands een topprioriteit, zowel voor doorstromers als voor de finaliteit arbeidsmarkt, want een technicus of zorgverlener moet vlot met klanten of patiënten kunnen communiceren. In het Nederlands maar ook in het Frans, waar we ook extra aandacht aan besteden. Trouwens, 10 à 15 procent van onze leerlingen spreekt thuis wel degelijk Nederlands. Ik heb het bij de inschrijvingen meermaals gezien: Molenbeekse ouders met Marokkaanse roots stonden erop om Nederlands te spreken, eerst aarzelend, maar geleidelijk aan steeds vlotter. Bleek dat ze zelf op een Nederlandstalige school hadden gezeten, of de taal op hun werk hadden opgepikt. Er is al een lange weg afgelegd.

De Franse Gemeenschap experimenteert al lang met secundair immersieonderwijs, waarbij sommige vakken in het Nederlands worden gegeven. In Vlaanderen is dat wettelijk onmogelijk, terwijl die formule op maat gesneden lijkt van een meertalige stad zoals Brussel. Betreurt u dat verbod?

Versteylen: Ik vind immersieonderwijs zeker een prikkelend idee. De geesten zijn aan het rijpen: in enkele Vlaamse scholen lopen voorzichtige experimenten met Content and Language Integrated Learning, waarbij niet-taalvakken in het Frans, Engels of Duits worden gegeven. Interessant, maar er komt veel organisatie bij kijken.

De school ligt in een van de armste buurten van Brussel. Hebben jullie een plan klaarliggen voor leerlingen met een lege brooddoos?

Versteylen: Uiteraard, we hebben tenslotte heel bewust voor deze locatie gekozen. Armoede heeft veel aspecten met een impact op de school. Veel kinderen in Molenbeek hebben thuis geen eigen kamer waar ze zich kunnen afzonderen om te studeren. Daarom organiseren we naschoolse opvang in lokalen met wifi, en huistaakbegeleiding voor wie daar behoefte aan heeft. Laptops zijn voor veel ouders onbetaalbaar. Helaas zijn we te laat gekomen voor de Digisprong, het programma van de Vlaamse regering om voor alle secundaire leerlingen een laptop te financieren. En dus zullen we die laptops uit eigen zak betalen. Het is een dure grap, ik hoop dat we daar in de toekomst sponsors voor vinden.

Na uw benoeming hebt u in een recordtijd een pedagogisch bekwaamheidsbewijs behaald. Was dat een voorwaarde om directeur te worden?

Versteylen: Het was geen verplichting, maar ik vond het zelf een noodzaak. Ik wil kunnen meepraten met mijn leerkrachten, echte specialisten in hun vakgebied. Dankzij die opleiding heb ik zelf voor de klas gestaan, erg leerrijk. Het schoolbestuur heeft me veel ruimte gegeven, maar het bleef een pittige combinatie met mijn opdracht bij Egied. Ik volg tegelijkertijd een postgraduaat schoolbeleid in Antwerpen, een driejarige opleiding voor directeurs.

Schooldirecteur is een knelpuntberoep geworden. Een loodzwaar takenpakket, veel verantwoordelijkheid, weinig ondersteuning en een salaris dat niet in verhouding staat tot wat in het bedrijfsleven gangbaar is. Weet u waar u aan begint?

Versteylen: (lacht) Ik moet nog goed en wel aan mijn opdracht beginnen, dus interpreteer het niet als eigenlof wanneer ik zeg dat mijn respect voor schooldirecteurs steeds groter wordt. Er komt erg veel bij kijken, ik leer hier elke dag bij. De prijzen van busvervoer, bijvoorbeeld, daar viel ik vorige week van mijn stoel van. Een schooldirecteur moet van alle markten thuis zijn. Ook verstopte wc’s horen bij zijn takenpakket. Volgens collega’s is een paar rubberlaarzen het ideale cadeau voor een beginnend schooldirecteur. Een ondergelopen kelder of gesprongen waterleiding in het weekend of tijdens de vakantie? Naar het schijnt maakt elke schooldirecteur dat ooit weleens mee.

bio Corine Versteylen

1973: Geboren in Turnhout.

1993-1996: Master vertaalkunde Frans-Spaans-Nederlands (Katholieke Vlaamse Hogeschool Antwerpen).

1996-1997: Master marketing management (Vlerick Business School).

1998-2022: Verricht onderzoek en vervult verschillende functies bij Vlerick Business School, waar ze in 2016 directeur marketing wordt.

Oktober 2022: Algemeen directeur Egied Van Broeckhovenschool in Molenbeek.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content