"Duw de pauzeknop in en ga terug naar de tekentafel!" Dat was donderdag de gedeelde boodschap van alle culturele experts aan cultuurminister Jambon tijdens de hoorzitting over zijn nieuwe Kunstendecreet in het Vlaams Parlement. In de schaduw van corona wil Jambon deze nieuwe subsidieregeling in snelvaart doorduwen, terwijl ze net op verschillende punten in tegenspraak is met zijn eigen beleidsprioriteiten voor de kunsten. Maar dat is nog niet het meest alarmerende aan deze demarche...

Eerst even het kader. Op 5 maart gaf de Vlaamse Regering al haar goedkeuring aan het ontwerpdecreet voor deze nieuwe subsidieregeling voor de kunsten. Waarom die wetswijziging er überhaupt moest komen, blijft voor velen een open vraag. De laatste herziening van het Kunstendecreet dateert nog maar van 2018. Waarom wil Jambon zo nodig breken met het vorige kunstenbeleid?

Jan Jambon brengt de autonomie van de kunsten in gevaar.

Het Kunstendecreet omhelst een budget dat schommelt rond de 175 miljoen euro per jaar. Subsidies dienen velerlei doelen, maar zijn vooral een belangrijk overheidsinstrument om corrigerend op te treden tegenover de bestaande marktmechanismen. Het is belangrijk om dat democratische principe in herinnering te houden. Met gemeenschapsgeld kan de overheid beleidspunten stimuleren inzake onderwijs, openbaar vervoer, gezondheid, wetenschap, zorg ...

De jongste 30 jaar werd dit instrument ook binnen de kunsten ingezet om kansen te geven aan opkomend talent, experiment, hybride multidisciplinaire kunstvormen, ontwikkeling... Het Kunstendecreet schept daarvoor een kader, maar komt zelf niet tussen in de artistieke keuzes. De beoordeling van subsidieaanvragen gebeurt door 'peers' in gespecialiseerde commissies. En die duidelijke erkenning van de autonomie van de kunsten wierp duidelijk zijn vruchten af. Dat zullen weinigen ontkennen. Zelfs Jambon zelf niet. Waarom die autonomie dan weer uitleveren?

Zowat alle experts zijn het erover eens dat het nieuwe decreet aanstuurt op een grotere politieke inmenging en de marktmechanismen eerder bestendigt dan te corrigerenen of aan te vullen. Zo wordt het aantal beurzen per kunstenaar tijdens de carrière beperkt en worden ook de bedragen per beurs geplafonneerd. Het argument daarvoor heet 'zelfredzaamheid', maar de gedachtengang is vooral dat rechtstreekse beurzen aan kunstenaars niet langer gelden als een rechtmatige basisfinanciering, wel als een soort 'prijs' voor uitzonderlijke verdiensten. Zo kunnen kunstenaars met beurzen ook geen sociale zekerheid of pensioen opbouwen. Ze moeten zichzelf dan maar zien te redden op de markt zoals hun commerciële collega's. Dat zal de huidige (en meermaals wetenschappelijk aangetoonde) precariteit van vele kunstenaars nog versterken.

Ook voor kunstenorganisaties is dit voorstel geen cadeau. Er wacht hen een competitief gestrapt systeem met afgebakende schotten. Zo zullen artist-run organisaties geen projectsubsidies en meerjarige subsidies meer kunnen combineren, wat vooral veel kleine ondersteunende organisaties op maat van kunstenaars uit de boot dreigt te duwen. Bovenop corona brengt ook dat de tewerkstelling van velen in gevaar.

Zo weinig consideratie voor de dagelijkse praktijk van de 'onderkant' van het veld, zo sterk de greep die de minister intussen wil vergroten op de grotere instellingen. Een nieuwe categorie van 'kerninstellingen' kan zich voor langere tijd verzekeren van subsidies, maar dreigt in ruil via beheersovereenkomsten politiek aan banden gelegd te worden. Hun taken worden voortaan vastgelegd in een directe overeenkomst met de cultuurminister.

Tegelijk is dit nieuwe plan een heel 'slank' decreet: er blijft voor de reële verdeling van subsidies veel open buiten de wet, een leemte die elke cultuurminister volledig zelf kan invullen in zogenaamde 'uitvoeringsbesluiten'. Daar komt geen parlementaire discussie meer aan te pas en dat baart grote zorgen. Hoe zal de beoordeling van aanvragen precies gebeuren? Door wie en met welke criteria? Hoe verhouden de artistieke en zakelijke adviezen zich tot elkaar? Welke rol speelt de administratie? Hoe onafhankelijk zijn de beoordelaars en waar bevindt zich de toets met het beleidskader en eventuele politieke accenten? De uitvoeringsbesluiten zullen een cruciale rol spelen, en precies hier creëert de minister voor zichzelf vrij spel.

Gefundeerde adviezen over het ontwerpdecreet van zowel Kunstenpunt, de Alden-Biesen groep met stemmen uit het veld als de strategische adviesraad Sarc zijn negatief tot vernietigend. Vanuit de oppositie hebben Groen en sp.a vrijdag nog maar eens voor uitstel tot na corona gepleit. En zelfs meerderheidspartijen Open Vld en CD&V bleken zich tijdens de hoorzitting nog veel vragen te stellen bij het voorliggende decreet.

Het gekste is wellicht nog dat dit decreet ook recht ingaat tegen Jambons eigen visienota voor de kunsten. Daarin stonden vorig jaar dure principes als 'fair practices', 'fair pay' en 'good governance', én hoge ambities zoals 'het verstevigen van de centrale positie van de kunstenaar op financieel en sociaal economisch vlak', 'beleid gebaseerd op vertrouwen' en 'bouwen aan een duurzaam en dynamisch kunstenlandschap, met meerstemmigheid in alle opzichten'. Meermaals sprak en schreef de minister over "kunstenaars als hoeksteen van mijn beleid'. Met dit voorstel duwt hij kunstenaars net in een verdomhoekje.

Waarom zet het Vlaams ministerie van Cultuur zich niet juist extra in voor de toekomst van alle kunstenaars die nu al een jaar zwarte sneeuw zien?

Wat bezielt het cultuurkabinet om dit ondoordachte voorstel te midden van de coronacrisis toch koppig door Vlaamse parlement te duwen? Waarom zet het zich niet juist extra in voor de toekomst van alle kunstenaars die nu al een jaar zwarte sneeuw zien? Deze 'hervorming' betekent op alle vlakken een nog grotere achteruitgang. Als alle adviserende organen en stemmen uit het veld, plus meerdere politieke spelers blijven herhalen dat dit niet hun decreet is, zou er in een normale democratie toch een belletje moeten gaan rinkelen? Nee, N-VA drijft door. De reden kan moeilijk anders zijn dan dat het meer grip wil krijgen op de autonome kunsten. Te lang stond de partij aan de kant.

Zelf zet N-VA deze bekommernis weg als ongegrond en zelfs als 'samenzweringstheorieën'. Maar wat zou er gebeuren als dezelfde drastische hervorming van kunstenaarsbeurzen doorgevoerd werd op de financiering/subsidiëring van de politieke partijen zelf? Die wetgeving bepaalt nu hoe zij elk jaar ongeveer 72 miljoen euro belastinggeld onder elkaar verdelen als overheidsdotaties. Wat als elke politieke partij nog slechts vijf keer zo'n dotatie zou kunnen krijgen als een prijs voor haar belofte en bewezen talent? En daarna zelf haar middelen moet zien te vinden op de markt? Zodat alle parlementariërs 'zelfredzaam' hun lonen moeten zien te versieren bij lobbygroepen en privébedrijven? Na de vele politieke schandalen tot halfweg de jaren 1980 werden giften vanuit de privé niet toevallig verboden. De maatschappij maakte daarmee een duidelijke keuze voor meer politieke autonomie. Daar nu aan raken zou nooit gebeuren zonder een grondig maatschappelijk debat.

Zoals de markt de politiek er niet noodzakelijk beter op maakt, geldt dat ook voor onderwijs, openbaar vervoer, gezondheid, wetenschap, zorg... en ook voor kunsten. In contact komen met een verscheidenheid aan kunsten is belangrijk om als mens te kunnen ontwikkelen in een gemeenschap. Of zoals kinderpsychiater Peter Adriaenssens het onlangs verwoordde: 'Het creatieve biedt tussenwegen, biedt andere vormen van inspiratie om situaties in het leven op te lossen.' Artistieke verscheidenheid maakt een hele samenleving weerbaar. Hoe die brede inspiratie vanuit de kunsten blijven garanderen? Dat moet de hamvraag blijven voor elk kunstenbeleid. Het nieuwe decreet van Jan Jambon is niet het antwoord.

Kobe Matthys en Katleen Vermeir zijn kunstenaars van het platform State of the Arts.

"Duw de pauzeknop in en ga terug naar de tekentafel!" Dat was donderdag de gedeelde boodschap van alle culturele experts aan cultuurminister Jambon tijdens de hoorzitting over zijn nieuwe Kunstendecreet in het Vlaams Parlement. In de schaduw van corona wil Jambon deze nieuwe subsidieregeling in snelvaart doorduwen, terwijl ze net op verschillende punten in tegenspraak is met zijn eigen beleidsprioriteiten voor de kunsten. Maar dat is nog niet het meest alarmerende aan deze demarche... Eerst even het kader. Op 5 maart gaf de Vlaamse Regering al haar goedkeuring aan het ontwerpdecreet voor deze nieuwe subsidieregeling voor de kunsten. Waarom die wetswijziging er überhaupt moest komen, blijft voor velen een open vraag. De laatste herziening van het Kunstendecreet dateert nog maar van 2018. Waarom wil Jambon zo nodig breken met het vorige kunstenbeleid?Het Kunstendecreet omhelst een budget dat schommelt rond de 175 miljoen euro per jaar. Subsidies dienen velerlei doelen, maar zijn vooral een belangrijk overheidsinstrument om corrigerend op te treden tegenover de bestaande marktmechanismen. Het is belangrijk om dat democratische principe in herinnering te houden. Met gemeenschapsgeld kan de overheid beleidspunten stimuleren inzake onderwijs, openbaar vervoer, gezondheid, wetenschap, zorg ... De jongste 30 jaar werd dit instrument ook binnen de kunsten ingezet om kansen te geven aan opkomend talent, experiment, hybride multidisciplinaire kunstvormen, ontwikkeling... Het Kunstendecreet schept daarvoor een kader, maar komt zelf niet tussen in de artistieke keuzes. De beoordeling van subsidieaanvragen gebeurt door 'peers' in gespecialiseerde commissies. En die duidelijke erkenning van de autonomie van de kunsten wierp duidelijk zijn vruchten af. Dat zullen weinigen ontkennen. Zelfs Jambon zelf niet. Waarom die autonomie dan weer uitleveren? Zowat alle experts zijn het erover eens dat het nieuwe decreet aanstuurt op een grotere politieke inmenging en de marktmechanismen eerder bestendigt dan te corrigerenen of aan te vullen. Zo wordt het aantal beurzen per kunstenaar tijdens de carrière beperkt en worden ook de bedragen per beurs geplafonneerd. Het argument daarvoor heet 'zelfredzaamheid', maar de gedachtengang is vooral dat rechtstreekse beurzen aan kunstenaars niet langer gelden als een rechtmatige basisfinanciering, wel als een soort 'prijs' voor uitzonderlijke verdiensten. Zo kunnen kunstenaars met beurzen ook geen sociale zekerheid of pensioen opbouwen. Ze moeten zichzelf dan maar zien te redden op de markt zoals hun commerciële collega's. Dat zal de huidige (en meermaals wetenschappelijk aangetoonde) precariteit van vele kunstenaars nog versterken. Ook voor kunstenorganisaties is dit voorstel geen cadeau. Er wacht hen een competitief gestrapt systeem met afgebakende schotten. Zo zullen artist-run organisaties geen projectsubsidies en meerjarige subsidies meer kunnen combineren, wat vooral veel kleine ondersteunende organisaties op maat van kunstenaars uit de boot dreigt te duwen. Bovenop corona brengt ook dat de tewerkstelling van velen in gevaar. Zo weinig consideratie voor de dagelijkse praktijk van de 'onderkant' van het veld, zo sterk de greep die de minister intussen wil vergroten op de grotere instellingen. Een nieuwe categorie van 'kerninstellingen' kan zich voor langere tijd verzekeren van subsidies, maar dreigt in ruil via beheersovereenkomsten politiek aan banden gelegd te worden. Hun taken worden voortaan vastgelegd in een directe overeenkomst met de cultuurminister. Tegelijk is dit nieuwe plan een heel 'slank' decreet: er blijft voor de reële verdeling van subsidies veel open buiten de wet, een leemte die elke cultuurminister volledig zelf kan invullen in zogenaamde 'uitvoeringsbesluiten'. Daar komt geen parlementaire discussie meer aan te pas en dat baart grote zorgen. Hoe zal de beoordeling van aanvragen precies gebeuren? Door wie en met welke criteria? Hoe verhouden de artistieke en zakelijke adviezen zich tot elkaar? Welke rol speelt de administratie? Hoe onafhankelijk zijn de beoordelaars en waar bevindt zich de toets met het beleidskader en eventuele politieke accenten? De uitvoeringsbesluiten zullen een cruciale rol spelen, en precies hier creëert de minister voor zichzelf vrij spel.Gefundeerde adviezen over het ontwerpdecreet van zowel Kunstenpunt, de Alden-Biesen groep met stemmen uit het veld als de strategische adviesraad Sarc zijn negatief tot vernietigend. Vanuit de oppositie hebben Groen en sp.a vrijdag nog maar eens voor uitstel tot na corona gepleit. En zelfs meerderheidspartijen Open Vld en CD&V bleken zich tijdens de hoorzitting nog veel vragen te stellen bij het voorliggende decreet. Het gekste is wellicht nog dat dit decreet ook recht ingaat tegen Jambons eigen visienota voor de kunsten. Daarin stonden vorig jaar dure principes als 'fair practices', 'fair pay' en 'good governance', én hoge ambities zoals 'het verstevigen van de centrale positie van de kunstenaar op financieel en sociaal economisch vlak', 'beleid gebaseerd op vertrouwen' en 'bouwen aan een duurzaam en dynamisch kunstenlandschap, met meerstemmigheid in alle opzichten'. Meermaals sprak en schreef de minister over "kunstenaars als hoeksteen van mijn beleid'. Met dit voorstel duwt hij kunstenaars net in een verdomhoekje. Wat bezielt het cultuurkabinet om dit ondoordachte voorstel te midden van de coronacrisis toch koppig door Vlaamse parlement te duwen? Waarom zet het zich niet juist extra in voor de toekomst van alle kunstenaars die nu al een jaar zwarte sneeuw zien? Deze 'hervorming' betekent op alle vlakken een nog grotere achteruitgang. Als alle adviserende organen en stemmen uit het veld, plus meerdere politieke spelers blijven herhalen dat dit niet hun decreet is, zou er in een normale democratie toch een belletje moeten gaan rinkelen? Nee, N-VA drijft door. De reden kan moeilijk anders zijn dan dat het meer grip wil krijgen op de autonome kunsten. Te lang stond de partij aan de kant.Zelf zet N-VA deze bekommernis weg als ongegrond en zelfs als 'samenzweringstheorieën'. Maar wat zou er gebeuren als dezelfde drastische hervorming van kunstenaarsbeurzen doorgevoerd werd op de financiering/subsidiëring van de politieke partijen zelf? Die wetgeving bepaalt nu hoe zij elk jaar ongeveer 72 miljoen euro belastinggeld onder elkaar verdelen als overheidsdotaties. Wat als elke politieke partij nog slechts vijf keer zo'n dotatie zou kunnen krijgen als een prijs voor haar belofte en bewezen talent? En daarna zelf haar middelen moet zien te vinden op de markt? Zodat alle parlementariërs 'zelfredzaam' hun lonen moeten zien te versieren bij lobbygroepen en privébedrijven? Na de vele politieke schandalen tot halfweg de jaren 1980 werden giften vanuit de privé niet toevallig verboden. De maatschappij maakte daarmee een duidelijke keuze voor meer politieke autonomie. Daar nu aan raken zou nooit gebeuren zonder een grondig maatschappelijk debat.Zoals de markt de politiek er niet noodzakelijk beter op maakt, geldt dat ook voor onderwijs, openbaar vervoer, gezondheid, wetenschap, zorg... en ook voor kunsten. In contact komen met een verscheidenheid aan kunsten is belangrijk om als mens te kunnen ontwikkelen in een gemeenschap. Of zoals kinderpsychiater Peter Adriaenssens het onlangs verwoordde: 'Het creatieve biedt tussenwegen, biedt andere vormen van inspiratie om situaties in het leven op te lossen.' Artistieke verscheidenheid maakt een hele samenleving weerbaar. Hoe die brede inspiratie vanuit de kunsten blijven garanderen? Dat moet de hamvraag blijven voor elk kunstenbeleid. Het nieuwe decreet van Jan Jambon is niet het antwoord. Kobe Matthys en Katleen Vermeir zijn kunstenaars van het platform State of the Arts.