De laatste maanden is de samenleving in de greep van het klimaat. Die preoccupatie kan gerust op het conto worden geschreven van de jongeren die, aangevoerd door hun bezorgdheid omtrent hun toekomst, week na week betogen en daarmee de volwassen generatie - en dan met name de politici - een geweten schoppen en op haar verantwoordelijkheid wijzen. Over die tienerprotesten is al heel wat inkt gevloeid. Sommigen, zoals Sacha Dierckx van denktank Minerva zijn vooral trots, en zien in de klimaatbetogingen een teken dat de jeugd helemaal niet zo lethargisch, cynisch en geperverteerd is dan door sommigen wordt gevreesd.

Anderen vinden de protesten alles welbeschouwd vooral hypocriet. Niet alleen zitten er onder de spijbelaars jongeren die het gewoon fijn vinden even te kunnen brossen, vele jongeren blijven ondertussen ook gewoon vliegen en zijn niet van zinnens hun (consumptie)gedrag werkelijk bij te stellen. Die kritiek gaat soms gepaard met de opvatting dat het klimaat niet naar de vaantjes zal gaan indien er niet dringend iets verandert. Jean-Marie Dedecker weigert bijvoorbeeld mee te lopen in wat hij noemt 'de stoet van drammerige alarmisten die hijgerig het einde van de wereld voorspellen.'

Klimaat: wat kunnen en mogen we van individuen verwachten?

Nog weer anderen wijzen erop dat er geen kant-en-klare oplossingen zijn en dat de jongeren daarom niet mogen verwachten dat het klimaatprobleem zomaar, in een handomdraai, zal worden verholpen. De aarzeling van politici indiceert met andere woorden niet altijd een vorm van kwaadwilligheid. 'We beschikken niet over een klimaatthermostaat waarmee je de opwarming mondiaal kan regelen', stelde Jurgen Slembrouck (UAntwerpen) in een opiniestuk op VRT NWS. Het gebrek aan een 'silver bullet' ziet men weerspiegeld in de vele debatten die worden gevoerd tussen wetenschappers, politici en ethici. Sommigen willen bijvoorbeeld een volledige kernuitstap, anderen menen dat de klimaatdoelstellingen alleen maar kunnen worden gehaald als kernenergie wordt behouden.

Dat zie je bijvoorbeeld in het felle debat in de Afspraak (28 november 2008) tussen Kristof Calvo en Maarten Boudry. Sommige auteurs wijzen erop dat men selectief blind is en dat er eigenlijk op de foute zaken wordt gefocust. Zo vindt Geert Noels aan dat de klimaatwoede best wordt verlegd van het vliegtuig - veelal kop van jut in het klimaatprotest - naar de koelkast en de airco's omdat hun kwalijke impact op het milieu veel hoger is. Patrick Loobuyck waarschuwt dan weer voor het feit dat men niet in een situatie mag verzeilen waar individuen voortdurend op hun particuliere acties en keuzes worden aangesproken. Het klimaatprobleem is volgens hem dermate groot dat alleen structurele maatregelen werkelijk soelaas kunnen bieden. Het individu heeft (te) weinig impact - wat niet belet dat het individu daarom niks kan/moet doen. Alle beetjes helpen, maar er is meer nodig dan enkel een verzameling van 'beetjes'.

Kinderen, huisdieren en koelkasten

Het punt dat Loobuyck maakt is dat wie het klimaatprobleem te sterk individualiseert, uiteindelijk terecht komt in een sfeer waarbij mensen zich over alles schuldig kunnen voelen - over het feit dat ze kinderen, huisdieren, koelkasten hebben, dat ze een vliegtuigreis boeken en à la limite dat ze bestaan en daardoor consumeren. Die 'culpabilisering' is niet vergezocht. Sterker nog, het woordenboek is sinds kort al aangevuld met een aantal nieuwe woorden. In Zweden schijnen mensen bijvoorbeeld in toenemende mate te lijden aan 'vliegschaamte' gezien vliegen er een nieuw taboe is geworden. Ruimer gesteld kunnen mensen blijkbaar aan 'klimaatstress' lijden. Ze voelen zich slecht wanneer ze een vliegtuig nemen, vlees eten of wanneer ze onder de douche staan - iets wat dan met een gewiekst therapietje zou kunnen worden verholpen.

Achter 'het klimaatdebat' gaan heel wat klimaatdebatten schuil.

Achter 'het klimaatdebat' gaan dus heel wat klimaatdebatten schuil. Eén van die debatten gaat over de vraag wat er nu eigenlijk wel/niet van individuele burgers kan, mag en misschien ook wel moet verwacht worden. Weinig mensen zullen betwisten dat aan de basis van de klimaatopwarming structurele problemen liggen die het individuele niveau in strikte zin overstijgen. Systeemfouten veranderen echter niet zomaar. Gewoonlijk gaan structurele veranderingen samen met mentaliteitsveranderingen en daarvoor is het veelal wachten op een soort 'momentum'.

Structurele veranderingen die niet collectief worden gedragen komen er niet omdat geen enkele politicus keuzes durft te verdedigen waarvan hij weet of aanvoelt dat er eigenlijk geen draagvlak voor is. Peter De Keyzer stelt het zo: 'Klimaatmaatregelen zullen worden genomen met de instemming van de kiezer of ze zullen niet worden genomen.'

We mogen de jongeren wat dat betreft dankbaar zijn dat ze iets in gang hebben gezet en dat ze mee voor dat momentum hebben gezorgd en de democratie daarmee een dienst hebben bewezen. In een liberale democratie heeft men idealiter het beleid dat betracht datgene uit te voeren wat de grootste groep van de bevolking (binnen de contouren van de grondwet) wenst en dat maakt die bevolking nu eenmaal niet enkel kenbaar door periodisch een aantal bolletjes in te kleuren.

Een goed functionerende democratie

Een goed functionerende democratische samenleving is echter een feilbaar project. Mensen moeten waakzaam zijn en beseffen dat het wel degelijk fout kan lopen. In verwijzing naar John Rawls - wellicht de belangrijkste politieke filosoof van de afgelopen vijftig jaar - stelt Loobuyck dat de rechtvaardigheid en de stabiliteit van een goed geordende liberale samenleving niet afhangt van de individuele voorkeuren van mensen, maar wel van de manier waarop de basisstructuur met haar regels, wetten en sociale instituten functioneert.

De overleving van een liberaal-democratische rechtsstaat hangt in die zin in grote mate af van wat burgers daar nu precies van (willen) maken.

Dat mag in een ideale wereld wel zo zijn, maar die basisstructuur komt er niet zomaar - er moet voor gepleit worden en ze moet in stand gehouden worden door burgers die het liberaal-democratische gedachtegoed in woord en daad ondersteunen. De overleving van een liberaal-democratische rechtsstaat hangt in die zin in grote mate af van wat burgers daar nu precies van (willen) maken. Zo kan een samenleving wel degelijk in gevaar komen wanneer te veel burgers door hun eigen keuzes financiële problemen hebben, zich niet inspannen voor het behoud van een cohesieve multiculturele samenleving, teveel gezondheidsrisico's nemen en daardoor de verzorgingsstaat onder druk zetten, zich niet inzetten voor het behoud van een gezond klimaat, etc.

Een faire samenleving kan bijvoorbeeld wel een rigoureus antiracisme- en antidiscriminatiebeleid hebben, maar die samenleving zal geen lang leven beschoren zijn als mensen niet werkelijk overtuigd zijn van het kwaad dat samengaat met racisme en discriminatie. Dat houdt in dat mensen ook hun vele alledaagse keuzes, beslissingen en handelingen best afstemmen op datgene wat die wetgeving beoogt, namelijk de samenleving vrijwaren van racisme en discriminatie. Mutatis mutandis voor wat betreft het klimaat. Een 'gezonde' basisstructuur etaleert zich niet enkel op het niveau van haar instituties en wetgevingen, maar toont zich ook in haar burgers die ertoe bereid zijn opofferingen te maken. 'Het probleem is als dusdanig niet op te lossen met een beroep op het individueel geweten.", zo stelt Loobuyck het nog. Ik zou geneigd zijn te denken dat net de prikkeling van het geweten - Rawls heeft het over een 'sense of justice' - een noodzakelijke factor is.

Een faire basisstructuur redt het niet wanneer het geweten van het individu niet meer kan/mag worden aangesproken.

Een faire basisstructuur redt het niet wanneer het geweten van het individu niet meer kan/mag worden aangesproken. Rawls gaf prioriteit aan de basisstructuur omdat het zo een grote impact heeft op de levens van mensen. Gerald Allen Cohen - notoir criticus van Rawls - gaf echter aan dat als het rechtvaardigheidsgehalte werkelijk het criterium is, ook het persoonlijke ethos van mensen moet worden bekeken.

Ook individuele keuzes en handelingen hebben immers in meer of mindere mate een impact op het leven van andere mensen. Wie 'niks' doet omdat hij wacht tot er structurele maatregelen komen, die zal merken dat er 'niks' zal gebeuren. Scherper gesteld: wie meent zijn individuele verantwoordelijkheid voor het klimaat te kunnen negeren omdat het klimaatprobleem nu eenmaal afhangt van structurele ingrepen, die handelt zoals diegene die zijn eigen morele verantwoordelijkheid afwijst omdat hij het wel en wee van een samenleving laat afhangen van de (straf)wetgeving. Die strafwetgeving komt er echter alleen wanneer burgers er het belang van inzien - iets dat ze politici kunnen duidelijk maken door geweldplegingen ook in hun private leven uit te bannen.

Natuurlijk gaat een samenleving niet ten onder als er maar een paar 'freeriders' zijn; het wordt alleen problematisch als er daar 'te veel' van zijn - waarbij het onduidelijk is wat 'te veel' exact betekent. Het punt is dat er voldoende burgers moeten aanwezig zijn die zich verantwoordelijk voelen voor de waarden en het behoud van een goed functionerende en gezonde (democratische) samenleving.

In een liberaal-democratische samenleving kan men 'actief' en 'verantwoordelijk' burgerschap niet afdwingen.

Maar, laat dat nu net niet evident zijn. Mensen beschikken immers door die liberale democratie over heel wat vrijheidsrechten. Ze kunnen en mogen hun leven leiden in functie van een eigen conceptie van het goede leven - ze kunnen en mogen dus een financieel risicovol leven leiden, er antidemocratische meningen op nahouden, zich elke dag te goed doen aan friet en chips en zich geen zier aantrekken van het milieu. Of nog, en naar de essentie geplooid: in een liberaal-democratische samenleving kan men 'actief' en 'verantwoordelijk' burgerschap niet afdwingen. Dit is wat in de literatuur gekend staat als het dilemma van Böckenförde.

Een liberaal-democratische samenleving biedt haar burgers dermate veel vrijheid dat de gedeelde ethos die nochtans nodig is voor het behoud van die samenleving niet zomaar kan worden verplicht. Of nog, en daarover gaat het: het risico bestaat dat burgers hun burgerlijke en politieke verantwoordelijkheden niet meer opnemen omdat ze alleen maar bezig zijn met het ten uitvoer brengen van hun eigen persoonlijke behoeftes en vrijheden zonder met anderen rekening te houden.

Een stabiele democratie werkt echter alleen wanneer voldoende burgers zich ook in het dagelijkse leven om het belang van de democratische waarden en het algemeen belang bekommeren. Mensen bij de politiek betrekken is daarom van wezenlijk belang - elke democratie moet waakzaam zijn en elke poging van burgers om politieke verantwoordelijkheid/betrokkenheid te tonen moet worden omarmd. In die zin is wat de klimaatjongeren hebben gedaan alleen maar aan te moedigen. Wat betreft 'actief burgerschap' en wat betreft hun aansporing tot matiging, redelijkheid en solidariteit en verdienen ze een tien op de tien - wat niet betekent dat ik daarom voorstander ben van spijbelgedrag (waarom, ik zeg maar wat, organiseren ze niet bijvoorbeeld in de school telkens een sit-in?).

Het persoonlijke is politiek

'Het persoonlijke is politiek' is een slogan afkomstig uit de feministische traditie. Wat binnenskamers gebeurt, kan wel degelijk een politiek item worden, zeker wanneer datgene wat gebeurt bij meerdere personen voorkomt (vb. fysiek/psychisch geweld tegen vrouwen binnen het huwelijk). Hetzelfde lijkt te gelden voor ogenschijnlijk triviale keuzes en handelingen. Wie bijvoorbeeld één colablikje op de openbare weg gooit, doet op zich niet zo veel fout, maar wat als iedereen dezelfde achteloze houding aanneemt?

Persoonlijke ervaringen en handelingen hebben op die manier beschouwd wel degelijk een collectieve dimensie. Immanuel Kant begreep dat goed: 'Handel zo dat je zou willen dat de maxime van je handeling (de motivatie die je hebt om een bepaalde handeling uit te voeren) een universele wet zou willen/kunnen zijn.' Het klinkt wat klef, maar toch: de verandering die men in de wereld wil zien, begint wel degelijk bij jezelf. De wereld willen zien veranderen zonder zelf te willen veranderen is moeilijk, want als niemand zelf wil veranderen, dan zal die wereld ook niet veranderen.

Zeker wanneer het slecht gaat met de democratische samenleving is het daarom belangrijk dat burgers zich uitspreken, demonstreren en protesteren en zich dus niet terugplooien op de bevrediging van de eigen, veeleer efemere behoeftes.

Actief burgerschap, zo zou ik het stellen, houdt niet alleen een 'durf denken' in, maar ook een 'durf handelen'. Vaak zijn er daarbij een aantal voortrekkers of katalysatoren nodig, zoals Greta Thunberg of Aruna De Wever die voor een sneeuwbaleffect hebben gezorgd. Wat dat betreft grijp ik opnieuw terug naar Loobuyck: 'We moeten minder hameren op individuele verantwoordelijkheid. Laten we in de eerste plaats actie ondernemen en druk uitoefenen om de maatschappelijke structuren waarbinnen we keuzes maken ecologisch rechtvaardiger te maken.'

Naar het mij voorkomt is het actie ondernemen en het druk uitoefenen net een kwestie van individuele verantwoordelijkheid dat wordt opgenomen doordat de 'sense of justice' werd aangeboord. Die 'sense of justice' - zoals hoger al gesteld - etaleert zich wat mij betreft niet alleen op het strikt politieke niveau (de betrachting om het meest faire beleid gerealiseerd te zien worden), maar ook op het niveau van de persoonlijke ethiek die mensen eraan houdt te leven naar de geest van datgene wat de faire basisstructuur wil gerealiseerd zien worden.

Democratie als sociale ruimte

Wat nu als de jongeren in even grote getale en met evenveel vastberadenheid zouden gedemonstreerd hebben tegen het 'Marrakesh-pact'? Wie bepaalt wat 'actief' en 'verantwoordelijk' burgerschap is en hoe dat dan precies tot uiting komt? Het punt hier is dat in een goed werkende democratie mensen het fundamenteel met elkaar oneens kunnen zijn - ook over wat 'goed burgerschap' precies veronderstelt en wat de omstandigheden zijn onder de welke mensen zich best laten gelden door bijvoorbeeld te protesteren.

Democratie is, zoals al gesteld, nu eenmaal meer dan het op gepaste tijdstippen uitbrengen van een stem. Het gaat om de vormgeving, maar ook om het behoud van een sociale ruimte waarbinnen burgers geïnformeerd kunnen worden, met elkaar het gesprek kunnen aangaan en (daardoor) desgevallend hun mening kunnen veranderen. Het betrekken van zoveel mogelijk mensen en het aan bod laten komen van zoveel mogelijk argumenten, is mogelijks de beste manier om de kwaliteit van de collectieve beslissingen op te krikken. Daarbij komt dat diegenen die hun mening uiteindelijk niet zien weerspiegeld worden in de beleidskeuze, zich mogelijks ook makkelijker bij de gemaakte keuze kunnen neerleggen omdat ze werden gehoord en werden ernstig genomen.

Wat dat betreft, opnieuw, mogen we de jongeren dankbaar zijn omdat zij de knuppel in het hoenderhok hebben gegooid - het klimaat is sinds een aantal maanden werkelijk op de politiek-democratische agenda gekomen waardoor nu quasi overal vele klimaatdebatten (openlijk) worden gevoerd.