In de hoogdagen van de globalisering was het een belangrijke veronderstelling: 'Internationale uitdagingen vragen om internationale samenwerking.' Maar in de praktijk blijken verschillende landen zulke internationale uitdagingen uiteenlopend te interpreteren - en komt er van samenwerking weinig in huis. We zien het opnieuw met de coronacrisis. In plaats van landen dichter bij elkaar te brengen, versterkt ze het egoïsme en de rivaliteit nog.
...

In de hoogdagen van de globalisering was het een belangrijke veronderstelling: 'Internationale uitdagingen vragen om internationale samenwerking.' Maar in de praktijk blijken verschillende landen zulke internationale uitdagingen uiteenlopend te interpreteren - en komt er van samenwerking weinig in huis. We zien het opnieuw met de coronacrisis. In plaats van landen dichter bij elkaar te brengen, versterkt ze het egoïsme en de rivaliteit nog. Nergens komt dat zo aan de oppervlakte als in Europa. De Duitse overheid, bijvoorbeeld, heeft lang twee vrachtwagens geblokkeerd met medisch materiaal en beschermkledij bestemd voor België. Ook een vrachtwagen vol mondmaskertjes op weg naar Zwitserland werd aan de grens gestopt. De Europese Commissie riep op tot solidariteit, maar dat viel grotendeels in dovemansoren. Italië ving bot toen het om Europese noodhulp vroeg, waarop de populisten zich ostentatief tot China richtten. Uiteindelijk primeert de nationale veiligheid altijd op de vrije markt - tenminste in staten die nog een besef hebben van nationale veiligheid. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het slagveld van de Verenigde Staten en China geworden. Terwijl de Amerikanen hun steun afbouwen, gebruiken de Chinezen de organisatie om hun eigen aanpak te legitimeren en buitenlandse kritiek te beperken. Voor Washington heeft de WHO afgedaan, wat de internationale samenwerking rond gezondheidsuitdagingen bemoeilijkt. Door te spreken van het 'Wuhan-virus' en door het lakse Chinese optreden bij het begin van de verspreiding te hekelen, zetten hardliners in Washington China onder druk. De vraag is of Donald Trumps achterban voor dat discours zal blijven vallen. De beurzen reageren nerveus nu de Amerikaanse overheid steken laat vallen. Ik durf niet zo stellig te zijn als de Amerikaanse stereconoom Nouriel Roubini, die nu al beweert dat het virus Trump zijn herverkiezing zal kosten. Als Joe Biden de Democratische presidentskandidaat wordt, zal er in ieder geval een nek-aan-nekrace losbreken. De economische impasse zal het Witte Huis aanzetten om een nog agressiever beleid te voeren en zo elke indruk van zwakte te neutraliseren. Omgekeerd grijpt Peking de Amerikaanse houding aan om het Westen opnieuw te beschuldigen van arrogantie. In de staatspers wordt breed uitgesmeerd hoe westerse landen falen in de strijd tegen het virus. Ondertussen draait de Chinese censuur op volle toeren. Een aantal critici van het regime, waaronder de vooraanstaande professor Xu Zhangrun, werd onder huisarrest geplaatst. Een nationalistische uitgever heeft al een boek klaar dat de aanpak van president Xi Jinping bejubelt, de partijsecretaris van Wuhan stelt zogenoemde 'dankbaarheidseducatie' voor. Sowieso heeft de Chinese economie enorme klappen gekregen. De Communistische Partij haalt alles uit de kast om de belangen van het land te verdedigen. Rusland heeft dan weer zijn kans geroken om aan economische oorlogvoering te doen. Het coronavirus heeft de energieprijzen naar beneden gejaagd. Amerikaanse producenten van schaliegas en -olie zitten in nauwe schoentjes, het regent bankroeten in de sector. Terwijl Washington aanvankelijk Rusland een spaak in het wiel dacht te kunnen steken door de Europeanen meer Amerikaanse energie te laten invoeren, kunnen de Russen dankzij hun geldreserves veel goedkoper grote volumes blijven produceren - en de relatief dure Amerikaanse energie uit de markt prijzen. Fundamenteel versnelt en versterkt de pandemie trends die al jaren aan de gang zijn: de terugkeer van grootmachtenrivaliteit, nationalisme, protectionisme en deglobalisering. De groeivertraging zal gepaard gaan met tanende handel en de grondstoffenmarkten zullen nog wel even blijven teleurstellen. Overheden zullen de komende tijd zwaar interveniëren en eigen bedrijven beschermen. Dat zal dan weer de fragiliteit vergroten door overinvestering (in het geval van China) en kortzichtig lagerentebeleid (in het Westen). Bedrijven zelf zullen de komende jaren nadenken over hun afhankelijkheid van kwetsbare internationale productieketens. Grote landen zullen alles in het werk stellen om hen te helpen bij reshoring: het terughalen van productie naar eigen land.Hoe zal dit alles uitpakken voor landen zoals België, die erg afhankelijk zijn van de globalisering én weinig sturend vermogen hebben? Om dat in te schatten, heb je weinig verbeelding nodig. Wacht maar tot de crisis wegebt en de onderliggende problemen weer aan de oppervlakte komen. Er is werk aan de winkel.