'SP.A moet toegeven dat haar gelijkekansenbeleid in het onderwijs heeft gefaald', kopte hoofdredacteur Bert Bultinck vorige week in Knack. De stelling van Bultinck is een redenering in twee fases. (1) De kwaliteit van ons onderwijs gaat achteruit door een tendens van 'teaching to the bottom': om de zwakste leerlingen ook uitzicht te geven op een diploma worden de standaarden verlaagd. (2) Het gelijkekansenbeleid moest leerlingen uit een sociaal-economisch en cultureel zwakkere achtergrond ook uitzicht geven op een diploma. Eindresultaat van Bultincks redenering? Het gelijkekansenbeleid is de schuldige van de achteruitgang. Daarbij haalt Bultinck de interviews van OESO-onderwijsexpert Dirk Van Damme, ex-kabinetschef van Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke, aan ter bevestiging. 'Als die het zelf al zeggen, dan moet het zeker waar zijn', zo lees je tussen de regels. Wij betwisten deze voorstelling van zaken.

Nadruk op vaardigheid in plaats van kennis? Veel meer een keuze van koepels, dan van SP.A-ministers.

Over één vaststelling bestaat geen twijfel: onderwijsresultaten in Vlaanderen, gemeten op basis van de internationale PISA-testen, gaan achteruit. Zowel van de sterkst als de zwakst presterende leerlingen. De meeste onderzoekers zijn het eens dat de verschuiving van kennis naar vaardigheden en welbevinden gemiddeld genomen niet heeft geholpen om de onderwijsresultaten te doen stijgen. Maar die verschuiving zomaar toeschrijven aan het gelijkekansenbeleid van SP.A klopt alvast niet. 'Gelijke kansen op middelmatigheid zijn geen gelijke kansen', herhaalde Frank Vandenbroucke telkens opnieuw.

We dagen critici dan ook uit om 1 beleidsmaatregel of -voorstel van SP.A - in het kader van haar gelijkekansenbeleid - te vinden impliciet of expliciet normverlaging goedkeurt. Voorrang van vaardigheden op kennis is veel meer het gevolg van de pedagogische richtlijnen binnen de koepels dan van de politieke keuze van de SP.A-ministers. Wie Dirk Van Damme goed leest, heeft ook begrepen wie hij daarvoor verantwoordelijk acht. Had de minister harder moeten wegen op het pedagogisch beleid? Misschien wel, maar met welke legitimiteit? Zonder betere metingen is het voor een Minister erg moeilijk om de onderwijskoepels uit te dagen op hun pedagogisch beleid, laat staan dat argument te winnen.

Terug naar het gelijkekansenbeleid. KUL-onderzoeker Erwin Ooghe toont aan dat het gelijkekansenbeleid wel degelijke leerwinst heeft opgeleverd. Maar het was duidelijk niet sterk genoeg om een dalende trend te keren. Waarom? Was de idee dat de democratisering van ons onderwijs voor migrantenkinderen op dezelfde manier kon lukken als in het verleden voor arbeiderskinderen té overmoedig? Was het gelijkekansenbeleid te financieel ingekleurd, te weinig op maat van de doelgroep? We zijn nog ver van huis, maar het is niet omdat het (nog) niet is gelukt, dat we beter af zijn zonder.

En het zal al zeker niet lukken om ons onderwijs naar boven te tillen met minder financiering voor kansengroepen, zoals N-VA wil. Hetzelfde geldt voor de aanval op het welbevinden van kinderen op school als absolute graadmeter. Uit de PISA-resultaten dat er wel een verband is tussen leerlingen die zonder diploma de school verlaten en hun welbevinden. Opnieuw: welbevinden alleen als graadmeter volstaat niet, maar zonder dreigen we evenmin vooruitgang te boeken.

Alleen door te meten, kunnen we de lat voldoende hoog leggen én ervoor zorgen dat iedereen, ongeacht de sociaal-economisch en culturele achtergrond, over die lat geraakt.

Zo zien we steeds meer het debat over gelijkekansenbeleid in het onderwijs dezelfde kant opgaan als het integratiebeleid: ritueel herhalen dat het vorige beleid is mislukt, zonder een redelijk en onderbouwd alternatief in de plaats te zetten. Laat ons dat ten allen prijze vermijden in het belang van kinderen. Alle kinderen.

We willen graag de discussie over een performanter gelijkekansenbeleid voeren, maar dan op één voorwaarde: dat iedereen akkoord is om via peilingsproeven - gestandaardiseerde testen die in elke school worden afgenomen - te meten welk gelijkekansenbeleid écht werkt (en welk gelijkekansenbeleid niet). Leg scholen bijvoorbeeld op zo'n testen tweejaarlijks te organiseren en laat de inspectie nagaan welk beleid er rond het verbeteren van de resultaten werd opgezet.

Die proeven zijn een goede indicator voor scholen én beleidsmakers om kwaliteit van een school te meten. Alleen door te meten, kunnen we de lat voldoende hoog leggen én ervoor zorgen dat iedereen, ongeacht de sociaal-economisch en culturele achtergrond, over die lat geraakt. Want anders zijn we enkel de hoop van het huidige gelijkekansenbeleid aan het inruilen voor de illusie dat het zonder ook wel zal lukken.

Jan Cornillie, fractiesecretaris en kandidaat SP.A.

Christine Hannes, directeur spectrumschool en kandidaat SP.A Antwerpen.

Peter Verlee, leerkracht GO! en kandidaat SP.A Antwerpen.

'SP.A moet toegeven dat haar gelijkekansenbeleid in het onderwijs heeft gefaald', kopte hoofdredacteur Bert Bultinck vorige week in Knack. De stelling van Bultinck is een redenering in twee fases. (1) De kwaliteit van ons onderwijs gaat achteruit door een tendens van 'teaching to the bottom': om de zwakste leerlingen ook uitzicht te geven op een diploma worden de standaarden verlaagd. (2) Het gelijkekansenbeleid moest leerlingen uit een sociaal-economisch en cultureel zwakkere achtergrond ook uitzicht geven op een diploma. Eindresultaat van Bultincks redenering? Het gelijkekansenbeleid is de schuldige van de achteruitgang. Daarbij haalt Bultinck de interviews van OESO-onderwijsexpert Dirk Van Damme, ex-kabinetschef van Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke, aan ter bevestiging. 'Als die het zelf al zeggen, dan moet het zeker waar zijn', zo lees je tussen de regels. Wij betwisten deze voorstelling van zaken.Over één vaststelling bestaat geen twijfel: onderwijsresultaten in Vlaanderen, gemeten op basis van de internationale PISA-testen, gaan achteruit. Zowel van de sterkst als de zwakst presterende leerlingen. De meeste onderzoekers zijn het eens dat de verschuiving van kennis naar vaardigheden en welbevinden gemiddeld genomen niet heeft geholpen om de onderwijsresultaten te doen stijgen. Maar die verschuiving zomaar toeschrijven aan het gelijkekansenbeleid van SP.A klopt alvast niet. 'Gelijke kansen op middelmatigheid zijn geen gelijke kansen', herhaalde Frank Vandenbroucke telkens opnieuw. We dagen critici dan ook uit om 1 beleidsmaatregel of -voorstel van SP.A - in het kader van haar gelijkekansenbeleid - te vinden impliciet of expliciet normverlaging goedkeurt. Voorrang van vaardigheden op kennis is veel meer het gevolg van de pedagogische richtlijnen binnen de koepels dan van de politieke keuze van de SP.A-ministers. Wie Dirk Van Damme goed leest, heeft ook begrepen wie hij daarvoor verantwoordelijk acht. Had de minister harder moeten wegen op het pedagogisch beleid? Misschien wel, maar met welke legitimiteit? Zonder betere metingen is het voor een Minister erg moeilijk om de onderwijskoepels uit te dagen op hun pedagogisch beleid, laat staan dat argument te winnen.Terug naar het gelijkekansenbeleid. KUL-onderzoeker Erwin Ooghe toont aan dat het gelijkekansenbeleid wel degelijke leerwinst heeft opgeleverd. Maar het was duidelijk niet sterk genoeg om een dalende trend te keren. Waarom? Was de idee dat de democratisering van ons onderwijs voor migrantenkinderen op dezelfde manier kon lukken als in het verleden voor arbeiderskinderen té overmoedig? Was het gelijkekansenbeleid te financieel ingekleurd, te weinig op maat van de doelgroep? We zijn nog ver van huis, maar het is niet omdat het (nog) niet is gelukt, dat we beter af zijn zonder. En het zal al zeker niet lukken om ons onderwijs naar boven te tillen met minder financiering voor kansengroepen, zoals N-VA wil. Hetzelfde geldt voor de aanval op het welbevinden van kinderen op school als absolute graadmeter. Uit de PISA-resultaten dat er wel een verband is tussen leerlingen die zonder diploma de school verlaten en hun welbevinden. Opnieuw: welbevinden alleen als graadmeter volstaat niet, maar zonder dreigen we evenmin vooruitgang te boeken. Zo zien we steeds meer het debat over gelijkekansenbeleid in het onderwijs dezelfde kant opgaan als het integratiebeleid: ritueel herhalen dat het vorige beleid is mislukt, zonder een redelijk en onderbouwd alternatief in de plaats te zetten. Laat ons dat ten allen prijze vermijden in het belang van kinderen. Alle kinderen. We willen graag de discussie over een performanter gelijkekansenbeleid voeren, maar dan op één voorwaarde: dat iedereen akkoord is om via peilingsproeven - gestandaardiseerde testen die in elke school worden afgenomen - te meten welk gelijkekansenbeleid écht werkt (en welk gelijkekansenbeleid niet). Leg scholen bijvoorbeeld op zo'n testen tweejaarlijks te organiseren en laat de inspectie nagaan welk beleid er rond het verbeteren van de resultaten werd opgezet.Die proeven zijn een goede indicator voor scholen én beleidsmakers om kwaliteit van een school te meten. Alleen door te meten, kunnen we de lat voldoende hoog leggen én ervoor zorgen dat iedereen, ongeacht de sociaal-economisch en culturele achtergrond, over die lat geraakt. Want anders zijn we enkel de hoop van het huidige gelijkekansenbeleid aan het inruilen voor de illusie dat het zonder ook wel zal lukken.Jan Cornillie, fractiesecretaris en kandidaat SP.A.Christine Hannes, directeur spectrumschool en kandidaat SP.A Antwerpen.Peter Verlee, leerkracht GO! en kandidaat SP.A Antwerpen.