De federale regering besliste vorige week over de aankoop van het F-35 gevechtsvliegtuig. Daar was heel wat protest tegen: het toestel zou onnodig zijn, erg duur, en er bestond twijfel over de prestaties. Er is volgens mij nog een ander element dat in het debat werd verdrongen. Tot nu toe hadden wij een ministerie van 'Landsverdediging', en werd onze politiek bepaald door de Harmel-theorie die 'de ontspanning in Europa' voorstond.

N-VA is de Vlaamse vredesgedachte vergeten.

Door de aankoop van de F35 is het één als het ander grondig gewijzigd. De F-35 is geen verdedigings- maar een aanvalswapen dat bij het eerste uur kan ingezet worden om aanvallen op vreemd gebied te doen en dat met atoomwapens kan worden uitgerust. Het ministerie van Landsverdediging is daardoor een ministerie van 'oorlog' geworden, ons land een kernmacht. Daardoor hebben wij ook onze eigen visie op het behoud van de vrede in Europa verlaten: wij zijn nu een actieve partner geworden in de steeds offensiever geworden strategie van het NAVO-bondgenootschap. Hoe is dat kunnen gebeuren? Nog geen kwarteeuw geleden was dat geheel onmogelijk geweest: de antirakettenbetogingen van de jaren tachtig waren de grootste vredesbetogingen ooit.

Nooit meer oorlog

Binnen enkele weken is het honderd jaar geleden. De directeur van de Vlaamse Vredesbeweging Raf Praet beschreef twee jaar geleden al op Doorbraak.Be waar het op 11 november om gaat: 'Voor alle Vlamingen vandaag, ofwel overtuigde flaminganten, of mensen die België nog een warm hart toedragen, is de Vlaamse strijd in de loopgraven een cruciaal moment geweest. Het was in de modder en in de storm van staal van de oorlogsjaren dat de Vlaamse beweging, die eerst een literair en cultureel tijdverdrijf was van een elite, een echte politieke volksbeweging is geworden. Niet alleen de Bart De Wevers, Wouter Bekes en Geert Bourgeois van ons land danken hun parlementszetel vandaag aan de Vlaamse strijd aan de IJzer. Het feit dat we überhaupt een Vlaams parlement hebben, nee, het feit dat wij vandaag op redacties, in universiteiten, in scholen, onze eigen moedertaal mogen gebruiken, is een verwezenlijking van onze Vlaamse jongens in de loopgraven.'

Onrustige, multipolaire wereld

'We leven nu in een wereld die vergelijkbaar is met die van 1914.' Deze onheilspellende liet Sophie De Schaepdrijver dit weekend optekenen in De Morgen. Zij is hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan Pennsylvania State University, en in ons land beroemd als auteur van het standaardwerk 'De Groote Oorlog'. 'Scherper dan wie ook ziet zij nu parallellen tussen onze onrustige, multipolaire, wereld en de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, die op 11 november precies 100 jaar geleden geëindigd zal zijn, na de vier bloedigste jaren uit onze geschiedenis. In veel van wat ze nu al doen, zijn Donald Trump en Vladimir Poetin volgens De Schaepdrijver vandaag al even onvoorspelbaar geworden als keizer Wilhelm II, die in naam van prestige Duitsland in 1914 pardoes in een roekeloos wereldconflict stortte', schrijft Journalist Maarten Rabaey daarover.

Ziel van het Volk

'Samen met zovelen tijdens en na elke oorlog zal ik morgen eisen dat er "Nooit meer oorlog" mag komen. In de jaren na de Wapenstilstand publiceerden Vlaams-nationalisten programmaboekjes met een tekening van kruisjes waarop een gebalde vuist stond en de schreeuw: "Ik vloek den oorlog". Het verlangen naar vrede bevatte ook een uiting van woede. Of was het kreet van machteloosheid? Nooit meer oorlog? Vergeet het', schreef Pol Van den Driessche in 2015 in een opiniestuk. Die machteloosheid van het Vlaamse Volk is nu omgezet in de 'Kracht van de Verandering'. Daar zorgde Bart De Wever voor. Maar wat veranderde hij? Het antwoord is erg ontnuchterend: alles wat uit de loopgraven is gekomen. De Nieuwe Vlaamse Alliantie is lang niet meer als de oude. Die steunde op twee grote gedachten: 'Nooit meer Oorlog' en 'separatisme'. Het tweede is een politieke handigheid die van de miserie in de loopgraven misbruik maakte en van de verzuchting van een kleine groep een beweerd volksverlangen maakte. Het eerste was heel wat breder en door alle partijen gedragen begrip: 'Nooit meer oorlog - Plus jamais de guerre - Nie wieder Krieg - No more war'.

Onvoorspelbaar

Wat later leek het alsof Bart De Wever tot inkeer was gekomen: separatisme werd vooreerst confederalisme en ook dat werd, om te kunnen regeren, in de koelkast gestopt. Het joeg Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters naar een nieuwe alliantie. Maar De Wever liet ook op het andere vlak een aantal zaken passeren. In Antwerpen liet hij schijnbaar onooglijke ballonnetjes op: administratieve huiszoekingen en opsluitingen, want de burgemeester verklaarde dat hij in oorlog was. Zo min als hij de door hem verklaarde drugsoorlog won zo snel waren de ballonnetjes uit de lucht verdwenen. In het debat over de aankoop van de eeuw gingen die opnieuw in de lucht: 'zijn' minister van Defensie Steven Vandeput vergat wat in Flanders Fields in steen staat gebeiteld en verdedigde de offensieve stelth-kwaliteiten van een nucleaire bommenwerper.

Verandering

Waarin zit de 'Kracht van de verandering'? Je kan er niet meer naast kijken. Dat het separatisme werd ingeruild voor confederalisme is in het Europa van vandaag evident: nog slechts vijf procent van de Vlaamse kiezer heeft er oog voor. Dat De Wever 'Nooit meer Oorlog' heeft ingeruild voor een aktieve rol in een offensieve NAVO-strategie en daarvoor zelfs de door iedereen gedragen Harmel-theorie van de ontspanning heeft 'veranderd' in een gevaarlijke spanning, maakt hem even onvoorspelbaar als Trump en Poetin, en zoals De Schaepdrijver het stelt, als keizer Wilhelm II. De manier waarop Hendrik Vuye en Veerle Wouters de partij verlieten, kan je als een interne aangelegenheid afdoen. Maar door de miskenning van de vredesgedachte trapt De Wever op de ziel van het gehele Vlaamse Volk. Is dit hoe de partij omgaat met wat er in de loopgraven gebeurde en wat daaruit groeide? De 'Vlaamse' vredesgedachte is niet meer.

De federale regering besliste vorige week over de aankoop van het F-35 gevechtsvliegtuig. Daar was heel wat protest tegen: het toestel zou onnodig zijn, erg duur, en er bestond twijfel over de prestaties. Er is volgens mij nog een ander element dat in het debat werd verdrongen. Tot nu toe hadden wij een ministerie van 'Landsverdediging', en werd onze politiek bepaald door de Harmel-theorie die 'de ontspanning in Europa' voorstond. Door de aankoop van de F35 is het één als het ander grondig gewijzigd. De F-35 is geen verdedigings- maar een aanvalswapen dat bij het eerste uur kan ingezet worden om aanvallen op vreemd gebied te doen en dat met atoomwapens kan worden uitgerust. Het ministerie van Landsverdediging is daardoor een ministerie van 'oorlog' geworden, ons land een kernmacht. Daardoor hebben wij ook onze eigen visie op het behoud van de vrede in Europa verlaten: wij zijn nu een actieve partner geworden in de steeds offensiever geworden strategie van het NAVO-bondgenootschap. Hoe is dat kunnen gebeuren? Nog geen kwarteeuw geleden was dat geheel onmogelijk geweest: de antirakettenbetogingen van de jaren tachtig waren de grootste vredesbetogingen ooit.Binnen enkele weken is het honderd jaar geleden. De directeur van de Vlaamse Vredesbeweging Raf Praet beschreef twee jaar geleden al op Doorbraak.Be waar het op 11 november om gaat: 'Voor alle Vlamingen vandaag, ofwel overtuigde flaminganten, of mensen die België nog een warm hart toedragen, is de Vlaamse strijd in de loopgraven een cruciaal moment geweest. Het was in de modder en in de storm van staal van de oorlogsjaren dat de Vlaamse beweging, die eerst een literair en cultureel tijdverdrijf was van een elite, een echte politieke volksbeweging is geworden. Niet alleen de Bart De Wevers, Wouter Bekes en Geert Bourgeois van ons land danken hun parlementszetel vandaag aan de Vlaamse strijd aan de IJzer. Het feit dat we überhaupt een Vlaams parlement hebben, nee, het feit dat wij vandaag op redacties, in universiteiten, in scholen, onze eigen moedertaal mogen gebruiken, is een verwezenlijking van onze Vlaamse jongens in de loopgraven.' 'We leven nu in een wereld die vergelijkbaar is met die van 1914.' Deze onheilspellende liet Sophie De Schaepdrijver dit weekend optekenen in De Morgen. Zij is hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan Pennsylvania State University, en in ons land beroemd als auteur van het standaardwerk 'De Groote Oorlog'. 'Scherper dan wie ook ziet zij nu parallellen tussen onze onrustige, multipolaire, wereld en de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, die op 11 november precies 100 jaar geleden geëindigd zal zijn, na de vier bloedigste jaren uit onze geschiedenis. In veel van wat ze nu al doen, zijn Donald Trump en Vladimir Poetin volgens De Schaepdrijver vandaag al even onvoorspelbaar geworden als keizer Wilhelm II, die in naam van prestige Duitsland in 1914 pardoes in een roekeloos wereldconflict stortte', schrijft Journalist Maarten Rabaey daarover. 'Samen met zovelen tijdens en na elke oorlog zal ik morgen eisen dat er "Nooit meer oorlog" mag komen. In de jaren na de Wapenstilstand publiceerden Vlaams-nationalisten programmaboekjes met een tekening van kruisjes waarop een gebalde vuist stond en de schreeuw: "Ik vloek den oorlog". Het verlangen naar vrede bevatte ook een uiting van woede. Of was het kreet van machteloosheid? Nooit meer oorlog? Vergeet het', schreef Pol Van den Driessche in 2015 in een opiniestuk. Die machteloosheid van het Vlaamse Volk is nu omgezet in de 'Kracht van de Verandering'. Daar zorgde Bart De Wever voor. Maar wat veranderde hij? Het antwoord is erg ontnuchterend: alles wat uit de loopgraven is gekomen. De Nieuwe Vlaamse Alliantie is lang niet meer als de oude. Die steunde op twee grote gedachten: 'Nooit meer Oorlog' en 'separatisme'. Het tweede is een politieke handigheid die van de miserie in de loopgraven misbruik maakte en van de verzuchting van een kleine groep een beweerd volksverlangen maakte. Het eerste was heel wat breder en door alle partijen gedragen begrip: 'Nooit meer oorlog - Plus jamais de guerre - Nie wieder Krieg - No more war'. Wat later leek het alsof Bart De Wever tot inkeer was gekomen: separatisme werd vooreerst confederalisme en ook dat werd, om te kunnen regeren, in de koelkast gestopt. Het joeg Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters naar een nieuwe alliantie. Maar De Wever liet ook op het andere vlak een aantal zaken passeren. In Antwerpen liet hij schijnbaar onooglijke ballonnetjes op: administratieve huiszoekingen en opsluitingen, want de burgemeester verklaarde dat hij in oorlog was. Zo min als hij de door hem verklaarde drugsoorlog won zo snel waren de ballonnetjes uit de lucht verdwenen. In het debat over de aankoop van de eeuw gingen die opnieuw in de lucht: 'zijn' minister van Defensie Steven Vandeput vergat wat in Flanders Fields in steen staat gebeiteld en verdedigde de offensieve stelth-kwaliteiten van een nucleaire bommenwerper. Waarin zit de 'Kracht van de verandering'? Je kan er niet meer naast kijken. Dat het separatisme werd ingeruild voor confederalisme is in het Europa van vandaag evident: nog slechts vijf procent van de Vlaamse kiezer heeft er oog voor. Dat De Wever 'Nooit meer Oorlog' heeft ingeruild voor een aktieve rol in een offensieve NAVO-strategie en daarvoor zelfs de door iedereen gedragen Harmel-theorie van de ontspanning heeft 'veranderd' in een gevaarlijke spanning, maakt hem even onvoorspelbaar als Trump en Poetin, en zoals De Schaepdrijver het stelt, als keizer Wilhelm II. De manier waarop Hendrik Vuye en Veerle Wouters de partij verlieten, kan je als een interne aangelegenheid afdoen. Maar door de miskenning van de vredesgedachte trapt De Wever op de ziel van het gehele Vlaamse Volk. Is dit hoe de partij omgaat met wat er in de loopgraven gebeurde en wat daaruit groeide? De 'Vlaamse' vredesgedachte is niet meer.