'Veiligheid moet vooropstaan, maar we moeten wel zo snel mogelijk terug naar de normaliteit. Bijeenkomen, voetballen en vieren horen daarbij.' Klinkt u bekend in de oren? Het citaat gaat niet over COVID-19, maar verscheen in de krant in november 2015, na de aanslagen in Parijs. Aan het begin van dat jaar, na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo (7 januari) en de politieoperatie tegen een terreurcel in Verviers (15 januari), ging het dreigingsniveau ook in België van 2 naar 3. Vanaf dan patrouilleerden militairen op straat, als ondersteuning van de federale politie. We willen, als inleiding, alle betrokken militairen van harte danken voor hun inzet.

Defensie was dus plots zichtbaar aanwezig in het Belgische straatbeeld. Onze militairen, getraind om onze collectieve veiligheid te garanderen binnen de NAVO, om collega-militairen in fragiele staten in Afrika te ondersteunen of om te strijden tegen het internationaal terrorisme, stonden opeens in volle gevechtstenue in onze straten, op de kerstmarkten en voor onze overheidsgebouwen. Het aantal ingezette militairen schommelde van 150 in januari 2015 tot ruim 1.800 na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek. En ondanks het feit dat in januari 2018 het algemene terreurniveau op niveau 2 werd gebracht, met uitzondering van enkele specifieke plaatsen, bleven de militairen waken in onze straten. Eind november besliste de Ministerraad dat, als het dreigingsniveau niet wijzigt, alle militairen tegen 1 september 2021 uit het straatbeeld verdwijnen. Sinds vorige maand is de afbouw van "Operatie Vigilant Guardian" ingezet.

Militairen jaren op straat houden zonder aangepast wettelijk kader, dat is niet voor herhaling vatbaar.

Eindelijk. In onze democratische rechtstaat behoort de taak tot het beschermen van de burgers toe aan de politie. Defensie garandeert de veiligheid van de Staat tegen externe vijanden maar het is de Politie die de veiligheid in onze straten, op onze pleinen en voor de kritieke plaatsen zoals Amerikaanse of Joodse instellingen garandeert. De deur helemaal en voorgoed sluiten voor tijdelijke en uitzonderlijke steun door militairen willen we niet doen. Maar de militairen jaren op straat houden, zonder aangepaste wettelijk en juridisch kader, dat is niet voor herhaling vatbaar.

Het nieuwe normaal

Terwijl onze soldaten loyaal zoals steeds hun patrouilles uitvoerden in het kader van Operatie Vigilant Guardian (OVG), werd de druk op Defensie steeds groter. De organisatie zit midden in de grootste pensioenuitstroom ooit, terwijl rekrutering prioriteit nummer één is. Sommige militairen hebben sinds hun aanwerving niets anders gezien dan de Brusselse of Antwerpse straten. Training moest de laatste jaren inboeten door de operatie OVG. Op die manier profileer je je niet als een aantrekkelijke en avontuurlijke werkgever, net nu dat dat zo belangrijk is.

Dat de situatie steeds meer begint te lijken op 'het nieuwe normaal' werd overigens in oktober duidelijk in de Kamer. Tijdens een commissie Defensie onderstreepte de militaire top de noodzaak om een einde te maken aan de "tijdelijke" opdracht, terwijl door de aanwezige politieofficieren OVG als een structurele oplossing werd gezien voor het tekort aan politiepersoneel op het terrein.

Voor ons is het helder dat we de veiligheid van elk individu en elke groep in ons land moeten garanderen. Maar dat is in de eerste plaats de taak van de Politie. DAB, de nieuwe directie beveiliging van de Federale Politie, moet daarom prioritair versterkt worden maar drie jaar na de oprichting, kampt men daar nog steeds met honderden vacante plaatsen op een beloofd totaal van 1.600 mensen.

Uitzonderlijke omstandigheden

Aangezien de veiligheid garanderen voor de burgers een absolute prioriteit moet zijn voor de Staat zou het niet verstandig zijn om, hoogst uitzonderlijk en zeer tijdelijk, de mogelijkheid om militairen in te zetten te beperken. Maar dan zijn we verplicht om de inzet van militairen juridisch af te dekken. Een belangrijke uitdaging heeft betrekking op de taken die zij mogen uitvoeren? Wat als je als militair op de uitkijk staat voor terroristen en er onder je ogen een gauwdief of nog erger een aanranding plaatsvindt? Mag je optreden? Met geweld?

In 2017 hebben militairen tweemaal dodelijk het vuur geopend toen zij aangevallen werden. In beide gevallen was er na het onderzoek sprake van gerechtvaardigd optreden. Maar waar moet de militair de lijn trekken? Wanneer mag die zijn eigen kracht gebruiken en wanneer zijn vuurwapen? Of mag de militair, die we vanuit de kazerne de straat hebben opgestuurd enkel toekijken en hopen dat de politie snel ter plaatse komt? De zogenaamde rules of engagement met betrekking tot wanneer en hoe geweld mag gebruikt worden, zijn bij deze binnenlandse opdracht onbekend. De vaststelling is eenvoudig: in tegenstelling tot de politie hebben militairen geen sluitend juridisch kader voor hun handelingen in het kader van ordehandhaving op eigen grondgebied. We sturen zwaar bewapende militairen in opdracht van de overheid de straat op zonder een juridisch kader te regelen over hun rechten en plichten en die van de burgers.

Dit is niet voor herhaling vatbaar. Een wetgevend initiatief moet hieromtrent door de Minister geworden worden. Inspiratie kunnen we halen in het buitenland. Frankrijk, waar het plan 'Vigipirate' meer dan 40 jaar oud is, verdient aandacht. Ook Australië nam een juridisch kader aan. Bij uitblijven van een initiatief van de Minister moet het parlement haar taak opnemen. We kunnen ons inspireren op buitenlandse voorbeelden maar evengoed op het interessante voorstel dat jurist Jens Claerman deed in zijn masterthesis: militairen die deelnemen aan dit soort operaties bevoegdheden toekennen die gelijkaardig zijn aan die van personen die lid zijn van de dienst Algemene Beveiliging, het nieuwste politiekorps, dat specifiek voor bewakingsopdrachten in het leven werd geroepen. Uiteraard horen zo'n missies voor militairen steeds beperkt te zijn in tijd en ruimte en is doorgedreven training een noodzaak.

Als de beslissing ooit opnieuw moet genomen worden om wegens terreurdreiging onze militairen terug op straat te sturen, moet deze situatie duidelijk zijn. Voor de militairen maar evenzeer voor de burgers die zij dienen te beschermen: in een democratische rechtstaat is rechtszekerheid essentieel.

Jasper Pillen is Kamerlid. Hij zetelt voor Open VLD als vast lid in de commissie Landsverdediging.

Tim Vandenput is Kamerlid. Hij zetelt voor Open Vld als vast lid in de commissie Binnenlandse Zaken.

'Veiligheid moet vooropstaan, maar we moeten wel zo snel mogelijk terug naar de normaliteit. Bijeenkomen, voetballen en vieren horen daarbij.' Klinkt u bekend in de oren? Het citaat gaat niet over COVID-19, maar verscheen in de krant in november 2015, na de aanslagen in Parijs. Aan het begin van dat jaar, na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo (7 januari) en de politieoperatie tegen een terreurcel in Verviers (15 januari), ging het dreigingsniveau ook in België van 2 naar 3. Vanaf dan patrouilleerden militairen op straat, als ondersteuning van de federale politie. We willen, als inleiding, alle betrokken militairen van harte danken voor hun inzet.Defensie was dus plots zichtbaar aanwezig in het Belgische straatbeeld. Onze militairen, getraind om onze collectieve veiligheid te garanderen binnen de NAVO, om collega-militairen in fragiele staten in Afrika te ondersteunen of om te strijden tegen het internationaal terrorisme, stonden opeens in volle gevechtstenue in onze straten, op de kerstmarkten en voor onze overheidsgebouwen. Het aantal ingezette militairen schommelde van 150 in januari 2015 tot ruim 1.800 na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek. En ondanks het feit dat in januari 2018 het algemene terreurniveau op niveau 2 werd gebracht, met uitzondering van enkele specifieke plaatsen, bleven de militairen waken in onze straten. Eind november besliste de Ministerraad dat, als het dreigingsniveau niet wijzigt, alle militairen tegen 1 september 2021 uit het straatbeeld verdwijnen. Sinds vorige maand is de afbouw van "Operatie Vigilant Guardian" ingezet.Eindelijk. In onze democratische rechtstaat behoort de taak tot het beschermen van de burgers toe aan de politie. Defensie garandeert de veiligheid van de Staat tegen externe vijanden maar het is de Politie die de veiligheid in onze straten, op onze pleinen en voor de kritieke plaatsen zoals Amerikaanse of Joodse instellingen garandeert. De deur helemaal en voorgoed sluiten voor tijdelijke en uitzonderlijke steun door militairen willen we niet doen. Maar de militairen jaren op straat houden, zonder aangepaste wettelijk en juridisch kader, dat is niet voor herhaling vatbaar.Terwijl onze soldaten loyaal zoals steeds hun patrouilles uitvoerden in het kader van Operatie Vigilant Guardian (OVG), werd de druk op Defensie steeds groter. De organisatie zit midden in de grootste pensioenuitstroom ooit, terwijl rekrutering prioriteit nummer één is. Sommige militairen hebben sinds hun aanwerving niets anders gezien dan de Brusselse of Antwerpse straten. Training moest de laatste jaren inboeten door de operatie OVG. Op die manier profileer je je niet als een aantrekkelijke en avontuurlijke werkgever, net nu dat dat zo belangrijk is.Dat de situatie steeds meer begint te lijken op 'het nieuwe normaal' werd overigens in oktober duidelijk in de Kamer. Tijdens een commissie Defensie onderstreepte de militaire top de noodzaak om een einde te maken aan de "tijdelijke" opdracht, terwijl door de aanwezige politieofficieren OVG als een structurele oplossing werd gezien voor het tekort aan politiepersoneel op het terrein.Voor ons is het helder dat we de veiligheid van elk individu en elke groep in ons land moeten garanderen. Maar dat is in de eerste plaats de taak van de Politie. DAB, de nieuwe directie beveiliging van de Federale Politie, moet daarom prioritair versterkt worden maar drie jaar na de oprichting, kampt men daar nog steeds met honderden vacante plaatsen op een beloofd totaal van 1.600 mensen.Aangezien de veiligheid garanderen voor de burgers een absolute prioriteit moet zijn voor de Staat zou het niet verstandig zijn om, hoogst uitzonderlijk en zeer tijdelijk, de mogelijkheid om militairen in te zetten te beperken. Maar dan zijn we verplicht om de inzet van militairen juridisch af te dekken. Een belangrijke uitdaging heeft betrekking op de taken die zij mogen uitvoeren? Wat als je als militair op de uitkijk staat voor terroristen en er onder je ogen een gauwdief of nog erger een aanranding plaatsvindt? Mag je optreden? Met geweld? In 2017 hebben militairen tweemaal dodelijk het vuur geopend toen zij aangevallen werden. In beide gevallen was er na het onderzoek sprake van gerechtvaardigd optreden. Maar waar moet de militair de lijn trekken? Wanneer mag die zijn eigen kracht gebruiken en wanneer zijn vuurwapen? Of mag de militair, die we vanuit de kazerne de straat hebben opgestuurd enkel toekijken en hopen dat de politie snel ter plaatse komt? De zogenaamde rules of engagement met betrekking tot wanneer en hoe geweld mag gebruikt worden, zijn bij deze binnenlandse opdracht onbekend. De vaststelling is eenvoudig: in tegenstelling tot de politie hebben militairen geen sluitend juridisch kader voor hun handelingen in het kader van ordehandhaving op eigen grondgebied. We sturen zwaar bewapende militairen in opdracht van de overheid de straat op zonder een juridisch kader te regelen over hun rechten en plichten en die van de burgers.Dit is niet voor herhaling vatbaar. Een wetgevend initiatief moet hieromtrent door de Minister geworden worden. Inspiratie kunnen we halen in het buitenland. Frankrijk, waar het plan 'Vigipirate' meer dan 40 jaar oud is, verdient aandacht. Ook Australië nam een juridisch kader aan. Bij uitblijven van een initiatief van de Minister moet het parlement haar taak opnemen. We kunnen ons inspireren op buitenlandse voorbeelden maar evengoed op het interessante voorstel dat jurist Jens Claerman deed in zijn masterthesis: militairen die deelnemen aan dit soort operaties bevoegdheden toekennen die gelijkaardig zijn aan die van personen die lid zijn van de dienst Algemene Beveiliging, het nieuwste politiekorps, dat specifiek voor bewakingsopdrachten in het leven werd geroepen. Uiteraard horen zo'n missies voor militairen steeds beperkt te zijn in tijd en ruimte en is doorgedreven training een noodzaak.Als de beslissing ooit opnieuw moet genomen worden om wegens terreurdreiging onze militairen terug op straat te sturen, moet deze situatie duidelijk zijn. Voor de militairen maar evenzeer voor de burgers die zij dienen te beschermen: in een democratische rechtstaat is rechtszekerheid essentieel.Jasper Pillen is Kamerlid. Hij zetelt voor Open VLD als vast lid in de commissie Landsverdediging.Tim Vandenput is Kamerlid. Hij zetelt voor Open Vld als vast lid in de commissie Binnenlandse Zaken.