De eerste wetenschapper die in het eerste artikel van Knack over de coronacrisis aan het woord kwam, was evolutiebioloog Tom Wenseleers (KU Leuven). Achteraf gezien was hij toen een visionair. Op 5 februari 2020 verklaarde hij al dat de reacties op de verspreiding van het coronavirus getuigden van 'een naïeve onderschatting van de problematiek'. Terwijl gerenommeerde virologen het nog hadden over 'een banaal griepje', sloot Wenseleers niet uit dat we afstevenden 'op een pandemie met grote problemen voor de volksgezondheid'.
...

De eerste wetenschapper die in het eerste artikel van Knack over de coronacrisis aan het woord kwam, was evolutiebioloog Tom Wenseleers (KU Leuven). Achteraf gezien was hij toen een visionair. Op 5 februari 2020 verklaarde hij al dat de reacties op de verspreiding van het coronavirus getuigden van 'een naïeve onderschatting van de problematiek'. Terwijl gerenommeerde virologen het nog hadden over 'een banaal griepje', sloot Wenseleers niet uit dat we afstevenden 'op een pandemie met grote problemen voor de volksgezondheid'. Wenseleers' woorden veroorzaakten weinig commotie, mogelijk omdat hij professioneel vooral sociale insecten zoals mieren en bijen bestudeert. Maar nu heeft hij in het topvakblad Science gepubliceerd met het kruim van de coronaonderzoekers van de gereputeerde London School of Hygiene & Tropical Medicine (LSHTM). Hoe bent u als mieren- en bijenexpert bij het coronaonderzoek betrokken geraakt? Tom Wenseleers: Ik doceer statistiek, en ben als biostatisticus al in januari 2020 gaan kijken naar de beschikbare coronagegevens uit China. Daaruit bleek toen al dat het heel ernstig kon worden. Vooral omdat het coronavirus zo besmettelijk is. Prominente virologen spraken toen nog over 'een griepje'. Wenseleers: Het was natuurlijk niet gemakkelijk om in de eerste weken van de corona-uitbraak de ernst van de situatie accuraat in te schatten. Maar ik slaagde er vrij snel in om te berekenen dat de zogenoemde infection fatality rate, het aantal besmette mensen dat sterft aan de infectie, verontrustend hoog was: iets tussen 0,5 en 5 procent. We weten nu dat het voor België om 0,7 procent gaat, waarmee het coronavirus 15 tot 20 keer dodelijker is dan de griep. De eerste cijfers illustreerden dat de ernst van de situatie schromelijk onderschat werd. Eind februari 2020 had men het in België nog over een worstcasescenario met 270 doden! Met uw studie van de Britse virusvariant kreeg u internationale erkenning. Wenseleers: Dat was in wezen hetzelfde verhaal. De Britse variant circuleerde al vanaf september 2020, maar pas eind december werd er internationaal alarm geslagen vanwege zijn hoge besmettelijkheid. Kostbare tijd ging verloren door discussies over de vraag of die hogere besmettelijkheid geen toevallig effect was, bijvoorbeeld gelinkt aan kerstshopping in Londen. Op basis van publiek beschikbare Britse coronagegevens kon ik snel aantonen dat dat niet het geval was. Hoe bent u met dat inzicht in Science terechtgekomen? Wenseleers: Dat had bizar genoeg ook te maken met mijn werk met sociale insecten. Ik had mijn grafiekjes over de Britse variant getweet, en dat werd opgemerkt door Nick Davies van de LSHTM - hij volgt me op Twitter omdat hij ook een voorgeschiedenis in de studie van sociale insecten heeft. Zijn team was toen met Science in discussie over hiaten in de studie, waar mijn analyse een uitweg uit kon bieden. Ik heb mijn methode dan toegepast op de verspreiding van de Britse variant in andere landen. Overal kwam ik tot hetzelfde resultaat: de Britse variant is 40 tot 60 procent besmettelijker dan de oorspronkelijke. Ondertussen weten we dat hij mensen bovendien zieker maakt en ook jongere mensen velt. In België heb je als patiënt met de Britse variant 30 procent meer kans om op de intensieve zorg te belanden dan met het oorspronkelijke virus. Was het uw eerste publicatie in een topvakblad? Wenseleers: Nee hoor, ik had al in topvakbladen gepubliceerd. Vooral over de vraag hoe het komt dat in sommige diergemeenschappen, zoals bijenkorven, collectieve belangen primeren op individuele. Dat heeft raakvlakken met de coronacrisis, waarin individuele en collectieve belangen ook geregeld in conflict komen. In het begin van de crisis was er bijvoorbeeld een schrijnend tekort aan van alles, zoals diagnostische tests om besmettingen op te sporen. Die tests werden aanvankelijk voorbehouden voor reizigers uit risicogebieden, zoals China of Noord-Italië. Maar dat creëerde nieuwe problemen. Mensen die ziek werden maar niet in die regio's waren geweest, konden niet getest worden. Zo liep iemand uit mijn omgeving een coronabesmetting op in Nederland, maar een test bleek pas mogelijk toen ze op de intensieve zorg lag. Dat euvel leidde er onder meer toe dat de circulatie van het virus binnen Europa lang over het hoofd werd gezien. De Verenigde Staten legden het vliegverkeer uit China stil, maar niet dat uit Europa. Twee derde van alle infecties in New York werd uit Europa geïmporteerd. Klopt het dat de Britse variant in de kerstvakantie door toeristen naar het Europese vasteland is gebracht? Wenseleers: Dat klopt voor een deel. Het virus zou hier sowieso geraakt zijn, bijvoorbeeld met truckers die essentiële verplaatsingen moesten maken. Tegen de tijd dat je grenzen begint te sluiten, is het meestal te laat. Genetische studies wijzen uit dat de oorspronkelijke virusvariant al in oktober 2019 in de Chinese stad Wuhan circuleerde. Toen ze daar eind januari 2020 doorhadden hoe groot het probleem was, werd het aantal infecties al op 70.000 geschat. Luchtverkeer had het virus al geëxporteerd, waardoor de grenzen veel te laat werden gesloten. Is bekend waarom de nieuwe varianten dodelijker zijn? Wenseleers: Onder virologen circuleert het idee dat een virus altijd evolueert naar een meer besmettelijke maar minder dodelijke vorm - het zou er geen baat bij hebben zijn slachtoffer te doden. Vanuit evolutionair oogpunt klopt dat niet altijd, omdat veel virussen ziekmakend móéten zijn om zich efficiënt te kunnen verspreiden. Virussen van de luchtwegen veroorzaken bijvoorbeeld longinfecties, omdat hevig hoesten voor een grotere verspreiding zorgt. Speelt dat een rol in de evolutie van nieuwe coronavirusvarianten? Wenseleers: Bij het ontstaan van het coronavirus was er al een link tussen besmettelijkheid en dodelijkheid. In het voorlopervirus uit vleermuizen ontstond er een genetische insertie in het stekeleiwit op de buitenkant van het virus. Daardoor kon het onze cellen gemakkelijker binnendringen en werd het besmettelijker voor mensen. Helaas leidde die genetische wijziging er tegelijk toe dat het virus ook andere organen dan de longen kon infecteren, en dus meer ziekmakend werd. Drie van de nieuwe virusvarianten dragen nog een andere mutatie op het stekeleiwit, waardoor ze nog besmettelijker zijn en nog meer ziek maken. Een artikel in Science had het over 'convergente evolutie': verschillende virusvarianten ontwikkelden onafhankelijk van elkaar dezelfde nuttige aanpassingen. Wenseleers: Inderdaad. Vier van de zeven coronavirussen die tot dusver bij de mens zijn vastgesteld, hebben dezelfde insertie op het stekeleiwit, maar ze is genetisch telkens anders gecodeerd. Dat geeft aan dat het een belangrijke aanpassing was, die de sprong van dieren naar de mens vergemakkelijkte. Het eerste SARS-virus, in 2003, kon wel vrij snel onder controle worden gebracht. Wenseleers: Het was vooral veel minder besmettelijk dan het huidige virus. Het heeft een tijdje geduurd voor dat verschil doordrong. In januari 2020 verdubbelde het aantal bevestigde gevallen in China om de drie dagen. Toen dat ook bij ons gebeurde, bij het begin van de eerste virusgolf, reageerde men hier verbaasd, onder meer met het argument dat wij beter voorbereid waren dan China. Maar in Wuhan waren in januari al 9000 contacttracers aan het werk, en hadden ze al noodziekenhuizen en grote diagnoselaboratoria gebouwd. Daarin hadden we ook in België sneller meer moeten investeren. Er is de fameuze E484K-mutatie in sommige varianten die wetenschappers veel zorgen baart. Wenseleers: Terecht, omdat het virus daardoor gemakkelijker aan ons afweersysteem ontsnapt. Dat leek slecht nieuws, omdat vaccins dan minder werkzaam zouden zijn, maar finaal blijkt het nogal mee te vallen. Er worden wel meer mensen besmet, maar de kans om na een vaccinatie zwaar ziek te worden, wordt nog altijd sterk ingeperkt. En dat is het belangrijkste. Virusvarianten kunnen onderling samensmelten. Is dat problematisch? Wenseleers: Het kan de voordelen van verschillende varianten combineren, wat ongunstig is. Het virus heeft helaas een groter potentieel tot variatie dan gedacht. Zijn genoom is lang vrij stabiel gebleven, wat gunstig was voor de vaccinontwikkeling, maar de hoop dat het zo zou blijven, is ijdel gebleken.Is er zicht op hoe de varianten ontstaan? Wenseleers: Er zijn twee hypothesen. De eerste hypothese is dat de varianten ontstaan in patiënten met een slecht functionerend afweersysteem, waardoor het virus lang aanwezig kan blijven en de tijd heeft om sterk te muteren. De tweede hypothese is versnelde genetische aanpassing na een passage in andere dierlijke gastheren. Zo sprong het virus in nertskwekerijen van mensen over naar de dieren, waarin het zich aanpaste. Maar de gewijzigde vorm kon terugspringen naar de mens. Ook die nieuwe varianten kunnen besmettelijker zijn. Zorgelijk is bovendien dat de nieuwe varianten, in tegenstelling tot het oorspronkelijke type, ratten en muizen kunnen infecteren. Katten en honden worden er ook zieker van. Dat betekent dat de kans om het virus uit te roeien zo goed als nihil is geworden: het zal in dieren blijven circuleren. Het zal dus endemisch worden in onze wereld, wat betekent dat we elk jaar zullen moeten vaccineren, zoals voor de griep. Ik hoop dat onze autoriteiten nu al nadenken over de derde prik. Een simulatie in Science suggereerde dat we pech hebben gehad: de meeste virussen uit dieren sterven uit voor ze een pandemie worden. Wenseleers: Als het virus niet vanaf het Zuid-Chinese platteland in een grootstad als Wuhan was terechtgekomen, was het waarschijnlijk uitgestorven. De dichtste variant van ons virus is gevonden in hoefijzerneusvleermuizen in een kopermijn in Zuid-China. Onderzoekers waren daarheen getrokken omdat mijnwerkers er te maken kregen met een vreemde longontsteking. Onderzoek van het bloed van mensen in de regio wees uit dat velen antistoffen tegen coronavirussen uit vleermuizen hebben, wat impliceert dat er geregeld besmettingen zijn. Mogelijk is iemand er geïnfecteerd geraakt met een minder besmettelijke voorloper van het virus, eventueel via een tussenstap in dieren in een kwekerij, en heeft hij die naar Wuhan gebracht. Daar heeft het virus zich vermoedelijk aangepast om mensen te besmetten, en heeft het zich snel kunnen verspreiden op drukke plekken, zoals markten. Moeten we leren leven met het risico op pandemieën? Wenseleers: Veel virussen in de mens sterven snel weer uit, maar onze geglobaliseerde levensstijl, met hoge bevolkingsdichtheden in miljoenensteden, verhoogt het risico op pandemieën. Een simulatie suggereert dat de wereldwijde piek van de pandemie half januari is gevallen. Is het ergste voorbij? Wenseleers: Ik vind het moeilijk om dat met zekerheid te zeggen. De nieuwe varianten vormen een epidemie binnen de epidemie. In de Braziliaanse stad Manaus had na de eerste virusgolf 75 procent van de mensen antistoffen, maar de nieuwe variant kon de opgebouwde immuniteit deels omzeilen en veroorzaakte een nieuwe catastrofe met veel doden. De Braziliaanse variant veroorzaakt een driemaal hogere sterfte bij twintigers en een verdubbeling van de sterfte in de andere leeftijdscategorieën. Zit de Braziliaanse variant ook al in België? Wenseleers: De Britse variant veroorzaakt nu 85 procent van de nieuwe infecties in België, de Braziliaanse en de Zuid-Afrikaanse variant vertegenwoordigen elk zo'n 5 procent. De Braziliaanse variant beweegt zich helaas wel in stijgende lijn. Ontwikkelingslanden kunnen een broeihaard van varianten zijn. De bevolking is er jong, waardoor de sterfte beperkt is, maar het virus kan er à volonté muteren, onder meer om aan ons afweersysteem te ontsnappen. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt terecht dat we pas veilig zullen zijn als iedereen gevaccineerd is, wereldwijd. Het zelfzuchtige vaccinnationalisme van rijke landen kan als een boemerang terugkomen. Er zijn mensen die beweren dat vaccinatie het virus stimuleert om zo te muteren dat het aan onze afweer ontsnapt. Wenseleers: Onzin. De selectiedruk op het virus na een vaccinatie is vergelijkbaar met die van een natuurlijk proces. Bovendien zullen vaccins de viruspopulatie doen krimpen, waardoor er een kleinere aanvoer van nieuwe mutaties en varianten zal zijn. Vaccinatie is de zekerste manier om uit deze crisis te raken. In onze Science-paper kwamen wij tot de conclusie dat er twee opties zijn: nog drastischer maatregelen nemen, zoals scholen sluiten, met alle funeste gevolgen van dien, of het vaccinatietempo opdrijven. Er kan druk gezet worden op farmabedrijven om meer samen te werken, onder meer in de productie van succesvolle vaccins. Er kunnen spuitjes gemaakt worden waarbij minder vaccin verloren gaat, zodat je met dezelfde dosis meer mensen kunt helpen. Wie al een infectie heeft doorgemaakt, zou genoeg hebben aan één dosis in plaats van twee. Er is zelfs een paper die besluit dat een halve dosis van het Moderna-vaccin even efficiënt is als een volledige. De vaccins zijn dus beter dan gedacht? Wenseleers: Het Moderna-vaccin heeft per dosis drie keer meer werkzaam mRNA dan het Pfizer-vaccin. Het lijkt dus logisch dat je er meer mensen mee kunt vaccineren, hoewel je ook verschillen in de samenstelling in rekening moet brengen. De toediening optimaliseren kan moeilijk liggen door juridische obstakels. Als er iets misloopt, kan de fabrikant zijn verantwoordelijkheid afschuiven op de overheid die besliste om het vaccin anders toe te dienen dan hij had voorgeschreven. Hoe kijkt u aan tegen het gedoe rond het AstraZeneca-vaccin? Wenseleers: Dat is weer zo'n situatie waarin individuele en collectieve belangen kunnen botsen. Maar zelfs vanuit individueel oogpunt was het volkomen irrationeel om de vaccinatie stop te zetten. De kans op een zeldzame hersentrombose na een vaccinatie wordt geraamd op 1 op 1.000.000 en plaatselijk mogelijk iets meer. Ter vergelijking: de kans op een trombose na een infectie met het virus is 2 procent. De infectie is dus vele grootteorden gevaarlijker dan de vaccinatie. De emotionele politieke beslissing van een aantal Europese landen om het AstraZeneca-vaccin niet meer toe te dienen zal duizenden doden meer veroorzaakt hebben dan het vaccin er zou hebben gemaakt. De beste strategie is met AstraZeneca blijven vaccineren, tenzij er voldoende alternatieve vaccins beschikbaar zijn.Dan kun je eventueel beslissen, zoals Canada en Duitsland gedaan hebben, om het AstraZeneca-vaccin alleen toe te dienen aan oudere mensen, omdat het neveneffect vooral jongere mensen treft. Dat is dan het omgekeerde van wat er initieel gebeurde: dat AstraZeneca niet aan 55-plussers werd toegediend, omdat er onvoldoende getest was of het bij hen werkte. Wenseleers: Ik heb in deze crisis soms bedenkingen gehad bij het concept van evidence-based medicine, waarbij je wacht tot je echt álle wetenschappelijke gegevens hebt voor je een beslissing neemt. In gewone omstandigheden is dat een rationele houding, maar niet in een crisissituatie met veel doden. Indirect of preliminair bewijs moet je dan maximaal benutten om kostbare tijd te winnen. Het ligt natuurlijk moeilijk voor wetenschappers en politici, want iedereen is hypervoorzichtig vanwege zijn verantwoordelijkheden. Als je geïnfecteerd wordt door het virus, is het de schuld van de natuur. Maar als je problemen krijgt na een vaccinatie, is iemand aansprakelijk. Dat resulteert in een bureaucratische aanpak die het voorbije jaar veel mensenlevens heeft gekost. Er zou een wettelijk kader moeten komen om in extreme omstandigheden shortcuts te kunnen nemen. Zoals? Wenseleers: Als de vaccins een halfjaar eerder waren goedgekeurd, waren er veel mensenlevens gered en waren we er nu als maatschappij beter aan toe. De RNA-sequentie van het Moderna-vaccin is in twee dagen ontworpen, en de productie kan in zes weken aan een nieuwe variant worden aangepast. Als wetenschapper vind ik het dan frustrerend dat het nog tot een jaar kan duren voor het op de markt is. Gelukkig heeft het Europees Geneesmiddelenagentschap al een advies klaar om de vaccinvarianten versneld op de markt te kunnen brengen. In crisisomstandigheden zou je ook kunnen overwegen om tijd te winnen door de fases 3 en 4 van klinische tests te combineren. Je slaat dan de fase over waarin je een groot aantal mensen in gecontroleerde omstandigheden volgt. Dat zou een erg drastische shortcut zijn. Wenseleers: Inderdaad. Maar de huidige regelgeving is niet aangepast aan de realiteit van een pandemie. Het poliovaccin, dat enorm succesvol was en de ziekte in Afrika heeft uitgeroeid, zou met de huidige wetgeving zelfs niet meer op de markt kunnen komen. Omgekeerd denk ik dat de huidige mRNA-technologie veel sneller op de markt was gekomen als ze een eeuw geleden was ontwikkeld. Ons ethische kader is wat ver richting extreme voorzichtigheid doorgeschoten. Het wetgevende kader is altijd maar strenger geworden, onder meer omdat we vergeten waren wat een grote pandemie kan aanrichten. We voelden ons ongenaakbaar! De coronapandemie is gelukkig niet het einde van de wereld. Kinderen blijven bijvoorbeeld grotendeels gespaard, wat bij de Spaanse griep niet het geval was. Volgens infectiologe Erika Vlieghe wordt 2022 een feestjaar. Verwacht u dat ook? Wenseleers: Ik hoop het. Het zal afhangen van de efficiëntie van de vaccinatie-uitrol. Zelfs een zware en zeer dodelijke pandemie als de Spaanse griep ging na drie of vier grote golven gewoon op in de pool van luchtweginfecties in de mens, en dat zonder vaccinatie. Ik ben dus optimistisch. Ik hoop ondertussen wel op wat gedifferentieerde maatregelen op basis van je leeftijd of de vraag of je al dan niet gevaccineerd bent - hoe discriminerend dat ook kan overkomen. Je zou kunnen denken aan concerten louter voor mensen jonger dan vijfentwintig: voor hen is het risico op sterfte na een infectie vierduizend keer lager dan voor senioren. Je zou reizen en op café gaan tijdelijk alleen kunnen toelaten voor gevaccineerden, tot er wereldwijd genoeg gevaccineerd is om de meeste maatregelen te kunnen lossen. Zo kan het een wat vreemd sociaal experiment op wereldschaal worden. Gelukkig is er beterschap in zich.