Opinie

Ine Andriessen

‘Iedere agent een taser? Dit zet de deur open voor schendingen van mensenrechten’

Ine Andriessen Lid van Police Watch, het observatiepunt voor politiegeweld van de Liga voor Mensenrechten
Kati Verstrepen Voorzitter Liga voor Mensenrechten

‘Wapens trekken kalmeert de situatieniet, het maakt de ‘tegenstander’ enkel onrustiger. De politie meer bewapenen zal de vertrouwensbreuk tussen burger en politie enkel meer verdiepen’, schrijven Ine Andriessen en Kati Verstrepen.

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) verkent de opties om stroomstootwapens op te nemen in de collectieve bewapening van de politie. In 35 politiezones lopen er al proefprojecten. In Gent werd beslist vijf stroomstootwapens aan te schaffen voor het speciale bijstandsteam COPS.

Het toestel dat uitgetest wordt is de Taser, een product van Axon. Voorstanders stellen het voor als een “tussenoplossing tussen wapenstok of pepperspray en het vuurwapen”. Het heeft de vorm van een pistool en dient via twee naalden vijf seconden lang een elektroshock toe van 50.000 volt. Het maakt daarbij een knetterend geluid. Door de shock verkrampen de spieren tijdelijk. De politie kan zo van op maximum 4,5 meter afstand “een dader neutraliseren”. De Taser heeft ook een ‘drive-stun mode’, waarbij het toestel direct op de huid wordt geplaatst om iemand pijn te doen.

Het gebruik van deze toestellen is niet nieuw. Het toestel is een evolutie van wat aanvankelijk ontworpen werd om vee te drijven. David Correia en Tyler Wall brengen in een onderzoek naar politiegeweld aan het licht dat veedrijvers in de jaren ’40 in Amerika gebruikt werden als crowd control tijdens acties van de burgerrechtenbeweging en om te folteren tijdens verhoren. De fysicus die de Taser uitvond, liet zich inspireren door science fiction verhalen en de Watts riots: rellen die uitbraken na een reeks gewelddadige interventies van de politie tegen de Afrikaans-Amerikaans bevolking van de Watts-wijk.

Het idee dat straks iedere agent een Taser krijgt, is dus niet zonder controverse. Al in 2007 noemde de Verenigde Naties het stroomstootwapen een ‘tool of torture’. Meer dan 500 Amerikanen lieten sinds 2010 het leven na gebruik van de Taser. Het doet ons dus onze wenkbrauwen fronsen dat dit stroomstootwapen ook in België naar voor wordt geschoven als ‘dwangmiddel’. Zelfs de politievakbond waarschuwt voor overlijdens. Opmerkelijk is dat deze waarschuwing kadert in een bezorgdheid over potentiële vervolging van individuele politieagenten. Over het aantal dodelijke slachtoffers na interventies van de politie en het nefaste effect daarvan op de veelvuldig besproken vertrouwensbreuk tussen burger en politie wordt door de voorstanders van de Taser met geen woord gerept.


Vaak wordt beweerd dat een overlijden eerder het gevolg is van de slechte gezondheid van het slachtoffer. De politie en Axon doen hiermee aan victim blaming: dat het slachtoffer stierf, zou een gevolg zijn van van diens onzichtbaar kwetsbare toestand. De Taser zelf wordt zo buiten schot gelaten. Voorlopig is het in België verplicht om medische hulpdiensten op te roepen na elke elektroshock, maar is het kwaad dan niet al lang geschied? De Taser voorstellen als wapen ‘tussen pepperspray en geweer’ houdt bovendien het risico in dat het meer gebruikt gaat worden, net omdat het voorgesteld wordt als minder gevaarlijk dan een echt vuurwapen.

De politie kan met de Taser vanop grotere afstand ‘een dader tijdelijk uitschakelen’. Maar hoe wordt bepaald wie dader is? Wanneer wordt iemand dader? In een rechtsstaat is iedereen immers onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Maar jammer genoeg leert de ervaring dat sommige mensen vaker het vermoeden van schuld hebben dan anderen, enkel en alleen omwille van hun uiterlijk. Dat de Belgische politie etnisch profileert valt immers ondertussen niet meer te ontkennen. Het staat vast dat het merendeel van de dodelijke slachtoffers van politiegeweld mensen zijn met migratieachtergrond die zich bevonden in een maatschappelijk kwetsbare positie. De angst dat de Taser vaker zal gebruikt worden in contact met mensen met migratieachtergrond is dan ook niet denkbeeldig.

Het discours dat gevoerd wordt rond stroomstootwapens, is dan ook uiterst problematisch en maakt het pad vrij voor meer mensenrechtenschendingen. Al voor er sprake was van de eerste proefprojecten in lokale politiezones, getuigde een activist dat hij electroshocks kreeg terwijl hij vastgeketend was aan een boom. Meer en meer grijpt de politie naar wapens, zowel tijdens vreedzame protestacties als tijdens andere interventies.

De-escalatie gebeurt nochtans met woorden, niet met wapens. Wapens trekken kalmeert de situatie
niet, het maakt de ‘tegenstander’ enkel onrustiger. De politie meer bewapenen zal de vertrouwensbreuk tussen burger en politie enkel meer verdiepen. Minister Verlinden, die het in haar beleidsnota heeft over een politie die dichter bij de bevolking moet staan, verkent dus een piste die helemaal ingaat tegen de moeite die vele jeugdwerkers, jongeren en politiebeambten doen om het vertrouwen te herstellen.

De politie ziet het als onoverkomelijk dat ze dwang moet gebruiken op sommige burgers, en schuift daarvoor stroomstootwapens naar voor als oplossing. Een bredere blik op veiligheid is nodig. Politiediensten hebben niet de capaciteit en bevoegdheid om structurele oplossingen te bieden aan mensen in penibele economische situaties die net het meest slachtoffer zijn van verschillende vormen van institutionele discriminatie. En toch zien we dat zij wel vaak worden opgeroepen voor situaties waarin deze mensen zich bevinden: huurachterstand, dakloosheid, drugsproblematiek, aanwezigheid in de openbare ruimte. Wat nodig is, is een versterking van sociale zorgdiensten die – in tegenstelling tot politie – geen bestraffende en orde-handhavende bevoegdheden hebben, noch de mogelijkheid om beroep te doen op geweld. Op die manier wordt de mogelijkheid op escalatie naar buitensporig geweld uitgesloten, én kan beter aan structurele oplossingen worden gewerkt. Er dringt zich een grondig onderzoek op naar welke politietaken zich het best lenen om overgedragen te worden aan sociale actoren, met bijhorend een verschuiving van financiële middelen naar deze actoren.

Ine Andriessen werkt voor Police Watch, het observatiepunt voor politiegeweld van de Liga voor Mensenrechten en la Ligue des Droits Humains.
Kati Verstrepen is voorzitter van de Liga voor Mensenrechten.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content