Covid-19 heeft onze economie rake klappen gegeven. De sectoren met de sterkste omzetdaling zijn de bedrijfstakken 'kunst, amusement en recreatie' (-92 procent), de horeca (-83 procent) en de handel (-59 procent). Voor Cultuur volgt bovendien nog een lange nasleep van de crisis. In tegenstelling tot de horeca - waar heropenen, ook effectief heropenen betekent - kan de cultuurwereld pas echt heropstarten, nadat er terug gerepeteerd, geprogrammeerd en uitgevoerd kan worden. Een nieuwe voorstelling is er immers niet op één, twee, drie. Bovendien valt nog af te wachten in welke mate het publiek er klaar voor is.

Dan dient de overheid met steunmaatregelen op de proppen te komen. In debatten en gesprekken daarrond viel het ons echter op dat er een verkeerde perceptie bestaat over wie de Vlaamse artiest precies is, en wat de Vlaamse artiest precies doet. 'In tijden dat de mensen het water aan de lippen staat gaan we de hobby van piemelzwaaiers toch niet financieren', dat was soms de teneur van de opmerkingen. Het idee bestaat klaarblijkelijk dat cultuursubsidies bestaan om luie artiesten aan het infuus te houden. Niets is minder waar.

Tijdens de lockdown hebben we de kracht van cultuur kunnen voelen, tijd om de sector naar waarde te schatten.

Eerst en vooral gaat het hier om een zeer diverse sector: van bibliothecaris, tot museumcurator, muzikant, acteur, regisseur, auteur, beeldend kunstenaar, danser of designer ... maar ook technici die de camera bedienen, of zorgen voor zuiver geluid. Het gaat ook om mensen met een bureau-job achter de schermen van het podium, vergelijkbaar met vele Vlamingen.

De culturele en creatieve sector vormt dus een belangrijk onderdeel van onze economie. In 2019 gaf het in Vlaanderen werk aan 171.265 voltijdse equivalenten. Dat is 6,3 procent van de totale Vlaamse werkgelegenheid. De sector draait een omzet van 78,8 miljard euro en heeft een toegevoegde waarde van 12,5 miljard euro. Dit staat tegenover een aandeel van het Vlaamse budget voor cultuur die de laatste decennia tussen de 1-2 procent hangt, in 2019 goed voor 482 miljoen euro. Er is meer onderzoek nodig, maar het lijkt duidelijk dat de investering zich meer dan terug betaalt, en dat er een multiplicator-effect is.

Verschillende studies laten het belang zien van de culturele en creatieve sector voor de bredere economie en voor sectoren buiten het domein van cultuur (met spill-overeffecten), bijvoorbeeld op vlak van innovatie en voor gerelateerde sectoren, zoals de toeristische sector, maar ook de aantrekkelijkheid van cultuurrijke regio's als woonplek. Dit alles straalt bovendien positief af op bijvoorbeeld de horeca en zorgt voor bijkomende werkgelegenheid in toeleveringsbedrijven.

En dan hebben we het nog niet gehad over de sociale cohesie en de maatschappelijke return die cultuur met zich meebrengt. Zou u in een stad of gemeente willen wonen waar geen culturele voorzieningen zijn, geen bibliotheken, culturele of gemeenschapscentra, verenigingen of culturele evenementen?

En inderdaad, een deel van de sector ondersteunen we met subsidies, maar die gaan niet rechtstreeks naar individuele kunstenaars, en zijn er om een divers en toegankelijk aanbod aan cultuur te waarborgen. Een onderzoek van de Universiteit Antwerpen en IdeaConsult bracht in kaart welke kennis en competenties op het vlak van ondernemerschap vandaag aanwezig zijn in de sector.

Wat bleek? In de sector was een duidelijk ondernemende attitude te ontwaren. En die ondernemende attitude werd gedefinieerd als het vermogen om financieel, materieel, personeelsmatig en managementmatig de nodige middelen te mobiliseren en in te zetten om een cultureel project te realiseren vanuit een specifieke culturele praktijk en zakelijke mindset. Met andere woorden: u kan ervan op aan dat die publieke middelen op een professionele manier besteed worden. Straffer nog, een externe impactanalyse door Graydon die naar aanleiding van de coronacrisis een foto maakte van de globale financiële gezondheid van de cultuursector op 13 maart, toonde een gezonde cultuursector die het zelfs beter deed dan de traditionele economie.

Corona had veel negatieve effecten, maar er waren ook positieve, waaronder de kracht van cultuur. Allemaal moesten we in ons kot blijven, maar gelukkig hadden we wel nog onze 'cultuur'. Er was voor elk wat wils: boeken, films, maar ook digitale voorstellingen of bijeenkomsten in onze sociaal-culturele vereniging, uit volle borst meezingen in onze koorvereniging via Zoom, en ga zo maar door ... Op een moment dat iedereen nadenkt over wat anders kan na corona, leeft ook bij ons het geloof dat er momentum is om een aantal zaken echt beter te gaan doen. Onmiskenbaar hoort daar meer maatschappelijk draagvlak voor cultuur bij. Men heeft als samenleving de kracht van cultuur gevoeld, en daar willen we nu expliciet op wijzen. Cultuur was immers nog duidelijker dan anders niet het zout op de friet, maar de friet zelf.

Om het foutieve beeld over de sector weg te werken, willen we vier groepen aanspreken.

Aan de media vragen we een bredere shortlist met uit te nodigen cultuurgasten aan te houden. We zien te vaak dezelfde gezichten verschijnen in politieke duidingsprogramma's. Daarnaast vragen we ervoor op te letten om hoofdzakelijk het avantgardistisch deel van de sector aan bod te laten komen. Nu zien we dat zij precies door het 'shockgehalte' van hun creaties gemakkelijker de media halen. Geen wonder dat 'piemelzwaaiers' gekender zijn dan voorstellingen die minder in het oog springen.

Ook willen we politici aanspreken. Niet dat men de waarde van cultuur er niet erkent. Dat hoor je vanuit de meeste partijen duidelijk in de commissie Cultuur in het Vlaams Parlement. Van alle partijen vinden we daar politici met expertise in de materie. Wat wel een probleem is, is dat de sector teveel enkel als fun wordt gezien bij sommige van hun collega's. Daar moet iets aan gebeuren, zodat de sector binnen alle geledingen van de partijen de sérieux krijgt die het verdient.

Aan de sector zelf zeggen we: artiesten aller sub-sectoren, verenig u. Neem een voorbeeld aan Horeca Vlaanderen. Die slagen er als geen ander in om samen door één luidspreker de politiek te bereiken. Concreet moet een groep ambassadeurs zich verenigingen die al de verschillende facetten van de culturele sector vertegenwoordigen. Ook terugkomend op de shortlisten van de media, want die fout ligt niet enkel bij redacties, maar ook bij spilfiguren van de sector zelf, die niet durven ingaan op uitnodigingen. Een publieke kritische noot op het beleid betekent immers misschien vergelding bij de volgende subsidieronde? Het is niet gemakkelijk, dat beseffen we, maar toch moet dit overstegen worden.

Aan de genietende, maar stille massa van de maatschappij vragen we ten slotte de waardering voor de sector luid uit te spreken. Consumeer cultuur, misschien zelfs meer dan in normale omstandigheden. Toon aan dat er wel degelijk draagvlak is, en dat u de Vlaamse artiesten een warm hard toedraagt. Wij zien u in de zalen, laat uw applaus ook klinken buiten de zalen.

Covid-19 heeft onze economie rake klappen gegeven. De sectoren met de sterkste omzetdaling zijn de bedrijfstakken 'kunst, amusement en recreatie' (-92 procent), de horeca (-83 procent) en de handel (-59 procent). Voor Cultuur volgt bovendien nog een lange nasleep van de crisis. In tegenstelling tot de horeca - waar heropenen, ook effectief heropenen betekent - kan de cultuurwereld pas echt heropstarten, nadat er terug gerepeteerd, geprogrammeerd en uitgevoerd kan worden. Een nieuwe voorstelling is er immers niet op één, twee, drie. Bovendien valt nog af te wachten in welke mate het publiek er klaar voor is.Dan dient de overheid met steunmaatregelen op de proppen te komen. In debatten en gesprekken daarrond viel het ons echter op dat er een verkeerde perceptie bestaat over wie de Vlaamse artiest precies is, en wat de Vlaamse artiest precies doet. 'In tijden dat de mensen het water aan de lippen staat gaan we de hobby van piemelzwaaiers toch niet financieren', dat was soms de teneur van de opmerkingen. Het idee bestaat klaarblijkelijk dat cultuursubsidies bestaan om luie artiesten aan het infuus te houden. Niets is minder waar.Eerst en vooral gaat het hier om een zeer diverse sector: van bibliothecaris, tot museumcurator, muzikant, acteur, regisseur, auteur, beeldend kunstenaar, danser of designer ... maar ook technici die de camera bedienen, of zorgen voor zuiver geluid. Het gaat ook om mensen met een bureau-job achter de schermen van het podium, vergelijkbaar met vele Vlamingen. De culturele en creatieve sector vormt dus een belangrijk onderdeel van onze economie. In 2019 gaf het in Vlaanderen werk aan 171.265 voltijdse equivalenten. Dat is 6,3 procent van de totale Vlaamse werkgelegenheid. De sector draait een omzet van 78,8 miljard euro en heeft een toegevoegde waarde van 12,5 miljard euro. Dit staat tegenover een aandeel van het Vlaamse budget voor cultuur die de laatste decennia tussen de 1-2 procent hangt, in 2019 goed voor 482 miljoen euro. Er is meer onderzoek nodig, maar het lijkt duidelijk dat de investering zich meer dan terug betaalt, en dat er een multiplicator-effect is. Verschillende studies laten het belang zien van de culturele en creatieve sector voor de bredere economie en voor sectoren buiten het domein van cultuur (met spill-overeffecten), bijvoorbeeld op vlak van innovatie en voor gerelateerde sectoren, zoals de toeristische sector, maar ook de aantrekkelijkheid van cultuurrijke regio's als woonplek. Dit alles straalt bovendien positief af op bijvoorbeeld de horeca en zorgt voor bijkomende werkgelegenheid in toeleveringsbedrijven. En dan hebben we het nog niet gehad over de sociale cohesie en de maatschappelijke return die cultuur met zich meebrengt. Zou u in een stad of gemeente willen wonen waar geen culturele voorzieningen zijn, geen bibliotheken, culturele of gemeenschapscentra, verenigingen of culturele evenementen?En inderdaad, een deel van de sector ondersteunen we met subsidies, maar die gaan niet rechtstreeks naar individuele kunstenaars, en zijn er om een divers en toegankelijk aanbod aan cultuur te waarborgen. Een onderzoek van de Universiteit Antwerpen en IdeaConsult bracht in kaart welke kennis en competenties op het vlak van ondernemerschap vandaag aanwezig zijn in de sector. Wat bleek? In de sector was een duidelijk ondernemende attitude te ontwaren. En die ondernemende attitude werd gedefinieerd als het vermogen om financieel, materieel, personeelsmatig en managementmatig de nodige middelen te mobiliseren en in te zetten om een cultureel project te realiseren vanuit een specifieke culturele praktijk en zakelijke mindset. Met andere woorden: u kan ervan op aan dat die publieke middelen op een professionele manier besteed worden. Straffer nog, een externe impactanalyse door Graydon die naar aanleiding van de coronacrisis een foto maakte van de globale financiële gezondheid van de cultuursector op 13 maart, toonde een gezonde cultuursector die het zelfs beter deed dan de traditionele economie.Corona had veel negatieve effecten, maar er waren ook positieve, waaronder de kracht van cultuur. Allemaal moesten we in ons kot blijven, maar gelukkig hadden we wel nog onze 'cultuur'. Er was voor elk wat wils: boeken, films, maar ook digitale voorstellingen of bijeenkomsten in onze sociaal-culturele vereniging, uit volle borst meezingen in onze koorvereniging via Zoom, en ga zo maar door ... Op een moment dat iedereen nadenkt over wat anders kan na corona, leeft ook bij ons het geloof dat er momentum is om een aantal zaken echt beter te gaan doen. Onmiskenbaar hoort daar meer maatschappelijk draagvlak voor cultuur bij. Men heeft als samenleving de kracht van cultuur gevoeld, en daar willen we nu expliciet op wijzen. Cultuur was immers nog duidelijker dan anders niet het zout op de friet, maar de friet zelf. Om het foutieve beeld over de sector weg te werken, willen we vier groepen aanspreken. Aan de media vragen we een bredere shortlist met uit te nodigen cultuurgasten aan te houden. We zien te vaak dezelfde gezichten verschijnen in politieke duidingsprogramma's. Daarnaast vragen we ervoor op te letten om hoofdzakelijk het avantgardistisch deel van de sector aan bod te laten komen. Nu zien we dat zij precies door het 'shockgehalte' van hun creaties gemakkelijker de media halen. Geen wonder dat 'piemelzwaaiers' gekender zijn dan voorstellingen die minder in het oog springen.Ook willen we politici aanspreken. Niet dat men de waarde van cultuur er niet erkent. Dat hoor je vanuit de meeste partijen duidelijk in de commissie Cultuur in het Vlaams Parlement. Van alle partijen vinden we daar politici met expertise in de materie. Wat wel een probleem is, is dat de sector teveel enkel als fun wordt gezien bij sommige van hun collega's. Daar moet iets aan gebeuren, zodat de sector binnen alle geledingen van de partijen de sérieux krijgt die het verdient. Aan de sector zelf zeggen we: artiesten aller sub-sectoren, verenig u. Neem een voorbeeld aan Horeca Vlaanderen. Die slagen er als geen ander in om samen door één luidspreker de politiek te bereiken. Concreet moet een groep ambassadeurs zich verenigingen die al de verschillende facetten van de culturele sector vertegenwoordigen. Ook terugkomend op de shortlisten van de media, want die fout ligt niet enkel bij redacties, maar ook bij spilfiguren van de sector zelf, die niet durven ingaan op uitnodigingen. Een publieke kritische noot op het beleid betekent immers misschien vergelding bij de volgende subsidieronde? Het is niet gemakkelijk, dat beseffen we, maar toch moet dit overstegen worden.Aan de genietende, maar stille massa van de maatschappij vragen we ten slotte de waardering voor de sector luid uit te spreken. Consumeer cultuur, misschien zelfs meer dan in normale omstandigheden. Toon aan dat er wel degelijk draagvlak is, en dat u de Vlaamse artiesten een warm hard toedraagt. Wij zien u in de zalen, laat uw applaus ook klinken buiten de zalen.