Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen. Dat klinkt dezer dagen bekend in de oren. En in het verleden bleek al meermaals dat overheden tijdens economische, sociale of virologische crisissen de neiging hebben om te gaan groeien en steeds meer macht naar zich toe te trekken. Na de crisis staan ze dan wel een deel van deze macht af, maar sommige van de noodinterventies blijven permanent een onderdeel van het instrumentarium van de overheid om controle uit te oefenen. Dit rateleffect (ratchet effect) van een groeiende overheid werd in 1987 voor het eerst beschreven door de Amerikaanse econoom en historicus Robert Higgs.

Helaas zien we hoe zijn werk ook hier toepasbaar is op onze eigen overheid. We zijn intussen misschien wel de avondklok kwijt, maar het instrumentarium aan maatregelen die in de coronacrisis zijn ingezet (zoals verhoogde GAS-boetes, de eenvoud waarmee samenscholingsverboden opgelegd kunnen worden) lijkt nu een legitiem (?) deel van de politieke middelen te zijn.

In een vrij land kan de politie onschuldige mensen niet zomaar op de trein zetten.

Hoewel het mechanisme doet denken aan de manier waarop autoritaire regimes stap voor stap meer macht verwerven, hoeven we helemaal niet ver te kijken om er voorbeelden van te vinden. Zo was er recent nog de reactie op een vechtpartij in de Blaarmeersen van de Gentse 'progressieve coalitie' (Groen, Vooruit, CD&V en Open VLD) onder leiding van burgemeester Mathias De Clercq.

Nadat beelden van de ongeregeldheden de ronde begonnen te doen op sociale media, kregen de Gentse burgers een knap staaltje steekvlampolitiek te zien: onmiddellijk werden draconische en discriminerende maatregelen ingevoerd om de toegang tot het strand van de Blaarmeersen te beperken, zoals een verstrenging van de ongrondwettelijke (!) beperking van het aantal bezoekers die niet van Oost-Vlaanderen zijn. Daarbovenop kwamen er ook nog verschillende politieacties op het Gentse station Gent-Sint-Pieters, waarbij (hoofdzakelijk) jongeren van kleur uit de massa werden gehaald en hun papieren moesten laten zien en zich moesten verantwoorden voor hun aanwezigheid ter plekke. Het idee dat politiecontroles op een station gerechtvaardigd kunnen worden door het risico op overlast enkele kilometers verderop is absurd. Het excuus dat de politie aanhaalt - 'de jongeren veroorzaakten overlast op de trein' - rechtvaardigt niet hun verdere vragen naar mensen hun redenen om naar Gent te komen. (En is bovendien extra absurd, zeker omdat verschillende treinen, inclusief treinen zonder overlast, zijn gecontroleerd.)

Als er opgetreden moet worden tegen overlast op de trein, is dat een totaal andere situatie dan diegene waarin mensen, ogenschijnlijk willekeurig, moeten uitleggen waarom ze deze of gene trein nemen, zeker als ze hun papieren moeten tonen enkel en alleen omdat ze als jongere met niet-blanke huidskleur op de trein zaten. Dat is allerminst voldoende als reden om als verdacht te worden beschouwd. Dat de Gentse politie ook nog eens de macht claimde om jongeren die niet de 'juiste' antwoorden gaven op hun vragen 'te begeleiden' naar een verplichte treinrit is absurd. In een vrij land kan de politie niet eisen dat onschuldige mensen de trein nemen naar eender waar.

Deze disproportionele reactie op het lokale niveau krijgt daarbovenop nog een vervolg door de aangekondigde nationale zwarte lijst voor 'amokmakers'. Deze vrijheidsbeperking - wat een plaatsverbod nog altijd is - kan gegeven worden door de uitvoerende macht, zonder enige vorm van tussenkomst van de rechterlijke macht. Burgemeesters bepalen wie er ongewenst is en wie niet. Gezellig.

Belangrijk om hier op te merken is dat er altijd wel een uitleg is voor deze vormen van autoritair optreden. Amokmakers, vechtpartijen en diefstallen: de excuses zijn er. Maar in een democratische rechtsstaat is de beschuldiging echter niet voldoende voor een vrijheidsbeperking, er is een veroordeling na een eerlijk proces nodig. Geen van die zaken zien we hier: de bestaande set aan tools laat burgemeesters toe om zonder vormen van controle of weerlegging mensen hun vrijheid te ontnemen. Deze zwarte lijsten worden immers nationaal toegankelijk met geen (of in ieder geval niet-transparante) manieren om jezelf daartegen te verdedigen.

Met alle begrip voor de uitdagingen die de lokale uitvoerende macht, inclusief de politie, heeft om orde en veiligheid te waarborgen (alhoewel er nergens uit nationale cijfers zou blijken dat deze problemen disproportioneel groter zijn dan vroeger): die rechtvaardigen niet de uitbreiding van deze autoritaire maatregelen die willekeurige machtsuitoefening veel eenvoudiger maakt. Het is verleidelijk om een machtsuitoefening aanvaardbaar te vinden als het enkel gericht is tegen deviant gedrag, maar het apparaat van checks-and-balances en controle op de uitvoerende macht is net om te zorgen dat het alleen (en proportioneel) tegen mensen die deviant gedrag vertonen, gebruikt wordt. Hoe minder controle op die uitoefening, hoe groter de kans en mogelijkheid dat het ook gebruikt wordt tegen mensen die niets misdoen.

Het installeren van dit autoritaire overheidsapparaat is bovendien nog eens onbegrijpelijk, wanneer die gebeurt door die politiek partijen die op een ander moment hun angst uitspreken voor de opkomst van het Vlaams Belang. Zien ze dan niet dat wanneer ze nu een heel arsenaal aan mechanismen in het leven roepen, de vrijheidsbeperking bij een volgende regeerperiode in handen komt van mogelijk coalities met Vlaams Belang? Ik beeld me liever niet in wat een burgemeester Philip Dewinter, Tom Van Grieken of Guy D'haeseleer in 2024 allemaal kunnen doen met een nationale zwarte lijst, de eenvoud waarmee ID-controles op medemensen van kleur kunnen doorgevoerd worden of samenscholingen verboden kunnen worden.

Wie angst heeft voor een autoritair en discriminerend beleid, moet er zelf niet de eerste steen voor leggen. Daarom is het net zo opmerkelijk dat een liberale burgemeester in coalitie met Groen en Vooruit deze problematische beslissingen neemt. Op deze manier leggen de centrumpartijen de snelweg aan die, mocht extreemrechts (of extreemlinks) aan de macht komen, het hen heel eenvoudig zal maken om hun tirannieke ambities waar te maken.

Wat is het alternatief? Helaas is het weinig inspirerende antwoord daar: de standaard politiemethoden, met respect voor rechten en vrijheden van verdachten en anderen, blijven toepassen. De garantie op een eerlijk proces en de zekerheid dat recht zichtbaar wordt gedaan, is een beter alternatief dan het controlerende overheidsapparaat verder te vergroten. Er is immers geen nieuwe of grote golf van criminaliteit waardoor we drastisch nieuwe vergaande mogelijkheden moeten creëren voor de politie. Situaties als de overlast op de Blaarmeersen voelen misschien als 'dweilen met de kraan open' maar het idee dat door meer macht te geven aan de politie we criminaliteit gaan oplossen is een fictie. We creëren dan immers gewoon één extra organisatie die misdaden kan plegen tegen ons - alleen deze keer zonder dat iemand anders daar legitiem tegen kan optreden: de politie zelf.

Een uitstekende test voor overheidsbeleid is de vraag stellen: zou ik deze macht willen overlaten aan mijn politieke tegenstander, inclusief (maar niet beperkt tot) extreem-rechts en/of extreem-links. Als het antwoord 'neen, dat zou heel angstaanjagend zijn' is, dan is dat voldoende grond om die macht zelf niet te creëren of toe te eigenen. Je weet immers nooit aan welke kant van de coalitie je in de toekomst staat.

Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen. Dat klinkt dezer dagen bekend in de oren. En in het verleden bleek al meermaals dat overheden tijdens economische, sociale of virologische crisissen de neiging hebben om te gaan groeien en steeds meer macht naar zich toe te trekken. Na de crisis staan ze dan wel een deel van deze macht af, maar sommige van de noodinterventies blijven permanent een onderdeel van het instrumentarium van de overheid om controle uit te oefenen. Dit rateleffect (ratchet effect) van een groeiende overheid werd in 1987 voor het eerst beschreven door de Amerikaanse econoom en historicus Robert Higgs. Helaas zien we hoe zijn werk ook hier toepasbaar is op onze eigen overheid. We zijn intussen misschien wel de avondklok kwijt, maar het instrumentarium aan maatregelen die in de coronacrisis zijn ingezet (zoals verhoogde GAS-boetes, de eenvoud waarmee samenscholingsverboden opgelegd kunnen worden) lijkt nu een legitiem (?) deel van de politieke middelen te zijn.Hoewel het mechanisme doet denken aan de manier waarop autoritaire regimes stap voor stap meer macht verwerven, hoeven we helemaal niet ver te kijken om er voorbeelden van te vinden. Zo was er recent nog de reactie op een vechtpartij in de Blaarmeersen van de Gentse 'progressieve coalitie' (Groen, Vooruit, CD&V en Open VLD) onder leiding van burgemeester Mathias De Clercq.Nadat beelden van de ongeregeldheden de ronde begonnen te doen op sociale media, kregen de Gentse burgers een knap staaltje steekvlampolitiek te zien: onmiddellijk werden draconische en discriminerende maatregelen ingevoerd om de toegang tot het strand van de Blaarmeersen te beperken, zoals een verstrenging van de ongrondwettelijke (!) beperking van het aantal bezoekers die niet van Oost-Vlaanderen zijn. Daarbovenop kwamen er ook nog verschillende politieacties op het Gentse station Gent-Sint-Pieters, waarbij (hoofdzakelijk) jongeren van kleur uit de massa werden gehaald en hun papieren moesten laten zien en zich moesten verantwoorden voor hun aanwezigheid ter plekke. Het idee dat politiecontroles op een station gerechtvaardigd kunnen worden door het risico op overlast enkele kilometers verderop is absurd. Het excuus dat de politie aanhaalt - 'de jongeren veroorzaakten overlast op de trein' - rechtvaardigt niet hun verdere vragen naar mensen hun redenen om naar Gent te komen. (En is bovendien extra absurd, zeker omdat verschillende treinen, inclusief treinen zonder overlast, zijn gecontroleerd.)Als er opgetreden moet worden tegen overlast op de trein, is dat een totaal andere situatie dan diegene waarin mensen, ogenschijnlijk willekeurig, moeten uitleggen waarom ze deze of gene trein nemen, zeker als ze hun papieren moeten tonen enkel en alleen omdat ze als jongere met niet-blanke huidskleur op de trein zaten. Dat is allerminst voldoende als reden om als verdacht te worden beschouwd. Dat de Gentse politie ook nog eens de macht claimde om jongeren die niet de 'juiste' antwoorden gaven op hun vragen 'te begeleiden' naar een verplichte treinrit is absurd. In een vrij land kan de politie niet eisen dat onschuldige mensen de trein nemen naar eender waar. Deze disproportionele reactie op het lokale niveau krijgt daarbovenop nog een vervolg door de aangekondigde nationale zwarte lijst voor 'amokmakers'. Deze vrijheidsbeperking - wat een plaatsverbod nog altijd is - kan gegeven worden door de uitvoerende macht, zonder enige vorm van tussenkomst van de rechterlijke macht. Burgemeesters bepalen wie er ongewenst is en wie niet. Gezellig. Belangrijk om hier op te merken is dat er altijd wel een uitleg is voor deze vormen van autoritair optreden. Amokmakers, vechtpartijen en diefstallen: de excuses zijn er. Maar in een democratische rechtsstaat is de beschuldiging echter niet voldoende voor een vrijheidsbeperking, er is een veroordeling na een eerlijk proces nodig. Geen van die zaken zien we hier: de bestaande set aan tools laat burgemeesters toe om zonder vormen van controle of weerlegging mensen hun vrijheid te ontnemen. Deze zwarte lijsten worden immers nationaal toegankelijk met geen (of in ieder geval niet-transparante) manieren om jezelf daartegen te verdedigen. Met alle begrip voor de uitdagingen die de lokale uitvoerende macht, inclusief de politie, heeft om orde en veiligheid te waarborgen (alhoewel er nergens uit nationale cijfers zou blijken dat deze problemen disproportioneel groter zijn dan vroeger): die rechtvaardigen niet de uitbreiding van deze autoritaire maatregelen die willekeurige machtsuitoefening veel eenvoudiger maakt. Het is verleidelijk om een machtsuitoefening aanvaardbaar te vinden als het enkel gericht is tegen deviant gedrag, maar het apparaat van checks-and-balances en controle op de uitvoerende macht is net om te zorgen dat het alleen (en proportioneel) tegen mensen die deviant gedrag vertonen, gebruikt wordt. Hoe minder controle op die uitoefening, hoe groter de kans en mogelijkheid dat het ook gebruikt wordt tegen mensen die niets misdoen. Het installeren van dit autoritaire overheidsapparaat is bovendien nog eens onbegrijpelijk, wanneer die gebeurt door die politiek partijen die op een ander moment hun angst uitspreken voor de opkomst van het Vlaams Belang. Zien ze dan niet dat wanneer ze nu een heel arsenaal aan mechanismen in het leven roepen, de vrijheidsbeperking bij een volgende regeerperiode in handen komt van mogelijk coalities met Vlaams Belang? Ik beeld me liever niet in wat een burgemeester Philip Dewinter, Tom Van Grieken of Guy D'haeseleer in 2024 allemaal kunnen doen met een nationale zwarte lijst, de eenvoud waarmee ID-controles op medemensen van kleur kunnen doorgevoerd worden of samenscholingen verboden kunnen worden. Wie angst heeft voor een autoritair en discriminerend beleid, moet er zelf niet de eerste steen voor leggen. Daarom is het net zo opmerkelijk dat een liberale burgemeester in coalitie met Groen en Vooruit deze problematische beslissingen neemt. Op deze manier leggen de centrumpartijen de snelweg aan die, mocht extreemrechts (of extreemlinks) aan de macht komen, het hen heel eenvoudig zal maken om hun tirannieke ambities waar te maken. Wat is het alternatief? Helaas is het weinig inspirerende antwoord daar: de standaard politiemethoden, met respect voor rechten en vrijheden van verdachten en anderen, blijven toepassen. De garantie op een eerlijk proces en de zekerheid dat recht zichtbaar wordt gedaan, is een beter alternatief dan het controlerende overheidsapparaat verder te vergroten. Er is immers geen nieuwe of grote golf van criminaliteit waardoor we drastisch nieuwe vergaande mogelijkheden moeten creëren voor de politie. Situaties als de overlast op de Blaarmeersen voelen misschien als 'dweilen met de kraan open' maar het idee dat door meer macht te geven aan de politie we criminaliteit gaan oplossen is een fictie. We creëren dan immers gewoon één extra organisatie die misdaden kan plegen tegen ons - alleen deze keer zonder dat iemand anders daar legitiem tegen kan optreden: de politie zelf. Een uitstekende test voor overheidsbeleid is de vraag stellen: zou ik deze macht willen overlaten aan mijn politieke tegenstander, inclusief (maar niet beperkt tot) extreem-rechts en/of extreem-links. Als het antwoord 'neen, dat zou heel angstaanjagend zijn' is, dan is dat voldoende grond om die macht zelf niet te creëren of toe te eigenen. Je weet immers nooit aan welke kant van de coalitie je in de toekomst staat.