Dat "Rome" beslist dat een aantal gerespecteerde psychiatrische centra zich niet langer katholiek kunnen noemen, hoewel ze uit een katholieke congregatie ontstaan en ermee verbonden zijn, is geen alledaags niemendalletje of een fait divers. Bij mijn weten is dat nog niet eerder voorgekomen.

Het is al te gemakkelijk, zoals we in dit landje zo vaak doen, om van krommenaas te gebaren en te doen alsof er niets bijzonders aan de hand is. En ja, men kan er dan eventueel nog aan toevoegen dat het allemaal het gevolg is van lobbywerk door een inhalige algemene overste. En daarmee is dan de kous af.

Maar is de kous daarmee af? Wordt zo'n beslissing inderdaad wel zo lichtvaardig genomen (in dit geval ging er een parcours van 3 jaar aan vooraf)?

Zouden we misschien toch niet eens luisteren en trachten te begrijpen?

Zou het kunnen dat we over intentionele levensbeëindiging zo losjes spreken, dat we er zelfs "normale geneeskunde" van maken zonder nog essentieel verschil te zien met de behandeling van een aandoening? Dat we liever onze zogenaamde "schaarse middelen" (maar hoeven ze wel zo schaars te zijn?) investeren in het "gezonde bevolkingsdeel"? Te ver gezocht, zegt u? Tja, misschien wel, maar hoe komt het dan dat, ondanks enkele kritische stemmen, de ravage die COVID-19 aanrichtte in woonzorgcentra al bij al vlotjes in de koop genomen wordt? Voltooid leven, zei iemand? Kosten op het sterfhuis?

In "Belgisch" dossier van Broeders van Liefde is de vraag of een religieuze congregatie nog een missie heeft.

Op een mum van tijd zagen we in de voorbije weken hoe "de prijs van een menselijk leven" voorop kwam te staan in de maatschappelijke discussie. Hoeveel mag een gezond levensjaar kosten? En hoeveel gezonde levensjaren moet je nog in het vooruitzicht hebben om nog iets te mogen kosten?

En dan is er de euthanasiewet, die, net voor men zich hier realiseerde dat er een coronaprobleem was, gewijzigd werd om instellingen te verbieden aan artsen te vragen dat ze niet zouden doden, ook niet als patiënten hen daarom verzoeken, maar alle aandacht te concentreren op verzorging en begeleiding.

Is het dan gepast om met een simpele handbeweging een beslissing van de hoogste instanties van een der 's werelds leidinggevende religies, waarvan bovendien te pas en te onpas gezegd wordt dat ze mee voor het DNA van de westerse wereld gezorgd heeft, als onbenullig ouderwets en reactionair van tafel te vegen? Echt? Dit is een vraag die de leiding van de betrokken psychiatrische instellingen aanbelangt, maar ook de leiding van de betrokken kerkgemeenschap.

De katholieke Kerk, want daarover gaat het, mag dan in het westen op weg naar de uitgang zijn (of niet), maar dat is zeker niet het geval op wereldschaal. En het behoort niet tot haar missie om aan "het westen" voorrang te geven.

Als de georganiseerde gezondheidszorg zich hier in het verleden heeft kunnen ontplooien, dan is het mede dank zij het kapitaal en de inzet van de katholieke congregaties van religieuzen. Voor de psychiatrische zorg was zulks vooral te danken aan de Broeders van Liefde, een congregatie die in België ontstond, gesticht door Vader Triest. Alle structuren naar burgerlijk recht die nu bestaan en die naar de Broeders van Liefde refereren, ontstonden uit de congregatie en zijn er altijd mee verbonden geweest. Zonder het kapitaal en het eigendom van de congregatie zou het netwerk van psychiatrische centra, maar ook van scholen en woonzorgcentra die door de Organisatie Broeders van Liefde beheerd worden, niet bestaan.

De term "buffereconomie" is nu "in"; welnu, het zijn de congregaties die aan talloze instellingen in de zorgsector zowel een kapitaalbuffer als belangeloze inzet bezorgd hebben die de continuïteit van de zorg waarborgden. Dat het ook anders kan, is de voorbije maanden wel voldoende gebleken.

Maar de tijden zijn veranderd. En ook andere actoren hebben hun rol te spelen.

Dat een universele, wereldwijde congregatie zoals de Broeders van Liefde haar toekomstige roeping nu vooral ziet in delen van de wereld die we ontwikkelingslanden noemen, is de normaalste zaak van de wereld. Dat ze initiatieven aldaar moet kunnen financieren met goederen die tot haar kerkelijk vermogen behoren, spreekt eigenlijk voor zich.

In het "Belgisch" dossier van de Broeders van Liefde gaat het in wezen over de vraag of de katholieke levensbeschouwing nog onverkort mag gehandhaafd worden, en of een religieuze congregatie nog een missie heeft.

Er wordt veel desinformatie verspreid. En dus neen, "Rome" wil de bejaarde Belgische broeders niet in de armoede duwen. Neen, "Rome" wil niet het geld van artsen, patiënten en sociale zekerheid inpikken (een dergelijke bewering kwalificeert zelfs als laster). Neen, "Rome" wil de psychiatrische centra niet uit haar gebouwen zetten.

De congregatie wil enkel dat respect opgebracht wordt voor haar eigendom en dat de blijvende terbeschikkingstelling van die eigendom kan gebeuren tegen een - bescheiden - vergoeding, die kan bijdragen tot de financiering van nieuwe initiatieven elders ter wereld, zoals voorheen hier. Deze vraag dateert niet van gisteren, niet van de publicatie van de "visietekst" over euthanasie, maar is veel ouder.

Helaas ziet de congregatie zich geplaatst voor een organisatie die de missie van de congregatie blijkbaar uit het oog verloren is en deel is gaan uitmaken van een zorgbureaucratie. Sommigen zouden zeggen, van een identiteitsloze zorgbureaucratie beheerst door een economisch eenheidsdenken, maar dat zou zeer onrechtvaardig zijn t.o.v. de talrijke medewerkers die er het beste van zichzelf geven.

Dat evenwel de waarheid moet sneuvelen voor andere belangen, vreemd aan die medewerkers, is erg betreurenswaardig.

Fernand Keuleneer is raadsman van de generale overste en de generale raad van de Broeders van Liefde.

Dat "Rome" beslist dat een aantal gerespecteerde psychiatrische centra zich niet langer katholiek kunnen noemen, hoewel ze uit een katholieke congregatie ontstaan en ermee verbonden zijn, is geen alledaags niemendalletje of een fait divers. Bij mijn weten is dat nog niet eerder voorgekomen. Het is al te gemakkelijk, zoals we in dit landje zo vaak doen, om van krommenaas te gebaren en te doen alsof er niets bijzonders aan de hand is. En ja, men kan er dan eventueel nog aan toevoegen dat het allemaal het gevolg is van lobbywerk door een inhalige algemene overste. En daarmee is dan de kous af.Maar is de kous daarmee af? Wordt zo'n beslissing inderdaad wel zo lichtvaardig genomen (in dit geval ging er een parcours van 3 jaar aan vooraf)?Zouden we misschien toch niet eens luisteren en trachten te begrijpen?Zou het kunnen dat we over intentionele levensbeëindiging zo losjes spreken, dat we er zelfs "normale geneeskunde" van maken zonder nog essentieel verschil te zien met de behandeling van een aandoening? Dat we liever onze zogenaamde "schaarse middelen" (maar hoeven ze wel zo schaars te zijn?) investeren in het "gezonde bevolkingsdeel"? Te ver gezocht, zegt u? Tja, misschien wel, maar hoe komt het dan dat, ondanks enkele kritische stemmen, de ravage die COVID-19 aanrichtte in woonzorgcentra al bij al vlotjes in de koop genomen wordt? Voltooid leven, zei iemand? Kosten op het sterfhuis?Op een mum van tijd zagen we in de voorbije weken hoe "de prijs van een menselijk leven" voorop kwam te staan in de maatschappelijke discussie. Hoeveel mag een gezond levensjaar kosten? En hoeveel gezonde levensjaren moet je nog in het vooruitzicht hebben om nog iets te mogen kosten? En dan is er de euthanasiewet, die, net voor men zich hier realiseerde dat er een coronaprobleem was, gewijzigd werd om instellingen te verbieden aan artsen te vragen dat ze niet zouden doden, ook niet als patiënten hen daarom verzoeken, maar alle aandacht te concentreren op verzorging en begeleiding.Is het dan gepast om met een simpele handbeweging een beslissing van de hoogste instanties van een der 's werelds leidinggevende religies, waarvan bovendien te pas en te onpas gezegd wordt dat ze mee voor het DNA van de westerse wereld gezorgd heeft, als onbenullig ouderwets en reactionair van tafel te vegen? Echt? Dit is een vraag die de leiding van de betrokken psychiatrische instellingen aanbelangt, maar ook de leiding van de betrokken kerkgemeenschap.De katholieke Kerk, want daarover gaat het, mag dan in het westen op weg naar de uitgang zijn (of niet), maar dat is zeker niet het geval op wereldschaal. En het behoort niet tot haar missie om aan "het westen" voorrang te geven.Als de georganiseerde gezondheidszorg zich hier in het verleden heeft kunnen ontplooien, dan is het mede dank zij het kapitaal en de inzet van de katholieke congregaties van religieuzen. Voor de psychiatrische zorg was zulks vooral te danken aan de Broeders van Liefde, een congregatie die in België ontstond, gesticht door Vader Triest. Alle structuren naar burgerlijk recht die nu bestaan en die naar de Broeders van Liefde refereren, ontstonden uit de congregatie en zijn er altijd mee verbonden geweest. Zonder het kapitaal en het eigendom van de congregatie zou het netwerk van psychiatrische centra, maar ook van scholen en woonzorgcentra die door de Organisatie Broeders van Liefde beheerd worden, niet bestaan. De term "buffereconomie" is nu "in"; welnu, het zijn de congregaties die aan talloze instellingen in de zorgsector zowel een kapitaalbuffer als belangeloze inzet bezorgd hebben die de continuïteit van de zorg waarborgden. Dat het ook anders kan, is de voorbije maanden wel voldoende gebleken.Maar de tijden zijn veranderd. En ook andere actoren hebben hun rol te spelen.Dat een universele, wereldwijde congregatie zoals de Broeders van Liefde haar toekomstige roeping nu vooral ziet in delen van de wereld die we ontwikkelingslanden noemen, is de normaalste zaak van de wereld. Dat ze initiatieven aldaar moet kunnen financieren met goederen die tot haar kerkelijk vermogen behoren, spreekt eigenlijk voor zich.In het "Belgisch" dossier van de Broeders van Liefde gaat het in wezen over de vraag of de katholieke levensbeschouwing nog onverkort mag gehandhaafd worden, en of een religieuze congregatie nog een missie heeft.Er wordt veel desinformatie verspreid. En dus neen, "Rome" wil de bejaarde Belgische broeders niet in de armoede duwen. Neen, "Rome" wil niet het geld van artsen, patiënten en sociale zekerheid inpikken (een dergelijke bewering kwalificeert zelfs als laster). Neen, "Rome" wil de psychiatrische centra niet uit haar gebouwen zetten. De congregatie wil enkel dat respect opgebracht wordt voor haar eigendom en dat de blijvende terbeschikkingstelling van die eigendom kan gebeuren tegen een - bescheiden - vergoeding, die kan bijdragen tot de financiering van nieuwe initiatieven elders ter wereld, zoals voorheen hier. Deze vraag dateert niet van gisteren, niet van de publicatie van de "visietekst" over euthanasie, maar is veel ouder.Helaas ziet de congregatie zich geplaatst voor een organisatie die de missie van de congregatie blijkbaar uit het oog verloren is en deel is gaan uitmaken van een zorgbureaucratie. Sommigen zouden zeggen, van een identiteitsloze zorgbureaucratie beheerst door een economisch eenheidsdenken, maar dat zou zeer onrechtvaardig zijn t.o.v. de talrijke medewerkers die er het beste van zichzelf geven. Dat evenwel de waarheid moet sneuvelen voor andere belangen, vreemd aan die medewerkers, is erg betreurenswaardig.Fernand Keuleneer is raadsman van de generale overste en de generale raad van de Broeders van Liefde.