In 2015 keurde de Kamer een wetsontwerp goed dat het mogelijk maakt iemands nationaliteit af te nemen die wordt veroordeeld voor terrorisme, hetzij als dader, hetzij als mededader of medeplichtige. Aan die wet waren enkele voorwaarden verbonden. Het is de rechter die de vervallenverklaring moet uitspreken op vordering van het openbaar ministerie. Bovendien kan de vordering enkel bij veroordelingen tot effectieve celstraffen van minstens vijf jaar. De afname kan enkel wanneer de veroordeelde de Belgische nationaliteit niet van de ouders meekreeg.

N-VA wilde daar een stap verder ingaan. Voor de partij moest die vervallenverklaring automatisch gebeuren van zodra er sprake was van terrorisme, ook als hij of zij in ons land geboren is, en moet er ook geen vordering van het openbaar ministerie meer zijn. De Raad van State was echter kritisch voor het voorstel, dat wellicht geen meerderheid zou halen.

Bij de bespreking van de tekst in de Kamercommissie Justitie, die advies moet uitbrengen aan de commissie Binnenlandse Zaken, gaf indiener Koen Metsu aan dat hij het voorstel wilde amenderen, om voor een stuk tegemoet te komen aan de kritiek. Daardoor zou het nog steeds de rechter zijn die de vervallenverklaring moet uitspreken op vordering van het parket.

De automatische afname wordt dus uit het voorstel geschrapt. Anderzijds zouden Belgen bij geboorte ook onder de wet vallen en zou de ondergrens van vijf jaar celstraf vervallen. De bespreking van het voorstel vond nog niet ten gronde plaats. Toch bleken er op de oppositiebanken al vragen te rijzen, bijvoorbeeld over de evenredigheid van de maatregel.

Ook Servais Verherstraeten (CD&V) had enkele bedenkingen, maar gaf toch aan dat het amendement toch een stap in de goede richting is. Ook Katja Gabriëls (Open Vld) is tevreden dat het automatisme verdwijnt, maar wil ook dat de vervallenverklaring enkel kan bij een effectieve gevangenisstraf, weliswaar ook zonder ondergrens van vijf jaar.

Open VLD steunt verstrenging gezinshereniging, met wat minder scherpe kantjes

Open Vld steunt het voorstel van N-VA om de voorwaarden voor gezinshereniging te verstrengen, al zijn er wel een aantal punten uit het oorspronkelijke voorstel wat afgezwakt. Dat is dinsdag gebleken in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Tot een stemming kwam het nog niet. Eerst werd een advies gevraagd van de Raad van State op een nieuw amendement.

Met het voorstel wilde N-VA een aanzienlijke verstrenging invoeren van de voorwaarden. Het voorzag onder meer dat wie iemand naar België wil laten komen, over bestaansmiddelen moet beschikken die minstens 140 procent van het leefloon bedragen, met een bijkomende 10 procent per extra persoon. Vandaag is dat 120 procent.

Daarnaast wordt de termijn waarbinnen een vluchteling niet moet voldoen aan de voorwaarden van gezinshereniging verkort van 12 naar 3 maanden. Landen als Nederland en Duitsland passen die termijn al toe.

De Raad van State noemde het voorstel van N-VA echter disproportioneel. Het was voor de Raad van State niet duidelijk waarom de 140 procent beter geschikt zou zijn om te vermijden dat mensen niet in hun onderhoud kunnen voorzien. Ook stelde het rechtscollege dat 'het recht op familiehereniging een subjectief recht is dat moet worden aangemoedigd en dat niet verhinderd moet worden door disproportionele voorwaarden'.

N-VA en Open Vld hebben amendementen klaar die de wet nog steeds duidelijk verstrengen, maar er wat scherpe kantjes afvijlen. Volgens Theo Francken (N-VA), een van de indieners, telt vooral dat de verstrenging goedgekeurd wordt. 'Ik ben pragmatisch. Roepen langs de zijlijn brengt niets op', luidt het. 'Het recht op gezinsleven is een mensenrecht, maar als samenleving mogen we wel verwachten dat wie naar hier komt, hier ook op eigen benen kan staan en hier kan bijdragen en niet bijvoorbeeld vijf jaar een uitkering kan krijgen', motiveert Tim Vandenput de liberale steun.

Het amendement behoudt de termijn van drie maanden, maar schrapt de voorwaarde van de 140 procent. De bestaansmiddelen die van de overheid komen, worden uitgesloten. De tekst voorziet ook in een soort omkering van bewijslast. Die komt dus bij de aanvrager terecht, waardoor de Dienst Vreemdelingenzaken sneller een beslissing kan nemen. Omwille van de rechtszekerheid komt er ook een overgangsbepaling.

CD&V diende ook een amendement in om de aanvraag tot gezinshereniging ook in België te kunnen indienen. Vandaag kan dat enkel in de consulaire posten in het buitenland. Er komt een hoorzitting met DVZ en Buitenlandse Zaken om na te gaan wat de gevolgen kunnen zijn voor gemeenten waar zich grote asielcentra bevinden.

In 2015 keurde de Kamer een wetsontwerp goed dat het mogelijk maakt iemands nationaliteit af te nemen die wordt veroordeeld voor terrorisme, hetzij als dader, hetzij als mededader of medeplichtige. Aan die wet waren enkele voorwaarden verbonden. Het is de rechter die de vervallenverklaring moet uitspreken op vordering van het openbaar ministerie. Bovendien kan de vordering enkel bij veroordelingen tot effectieve celstraffen van minstens vijf jaar. De afname kan enkel wanneer de veroordeelde de Belgische nationaliteit niet van de ouders meekreeg. N-VA wilde daar een stap verder ingaan. Voor de partij moest die vervallenverklaring automatisch gebeuren van zodra er sprake was van terrorisme, ook als hij of zij in ons land geboren is, en moet er ook geen vordering van het openbaar ministerie meer zijn. De Raad van State was echter kritisch voor het voorstel, dat wellicht geen meerderheid zou halen. Bij de bespreking van de tekst in de Kamercommissie Justitie, die advies moet uitbrengen aan de commissie Binnenlandse Zaken, gaf indiener Koen Metsu aan dat hij het voorstel wilde amenderen, om voor een stuk tegemoet te komen aan de kritiek. Daardoor zou het nog steeds de rechter zijn die de vervallenverklaring moet uitspreken op vordering van het parket. De automatische afname wordt dus uit het voorstel geschrapt. Anderzijds zouden Belgen bij geboorte ook onder de wet vallen en zou de ondergrens van vijf jaar celstraf vervallen. De bespreking van het voorstel vond nog niet ten gronde plaats. Toch bleken er op de oppositiebanken al vragen te rijzen, bijvoorbeeld over de evenredigheid van de maatregel. Ook Servais Verherstraeten (CD&V) had enkele bedenkingen, maar gaf toch aan dat het amendement toch een stap in de goede richting is. Ook Katja Gabriëls (Open Vld) is tevreden dat het automatisme verdwijnt, maar wil ook dat de vervallenverklaring enkel kan bij een effectieve gevangenisstraf, weliswaar ook zonder ondergrens van vijf jaar. Open Vld steunt het voorstel van N-VA om de voorwaarden voor gezinshereniging te verstrengen, al zijn er wel een aantal punten uit het oorspronkelijke voorstel wat afgezwakt. Dat is dinsdag gebleken in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Tot een stemming kwam het nog niet. Eerst werd een advies gevraagd van de Raad van State op een nieuw amendement.Met het voorstel wilde N-VA een aanzienlijke verstrenging invoeren van de voorwaarden. Het voorzag onder meer dat wie iemand naar België wil laten komen, over bestaansmiddelen moet beschikken die minstens 140 procent van het leefloon bedragen, met een bijkomende 10 procent per extra persoon. Vandaag is dat 120 procent. Daarnaast wordt de termijn waarbinnen een vluchteling niet moet voldoen aan de voorwaarden van gezinshereniging verkort van 12 naar 3 maanden. Landen als Nederland en Duitsland passen die termijn al toe. De Raad van State noemde het voorstel van N-VA echter disproportioneel. Het was voor de Raad van State niet duidelijk waarom de 140 procent beter geschikt zou zijn om te vermijden dat mensen niet in hun onderhoud kunnen voorzien. Ook stelde het rechtscollege dat 'het recht op familiehereniging een subjectief recht is dat moet worden aangemoedigd en dat niet verhinderd moet worden door disproportionele voorwaarden'. N-VA en Open Vld hebben amendementen klaar die de wet nog steeds duidelijk verstrengen, maar er wat scherpe kantjes afvijlen. Volgens Theo Francken (N-VA), een van de indieners, telt vooral dat de verstrenging goedgekeurd wordt. 'Ik ben pragmatisch. Roepen langs de zijlijn brengt niets op', luidt het. 'Het recht op gezinsleven is een mensenrecht, maar als samenleving mogen we wel verwachten dat wie naar hier komt, hier ook op eigen benen kan staan en hier kan bijdragen en niet bijvoorbeeld vijf jaar een uitkering kan krijgen', motiveert Tim Vandenput de liberale steun. Het amendement behoudt de termijn van drie maanden, maar schrapt de voorwaarde van de 140 procent. De bestaansmiddelen die van de overheid komen, worden uitgesloten. De tekst voorziet ook in een soort omkering van bewijslast. Die komt dus bij de aanvrager terecht, waardoor de Dienst Vreemdelingenzaken sneller een beslissing kan nemen. Omwille van de rechtszekerheid komt er ook een overgangsbepaling. CD&V diende ook een amendement in om de aanvraag tot gezinshereniging ook in België te kunnen indienen. Vandaag kan dat enkel in de consulaire posten in het buitenland. Er komt een hoorzitting met DVZ en Buitenlandse Zaken om na te gaan wat de gevolgen kunnen zijn voor gemeenten waar zich grote asielcentra bevinden.