Niet enkel weerkundig zit de lente eraan te komen, ook in de internationale politieke verhoudingen kondigen zich hoopvolle veranderingen aan. Veel draait daarbij om de nieuwe frisse wind die sinds begin dit jaar uit Washington waait. Amper twee maanden aan de slag heeft de administratie van de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden al enkele lovenswaardige bakens uitgezet. Het erratische, al te vaak nodeloos confronterende gedoe van voorganger Donald Trump maakt stilaan plaats voor veel meer consistentie, ratio, fatsoen en respect.

Waar de nieuwe Amerikaanse aanpak alvast voor de nodige kopbrekers zorgt, is in de Chinese hoofdstad Beijing. Biden en zijn omgeving werken immers rustig en overlegd aan iets waar de Chinese leiders met president Xi Jinping op kop als de dood voor zijn, namelijk een wat hechter blok in de democratische wereld. Terwijl intern in China een onvervalste -Big Brother is watching you everywhere- politiestaat wordt uitgebouwd, vormt heers en (vooral) verdeel dé hoeksteen van het geopolitieke beleid van Xi.

Het wordt tijd dat het democratische Westen het China van Xi Jinping een halt toe roept.

Net voor het jaareind van 2020 trok China nog een handels- en investeringsakkoord met de Europese Unie over de streep. De voornaamste reden waarom dat nogal hals over kop gebeurde, was de vrees van Xi dat de Biden-administratie snel de banden met Europa terug zou aanhalen. Terecht, zo blijkt nu. Het is jammer dat de EU niet wat meer geopolitiek inzicht heeft laten blijken en is mee gestapt in de Chinese logica. Het China van Xi wil immers niet met een herstelde Transatlantische as geconfronteerd worden. Ook in Azië trachten de Chinezen voortdurend de omringende landen tegen elkaar uit te spelen teneinde te voorkomen dat er frontvorming ontstaat.

Een potentieel erg belangrijke ontwikkeling in deze context is de aankomende G7-meeting van juni in Londen. De G7 bestaat uit de VS, Japan, Canada, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië, zeg maar de traditionele grote Westerse economieën. Het gewicht van deze G7 in de grote economische en geopolitieke discussies ging er de jongste jaren stevig op achteruit, niet in het minst omwille van de onvoorspelbaarheid en het oncollegiale gedrag van Donald Trump.

Voor hun volgende vergadering hebben de G7 India, Australië en Zuid-Korea uitgenodigd. Het staat nog niet vast of de drie ook op de uitnodiging zullen ingaan, maar alles wijst erop dat het wel zal gebeuren. Dan zitten 10 van de 13 grootste economieën in de wereld aan de Londense G7-tafel. Ook bestaat er bij de G7 blijkbaar de neiging om de uitbreiding te bestendigen, eventueel zelfs uit te breiden naar andere democratische landen. Laten we dus van een potentiële G10+ groep gewagen.

Het recente gedrag van China maakt dat een evolutie in de richting van zulk een G10+ zonder meer een positieve ontwikkeling zou zijn. Het China van Xi gedraagt zich immers steeds meer als een bully, zeker ten aanzien van de onmiddellijke omgeving, zoals bijvoorbeeld Australië recent nog heel nadrukkelijk mocht ervaren. China eist onverkort de ganse Zuid Chinese Zee op als haar wingebied en roffelt steeds luider de militaire trom ten aanzien van Taiwan. De onderdrukking van de oppositie in Hong Kong en de sabotage van het internationaal onderzoeksteam rond de corona-uitbraak in Wuhan geven ook duidelijk aan dat het China ontbreekt aan de meest elementaire vormen van democratische ordening. Ook de zware interne repressie van onder meer de Oeigoeren onderlijnt het dictatoriale karakter van het bewind in Beijing.

Inzake economische materies lapt China constant de regels inzake respect voor intellectuele eigendom aan haar laars, biedt het buitenlandse investeerders nauwelijks rechtszekerheid en negeert het voortdurend de WTO-regels inzake eerlijke internationale handel. En dan hebben we het niet eens over de activiteiten van China als, zeg maar cyber warrior, die voortdurend Westerse bedrijven en instellingen onder vuur neemt.

Het wordt dus hoog tijd dat het democratische Westen het China van Xi Jinping een halt toe roept. Er is geen nood aan scherpe confrontatie, maar wel aan het trekken van duidelijke lijnen, de enige taal die een van spijkerhard machtsdenken doordesemde groep als de Chinese leiders verstaat. Eendrachtig optreden ten aanzien van China is daarvoor absoluut noodzakelijk. Joe Biden en zijn omgeving hebben dat duidelijk begrepen. Het is allemaal nog vroeg dag en China zal er alles aan doen om de zoektocht naar verhoogde eendracht te saboteren, maar een nieuwe lente lijkt in aantocht. Hopelijk zet die zich door naar een echte hoogzomer voor het democratische Westen.

Johan Van Overtveldt is voorzitter van de begrotingscomissie in het Europees Parlement en gewezen Belgisch minister van Financiën

Niet enkel weerkundig zit de lente eraan te komen, ook in de internationale politieke verhoudingen kondigen zich hoopvolle veranderingen aan. Veel draait daarbij om de nieuwe frisse wind die sinds begin dit jaar uit Washington waait. Amper twee maanden aan de slag heeft de administratie van de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden al enkele lovenswaardige bakens uitgezet. Het erratische, al te vaak nodeloos confronterende gedoe van voorganger Donald Trump maakt stilaan plaats voor veel meer consistentie, ratio, fatsoen en respect. Waar de nieuwe Amerikaanse aanpak alvast voor de nodige kopbrekers zorgt, is in de Chinese hoofdstad Beijing. Biden en zijn omgeving werken immers rustig en overlegd aan iets waar de Chinese leiders met president Xi Jinping op kop als de dood voor zijn, namelijk een wat hechter blok in de democratische wereld. Terwijl intern in China een onvervalste -Big Brother is watching you everywhere- politiestaat wordt uitgebouwd, vormt heers en (vooral) verdeel dé hoeksteen van het geopolitieke beleid van Xi. Net voor het jaareind van 2020 trok China nog een handels- en investeringsakkoord met de Europese Unie over de streep. De voornaamste reden waarom dat nogal hals over kop gebeurde, was de vrees van Xi dat de Biden-administratie snel de banden met Europa terug zou aanhalen. Terecht, zo blijkt nu. Het is jammer dat de EU niet wat meer geopolitiek inzicht heeft laten blijken en is mee gestapt in de Chinese logica. Het China van Xi wil immers niet met een herstelde Transatlantische as geconfronteerd worden. Ook in Azië trachten de Chinezen voortdurend de omringende landen tegen elkaar uit te spelen teneinde te voorkomen dat er frontvorming ontstaat. Een potentieel erg belangrijke ontwikkeling in deze context is de aankomende G7-meeting van juni in Londen. De G7 bestaat uit de VS, Japan, Canada, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië, zeg maar de traditionele grote Westerse economieën. Het gewicht van deze G7 in de grote economische en geopolitieke discussies ging er de jongste jaren stevig op achteruit, niet in het minst omwille van de onvoorspelbaarheid en het oncollegiale gedrag van Donald Trump. Voor hun volgende vergadering hebben de G7 India, Australië en Zuid-Korea uitgenodigd. Het staat nog niet vast of de drie ook op de uitnodiging zullen ingaan, maar alles wijst erop dat het wel zal gebeuren. Dan zitten 10 van de 13 grootste economieën in de wereld aan de Londense G7-tafel. Ook bestaat er bij de G7 blijkbaar de neiging om de uitbreiding te bestendigen, eventueel zelfs uit te breiden naar andere democratische landen. Laten we dus van een potentiële G10+ groep gewagen. Het recente gedrag van China maakt dat een evolutie in de richting van zulk een G10+ zonder meer een positieve ontwikkeling zou zijn. Het China van Xi gedraagt zich immers steeds meer als een bully, zeker ten aanzien van de onmiddellijke omgeving, zoals bijvoorbeeld Australië recent nog heel nadrukkelijk mocht ervaren. China eist onverkort de ganse Zuid Chinese Zee op als haar wingebied en roffelt steeds luider de militaire trom ten aanzien van Taiwan. De onderdrukking van de oppositie in Hong Kong en de sabotage van het internationaal onderzoeksteam rond de corona-uitbraak in Wuhan geven ook duidelijk aan dat het China ontbreekt aan de meest elementaire vormen van democratische ordening. Ook de zware interne repressie van onder meer de Oeigoeren onderlijnt het dictatoriale karakter van het bewind in Beijing. Inzake economische materies lapt China constant de regels inzake respect voor intellectuele eigendom aan haar laars, biedt het buitenlandse investeerders nauwelijks rechtszekerheid en negeert het voortdurend de WTO-regels inzake eerlijke internationale handel. En dan hebben we het niet eens over de activiteiten van China als, zeg maar cyber warrior, die voortdurend Westerse bedrijven en instellingen onder vuur neemt. Het wordt dus hoog tijd dat het democratische Westen het China van Xi Jinping een halt toe roept. Er is geen nood aan scherpe confrontatie, maar wel aan het trekken van duidelijke lijnen, de enige taal die een van spijkerhard machtsdenken doordesemde groep als de Chinese leiders verstaat. Eendrachtig optreden ten aanzien van China is daarvoor absoluut noodzakelijk. Joe Biden en zijn omgeving hebben dat duidelijk begrepen. Het is allemaal nog vroeg dag en China zal er alles aan doen om de zoektocht naar verhoogde eendracht te saboteren, maar een nieuwe lente lijkt in aantocht. Hopelijk zet die zich door naar een echte hoogzomer voor het democratische Westen. Johan Van Overtveldt is voorzitter van de begrotingscomissie in het Europees Parlement en gewezen Belgisch minister van Financiën