Dit is een passage uit het boek 'Welkom in Rome. Kruispunt van de wereldkerk' van Tertio-hoofdredacteur Emmanuel Van Lierde.
...

'Als ik vanuit Rome en de wereldkerk naar Vlaanderen kijk, valt me op hoe sterk de secularisering is doorgedrongen. Leidde die maatschappelijke evolutie tot een uitzuivering van het geloof? Deels wel, maar ik zie vooral hoe het transcendente van de horizon verdween, terwijl religie in Afrika en Azië sterk verweven blijft met de realiteit. Ik mag veel reizen in mijn functie en dan stel ik vast dat geloof sterker of evidenter aanwezig is in de samenlevingen in de andere continenten. Religie blijft inherent aan het mens-zijn en het spirituele is een grote rijkdom voor veel mensen wereldwijd. Het verbaast dat Vlaanderen dat gevoel voor het religieuze kwijt schijnt te zijn. Geloven is er niet meer vanzelfsprekend.WereldkerkHet is een dooddoener, maar in Rome valt de universaliteit van de kerk op. We behoren tot een wereldkerk en Rome is daarvan het kloppende hart waar alle nationaliteiten samenkomen. Ik arriveerde er in jubeljaar 2000. Toen waren er permanent massamanifestaties. Dat maakte indruk. In Italië is iedereen katholiek, ma non troppo (lacht). Tegelijk moet ik zeggen dat de Romeinse Curie te Italiaans blijft. Het ligt voor de hand daar medewerkers te zoeken en voor één vergadering, zoals over gezondheidszorg binnen het Dicasterie voor Integrale Menselijke Ontwikkeling, kun je moeilijk mensen uit de hele wereld laten overvliegen. Om de tafel zitten dan al snel mensen die in Rome wonen en werken of experts uit Italië.RoepingenAls generaal neemt reizen het grootste deel van mijn tijd in beslag. Telkens zie ik daarbij in Afrika en Azië jonge mensen die zich bij ons willen engageren en mag ik professies afnemen. In de zes jaar dat ik provinciaal in België was, waren er geen roepingen. We hadden roepingenweekends en gingen langs in scholen om te getuigen, maar zonder resultaat. We dienden ons noviciaat te sluiten. Dat was confronterend. Ondertussen is de afstand tussen leerlingen en congregatie nog groter geworden, want er zijn geen broeders meer in onze scholen. Ze zien geen voorbeelden meer. Ik heb veel kunnen realiseren, maar roepingen bleven uit. Dat is toch een frustratie.Omgekeerd is het een grote vreugde te zien dat we groeien in Afrika en Azië, en jongeren er warm te maken zijn voor ons charisma. Het is het mooiste dat ik als generaal mag meemaken: de ontmoetingen met die kandidaten. Ik geef retraites bij hun intrede, hun inkleding, hun eerste gelofte. Zo zie ik hoe ze hun roeping uitzuiveren en groeien in ons charisma van de caritas. Aanvankelijk luidt het dat ze willen zorgen voor armen en zieken. Naderhand zeggen de novicen dat ze Gods liefde willen uitstralen. Die innerlijke omvorming is merkbaar, al moeten ze zich uiteraard professioneel bekwamen in verpleging en geestelijke verzorging. Deskundigheid en inspiratie moeten hand in hand gaan.In moeilijke omstandighedenIk ben blij dat ons charisma levendig blijft. Dat is de werking van de Geest. In Europa krimpen we, maar ons verhaal is niet afgelopen. De klemtoon verschuift naar Afrika en Azië. Het grootste aantal broeders vind je nu in Rwanda, Burundi en Congo. We doen daar mooi werk, vaak in moeilijke omstandigheden. Voor ons apostolaat zijn we ook aangewezen op overheidssteun, terwijl de bisschoppen in die landen zich geregeld kritisch uitlaten over de politieke evoluties. Dan zitten wij vaak tussen twee vuren. Al hebben de bisschoppen gelijk, soms zijn wij het eerste slachtoffer van hun uitspraken. Het is al gebeurd dat we dan bijvoorbeeld niet meer in onderwijs actief mochten zijn. We willen onze mensen niet in de steek laten. Bij mijn bezoeken zie ik hoe het er in de realiteit aan toegaat en kan ik onze mensen bemoedigen.Mensen en middelenDe Broeders van Liefde wensten altijd de ketenen te breken van hen die uit- en opgesloten waren. Onze liefde gaat naar de meest noodlijdenden. We worden door burgerlijke en kerkelijke overheden gevraagd in hun land, waar vaak nog geen psychiatrisch aanbod of gehandicaptenzorg is, in te staan voor de nodige verzorging. Op zulke verzoeken zeggen we nooit nee, wel dat we zullen zien wat we kunnen doen. Er zijn immers meer vragen dan we aankunnen. Hebben we er de mensen voor? Sluit het aan bij ons charisma? Zijn er financiële middelen? Als we een engagement aangaan, moeten we het kunnen waarmaken. In principe komen we om te blijven. Ondertussen beginnen Afrikaanse broeders een instelling in een ander Afrikaans land of Aziatische broeders elders binnen Azië. Ze zijn bereid te gaan waar de noden zijn. Zo beginnen we nu in Kivu en Ethiopië. Waar we ons vestigen, herhalen we wat we altijd deden: vanuit liefde en professionaliteit pionieren in het herstellen van de menselijke waardigheid van wie alle waardigheid had verloren.We zijn dankbaar voor de pioniersgeest uit het verleden en het is hoopvol dat het door onze stichter Petrus Jozef Triest beoogde charisma zich over de wereld verspreidt. Bij jongere broeders zie je een dadendrang, oudere confraters hebben opnieuw meer tijd voor het spirituele en het gebed. In verschillende snelheden kan ons charisma worden beleefd, maar het gaat om dezelfde Gods- en naastenliefde. In elke levensfase komt het erop aan onze religieuze eigenheid te bewaren en te voeden.'