We zijn begin september, dan zijn de cijfers over het onderwijs terug van nooit weggeweest. Terecht krijgt onderwijs in deze tijden extra aandacht, maar daarbij valt men vaak in mythen die hardhandig standhouden. Het befaamde lerarentekort is daar één van. Recent nog leidde De Morgen een interview met onderwijsexpert Pedro De Bruyckere in met de stelling dat het "acute lerarentekort" niet is "weggetoverd" door de coronacrisis. Ben Weyts wil het tekort aanpakken door leraren sneller te benoemen. Benoemingen zullen niet worden afgeschaft, en bovendien kosten vastbenoemde leerkrachten ook minder. We zouden bijna geloven dat het lerarentekort meteen verholpen kan zijn.

Het grote probleem is echter dat 'het lerarentekort' niet bestaat. Het is geen tekort waarbij scholen structureel en systematisch met de handen in het haar zitten en vacatures voor een volledig schooljaar niet kunnen worden ingevuld. Uiteraard zal een schooldirecteur al eens foeteren als een september nadert en een klas zonder leerkracht zit, maar het verhaal is complexer dan dat.

In Vlaanderen is er geen chronisch lerarentekort, wel veel werkonzekerheid.

Net zoals vorig jaar bekeek ik op 1 september de vacaturecijfers van de VDAB. Daaruit blijkt dat het totaal aantal vacatures met de zoekterm "onderwijs" met maar liefst 35% daalde. Zoals vorig jaar bleek het onderwijs ook lang niet de werkzekerheid te bieden die men er toch nog vaak aan toedicht. Op de vorige eerste september was nog iets meer dan 60% van de vacatures op de VDAB-website er een voor een voltijdse betrekking met optie op vast werk of de belofte erop. Nu is dat nog in minder dan de helft van de gevallen.

Deze cijfers geven echter nog niet het acurate beeld weer, want wie een job zoekt binnen het "domein onderwijs" klikt automatisch een hele rits beroepen open (van rijinstructeur tot logopedist, van onderhoudsman gebouwen tot buschauffeur). Wil je enkel de vacatures voor leraren secundair onderwijs zien, dan daalt het aantal openstaande vacatures tot 662. Heb je een masterdiploma en wil je graag voltijds werken, met uitzicht op een vast contract, dan schiet slechts 3% van de vacatures over. Hetzelfde geldt voor de leraren die ik mee opleid en afstuderen met een bachelordiploma. 97,5% van de vacatures is er niet voor een voltijdse opdracht, en biedt geen of weinig toekomstperspectief. Slechts 3% van de vacatures biedt jongeren dus al bij het begin kansen. Deze 3% is overigens vrijwel constant gebleven in de afgelopen jaren waarin ik deze cijfers volgde.

Het wordt helemaal schrijnend als men echter in rekening brengt dat er voor elk niet ingevuld uur een vacature kan worden uitgeschreven. Als een leerkracht besluit om 2 uur minder te werken, wordt een vacature uitgezonden. Dat je eigenlijk 10 van dergelijke jobs moet combineren, wordt vergeten. Bovendien is het combineren van opdrachten vaak verre van eenvoudig, want scholen werken met vaste lessenroosters die niet zomaar kunnen worden aangepast. En als het dan toch lukt om meerdere banen in het onderwijs te combineren, stijgt de werklast enorm. Je moet niet voor één, maar twee of drie scholen ouderavonden organiseren, klassenraden bijwonen of als starter waarschijnlijk ook nog twee verschillende aanvangstrajecten volgen.

Al deze cijfers en klikjes op de website van de VDAB bevestigen het, er is geen chronisch lerarentekort in Vlaanderen. Wie voor een job in het onderwijs kiest, is de eerste jaren waarschijnlijk niet "werkzeker". Veel jonge leraren geven er in de eerste vijf jaren de brui aan en kiezen voor een andere baan. Daarbij is de werkonzekerheid die deze mensen doormaken onderbelicht. In 2019 deed ik onderzoek naar hoe leraren hun werkzekerheid ervaren. 95% van de bijna 500 ondervraagde leerkrachten vond dat het huidige systeem jonge leerkrachten te weinig werkzekerheid biedt. 96% van de respondenten gaf aan dat het huidige tewerkstellingsbeleid moet worden aangepast om zo meer mensen aan te trekken, of om hen in het onderwijs te houden. Uit het onderzoek bleek dat voor wie in het onderwijs werkt, zijn werkzekerheid de grootste reden is om de job op te geven, gevolgd door mentale druk en planlast. Nochtans zijn het vooral die laatste zaken die steevast aandacht krijgen, terwijl het grootste probleem blijft doorwerken en vreet aan ons enige onderwijskapitaal: de leerkrachten.

Volgend jaar is er een nieuwe 1 september, waarop heel wat leerkrachten die nu thuis zitten hopelijk toch naar school kunnen. Hopelijk is er tegen die tijd werk gemaakt van een loopbaanpact, waardoor we jonge, gemotiveerde krachten in het onderwijs kunnen houden. Zo dwingen we hen niet langer in weer een vervangingsopdracht zonder toekomstperspectief, en kunnen ze de job uitoefenen waarvan ze houden. Dat is ongetwijfeld ook heel wat goedkoper dan hen via diezelfde VDAB om te scholen tot een ander "knelpuntberoep".

Dennis Van der Kuylenis lector Taal, Nederlands & Onderzoeksvaardigheden aan de AP Hogeschool in Antwerpen. Hij werkt in de lerarenopleiding secundair onderwijs en is daar ook adviseur Taalbeleid.

We zijn begin september, dan zijn de cijfers over het onderwijs terug van nooit weggeweest. Terecht krijgt onderwijs in deze tijden extra aandacht, maar daarbij valt men vaak in mythen die hardhandig standhouden. Het befaamde lerarentekort is daar één van. Recent nog leidde De Morgen een interview met onderwijsexpert Pedro De Bruyckere in met de stelling dat het "acute lerarentekort" niet is "weggetoverd" door de coronacrisis. Ben Weyts wil het tekort aanpakken door leraren sneller te benoemen. Benoemingen zullen niet worden afgeschaft, en bovendien kosten vastbenoemde leerkrachten ook minder. We zouden bijna geloven dat het lerarentekort meteen verholpen kan zijn.Het grote probleem is echter dat 'het lerarentekort' niet bestaat. Het is geen tekort waarbij scholen structureel en systematisch met de handen in het haar zitten en vacatures voor een volledig schooljaar niet kunnen worden ingevuld. Uiteraard zal een schooldirecteur al eens foeteren als een september nadert en een klas zonder leerkracht zit, maar het verhaal is complexer dan dat. Net zoals vorig jaar bekeek ik op 1 september de vacaturecijfers van de VDAB. Daaruit blijkt dat het totaal aantal vacatures met de zoekterm "onderwijs" met maar liefst 35% daalde. Zoals vorig jaar bleek het onderwijs ook lang niet de werkzekerheid te bieden die men er toch nog vaak aan toedicht. Op de vorige eerste september was nog iets meer dan 60% van de vacatures op de VDAB-website er een voor een voltijdse betrekking met optie op vast werk of de belofte erop. Nu is dat nog in minder dan de helft van de gevallen.Deze cijfers geven echter nog niet het acurate beeld weer, want wie een job zoekt binnen het "domein onderwijs" klikt automatisch een hele rits beroepen open (van rijinstructeur tot logopedist, van onderhoudsman gebouwen tot buschauffeur). Wil je enkel de vacatures voor leraren secundair onderwijs zien, dan daalt het aantal openstaande vacatures tot 662. Heb je een masterdiploma en wil je graag voltijds werken, met uitzicht op een vast contract, dan schiet slechts 3% van de vacatures over. Hetzelfde geldt voor de leraren die ik mee opleid en afstuderen met een bachelordiploma. 97,5% van de vacatures is er niet voor een voltijdse opdracht, en biedt geen of weinig toekomstperspectief. Slechts 3% van de vacatures biedt jongeren dus al bij het begin kansen. Deze 3% is overigens vrijwel constant gebleven in de afgelopen jaren waarin ik deze cijfers volgde. Het wordt helemaal schrijnend als men echter in rekening brengt dat er voor elk niet ingevuld uur een vacature kan worden uitgeschreven. Als een leerkracht besluit om 2 uur minder te werken, wordt een vacature uitgezonden. Dat je eigenlijk 10 van dergelijke jobs moet combineren, wordt vergeten. Bovendien is het combineren van opdrachten vaak verre van eenvoudig, want scholen werken met vaste lessenroosters die niet zomaar kunnen worden aangepast. En als het dan toch lukt om meerdere banen in het onderwijs te combineren, stijgt de werklast enorm. Je moet niet voor één, maar twee of drie scholen ouderavonden organiseren, klassenraden bijwonen of als starter waarschijnlijk ook nog twee verschillende aanvangstrajecten volgen. Al deze cijfers en klikjes op de website van de VDAB bevestigen het, er is geen chronisch lerarentekort in Vlaanderen. Wie voor een job in het onderwijs kiest, is de eerste jaren waarschijnlijk niet "werkzeker". Veel jonge leraren geven er in de eerste vijf jaren de brui aan en kiezen voor een andere baan. Daarbij is de werkonzekerheid die deze mensen doormaken onderbelicht. In 2019 deed ik onderzoek naar hoe leraren hun werkzekerheid ervaren. 95% van de bijna 500 ondervraagde leerkrachten vond dat het huidige systeem jonge leerkrachten te weinig werkzekerheid biedt. 96% van de respondenten gaf aan dat het huidige tewerkstellingsbeleid moet worden aangepast om zo meer mensen aan te trekken, of om hen in het onderwijs te houden. Uit het onderzoek bleek dat voor wie in het onderwijs werkt, zijn werkzekerheid de grootste reden is om de job op te geven, gevolgd door mentale druk en planlast. Nochtans zijn het vooral die laatste zaken die steevast aandacht krijgen, terwijl het grootste probleem blijft doorwerken en vreet aan ons enige onderwijskapitaal: de leerkrachten.Volgend jaar is er een nieuwe 1 september, waarop heel wat leerkrachten die nu thuis zitten hopelijk toch naar school kunnen. Hopelijk is er tegen die tijd werk gemaakt van een loopbaanpact, waardoor we jonge, gemotiveerde krachten in het onderwijs kunnen houden. Zo dwingen we hen niet langer in weer een vervangingsopdracht zonder toekomstperspectief, en kunnen ze de job uitoefenen waarvan ze houden. Dat is ongetwijfeld ook heel wat goedkoper dan hen via diezelfde VDAB om te scholen tot een ander "knelpuntberoep". Dennis Van der Kuylenis lector Taal, Nederlands & Onderzoeksvaardigheden aan de AP Hogeschool in Antwerpen. Hij werkt in de lerarenopleiding secundair onderwijs en is daar ook adviseur Taalbeleid.