09.15 uur: nieuwe gast

Gino Ivens, campusverantwoordelijke van De Grubbe, staat aan het sas bij de ingang te wachten op een nieuwe 'gast'. Enkele minuten later stapt de 15-jarige H. uit Gent schichtig uit de politieauto. De geboeide jongeman is onrustig. 'Hoelang moet ik hier blijven? Ik wil terug naar huis. Die jeugdrechter is een smeerlap.' Gino heeft het al zo vaak gehoord en probeert de jongeman te kalmeren.
...

Gino Ivens, campusverantwoordelijke van De Grubbe, staat aan het sas bij de ingang te wachten op een nieuwe 'gast'. Enkele minuten later stapt de 15-jarige H. uit Gent schichtig uit de politieauto. De geboeide jongeman is onrustig. 'Hoelang moet ik hier blijven? Ik wil terug naar huis. Die jeugdrechter is een smeerlap.' Gino heeft het al zo vaak gehoord en probeert de jongeman te kalmeren. Pas na de verplichte douche lijkt H. zich een beetje te schikken in zijn lot. Hij moest ook nog zijn haar wassen en drie keer door de knieën buigen, want er mogen geen drugs worden binnengesmokkeld. Gino: 'We vinden heel af en toe iets op de kamer. Dat spul wordt meestal binnengebracht door bezoekers. Het is moeilijk om dat volledig te verhinderen.' H. zal hier minstens vijf dagen moeten blijven. Het is een soort voorarrest, maar dan voor minderjarige criminelen, legt Gino uit. Na die vijf dagen verschijnt H. opnieuw voor de jeugdrechter en die beslist of hij een maand langer in Everberg blijft of ergens anders heen kan. Die maand kan daarna nog maximaal één keer worden verlengd. Als een jongere te weerspannig is, wacht de politie in de gang om eventueel in te grijpen, maar dat komt volgens Gino Ivens zelden voor. 'Vorig jaar één keer. Een Syrische jongen ging helemaal door het lint omdat hij dacht teruggestuurd te worden naar Syrië.' In Everberg is plaats voor veertig minderjarige criminelen en meestal is het hier 'full house'. Ook nu, na de aankomst van H. De jongens die door de jeugdrechter hiernaartoe worden gestuurd, gelden als gevaarlijke minderjarigen. Pedagogisch directeur Ralf Bas legt ons uit dat ze minstens veertien jaar moeten zijn en een misdrijf moeten hebben gepleegd waarvoor een volwassene een celstraf van vijf jaar zou krijgen. Vaak is voor hen geen plaats in een van de andere gesloten gemeenschapsinstellingen. De jongeren zijn hier meestal voor diefstal, gewapende overval, zware gewelddelicten, handel in of gebruik van verdovende middelen of zedenfeiten. Enkele jongeren worden verdacht van radicalisering en sympathie voor de IS. Benjamin Herman, de man die vorige week in Luik drie mensen doodschoot, werd al in 2003, op zijn zestiende, voor het eerst opgesloten in Everberg. 'Moord of doodslag is een uitzondering. Dat komt ongeveer één keer om de drie jaar voor', zegt woordvoerder van het agentschap Jongerenwelzijn Peter Jan Bogaert. De moordenaars van Joe Van Holsbeeck werden in 2006 naar Everberg gestuurd. Ongeveer 40 procent van de gasten verhuist na een verblijf in De Grubbe naar een andere Vlaamse gemeenschapsinstelling, zoals in Mol of Ruislede. De instelling haalt een paar keer per jaar de media als een verdachte minderjarige moet worden vrijgelaten wegens volzet. Nochtans is volgens Peter Jan Bogaert het aantal plaatsen in de gesloten instellingen de laatste jaren fors gestegen: van 220 tot 314. Maar een oude wijsheid in het gevangeniswezen leert dat hoe meer plaatsen er zijn, hoe meer mensen worden opgesloten. Vlaanderen telt een veertigtal jeugdrechters. Als een van hen een verdachte minderjarige wil laten opsluiten, wordt er gebeld naar het Centraal Informatie- en Aanmeldingspunt (CAP) van Jongerenwelzijn. Dat kijkt waar er een plek vrij is en zorgt voor een optimaal gebruik van de beschikbare plaatsen. Elke dag komen er gemiddeld vijf kamers vrij op een totaal van meer dan 300. Er zijn jeugdrechters die nogal makkelijk een 'klant' naar Everberg willen sturen en die, als er niet onmiddellijk plaats is, ermee dreigen naar de media of minister van Welzijn Jo Vandeurzen te stappen. Ralf Bas: 'Jeugdrechters hebben het laatste woord, maar soms vraag ik me af wat bepaalde jongeren hier komen doen. Bijna een kwart van hen mag na het voorarrest van vijf dagen terug naar huis. Waren die gasten dan echt zo gevaarlijk of misdadig? Grijpen sommige jeugdrechters niet te snel naar het 'wapen' van Everberg? Veel Vlamingen denken dat het de spuigaten uitloopt met criminele jongeren in ons land, terwijl de jeugdmisdaad al jaren daalt.' Enkele weken geleden nog moest minister Jo Vandeurzen onder druk van de publieke opinie hals over kop enkele 'cellen' openen in de gevangenis van Tongeren om het capaciteitsprobleem van Everberg te verlichten. Maar daar is sindsdien slechts één keer gebruik van gemaakt. Als Gino Ivens ons een badge geeft om de deuren te openen in het nieuwbouwgedeelte van de instelling, dringt hij erop aan om die goed bij te houden en om onze gsm af te geven. 'En als het alarm gaat, blijf rustig en probeer niet in de weg te lopen.' Het personeel heeft een interne telefoon aan de gordel met een rode knop om alarm te slaan, bijvoorbeeld als een van de jongeren zich agressief gedraagt. De Grubbe, kort na de eeuwwisseling opgericht door de regering-Verhofstadt, is sinds 2015 overgenomen door de Vlaamse overheid. Dat betekende ook het begin van een ambitieus vernieuwingsproject. Een deel van de negentiende-eeuwse kazerne ging tegen de vlakte om plaats te maken voor nieuwbouw, waar onder meer de klassen in zijn ondergebracht. De jongeren krijgen er elke dag vier uur les. De komende jaren wordt de rest van de oude kazerne met daarin de kamers, of cellen, van de jongeren gesloopt. De kamers van zo'n tien vierkante meter zijn spartaans ingericht, met veel beton, een houten bed, een douche en wc-blok in aluminium. Er staat schimmel op de muren en de ramen hebben tralies. Het contrast met de nieuwbouw is groot. In de nieuwe klassen zijn geen tralies te bespeuren en kunnen de ramen gewoon open. Tegen de muur hangen smartboards, waarop de leraren met enkele klikken interactief lesmateriaal van het internet tevoorschijn toveren. Een camera aan het plafond houdt alles in de gaten. In het klasje van Stijn Bosmans zitten vandaag drie leerlingen. Een jonge Afghaanse vluchteling die een beetje Nederlands begrijpt, maar niet kan lezen of schrijven, zit achter A., een tweetalige Brusselaar, en T., een jongen met een zwaar Gents accent. Stijn stelt ook voor de andere leerkrachten de klassen samen. 'Een goede mix is niet altijd haalbaar. Veel leerlingen uit het ASO zul je hier niet aantreffen. Ze komen vooral uit het technisch of beroepsonderwijs. Soms zit je met gasten met een IQ van 50 of 60. Die hebben veel moeite om een klassikaal tempo of niveau aan te kunnen, maar je kunt ze ook niet op hun kamer laten, dus geven we hen individueel les op maat.' Vandaag gaat de les over toerisme. Stijn doet een rondvraag wie waar al op bezoek is geweest en wat hij daar mooi vond. T. zou graag naar Dubai gaan omdat daar veel geld is en A. denkt dat in Brazilië de mooiste meisjes rondlopen. S. uit Afghanistan zwijgt en grijnst. Hij heeft het moeilijk om te volgen. Tijdens de pauze legt hij uit dat hij samen met een neef in twee maanden tijd van Kabul naar België is gestapt. Wat heeft die allemaal meegemaakt, hoor je de klas denken. Stijn surft via zijn smartboard naar de website van een reisorganisatie en toont de jongens in real time hoe ze een reis naar Ibiza kunnen boeken. 'A, wanneer wil je vertrekken?' 'Op de dag van mijn zitting voor de jeugdrechter', antwoordt die zonder verpinken. T. komt niet meer bij van het lachen. De opvoeders Mitch en Wim komen de leerlingen halen en brengen ze naar hun leefgroep in de oude kazerne. Ze worden eerst nog een halfuur opgesloten in hun kamer voor ze om 17 uur gaan eten. 's Avonds boterhammen, 's middags levert Sodexo warme maaltijden. Als de opvoeders met hun sleutels de kamers openen, moeten de jongens naast de deur wachten, in stilte. In rij gaat het naar de eetzaal, vlakbij. De groep is stil. Ze smeren hun boterham met een plastic mes en spreken hun opvoeders beleefd aan met 'meneer' als ze vragen of ze een fles melk uit de ijskast mogen halen. Deze leefgroep is zeer divers: twee Afrikanen, enkele jongens met Marokkaanse roots, Oost-Europeanen en twee met een echte Belgische naam. Maar ze hebben allemaal een gezonde eetlust. Drie jongeren moeten de tafel afruimen en afwassen. A. dweilt met veel overtuiging de vloer. Dat gebeurt na elke maaltijd. De jongens klagen dat er geen afwasmachine is. Want afwassen, dat hoefden ze thuis niet te doen. Hun eigen was ook niet, maar dat hebben ze hier ondertussen wel geleerd. Er staat een wasmachine in de eetzaal. Iedereen vertrekt opnieuw in stilte naar buiten. Daar deelt opvoeder Wim sigaretten uit. Als ze zestien zijn mogen de jongens drie keer per dag een sigaret roken, en de meesten doen dat ook. Het is een prachtige lenteavond en de sfeer is uitgelaten. Als Wim merkt dat een van de jongeren de gevraagde oefeningen een beetje te nonchalant uitvoert, vraagt hij of die een mat moet hebben. 'Dan kun je je voeten daaraan vegen.' Humor is een belangrijk wapen van de opvoeders. Tijdens een spelletje pingpong vertelt I., een forse zwarte jongen van bijna twee meter, dat hij in Everberg zit wegens een gewapende overval. Hij zit hier al bijna twee maanden. En wat nadien? 'Ik weet het niet. Ik zou graag terug naar school gaan, naar mijn vierde jaar elektriciteit, maar ik besef ook dat ik een probleem heb met mijn gedrag en discipline. Ik ben hier niet graag. Ziet u die prikkeldraad, meneer?' Opvoeder Wim zegt dat hij vaak niet precies weet wat de jongens mispeuterd hebben. 'Vroeger keek ik vaker naar de beschikkingen van de jeugdrechter, maar zo belangrijk is dat niet. Ze zitten hier vaak voor diefstal, geweld of drugs. En het verloop is groot.' Ook de jongens mogen er met elkaar niet over praten. De opvoeder heeft een goed contact met zijn leefgroep. Eén woord van hem volstaat en het is stil. Maar als het kan, geeft Wim hen ook voldoende ruimte om wat te jennen en te spelen. Als ik hem zeg dat ze er nogal braaf uitzien en dat de taferelen op hun sportveld zich evengoed op een pleintje in Antwerpen of Mechelen konden afspelen, antwoordt Wim dat ik me daarop niet mag verkijken. 'De sfeer kan heel snel grimmig worden.' De jongeren moeten terug naar hun kamer. De deur gaat op slot. Het ene moment op het sportveld lijken ze zo vrolijk, zorgeloos bijna, even later in de gang met tralies keert de harde realiteit terug. Z. vertelt op zijn kamer dat hij in Antwerpen samen met enkele 'foute vrienden' heeft ingebroken in een woning. Na enkele dagen werd hij opgepakt op basis van camerabeelden. Ontkennen had geen zin. Hij lijkt zich niet goed meer te herinneren waarom hij dat deed. 'We hadden zeker geld nodig. Nee, ik neem geen drugs.' Hij zal hier nog twee maanden moeten blijven. 'Natuurlijk heb ik spijt. Het zal me niet meer overkomen.' Hij droomt van een zo normaal mogelijk leven: huisje, tuintje en gezin. 'Als ik vrij ben, laten mijn oude vrienden me hopelijk met rust. Ik pieker veel: wat als dit akkefietje me zal blijven achtervolgen, wat als mijn vriendin het te weten komt?' Als opvoeder Mitch even later hoort over het gesprek met Z. en wat hij op zijn kerfstok heeft, kijkt hij me monsterend aan: 'Zegt hij dat?' Mitch lijkt er niet veel geloof aan te hechten. 'Nee, ik mag niet zeggen wat hij echt gedaan heeft.' Terwijl de anderen op hun kamer naar de film Assassins Creed kijken, vraagt B. of hij zijn moeder mag spreken. Mitch belt haar op en geeft hem de telefoon. 'De jongens mogen drie keer per week telefoneren. Alleen naar hun directe familie en niet langer dan tien minuten. Als ze een vriendinnetje willen bellen, moeten ze dat vragen aan de jeugdrechter.' B. sluit het gesprek even later af: 'Maman, je t'aime.'Opvoeder Mitch brengt ons naar de afzonderings- of isolatiekamer. Dat is schrikken. Een volledig kale kamer in beton, ook het bed met een plastic matras erop. Op de deur hangt aan de buitenkant een papier: 'Gelieve geen volledige wc-rol te geven, maar telkens enkele vellen.' De boodschap is blijkbaar bedoeld voor de opvoeders. Mitch: 'Als je hen een wc-rol geeft, dreigen ze de wc te verstoppen. Ze zouden alles doen om hieruit te raken. Dit is geen aangename plek: berekoud in de winter en snikheet in de zomer. Maar we houden hun verblijf hier zo kort mogelijk. Het is vooral bedoeld om hen tegen zichzelf te beschermen als ze beginnen te flippen, of als de veiligheid van andere jongeren of het personeel in gevaar komt.' De meeste jongens kunnen niet geloven dat wij hier ook overnachten. 'Zijn er echt mensen die hier vrijwillig willen blijven?' Opvoeder Jan arriveert op zijn koersfiets uit Brussel. De nachtwakers melden hem dat alles zeer rustig is verlopen. 'Er is niet geroepen vanuit de kamers.' Een van de opvoeders controleert een doos met scheermesjes. De jongens mogen zo'n mesje een halfuur op de kamer houden. Ook de eerste sigaretten van de dag legt hij klaar voor zijn leefgroep. Alle opvoeders verzamelen bij campusverantwoordelijke Gino Ivens. Ze geven een stand van zaken voor elk van de vier leefgroepen. In leefgroep drie is M. op afzondering gezet. Hij was gisteren verbaal zeer agressief tegen een van de opvoeders. M. kreeg een 'time out' en moest enkele uren afkoelen op zijn kamer. In leefgroep vier moet B. vandaag naar een zitting van de jeugdrechtbank. De jongens worden om zeven uur een voor een gewekt. Voor de deur opengaat, kijkt de opvoeder door het kleine raampje naar binnen. B. is boos omdat hij nu pas hoort dat hij naar een zitting moet. 'Weer geboeid heen en terug naar Dendermonde. Waarom? Om te horen dat ik voor niets deug?' De ontbijttafel staat vol broodbeleg en granen, maar F., een 15-jarige uit Mechelen, klaagt dat er niks te eten valt. 'Waar is de choco, meneer?' Jan: 'We hebben een weekbudget van 125 euro voor het ontbijtbeleg. Elke week kopen we een pot choco van 2,5 kilogram, maar die is meestal na een dag of twee leeg gelepeld.' F. zit te mokken. Hij zou graag kok worden en volgt een opleiding horeca. Gisteren was hij een hele dag een van de sfeermakers in zijn groep, nu geeft hij toe hier niet graag te zijn. 'Zo veel regels. Als je iets fout doet, word je meteen gestraft.' Hij zit hier naar eigen zeggen totaal onschuldig. 'De jeugdrechter zegt dat ik een dief ben, maar dat is niet waar. Het waren andere jongens die dat gedaan hebben. Ik stond er maar bij.' Op de vraag of hij vroeger al in een andere instelling heeft gezeten, floept hij eruit: 'Dat is hier mijn tweede keer.' 'Toen ook onschuldig?' F. kijkt betrapt en begint te lachen. Opvoeder Wim is niet verrast door het verhaal van F. 'Ach, vijftig procent van die gasten zit hier onschuldig.' Davy Van Dyck, de psycholoog van De Grubbe, kijkt niet op van het verhaal van F. 'Sommigen schamen zich voor wat ze gedaan hebben, zeker ten aanzien van hun ouders. Anderen houden hun onschuld staande zolang het onderzoek tegen hen niet volledig is afgerond. En een jongere die hier is opgesloten voor een zedenfeit zal dat niet snel toegeven. Nog liever bazuint hij rond dat hij een overval heeft gepleegd.' Van Dyck werkt hier al sinds de start van de instelling. 'Toch vind ik niet dat de jongeren nu crimineler of agressiever zijn dan vroeger. De jeugdcriminaliteit daalt in België trouwens al jaren, net zoals in het buitenland.' Hij ziet de agressiviteit wél toenemen bij een heel kleine groep, de high risk-jongeren. Het zijn jongeren die tijdens hun adolescentie meer dan eens in Everberg passeren. Ze hebben alle aanknopingspunten met de samenleving verloren. 'Ook hun ouders voelen zich machteloos', zegt Van Dyck. 'Ze zijn soms blij dat hun zoon in Everberg zit. Dan weten ze ten minste waar hij is.'