Televisiemaakster Tess Uytterhoeven: ‘Ik begrijp dat mensen het noorden kwijtraken’

© Karoly Effenberger
Peter Casteels
Peter Casteels Redacteur Knack

Televisiemaakster Tess Uytterhoeven brak begin 2022 door met Het proces dat niemand wou over de zaak-De Pauw. Maar ook daarbuiten geldt ze als een van de talenten van Woestijnvis.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

We waren het deze keer roerend eens met de collega’s toen zij hun Ha! van Humo aan Het proces dat niemand wou gaven. In de documentaire die Tess Uytterhoeven voor Streamz maakte, doen de slachtoffers van Bart De Pauw voor het eerst en soeverein hun verhaal. Het was een verademing om naar te kijken, maar het was lang geen sinecure om te maken. De programmamaakster is de dochter van Mark, die net als De Pauw vele jaren een van de sterren van het productiehuis Woestijnvis was. Uytterhoeven praat liever niet meer over Het proces dat niemand wou in de media – dat had ze ook op voorhand al laten weten. Maar de erkenning die ze sindsdien krijgt, voelt goed.

Tess Uytterhoeven: De documentaire is een bijzonder project dat heel intens was om te maken. Het was een moeilijke periode, al wil ik dat nu ook weer niet dramatiseren. Ik heb het gevoel dat die prijs ook meer bekroont dan enkel dat ene televisieprogramma. Dat doet deugd.

Iemand gaat zijn hele denkkader niet omgooien omdat hij één keer tegen de lamp loopt.

Maaike Cafmeyer vertelde dat uw documentaire had geholpen om de teneur over het proces-De Pauw te veranderen. Dat is een mooi compliment.

Uytterhoeven: Er is op voorhand heel veel over dat proces geschreven, zonder dat naar mijn gevoel de essentie van wat er precies was gebeurd aan het licht kwam. Ik zal niet pretenderen dat wij die essentie hebben gevangen, maar door in en uit te zoomen hebben we het verhaal wel in een bredere context geplaatst. De vrouwen die we aan het woord laten, hebben daar veel aan gehad. En met hen hopelijk veel Vlamingen.

U bent bijna toevallig in de televisiewereld gerold. Ziet u zichzelf ondertussen als een televisiemaakster die dat voor de rest van haar leven zal blijven?

Uytterhoeven: Misschien stop ik ooit met televisie maken en ga ik planten verkopen in Mechelen, maar voorlopig vind ik het erg leuk. Ik heb vroeger wel al eens ontslag genomen bij Woestijnvis. Ik beschouwde televisie maken toen niet als een serieuze job, en wilde voor een ngo gaan werken. Dat heb ik een tijd gedaan als persverantwoordelijke (voor ONE, dat internationaal campagne voert tegen armoede, nvdr), maar dat was best saai. Als ik één docureeks kan maken over de thema’s waar ik toen rond werkte, heb ik meer impact dan als ik 35 jaar voor die ngo was blijven werken. Ik beschouw het nu als een voorrecht om televisie te mogen maken. Dat was vroeger wel anders. Ik deed dat werk zelfs niet heel graag.

U begon bij de redactie van Man bijt hond.

Uytterhoeven: Helemaal in het begin kon ik niet werken met camera’s en microfoons, dus ik kon nooit zelf de baan op. Ik zat soms twaalf uur per dag rond te bellen op de redactie, op zoek naar mensen die in dat programma wilden verschijnen. Barack Obama was eens in badjas voor het Witte Huis verschenen, dus werd er bijvoorbeeld op een ochtend- vergadering beslist dat we een reportage zouden maken over mensen die in hun dorp in badjas rond- liepen. Al voor acht uur ‘s ochtends zat ik cafés, winkels en frietkoten af te bellen met de vraag of zij klanten hadden die soms langskwamen in badjas. Dat was niet echt mijn droomjob. Het was wel een goede leerschool. Al heb ik het misschien iets te lang gedaan. (lacht)

Man bijt hond kreeg vroeger soms de kritiek uitlachtelevisie te zijn.

Uytterhoeven: Er zal hier en daar weleens een repor- tage hebben ingezeten die op het randje was, maar dat was niet pur et dur uitlachtelevisie. Man bijt hond werd met een goed hart gemaakt, en die mensen waren meestal ook heel blij dat ze op televisie over hun badjas mochten vertellen. Ik werd ‘s anderendaags geregeld teruggebeld met complimenten van degene die we hadden gefilmd. In wiens ogen was dat programma dan uitlachtelevisie? Dat was het voor mensen die er zelf naar keken en die graag met andere mensen lachen.

De laatste jaren hebt u vooral documentaires gemaakt in gevangenissen. Hoe bent u daarbij terechtgekomen?

Uytterhoeven: Ik had Topdokters gedraaid, en wilde daarna hetzelfde doen in een andere biotoop. Als antropoloog interesseerden gevangenissen mij, ze zijn een microversie van de wereld daarbuiten. Alleen wordt alles daar veel intenser beleefd omdat die mensen opgesloten zitten in zo’n kleine ruimte: liefde, eenzaamheid, schaamte, schuldinzicht… Het gaat dus al heel snel over heel herkenbare dingen, en dat zorgt voor verbinding tussen de kijker en de gedetineerden. Ze hebben misschien vreselijke dingen gedaan, maar ze blijven wel mensen. Dat vond ik geruststellend.

Een ander cliché over gevangenissen: criminelen komen er slechter uit dan ze erin gingen.

Uytterhoeven: Ik dacht op voorhand dat boeven in de gevangenis hun lesje wel leren, maar het klopt dat kleine garnalen daar in contact komen met echt zware jongens. Veel gedetineerden raken in de gevangenis ook verslaafd aan drugs, waardoor ze alleen maar meer geld nodig hebben wanneer ze vrijkomen. Sommigen gaan binnen als occasionele blowers en komen buiten met een heroïneverslaving. Dat klinkt zwartgallig, maar je kunt het niet ontkrachten. Er zijn natuurlijk mensen die zich herpakken en echt een nieuwe start nemen als ze hun straf hebben uitgezeten. Maar er is ook een grote groep die hervalt. We laten het ook zien dat mensen soms mislukken.

Ik heb nu voor Play4 bijna een nieuw programma klaar dat in het voorjaar wordt uitgezonden: Recht naar de gevangenis. Daarvoor hebben we mensen die werken voor justitie en beslissingen nemen over gedetineerden vier dagen opgesloten in de gevangenis van Haren, samen met ex-gedetineerden. Die ervaring is bij hen hard aangekomen. In het programma benoemen we de pijn- en verbeterpunten van het systeem, én praten we over wat detentie met mensen doet. Ik ben daar heel blij mee, want meestal komen gevangenissen alleen in het nieuws met opstootjes: een cipiersstaking, een ontsnapping, of als een gevangene met penitentiair verlof toch weer iemand vermoordt. De kranten staan dan vol populistische, polariserende boodschappen, terwijl het nooit zo zwart-wit is.

© Karoly Effenberger

U bent de dochter van Mark Uytterhoeven. Heeft hij u veel geleerd over televisie maken?

Uytterhoeven: We praten daar niet veel over. Ik heb ook nooit de indruk gehad dat wij hetzelfde deden: hij maakte humoristische programma’s en talkshows, wat toch iets anders is dan human interest. Ik stuur hem wel altijd de eerste aflevering van een reeks op. Hij is een kritische mens, en geeft altijd zijn ongezouten commentaar. Dat kan mij nu meer schelen dan ik vroeger dacht, maar dat hoort waarschijnlijk bij elke normale vader-dochterrelatie. (lacht)

Uw vader stond erom bekend heel hard te werken. Heeft hij dat aan u doorgegeven?

Uytterhoeven: Ja. Ik werk ook hard. Ik heb ondertussen twee kinderen en behoor niet meer tot de jongste generatie bij Woestijnvis. Jongere mensen met wie ik samenwerk krijgen nu ook baby’s. Soms vraag ik me af: geef ik hen wel het goede voorbeeld?

Waarom?

Uytterhoeven: Ik werk te hard, en dan komt er veel terecht bij mijn vrouw. Ik kan dat ook alleen maar doen omdat zij een job heeft met minder zotte uren, en haar kantoor bij ons in de straat ligt. Mijn zoon vraagt mij soms of ik geen andere job kan krijgen, zeker als ik in zo’n tunnelperiode zit met opnames voor een nieuw programma. Ik werk dan zeven op zeven, twaalf tot veertien uur per dag. Als hij me dan eens ziet als hij nog wakker is wanneer ik thuiskom, steekt dat wel. Ik zeg hem dan dat ik voor die periodes recup zal krijgen, en we daarmee op vakantie kunnen gaan. Ik zou het nu dus wat rustiger aan moeten doen, maar ik weet niet of ik goed bezig ben. (lacht) Ik worstel daarmee. We zouden het werk misschien beter kunnen spreiden over meer mensen. Maar bij Woestijnvis werken gewoon heel veel mensen die gepassioneerd zijn door hun job. Ik doe mijn werk heel graag. Laatst ging ik met een vriendin wijntjes drinken op café. Ik kwam thuis en het was nog niet zo heel erg laat. Weet je wat ik dan doe? Ik beantwoord nog twee uurtjes mails. Toen ik naar bed ging, zei mijn vrouw wel: ‘Het is halfdrie. Wat heb jij nog zitten doen?’

En ze gelooft het als u antwoordt dat u alleen wat mails hebt beantwoord?

Uytterhoeven: Helaas kan ze zich daar iets bij voorstellen, ja. (lacht) Ik begrijp de filosofie dat we allemaal wat vaker uit de ratrace moeten stappen, en het zou mijn gezin ten goede komen, maar het blijft een werkpuntje.

Woestijnvis was vroeger een echte mannenclub. Is dat nog altijd zo?

Uytterhoeven: Daar komt traag maar gestaag verandering in. Het was vroeger wel degelijk zo, en daar zijn nog altijd wel dingetjes van blijven hangen. Dat evolueert gelukkig allemaal, en we moeten die mannen natuurlijk ook niet allemaal in één keer buiten de deur zetten. Maar er is zeker nog werk aan de winkel – al hebben we met Hazel Pleysier al enkele jaren een vrouwelijke programmadirecteur. We hebben ook steeds meer vrouwelijke schermgezichten, producers en eind- redacteurs.

Siska Schoeters wond zich dit jaar op omdat er maar drie vrouwen zaten bij de vijftien best verdienende schermgezichten van de VRT. Terecht?

Uytterhoeven: Ik begrijp dat. De VRT werkt aan diversiteit, maar het is niet logisch dat alle topverdieners mannen zijn. De samenleving bestaat maar voor 35 procent uit witte mannen, maar zij bekleden nog altijd het overgrote deel van de topfuncties. Terwijl representatie in alle geledingen van de maatschappij heel belangrijk is. Ik had vroeger als lesbisch meisje amper rolmodellen om naar op te kijken. Wie waren mijn voorbeelden? Yasmine en Ellen DeGeneres. Over die Amerikaanse comedian werden ook nog eens de gruwelijkste dingen geschreven, dat ze een draak van een wijf was. In de hele samenleving had je nauwelijks lesbiennes in leidinggevende functies, en ik kreeg te verstaan dat mijn seksualiteit vooral iets was om me voor te schamen.

Voor de eerste seizoenen van Topdokters hadden we het ook moeilijk om genoeg vrouwen te vinden om mee te werken. Dat is vandaag gelukkig anders, het is nu zelfs omgekeerd. Mijn zoon vroeg me onlangs of hij later wel dokter kan worden, want hij had nog nooit een mannelijke arts gezien. (lacht) Heel veel meisjes hebben dat jarenlang gedacht, en kinderen met een migratieachtergrond denken dat waarschijnlijk nog steeds. Voor Recht naar de gevangenis zochten wij mensen met een diverse achtergrond binnen justitie. Ik geloof dat er in ons land één rechter van kleur is.

In Nederland was er veel te doen over De wereld draait door. Presentator Matthijs van Nieuwkerk bleek zich achter de schermen soms tiranniek te gedragen. Zou dat in de Vlaamse mediawereld ook voorkomen?

Uytterhoeven: Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, maar ik heb geen weet van zulke aanhoudende, persoonlijke vernederingen op de werkvloer. Ik wil ook genuanceerd kunnen kijken naar het verhaal van iemand die soms ontspoort. Dat heb ik geleerd uit Het proces dat niemand wou. Het is moeilijk om met extreme bekendheid om te gaan. Dat is een heel rare dynamiek waar maar weinig over wordt gepraat. Mijn vader ging vroeger in de winter soms fietsen met een bivakmuts op die alleen zijn ogen en mond onbedekt liet. Zelfs dan werd hij herkend en probeerden mensen hem soms van zijn fiets te sleuren. Ik begrijp dat mensen daardoor het noorden kwijtraken, en ik wil daar empathie voor hebben. Daarom had ik het liefst ook met Bart De Pauw zelf gesproken voor de documentaire. Ik heb voor Ooit vrij kindermoordenaars en verkrachters geïnterviewd. Wat zij hebben gedaan valt niet te vergoelijken, maar het is wel belangrijk om naar hun verhaal te luisteren.

Blijft u het jammer vinden dat De Pauw niet wilde meedoen?

Uytterhoeven: Ik ben heel tevreden met Het proces dat niemand wou, maar natuurlijk was het waardevol geweest als hij had deelgenomen. Niets zo mooi als mensen die naar zichzelf kijken.

Van schuldinzicht is er bij De Pauw niet echt sprake.

Uytterhoeven: Dat weet ik niet. Ik weet wel dat het bij mensen die veroordeeld zijn soms heel gestaag komt, áls het al komt. Iemand gaat zijn hele denkkader niet omgooien omdat hij één keer tegen de lamp loopt. Dat is menselijk. Het kan heel lang duren vooraleer er een barstje komt in het beeld dat mensen van zichzelf hebben gecreëerd.

Bio Tess Uytterhoeven

1984: geboren in Mechelen

Studie: taal- en letterkunde (ULB), antropologie en ontwikkelingssamenwerking (KU Leuven)

Werkt: 15 jaar voor Woestijnvis voor programma’s als Man bijt hond, Heylen en de herkomst, Topdokters, Hotel Romantiek, Ooit vrij en Het proces dat niemand wou

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content