De covid-19-pandemie stort Europa in een diepe crisis. Door de hyperglobalisering baande het virus zich in ijltempo tot in Europa en keek de politieke elite machteloos toe. Het wordt tijd om de Europese afhankelijkheid van China te herdenken en een nationalistisch sociaaleconomisch beleid uit te stippelen als alternatief voor de gefaalde hyperglobalisering.

Wekenlang al domineert het coronavirus de krantenkaternen. Te midden van alle alarmerende, sensibiliserende en soms hoopvolle artikels in de media, trok één in het bijzonder mijn aandacht. Het Laatste Nieuws kopte: "Chinezen steken België hart onder de riem: 'Ik kan het, jij ook'", met daaronder twee Chinese kindjes die de Nederlandstalige boodschap uitbeelden op een papiertje. Hoewel de hoopgevende boodschap van de Chinezen ongetwijfeld bedoeld is om de Vlamingen een hart onder de riem te steken, gaat er toch een bijzonder cynisch verhaal achter schuil. De Chinese oorsprong van het COVID-19-virus, de Europese onmacht en de helpende hand uit Peking zijn tekenen aan de wand dat we voor een historische ommezwaai staan in de manier waarop we naar de globalisering kijken.

Het wordt tijd om de Europese afhankelijkheid van China grondig te herdenken.

COVID-19 werd in begin december 2019 voor het eerst gedetecteerd in de Centraal-Chinese stad Wuhan, enige tijd later volgde de vaststelling dat het om een nieuw coronavirus ging. De Chinese autoriteiten in Wuhan sloten echter de laboratoria, in een poging om het onderzoek te stoppen en het bestaan van het virus onder de mat te schuiven. Begin januari 2020 pakte de Chinese politie enkele dokters op die gewag maakten van een opvallend patroon van pneumonie in Wuhan: het zou gaan om een SARS-virus. De acht klokkenluiders werden op de vingers getikt omwille van het verspreiden van deze geruchten.

Ondanks de vaststelling van 2019-nCov en de alarmkreet van de dokters, liet China de situatie op zijn beloop. Met het Chinees nieuwjaar in het vooruitzicht verplaatsten miljoenen mensen zich rond die tijd nog van en naar het epicentrum Wuhan in de provincie Hubei. Taiwan en Noord-Korea roken onraad en besloten om de grenscontroles met de Volksrepubliek China op te voeren. Het was wachten tot 20 januari vooraleer China toegaf dat er een coronavirus de ronde deed van mens tot mens. Het Chinees charmeoffensief dat we vandaag zien in Europa mag ons dus niet verblinden voor de realiteit: dit virus komt uit China en Peking draagt er een loodzware verantwoordelijkheid voor.

De verspreiding van COVID-19 vertoont duidelijke parallellen met de SARS-epidemie uit 2002. Doordat het autoritaire, communistische regime in Peking er alles aan deed om het bestaan van dit dodelijke virus te ontkennen, kon het virus zich ongehinderd verspreiden en honderden doden veroorzaken. Bovendien is het geen toeval dat talloze virussen zoals de Hong Kong-griep (1968), de vogelgriep (1996) en SARS (2002) hun oorsprong vinden in China. Het opdienen van allerlei wilde -vaak ongekookte - dieren behoort nu eenmaal tot het Chinees gastronomisch repertorium. Slangen, vleermuizen, schubdieren, nertsen, schildpadden en krokodillen zijn slechts enkele van de 54 soorten wilde dieren waarvan Peking de consumptie en verkoop toestond op de zogenaamde wet markets.

Deze wet markets zijn markten waar handelaars levende dieren slachten en verkopen. De dieren hokken dicht boven en naast elkaar en hun abrupte slachting maakt nog meer stress los. Het hoeft dus niet te verbazen dat deze precaire, onhygiënische toestanden de wet markets tot een tikkende tijdbom van virussen maken. Het nieuwe coronavirus muteerde vermoedelijk van vleermuizen naar schubdieren, om dan vervolgens richting de mens te springen.

Fragiele globalisering

Deze crisis laat zien dat deze markten ook een probleem vormen voor het Westen. De groeiende interconnectiviteit die de globalisering met zich meebracht, zorgde voor een sterk ingekorte afstand tussen onze wereld en die van de Chinezen. Ten tijde van het SARS-virus stonden geen directe vluchten gecharterd tussen Wuhan en Europa, vandaag is dat wel het geval. De razendsnelle verspreiding van covid-19 - van Wuhan richting Noord-Italië, dat zich ontpopte tot een Europees epicentrum van de pandemie- werd in de hand gewerkt door de globalisering.

Anderzijds tonen de noodmaatregelen die tal van Europese landen namen, gaande van quarantaine, tot het sluiten van de grenzen, tot de ongeziene lockdowns, aan hoe fragiel de tot voor kort onbetwistbaar geachte globalisering is. Het coronavirus was een reality check voor de Europese leiders, die in navolging van president Trump het belang van hun grenzen opnieuw inzagen.

Economische afhankelijkheid

Een andere wonde die het coronavirus genadeloos openreet, is het gebrek aan economische soevereiniteit in Europa. Na de lockdown in China bleek al snel hoe afhankelijk Europa is van de Chinese economie. De uitbraak van het virus in Europa bracht een schrijnende schaarste aan medische capaciteit, medisch materiaal en medicijnen aan het licht in verschillende Europese landen.

Aangezien de Europese Unie opvallend stil bleef terwijl Italië en Spanje om hulp smeekten, reikte Peking deze landen een behulpzame hand. Medisch materiaal en personeel zetten al snel voet aan land in Italië, waarop minister van buitenlandse zaken Luigi di Maio de loftrompet over China stak. Maar ook in de dichte periferie van de Europese Unie rolde het coronavirus een Chinese rode loper uit. In Servië verklaarde president Aleksandar Vu?i? dat "Europese solidariteit niet bestaat" en dat "Servië zich voortaan op China richt."

De ontplooiing van Chinese smart power en het machteloze optreden van zowel de EU als haar lidstaten, leggen de vinger op de wonde. Europa is te veel aangewezen op China. Landen zoals Frankrijk importeren 40% van hun farmaceutische componenten uit China, terwijl zowat de hele wereld wat mondmaskers betreft afhankelijk is van Chinese import.

Meer dan ooit moet deze farmaceutische en medische schaarste in Europa, veroorzaakt door afhankelijkheid van een hamsterend China, Europa ertoe aanzetten om lokaal te produceren. We moeten de Chinese dumping een halt toeroepen en herindustrialiseren. Laat naast de gesloten grenzen ook de nieuwe protectionistische maatregelen die sommige Europese landen namen, een nieuwe trend zijn.

Liberaal optimaliseringsprincipe bleek nefast

Een laatste pijnpunt dat de covid-19-crisis blootlegde is de kromlopende ziekenhuiscapaciteit in Europa. De redenering achter de nietsontziende quarantaine -en lockdownmaatregelen in Europa is dat we de exponentiële curve die het virus volgt moeten afvlakken. "Flatten the curve", heet dat dan in het Engels. Als de curve de lijn die het aantal bedden op intensieve zorgen vormt ruim overstijgt, raken de ziekenhuizen oververzadigd. De gebrekkige ziekenhuiscapaciteit en de angst bij de artsen op een overrompeling, dwongen ons tot het installeren van een drastische lockdown, waarvan vermoed wordt dat die een sociaaleconomisch bloedbad zal teweegbrengen. De gezondheidszorg in het Westen dreigt dus ineen te storten onder meer doordat een strategische opbouw van medisch materiaal zoals mondmaskers en een onbenutte capaciteit in ziekenhuizen in strijd werden geacht met het liberaal optimaliseringsprincipe. Net zoals de globalisering, moet ook het homo economicus-denken op de schop. We moeten investeren in duurzame zorg voor onze mensen.

We moeten investeren in duurzame zorg voor onze mensen.

De Chinese hofmakerij mag Europa het hoofd niet dol maken. Covid-19 werd een pandemie omwille van Chinese nalatigheid. Pas wekenlang nadat het autoritaire regime het bestaan van het virus Tsjernobyl-gewijs onder de mat veegde, werd een mea culpa geslagen. Inmiddels tierde het Chinese virus welig rond in Noord-Italië, met daaropvolgend een dramatische kettingreactie in gans Europa. De quarantainemaatregelen en lockdowns die elkaar in ijltempo opvolgden, zijn een direct gevolg van onze economische afhankelijkheid van China. Door de hyperglobalisering hangt het Europese karretje te veel vast aan een onbetrouwbare Chinese Volksrepubliek en kunnen de Europese landen dit niet soeverein afhandelen.

De draconische lockdowns zullen vermoedelijk de zaden planten van een recessie die onze economie zal onderdompelen in bloedrode cijfers. Na de financiële crisis van 2008 is de huidige coronacrisis de tweede crisis waarmee Europa binnen de laatste twaalf jaar te kampen krijgt. Hoewel sterk verschillend van aard en oorsprong, delen de financiële crisis en de coronacrisis dat geen van beide in Europa ontstond, maar dat Europa door de hyperglobalisering even hard in de klappen deelde. De diepe crisis waarin we nu worden gestort is meer dan ooit een opportuniteit om tabula rasa te maken met de hyperglobalisering. We hebben nood aan een nationalistisch sociaaleconomisch beleid dat de factuur van de coronacrisis op China verhaalt, de Chinese dumping stopzet en Europa herindustrialiseert.

De covid-19-pandemie stort Europa in een diepe crisis. Door de hyperglobalisering baande het virus zich in ijltempo tot in Europa en keek de politieke elite machteloos toe. Het wordt tijd om de Europese afhankelijkheid van China te herdenken en een nationalistisch sociaaleconomisch beleid uit te stippelen als alternatief voor de gefaalde hyperglobalisering.Wekenlang al domineert het coronavirus de krantenkaternen. Te midden van alle alarmerende, sensibiliserende en soms hoopvolle artikels in de media, trok één in het bijzonder mijn aandacht. Het Laatste Nieuws kopte: "Chinezen steken België hart onder de riem: 'Ik kan het, jij ook'", met daaronder twee Chinese kindjes die de Nederlandstalige boodschap uitbeelden op een papiertje. Hoewel de hoopgevende boodschap van de Chinezen ongetwijfeld bedoeld is om de Vlamingen een hart onder de riem te steken, gaat er toch een bijzonder cynisch verhaal achter schuil. De Chinese oorsprong van het COVID-19-virus, de Europese onmacht en de helpende hand uit Peking zijn tekenen aan de wand dat we voor een historische ommezwaai staan in de manier waarop we naar de globalisering kijken.COVID-19 werd in begin december 2019 voor het eerst gedetecteerd in de Centraal-Chinese stad Wuhan, enige tijd later volgde de vaststelling dat het om een nieuw coronavirus ging. De Chinese autoriteiten in Wuhan sloten echter de laboratoria, in een poging om het onderzoek te stoppen en het bestaan van het virus onder de mat te schuiven. Begin januari 2020 pakte de Chinese politie enkele dokters op die gewag maakten van een opvallend patroon van pneumonie in Wuhan: het zou gaan om een SARS-virus. De acht klokkenluiders werden op de vingers getikt omwille van het verspreiden van deze geruchten.Ondanks de vaststelling van 2019-nCov en de alarmkreet van de dokters, liet China de situatie op zijn beloop. Met het Chinees nieuwjaar in het vooruitzicht verplaatsten miljoenen mensen zich rond die tijd nog van en naar het epicentrum Wuhan in de provincie Hubei. Taiwan en Noord-Korea roken onraad en besloten om de grenscontroles met de Volksrepubliek China op te voeren. Het was wachten tot 20 januari vooraleer China toegaf dat er een coronavirus de ronde deed van mens tot mens. Het Chinees charmeoffensief dat we vandaag zien in Europa mag ons dus niet verblinden voor de realiteit: dit virus komt uit China en Peking draagt er een loodzware verantwoordelijkheid voor.De verspreiding van COVID-19 vertoont duidelijke parallellen met de SARS-epidemie uit 2002. Doordat het autoritaire, communistische regime in Peking er alles aan deed om het bestaan van dit dodelijke virus te ontkennen, kon het virus zich ongehinderd verspreiden en honderden doden veroorzaken. Bovendien is het geen toeval dat talloze virussen zoals de Hong Kong-griep (1968), de vogelgriep (1996) en SARS (2002) hun oorsprong vinden in China. Het opdienen van allerlei wilde -vaak ongekookte - dieren behoort nu eenmaal tot het Chinees gastronomisch repertorium. Slangen, vleermuizen, schubdieren, nertsen, schildpadden en krokodillen zijn slechts enkele van de 54 soorten wilde dieren waarvan Peking de consumptie en verkoop toestond op de zogenaamde wet markets. Deze wet markets zijn markten waar handelaars levende dieren slachten en verkopen. De dieren hokken dicht boven en naast elkaar en hun abrupte slachting maakt nog meer stress los. Het hoeft dus niet te verbazen dat deze precaire, onhygiënische toestanden de wet markets tot een tikkende tijdbom van virussen maken. Het nieuwe coronavirus muteerde vermoedelijk van vleermuizen naar schubdieren, om dan vervolgens richting de mens te springen. Deze crisis laat zien dat deze markten ook een probleem vormen voor het Westen. De groeiende interconnectiviteit die de globalisering met zich meebracht, zorgde voor een sterk ingekorte afstand tussen onze wereld en die van de Chinezen. Ten tijde van het SARS-virus stonden geen directe vluchten gecharterd tussen Wuhan en Europa, vandaag is dat wel het geval. De razendsnelle verspreiding van covid-19 - van Wuhan richting Noord-Italië, dat zich ontpopte tot een Europees epicentrum van de pandemie- werd in de hand gewerkt door de globalisering. Anderzijds tonen de noodmaatregelen die tal van Europese landen namen, gaande van quarantaine, tot het sluiten van de grenzen, tot de ongeziene lockdowns, aan hoe fragiel de tot voor kort onbetwistbaar geachte globalisering is. Het coronavirus was een reality check voor de Europese leiders, die in navolging van president Trump het belang van hun grenzen opnieuw inzagen. Een andere wonde die het coronavirus genadeloos openreet, is het gebrek aan economische soevereiniteit in Europa. Na de lockdown in China bleek al snel hoe afhankelijk Europa is van de Chinese economie. De uitbraak van het virus in Europa bracht een schrijnende schaarste aan medische capaciteit, medisch materiaal en medicijnen aan het licht in verschillende Europese landen.Aangezien de Europese Unie opvallend stil bleef terwijl Italië en Spanje om hulp smeekten, reikte Peking deze landen een behulpzame hand. Medisch materiaal en personeel zetten al snel voet aan land in Italië, waarop minister van buitenlandse zaken Luigi di Maio de loftrompet over China stak. Maar ook in de dichte periferie van de Europese Unie rolde het coronavirus een Chinese rode loper uit. In Servië verklaarde president Aleksandar Vu?i? dat "Europese solidariteit niet bestaat" en dat "Servië zich voortaan op China richt." De ontplooiing van Chinese smart power en het machteloze optreden van zowel de EU als haar lidstaten, leggen de vinger op de wonde. Europa is te veel aangewezen op China. Landen zoals Frankrijk importeren 40% van hun farmaceutische componenten uit China, terwijl zowat de hele wereld wat mondmaskers betreft afhankelijk is van Chinese import. Meer dan ooit moet deze farmaceutische en medische schaarste in Europa, veroorzaakt door afhankelijkheid van een hamsterend China, Europa ertoe aanzetten om lokaal te produceren. We moeten de Chinese dumping een halt toeroepen en herindustrialiseren. Laat naast de gesloten grenzen ook de nieuwe protectionistische maatregelen die sommige Europese landen namen, een nieuwe trend zijn. Een laatste pijnpunt dat de covid-19-crisis blootlegde is de kromlopende ziekenhuiscapaciteit in Europa. De redenering achter de nietsontziende quarantaine -en lockdownmaatregelen in Europa is dat we de exponentiële curve die het virus volgt moeten afvlakken. "Flatten the curve", heet dat dan in het Engels. Als de curve de lijn die het aantal bedden op intensieve zorgen vormt ruim overstijgt, raken de ziekenhuizen oververzadigd. De gebrekkige ziekenhuiscapaciteit en de angst bij de artsen op een overrompeling, dwongen ons tot het installeren van een drastische lockdown, waarvan vermoed wordt dat die een sociaaleconomisch bloedbad zal teweegbrengen. De gezondheidszorg in het Westen dreigt dus ineen te storten onder meer doordat een strategische opbouw van medisch materiaal zoals mondmaskers en een onbenutte capaciteit in ziekenhuizen in strijd werden geacht met het liberaal optimaliseringsprincipe. Net zoals de globalisering, moet ook het homo economicus-denken op de schop. We moeten investeren in duurzame zorg voor onze mensen. De Chinese hofmakerij mag Europa het hoofd niet dol maken. Covid-19 werd een pandemie omwille van Chinese nalatigheid. Pas wekenlang nadat het autoritaire regime het bestaan van het virus Tsjernobyl-gewijs onder de mat veegde, werd een mea culpa geslagen. Inmiddels tierde het Chinese virus welig rond in Noord-Italië, met daaropvolgend een dramatische kettingreactie in gans Europa. De quarantainemaatregelen en lockdowns die elkaar in ijltempo opvolgden, zijn een direct gevolg van onze economische afhankelijkheid van China. Door de hyperglobalisering hangt het Europese karretje te veel vast aan een onbetrouwbare Chinese Volksrepubliek en kunnen de Europese landen dit niet soeverein afhandelen. De draconische lockdowns zullen vermoedelijk de zaden planten van een recessie die onze economie zal onderdompelen in bloedrode cijfers. Na de financiële crisis van 2008 is de huidige coronacrisis de tweede crisis waarmee Europa binnen de laatste twaalf jaar te kampen krijgt. Hoewel sterk verschillend van aard en oorsprong, delen de financiële crisis en de coronacrisis dat geen van beide in Europa ontstond, maar dat Europa door de hyperglobalisering even hard in de klappen deelde. De diepe crisis waarin we nu worden gestort is meer dan ooit een opportuniteit om tabula rasa te maken met de hyperglobalisering. We hebben nood aan een nationalistisch sociaaleconomisch beleid dat de factuur van de coronacrisis op China verhaalt, de Chinese dumping stopzet en Europa herindustrialiseert.