Een examen om Belg te worden: hoe moeilijk moet dat zijn?

© Getty
Catherine Vuylsteke
Catherine Vuylsteke Journalist, auteur, filmmaker en sinoloog

Hebben we als samenleving baat bij het ‘nationaliteitsexamen’ voor kandidaat-Belgen? Experts zijn er niet zo zeker van.

Doe mee aan deze quiz en besef dat er veel van afhangt. Vraag 1: Is 27 september a) Koningsdag, b) de wapenstilstand van WOI, c) Dag van de Franse Gemeenschap? Vraag 2: Hoeveel provincies telt België? a) 9, b) 10, c) 11. Vraag 3: Waar vindt het beroemdste carnaval van ons land plaats? a) Binche, b) Brussel, c) Aalst. Hopelijk wist u dat de juiste antwoorden c, b en a waren!

Als het aan Kamerlid Franky Demon (CD&V) ligt, dan is dit voortaan de weg naar staatsburgerschap in ons land. Voor wat experts ‘het belangrijkste privilege dat een gastland kan verstrekken aan zijn inwijkende bevolking’ noemen, mag wel een inspanning geleverd worden, toch?

Dat laatste durft nu weleens uiteen te lopen. Denk aan Patoch Sjodijev, de omstreden Oezbeekse zakenman die in 1997 Belgisch staatsburger werd op voorspraak van zijn buurman Serge Kubla, toenmalig MR-burgemeester van Waterloo. Later bleek hij de spilfiguur in het zogenaamde Kazachgate. Of herinnert u zich ULB-sociologieprofessor Andréa Réa (63)? Eind 2020 zag hij zijn naturalisatieaanvraag geweigerd vanwege een ‘gebrek aan bewijs’ over ‘zijn kennis van een van de drie nationale talen, zijn sociale integratie en zijn economische participatie.’ Deze zoon van Italiaanse immigranten is in België geboren maar behield de nationaliteit van zijn ouders en doceert al meer dan twintig jaar aan de Brusselse universiteit. Zijn aanvraag werd geweigerd door een bureaucratisch euvel: de ene instantie beschouwde de professor als een ambtenaar en keurde de aangereikte documenten goed, een volgende oordeelde dat hij aan een private universiteit doceerde en dus andere papieren had moeten verstrekken, waarvoor de termijn was verlopen.

De nationaliteitsverwerving is federale materie, maar integratie zit bij de gemeenschappen. Wie gaat dat examen opstellen?

Dave Sinardet, VUB

‘Door een wetswijziging onder impuls van het Vlaams Belang en de N-VA zijn de voorwaarden voor naturalisatie veel complexer geworden’, zei Réa toen het nieuws bekend werd. ‘Ik roep de parlementariërs in dit land op om het “pointillisme” van bepaalde functionarissen binnen het Openbaar Ministerie onder de loep te nemen. Dit dreigt het gerechtelijk apparaat onnodig te verzwaren met tal van beroepsprocedures.’

Als Demon zijn zin krijgt, wordt de zaak nog ingewikkelder, meent politoloog Dave Sinardet (VUB). ‘De nationaliteitsverwerving is federale materie, maar integratie zit dan weer bij de gemeenschappen. Vlaanderen heeft nu al een examen als onderdeel van het traject voor nieuwkomers, dat alleen verplicht is voor niet-EU-burgers. Moeten sommigen straks twee examens afleggen? Dat lijkt me wat veel van het goede, en het is ook verwarrend. Bovendien is de vraag wie dat examen zal opstellen. De gemeenschappen? Maar het gaat om de Bélgische nationaliteit, dus lijkt me minstens een gemeenschappelijke basis nodig.’

Integratie of assimilatie?

Staatsburgerschap is een kwestie van ‘bewezen integratie.’ Maar wat heet? Moet de kandidaat-Belg ‘de taal van de omgeving’ spreken? ‘Als een Pakistaanse man in het Noord-Engelse Bradford gaat wonen, hoeft hij geen Engels te spreken om aan die voorwaarde te voldoen’, zegt Johan Wets, onderzoeksleider migratie en integratie van de KU Leuven. ‘Hij kan perfect in het Urdu winkelen en socialiseren. Maar als hij zich in Oxford vestigt, is het een ander verhaal.’

Het punt is volgens Wets dat politici met ‘integratie’ vaak eerder ‘assimilatie’ bedoelen. ‘Inwijkelingen moeten de eigen waarden en normen vervangen door die van de gastgemeenschap.’

Voorstanders van nationaliteitsexamen hebben het voorts over ‘objectieve criteria’. Wets: ‘Maar wat bewijzen die? Neem Mohamed Atta, de Egyptische terrorist van de aanslagen van 11 september 2001. De man behaalde een architectuurdiploma in Caïro, studeerde vervolgens in Hamburg en was zelfs bij een Duits gezin op kamers. Wie had ooit kunnen vermoeden dat hij de kaper zou worden van een vliegtuig dat zich in de WTC-torens boorde?’

Een liberaal beleid leidt tot een grotere participatie op de arbeidsmarkt.

Christina Gathmann, economieprofessor LISER

Bekroning of startpunt?

Economieprofessor Christina Gathmann van het Luxembourg Institute of Socio-Economic Research (LISER) doet al jaren onderzoek naar de socio-economische gevolgen van migratie. Voor haar nieuwe researchpaper Citizenship and Integration (december 2022) vergeleek ze de impact van nationaliteitscriteria op de economische, sociale en culturele integratie van immigranten in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zwitserland. De keuze voor die landen werd ingegeven door het feit dat ze wetswijzigingen doorvoerden waardoor het parcours voor kandidaat-staatsburgers van de ene dag op de andere makkelijker dan wel veel lastiger werd.

‘Het nationaliteitsdebat wordt bepaald door twee dominante visies’, zegt ze. ‘De eerste, die erg populair is onder politici en in het publieke debat, ziet de verwerving van nationaliteit als een eindpunt, de bekroning van een succesvol integratieproces. In die optiek moeten de criteria strikt zijn – met examens over kennis van taal en cultuur – zodat alleen de ijverigste en beste immigranten worden geselecteerd. De tweede opvatting staat een liberaal beleid voor, waarbij staatsburgerschap een katalysator is voor integratie. Door de nationaliteit te verwerven, wordt men aangemoedigd tot integratie en tot investeren in een toekomst in dit land. De bekroningsopvatting lijkt verkieslijk: uiteraard willen we de ijverigste en slimste nieuwe landgenoten. Lager opgeleiden worden door de examens afgeschrikt, maar – en dat vertellen politici niet – dat betekent niet dat ze wegblijven of zich in een ander land vestigen. Die mensen ploeteren voort. Ze zijn aan zichzelf overgeleverd en hebben veel minder kansen op sociale mobiliteit.’

‘Een liberaal beleid leidt tot een grotere participatie op de arbeidsmarkt’, meent Gathmann. ‘Vooral onder vrouwen, en met name vrouwen uit arme landen, is het verschil significant. Traditioneel hebben ze een lage status en een precaire economische situatie als niet-werkende. Het staatsburgerschap is voor hen een stimulans om een baan te zoeken, te studeren en zich op te werken. Daardoor trouwen ze later en wachten ze langer met kinderen. Anders gezegd: hun gedrag lijkt hoe langer hoe meer op dat van de gastgemeenschap.’

Ook het effect op kinderen is duidelijk: de studieresultaten zijn beter. ‘Dat heeft niet alleen te maken met het grotere aantal hulpmogelijkheden, maar ook met de houding van leraren. Kinderen van niet-genaturaliseerde burgers, zo zagen we in het Duitse voorbeeld, worden anders bekeken en sneller naar beroepsopleidingen doorverwezen.’

Kinderen van niet-genaturaliseerde burgers worden anders bekeken en sneller naar beroepsopleidingen doorverwezen.

Christina Gathmann, economieprofessor LISER

Een beleid van verwelkoming leidt er volgens Gathmann ook toe dat je ‘meer immigranten aantrekt die op zich overal terechtkunnen. Neem de Indiase IT-experts. Die vestigen zich liever in een land waar ze persoonlijke groeikansen zien dan in een natie die structureel obstakels opwerpt.’

Als de onderzoeksresultaten zo duidelijk zijn, waarom zweren politici dan toch zo vaak bij het strikte bekroningsmodel? Gathmann lacht eens. ‘Je moet natuurlijk naar het electoraat kijken. Immigranten maken daar doorgaans slechts een klein deel van uit. De gastbevolking laat zich vaak door emoties leiden, door de angst voor concurrentie inzake jobs en huisvesting, en de gedachte dat “vreemdelingen” zorgen voor meer criminaliteit. Je hebt natuurlijk in elke bevolkingsgroep rotte appels, maar het mooie aan onze studies is dat we grote voordelen vaststellen voor de hele samenleving en voor significante groepen inwijkelingen. Alleen wordt daar nooit over gesproken, aangezien zij niet voor problemen zorgen.’

Geen grote toename

Opvallend is ook dat de toegenomen aandacht voor migratie en integratie in ons land niet steunt op een reële stijging van het aantal naturalisaties. In dat opzicht verschilt België zelfs van veel andere Europese landen. De hele Europese Unie zag tussen 2009 en 2020 een toename met ruim een kwart, van 566.000 naar 729.000 naturalisaties. In sommige landen ging het nog veel harder: Zweden zag een verhoging met 171 procent, Italië met 122 procent en Nederland met 87 procent – van 29.000 nieuwe Nederlanders in 2009 naar 55.000 elf jaar later. Bij ons ging het in diezelfde periode van 32.800 naar 33.900. Nipt 3 procent meer dus.

Vanwaar dan toch die obsessie? Sinardet: ‘Als er één partij is die er de voorbije drie decennia in slaagde om te wegen op het maatschappelijk debat én op het beleid rond migratie en integratie, dan is het wel het Vlaams Belang. Onder druk van die partij schoven de N-VA, Vooruit en nu ook de CD&V flink op naar rechts, en ook Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert gewaagde afgelopen herfst al van “vol is vol”. De enige Vlaamse partij die nog expliciet een klassiek progressief discours handhaaft over diversiteit is Groen.’

Partner Content