Volksvertegenwoordiger en burgemeester Koen Metsu is het als burger, als papa, als burgemeester, als voorzitter van de politiezone een beetje beu aan het worden. Je zou voor minder. Een 16-jarige illegale Eritreeër pleegt gewapend met een dolk een overval op een supermarkt in zijn gemeente Edegem. De kassiersters weigeren geld te geven, een klant belt de politie. En de lokale politie kan de man inrekenen. De agenten slagen er in kalm te blijven tegenover de arrogantie van de dader. 's Anderendaags brengen zij hem naar de jeugdrechter. Die vindt geen plaats in een instelling en vraag om de verdachte de dag nadien terug te brengen. Maar ook dan is er in een gesloten instelling geen plaats. Daarop mag de verdachte beschikken. Het besluit van burgemeester Metsu in zijn opiniestuk is duidelijk: "Beste rechterlijke macht, verdien uw naam. Toon wat rechtvaardigheid is. Etaleer die macht die uw burgers ten goede komt. Laat niet met u spotten. Hoog tijd dat Dame Justitia haar blinddoek afneemt, en ziet hoe de wereld zienderogen evolueert".

Nalatigheid van de politiek is groter dan de onmacht van de rechters.

Er zit veel waarheid in wat de burgemeester zegt. Dat zou vroeger inderdaad anders zijn verlopen. Zowel de burgemeester als zijn politie hadden toen nog het gezag en de macht om dergelijke feiten tegen te gaan. Een minderjarige werd toen voor een gewapende overval ook zonder pardon opgesloten in een instelling. Dat iedereen die er nu wat mee te maken heeft behoorlijk gefrustreerd is, is meer dan begrijpelijk.

Waar de burgemeester-volksvertegenwoordiger niet aan gedacht heeft of hij met opzet vergeet, is dat de jeugdrechter die de minderjarige tweemaal voor zich kreeg dat ook is. En niet een beetje. Die rechters krijgen niet één maal maar dagelijks dergelijke gevallen te behandelen. Telkenmale moeten zij vaststellen dat hun beslissing om de verdachte in een gesloten instelling onder te brengen niet kan worden uitgevoerd: omdat er geen plaats is. Voor de onderzoeksrechters en de strafrechters is de toestand dezelfde. De gevangenisbewakers staken vandaag omdat het in de overbevolkte gevangenissen niet houdbaar is en tot toestanden leidt waarvoor ons land onophoudelijk met de vinger wordt gewezen.

Vraag is dan wie voor deze onvoorstelbare nalatigheid verantwoordelijkheid draagt. Het zijn niet de jeugdrechters, noch de onderzoeksrechters en evenmin de strafrechters die ook maar de minste macht hebben om aan deze toestand te verhelpen. De gehele verantwoordelijkheid hiervoor ligt enkel bij het politiek beleid. En het politiek beleid wordt gemaakt door zowel de wetgevende als de uitvoerende macht, door de vertegenwoordigers van het Volk en door de justitieminister.

Er is dus in deze aangelegenheid een merkelijk verschil tussen de burgemeester-volksvertegenwoordiger en de jeugdrechter. De burgemeester wordt er wel meer mee geconfronteerd, de jeugdrechter iedere dag. De jeugdrechter kan er niets aan doen, de volksvertegenwoordiger wél. Bovendien zit Koen Metsu als lid van de commissie Binnenlandse Zaken op de goede plaats om te zorgen voor meer veiligheid. Hij kan er veel meer aan doen dan de gefrustreerde jeugdrechter.

Waarom de volksvertegenwoordiger met scherp op de jeugdrechter schiet heeft daarom een verklaarbare reden: zijn eigen nalatigheid is groter dan de onmacht van de rechters. Dat is buiten de voorliggende feiten een bijkomende reden tot frustratie voor de rechterlijke macht. Voor de wetgevende waartoe Koen Metsu behoort, geldt inderdaad zoals door de burgemeester aangehaald het gezegde van Albert Einstein: 'De wereld zal niet vernietigd worden door zij die kwaad doen, maar door diegenen die hen gadeslaan zonder iets te doen.' Beste Volksvertegenwoordiger doe daarom je plicht en zorg er voor dat de jeugdrechters, de onderzoeksrechters en de strafrechters niet langer en iedere dag opnieuw hun beslissingen moeten aanpassen aan de sterk ondermaatse middelen die hen door de wetgever worden gegeven.

Volksvertegenwoordiger en burgemeester Koen Metsu is het als burger, als papa, als burgemeester, als voorzitter van de politiezone een beetje beu aan het worden. Je zou voor minder. Een 16-jarige illegale Eritreeër pleegt gewapend met een dolk een overval op een supermarkt in zijn gemeente Edegem. De kassiersters weigeren geld te geven, een klant belt de politie. En de lokale politie kan de man inrekenen. De agenten slagen er in kalm te blijven tegenover de arrogantie van de dader. 's Anderendaags brengen zij hem naar de jeugdrechter. Die vindt geen plaats in een instelling en vraag om de verdachte de dag nadien terug te brengen. Maar ook dan is er in een gesloten instelling geen plaats. Daarop mag de verdachte beschikken. Het besluit van burgemeester Metsu in zijn opiniestuk is duidelijk: "Beste rechterlijke macht, verdien uw naam. Toon wat rechtvaardigheid is. Etaleer die macht die uw burgers ten goede komt. Laat niet met u spotten. Hoog tijd dat Dame Justitia haar blinddoek afneemt, en ziet hoe de wereld zienderogen evolueert".Er zit veel waarheid in wat de burgemeester zegt. Dat zou vroeger inderdaad anders zijn verlopen. Zowel de burgemeester als zijn politie hadden toen nog het gezag en de macht om dergelijke feiten tegen te gaan. Een minderjarige werd toen voor een gewapende overval ook zonder pardon opgesloten in een instelling. Dat iedereen die er nu wat mee te maken heeft behoorlijk gefrustreerd is, is meer dan begrijpelijk. Waar de burgemeester-volksvertegenwoordiger niet aan gedacht heeft of hij met opzet vergeet, is dat de jeugdrechter die de minderjarige tweemaal voor zich kreeg dat ook is. En niet een beetje. Die rechters krijgen niet één maal maar dagelijks dergelijke gevallen te behandelen. Telkenmale moeten zij vaststellen dat hun beslissing om de verdachte in een gesloten instelling onder te brengen niet kan worden uitgevoerd: omdat er geen plaats is. Voor de onderzoeksrechters en de strafrechters is de toestand dezelfde. De gevangenisbewakers staken vandaag omdat het in de overbevolkte gevangenissen niet houdbaar is en tot toestanden leidt waarvoor ons land onophoudelijk met de vinger wordt gewezen. Vraag is dan wie voor deze onvoorstelbare nalatigheid verantwoordelijkheid draagt. Het zijn niet de jeugdrechters, noch de onderzoeksrechters en evenmin de strafrechters die ook maar de minste macht hebben om aan deze toestand te verhelpen. De gehele verantwoordelijkheid hiervoor ligt enkel bij het politiek beleid. En het politiek beleid wordt gemaakt door zowel de wetgevende als de uitvoerende macht, door de vertegenwoordigers van het Volk en door de justitieminister. Er is dus in deze aangelegenheid een merkelijk verschil tussen de burgemeester-volksvertegenwoordiger en de jeugdrechter. De burgemeester wordt er wel meer mee geconfronteerd, de jeugdrechter iedere dag. De jeugdrechter kan er niets aan doen, de volksvertegenwoordiger wél. Bovendien zit Koen Metsu als lid van de commissie Binnenlandse Zaken op de goede plaats om te zorgen voor meer veiligheid. Hij kan er veel meer aan doen dan de gefrustreerde jeugdrechter.Waarom de volksvertegenwoordiger met scherp op de jeugdrechter schiet heeft daarom een verklaarbare reden: zijn eigen nalatigheid is groter dan de onmacht van de rechters. Dat is buiten de voorliggende feiten een bijkomende reden tot frustratie voor de rechterlijke macht. Voor de wetgevende waartoe Koen Metsu behoort, geldt inderdaad zoals door de burgemeester aangehaald het gezegde van Albert Einstein: 'De wereld zal niet vernietigd worden door zij die kwaad doen, maar door diegenen die hen gadeslaan zonder iets te doen.' Beste Volksvertegenwoordiger doe daarom je plicht en zorg er voor dat de jeugdrechters, de onderzoeksrechters en de strafrechters niet langer en iedere dag opnieuw hun beslissingen moeten aanpassen aan de sterk ondermaatse middelen die hen door de wetgever worden gegeven.