Ooit waren de Tachtigers een vernieuwende beweging maar de tachtigers van vandaag zijn een afgeschreven groep. De dichters Gorter, Perk, Kloos en al hun wapenbroeders voerden hun leven lang het hoge woord, kregen toen het minder ging de beste zorgen, hadden alle tijd om afscheid te nemen van hun dierbaren en werden met familie, vrienden en kennissen met alle eer begraven. Dit alles is de tachtigers van vandaag niet gegund. Nochtans waren zij de eersten die de kwaliteit van het leven belangrijker vonden dan de duur en opkwamen voor meer autonomie en een waardig afscheid. Deze nieuwe idealen moesten zwichten voor een virus uit het Verre Oosten, dat niet alleen levens eiste maar ook de vloer veegde met wat aan grote principes de laatste decennia in het Westen was bedacht. Keihard werd de strijd en verzet werd niet geduld. Ook het protest van tachtigers, die een beroep deden op hun verdienste werd niet gehoord en de oversterfte werd als te verwaarlozen afgedaan.

Niemand had er oren naar dat zij de oorlog hadden meegemaakt, het land hadden heropgebouwd, de sociale zekerheid hadden bedacht en een behoorlijke gezondheidszorg hadden op poten gezet, dat zij de Koningskwestie en Congo hadden overleefd en het land tot het centrum van Europa hadden gemaakt en dat zij alles waarin zij ooit geloofden hadden verbrand om een samenleving met andere waarden op te bouwen. De oversterfte vond men evenmin een argument want een ondersterfte zou volgen en op het einde van het jaar zou blijken dat de pandemie in hun leeftijdscategorie hooguit een paar honderd levens had gekost. Et alors?

Mensen werden tot cijfers herleid en het protest van tachtigers werd als verwaarloosbaar afgedaan.

Getallen werden de enige troef: mensen werden tot cijfers herleid en over wat niet in cijfers om te zetten was werd gezwegen. Dit gold niet alleen voor het meten van de aangerichte schade maar ook in het verweer tegen het virus waren alleen cijfers van tel. Zelfs werd een getal op het toegelaten aantal aanwezigen bij een uitvaart geplakt want dat alle kinderen en kleinkinderen samen hun ouders of grootouders konden begraven was verleden tijd. Pijnlijker nog was dat ouderen bezoeken en waardig afscheid nemen van stervenden niet altijd kon.

Zou er geen wet moeten komen om dit tot een contractuele verplichting voor de inrichtende macht en/of de eindverantwoordelijke voor de behandeling te maken? Terecht zal men opmerken dat uitzonderlijke inspanningen werden gedaan om contact mogelijk te maken maar een wet weegt zwaarder dan een morele verplichting. Sommige professionals zullen het daar niet mee eens zijn maar na verloop van tijd zal het ook tot hen doordringen dat zij geen covid-19 behandelen maar mensen die stervende zijn.

De wet betreffende de rechten van de patiënt legt deze verplichting niet op, al zullen illusionisten beweren dat artikel 5 het daar wel over heeft. Dit artikel van de wet zegt: "De patiënt heeft met eerbiediging van zijn menselijke waardigheid en zijn zelfbeschikking en zonder enig onderscheid op welke grond ook, tegenover de beroepsbeoefenaar recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking, die beantwoordt aan zijn behoeften ". Volgens Van Dale betekent behoefte in het enkelvoud "bewust gemis van iets dat niet of zeer bezwaarlijk ontbeerd kan worden" maar in het meervoud wordt dit "datgene wat men nodig heeft".

Interessant voor de tachtigers is dat zij niettegenstaande hun leeftijd recht hebben op de kwaliteitsvolle dienstverstrekking daar deze "zonder enig onderscheid op welke grond ook" dient te worden verstrekt. Dat hen bij de uitbraak van de pandemie in een paniekreactie reguliere zorg werd ontnomen is enigszins te accepteren maar dat dit maanden duurde is onaanvaardbaar. Even belangrijk is de in de wet voorziene eerbiediging van zelfbeschikking waardoor zowel instemmen als weigeren van een ziekenhuisopname of beademing kan. Essentieel is het vrijwillige karakter van de beslissing zodat elke druk door een autoriteit in welke richting ook uitgesloten is.

Tijdige informatie en overleg met naasten is in deze belangrijk om overhaaste beslissingen te voorkomen en dit was niet altijd het geval.

De in artikel 5 vermelde menselijke waardigheid klonk hoopvol als uitgangspunt maar finaal had de wetgever nauwelijks aandacht voor het relationele aspect van de zieke mens. Verder dan de aanwijzing van een vertrouwenspersoon, de vertegenwoordiging van de patiënt als hij niet voor zijn rechten kan opkomen en de inzage van het dossier na overlijden door de naaste verwanten, is hij niet geraakt.

Men kan de wetgever niet kwalijk nemen dat voor de hand liggende zaken niet in een wet werden gegoten maar oude evidenties verdwijnen in het nieuwe normaal. De tachtigers weten dit: zij hebben de bezetting, de bevrijding en de afschaffing van de hemel meegemaakt en leerden dat nieuwe tijden nieuwe problemen en nieuwe wetten brengen.

Wat in de tijd van De Tachtigers vanzelfsprekend was is door het vlindereffect van een virus van de aardbol verdwenen zodat vandaag een wet nodig is om inrichtende machten en eindverantwoordelijken voor behandeling en verzorging te verplichten bezoek aan ouderen en zieken, en afscheid nemen van stervenden, als een prioriteit te zien in hun beleid.

Ivo Uyttendaele is tachtiger en psychiater op rust. Hij is gewezen ondervoorzitter van de NR Orde der Artsen, de toenmalige Orde van Geneesheren, en auteur van De Wedstrijd (Garant 2019).

Ooit waren de Tachtigers een vernieuwende beweging maar de tachtigers van vandaag zijn een afgeschreven groep. De dichters Gorter, Perk, Kloos en al hun wapenbroeders voerden hun leven lang het hoge woord, kregen toen het minder ging de beste zorgen, hadden alle tijd om afscheid te nemen van hun dierbaren en werden met familie, vrienden en kennissen met alle eer begraven. Dit alles is de tachtigers van vandaag niet gegund. Nochtans waren zij de eersten die de kwaliteit van het leven belangrijker vonden dan de duur en opkwamen voor meer autonomie en een waardig afscheid. Deze nieuwe idealen moesten zwichten voor een virus uit het Verre Oosten, dat niet alleen levens eiste maar ook de vloer veegde met wat aan grote principes de laatste decennia in het Westen was bedacht. Keihard werd de strijd en verzet werd niet geduld. Ook het protest van tachtigers, die een beroep deden op hun verdienste werd niet gehoord en de oversterfte werd als te verwaarlozen afgedaan.Niemand had er oren naar dat zij de oorlog hadden meegemaakt, het land hadden heropgebouwd, de sociale zekerheid hadden bedacht en een behoorlijke gezondheidszorg hadden op poten gezet, dat zij de Koningskwestie en Congo hadden overleefd en het land tot het centrum van Europa hadden gemaakt en dat zij alles waarin zij ooit geloofden hadden verbrand om een samenleving met andere waarden op te bouwen. De oversterfte vond men evenmin een argument want een ondersterfte zou volgen en op het einde van het jaar zou blijken dat de pandemie in hun leeftijdscategorie hooguit een paar honderd levens had gekost. Et alors?Getallen werden de enige troef: mensen werden tot cijfers herleid en over wat niet in cijfers om te zetten was werd gezwegen. Dit gold niet alleen voor het meten van de aangerichte schade maar ook in het verweer tegen het virus waren alleen cijfers van tel. Zelfs werd een getal op het toegelaten aantal aanwezigen bij een uitvaart geplakt want dat alle kinderen en kleinkinderen samen hun ouders of grootouders konden begraven was verleden tijd. Pijnlijker nog was dat ouderen bezoeken en waardig afscheid nemen van stervenden niet altijd kon. Zou er geen wet moeten komen om dit tot een contractuele verplichting voor de inrichtende macht en/of de eindverantwoordelijke voor de behandeling te maken? Terecht zal men opmerken dat uitzonderlijke inspanningen werden gedaan om contact mogelijk te maken maar een wet weegt zwaarder dan een morele verplichting. Sommige professionals zullen het daar niet mee eens zijn maar na verloop van tijd zal het ook tot hen doordringen dat zij geen covid-19 behandelen maar mensen die stervende zijn.De wet betreffende de rechten van de patiënt legt deze verplichting niet op, al zullen illusionisten beweren dat artikel 5 het daar wel over heeft. Dit artikel van de wet zegt: "De patiënt heeft met eerbiediging van zijn menselijke waardigheid en zijn zelfbeschikking en zonder enig onderscheid op welke grond ook, tegenover de beroepsbeoefenaar recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking, die beantwoordt aan zijn behoeften ". Volgens Van Dale betekent behoefte in het enkelvoud "bewust gemis van iets dat niet of zeer bezwaarlijk ontbeerd kan worden" maar in het meervoud wordt dit "datgene wat men nodig heeft". Interessant voor de tachtigers is dat zij niettegenstaande hun leeftijd recht hebben op de kwaliteitsvolle dienstverstrekking daar deze "zonder enig onderscheid op welke grond ook" dient te worden verstrekt. Dat hen bij de uitbraak van de pandemie in een paniekreactie reguliere zorg werd ontnomen is enigszins te accepteren maar dat dit maanden duurde is onaanvaardbaar. Even belangrijk is de in de wet voorziene eerbiediging van zelfbeschikking waardoor zowel instemmen als weigeren van een ziekenhuisopname of beademing kan. Essentieel is het vrijwillige karakter van de beslissing zodat elke druk door een autoriteit in welke richting ook uitgesloten is.Tijdige informatie en overleg met naasten is in deze belangrijk om overhaaste beslissingen te voorkomen en dit was niet altijd het geval.De in artikel 5 vermelde menselijke waardigheid klonk hoopvol als uitgangspunt maar finaal had de wetgever nauwelijks aandacht voor het relationele aspect van de zieke mens. Verder dan de aanwijzing van een vertrouwenspersoon, de vertegenwoordiging van de patiënt als hij niet voor zijn rechten kan opkomen en de inzage van het dossier na overlijden door de naaste verwanten, is hij niet geraakt.Men kan de wetgever niet kwalijk nemen dat voor de hand liggende zaken niet in een wet werden gegoten maar oude evidenties verdwijnen in het nieuwe normaal. De tachtigers weten dit: zij hebben de bezetting, de bevrijding en de afschaffing van de hemel meegemaakt en leerden dat nieuwe tijden nieuwe problemen en nieuwe wetten brengen.Wat in de tijd van De Tachtigers vanzelfsprekend was is door het vlindereffect van een virus van de aardbol verdwenen zodat vandaag een wet nodig is om inrichtende machten en eindverantwoordelijken voor behandeling en verzorging te verplichten bezoek aan ouderen en zieken, en afscheid nemen van stervenden, als een prioriteit te zien in hun beleid. Ivo Uyttendaele is tachtiger en psychiater op rust. Hij is gewezen ondervoorzitter van de NR Orde der Artsen, de toenmalige Orde van Geneesheren, en auteur van De Wedstrijd (Garant 2019).