De jongste dagen zijn we opnieuw getuige geweest van rellen in Brussel naar aanleiding van de dood van Ibrahima.

De tol van de rellen van woensdagavond is niet min: vijftien agenten en een betoger raakten gewond, negen politievoertuigen en het commissariaat van Schaarbeek zijn ernstig beschadigd. Uiteindelijk werden 116 mensen opgepakt.

Allereerst wil ik mijn medeleven betuigen aan de familie en vooral de ouders van Ibrahima voor het ondraaglijk verlies van hun kind. Het is goed dat er een onderzoek loopt en de zaak helemaal wordt uitgespit. Tegenstrijdige verhalen rond de reden van z'n arrestatie werpen allerlei vragen op en alleen een onafhankelijk onderzoek kan hier klaarheid scheppen.

Dat sommigen een systematiek zien in het toenemend geweld van politie ten aanzien van jongeren met een bepaalde achtergrond, en dit aan de kaak willen stellen middels een manifestatie, is legitiem en gerechtvaardigd. Maar op geen enkele wijze zijn het geweld, de vernielingen en brandstichtingen goed te praten. Dit helpt de zaak waar deze jongeren voor op straat komen allerminst vooruit. Integendeel, het debat wordt helemaal verschoven naar en overschaduwd door het gooien van stenen naar de politie en het in brand steken van kantoren. Het resultaat van dit alles is nul.

Het systemisch geweld tegen en door de politie van de afgelopen jaren legt de vinger op een pijnlijke wonde.

Het systemisch geweld tegen en door de politie van de afgelopen jaren legt de vinger op een pijnlijke wonde. Een wonde die je niet kan genezen door er enkel een lapje op te plakken; 'We moeten het geweld veroordelen, de baldadige jongeren opsporen en hen keihard bestraffen', luidt het publiek devies. Begrijp me niet verkeerd, deze (repressieve) aanpak kan, maar moet vooral het sluitstuk zijn van een breder beleid dat tegelijk en vooral niet blind is voor alle maatschappelijke verhoudingen die hier aan voorafgaan. De oorzaken van dit probleem zijn zo complex en gelaagd, gaande van discriminatie en etnisch profileren tot diep wantrouwen, sociaal-economische deprivatie en problemen met (religieus) onderricht en opvoeding. Iedereen die maar één van deze oorzaken aanduidt als determinerend blijft vooral hangen in ideologische loopgraven, speelt vooral in de kaart van de uitersten en draagt enkel bij tot verdere erosie van het sociaal weefsel. Als je een hamer als enige gereedschap hebt, dan lijkt elk probleem op een spijker.

De bandbreedte in dit debat is zo eng geworden dat er nauwelijks ruimte is voor nuance. Wie geen kant kiest wordt verketterd. Als je oproept tot transparantie en gerechtigheid in de zaak-Ibrahima dan draag je bij tot het laksisme en word je weggezet als links en naïef , of als iemand die het geweld tegen de politie bagatelliseert en a priori tegen de politie is. Wie het opneemt voor de politie is dan weer voor sommigen blind voor het structureel geweld tegen bepaalde jongeren en wordt weggezet als rechts en racistisch. Wie in het midden staat wordt overstemd.

Ja, discriminatie en etnisch profileren bestaan, maar nee, dat betekent niet dat alle politiemensen zich hier schuldig aan maken. Het zou goed zijn dat politici als Alexia Bertrand, fractieleider voor MR in Brussel, die vorige week nog te gast was in De Afspraak kwam en zich in duizend bochten moest wringen om deze vraag te beantwoorden. Je kan dit probleem enkel maar oplossen als je erkent dat het bestaat. Zet meer in op wijkagenten, breng de identiteitscontroles in kaart om etnisch profileren tegen te gaan, sensibiliseer voldoende rond racisme in de opleiding tot agent en zet vooral in op meer Brusselse agenten (80% komt vandaag uit Vlaanderen en Wallonië) die kennis hebben van de grootstedelijke problematiek en ervaring hebben met de grote diversiteit in de stad. Pak de enorme jeugdwerkloosheid aan en probeer een aantal van deze jongeren binnen te loodsen bij de Brusselse korpsen. Zet projecten op om de ouders (vooral moeders) te ondersteunen bij opvoeding. Door moderne tendensen als individualisering en digitalisering verliezen heel wat van deze ouders grip op (de opvoeding van) hun kinderen. Gezag wordt alsmaar meer in vraag gesteld, maar ook ontbeert sommige ouders instrumenten om in onze complexe en snel evoluerende maatschappij opgroeiende kinderen wegwijs te maken en in het gareel te houden. Er gaapt een alsmaar diepere -intergenerationele- kloof tussen de twee leefwerelden.

Bovendien scheppen veel van deze jongeren -door in hun ogen de té vrije samenleving met meer normvervaging- een eigen normenkader. Een kader dat hen vaak wordt voorgeschoteld door religieuze conservatieve goeroes die op slinkse wijze hun grieven, gaande van wantrouwen en frustraties tot gevoelens van onvrede en onrecht, in een religieus jasje stoppen. Dit laatste biedt voor sommigen een houvast en een anker van zekerheid in woelige tijden van economische, politiek-identitaire en technologische stormen. Maar om doorheen deze stormen te kunnen navigeren heb je niet enkel een anker nodig, maar ook een kompas en kaart. Het ontberen daaraan leidt tot een explosieve cocktail en maakt veel velen van hen een vogel voor de kat.

Het wordt tijd dat we als samenleving in het reine komen met onszelf, en beseffen dat we er allemaal belang bij hebben om zoveel mogelijk mensen in te sluiten. Ik geloof -zeker als het gaat over de onderkant ervan- dat onze samenleving in zekere mate maakbaar is en wij mensen het best kunnen socialiseren via de klassieke structuren zoals onderwijs, werk, welzijn...

Natuurlijk zijn er ook de die hards bij wie bovenstaande inspanningen niet zullen baten. Zij moeten best beschermd worden tegen zichzelf en de samenleving tegen hen. En daar komt (de traagheid van) justitie om de hoek kijken...

Khalid Benhaddou is Directeur van het CIRRA, Coördinator van het Onderwijsnetwerk Islamexperten, voorzitter van het Platform Vlaamse Imams en Moslimdeskundigen, Opdrachthouder Diversiteit aan de UGent, Lid van het Vlaams Vredesinstituut en Lid van de Commissie Medische Ethiek van het UZGent.

De jongste dagen zijn we opnieuw getuige geweest van rellen in Brussel naar aanleiding van de dood van Ibrahima. De tol van de rellen van woensdagavond is niet min: vijftien agenten en een betoger raakten gewond, negen politievoertuigen en het commissariaat van Schaarbeek zijn ernstig beschadigd. Uiteindelijk werden 116 mensen opgepakt. Allereerst wil ik mijn medeleven betuigen aan de familie en vooral de ouders van Ibrahima voor het ondraaglijk verlies van hun kind. Het is goed dat er een onderzoek loopt en de zaak helemaal wordt uitgespit. Tegenstrijdige verhalen rond de reden van z'n arrestatie werpen allerlei vragen op en alleen een onafhankelijk onderzoek kan hier klaarheid scheppen. Dat sommigen een systematiek zien in het toenemend geweld van politie ten aanzien van jongeren met een bepaalde achtergrond, en dit aan de kaak willen stellen middels een manifestatie, is legitiem en gerechtvaardigd. Maar op geen enkele wijze zijn het geweld, de vernielingen en brandstichtingen goed te praten. Dit helpt de zaak waar deze jongeren voor op straat komen allerminst vooruit. Integendeel, het debat wordt helemaal verschoven naar en overschaduwd door het gooien van stenen naar de politie en het in brand steken van kantoren. Het resultaat van dit alles is nul.Het systemisch geweld tegen en door de politie van de afgelopen jaren legt de vinger op een pijnlijke wonde. Een wonde die je niet kan genezen door er enkel een lapje op te plakken; 'We moeten het geweld veroordelen, de baldadige jongeren opsporen en hen keihard bestraffen', luidt het publiek devies. Begrijp me niet verkeerd, deze (repressieve) aanpak kan, maar moet vooral het sluitstuk zijn van een breder beleid dat tegelijk en vooral niet blind is voor alle maatschappelijke verhoudingen die hier aan voorafgaan. De oorzaken van dit probleem zijn zo complex en gelaagd, gaande van discriminatie en etnisch profileren tot diep wantrouwen, sociaal-economische deprivatie en problemen met (religieus) onderricht en opvoeding. Iedereen die maar één van deze oorzaken aanduidt als determinerend blijft vooral hangen in ideologische loopgraven, speelt vooral in de kaart van de uitersten en draagt enkel bij tot verdere erosie van het sociaal weefsel. Als je een hamer als enige gereedschap hebt, dan lijkt elk probleem op een spijker. De bandbreedte in dit debat is zo eng geworden dat er nauwelijks ruimte is voor nuance. Wie geen kant kiest wordt verketterd. Als je oproept tot transparantie en gerechtigheid in de zaak-Ibrahima dan draag je bij tot het laksisme en word je weggezet als links en naïef , of als iemand die het geweld tegen de politie bagatelliseert en a priori tegen de politie is. Wie het opneemt voor de politie is dan weer voor sommigen blind voor het structureel geweld tegen bepaalde jongeren en wordt weggezet als rechts en racistisch. Wie in het midden staat wordt overstemd. Ja, discriminatie en etnisch profileren bestaan, maar nee, dat betekent niet dat alle politiemensen zich hier schuldig aan maken. Het zou goed zijn dat politici als Alexia Bertrand, fractieleider voor MR in Brussel, die vorige week nog te gast was in De Afspraak kwam en zich in duizend bochten moest wringen om deze vraag te beantwoorden. Je kan dit probleem enkel maar oplossen als je erkent dat het bestaat. Zet meer in op wijkagenten, breng de identiteitscontroles in kaart om etnisch profileren tegen te gaan, sensibiliseer voldoende rond racisme in de opleiding tot agent en zet vooral in op meer Brusselse agenten (80% komt vandaag uit Vlaanderen en Wallonië) die kennis hebben van de grootstedelijke problematiek en ervaring hebben met de grote diversiteit in de stad. Pak de enorme jeugdwerkloosheid aan en probeer een aantal van deze jongeren binnen te loodsen bij de Brusselse korpsen. Zet projecten op om de ouders (vooral moeders) te ondersteunen bij opvoeding. Door moderne tendensen als individualisering en digitalisering verliezen heel wat van deze ouders grip op (de opvoeding van) hun kinderen. Gezag wordt alsmaar meer in vraag gesteld, maar ook ontbeert sommige ouders instrumenten om in onze complexe en snel evoluerende maatschappij opgroeiende kinderen wegwijs te maken en in het gareel te houden. Er gaapt een alsmaar diepere -intergenerationele- kloof tussen de twee leefwerelden. Bovendien scheppen veel van deze jongeren -door in hun ogen de té vrije samenleving met meer normvervaging- een eigen normenkader. Een kader dat hen vaak wordt voorgeschoteld door religieuze conservatieve goeroes die op slinkse wijze hun grieven, gaande van wantrouwen en frustraties tot gevoelens van onvrede en onrecht, in een religieus jasje stoppen. Dit laatste biedt voor sommigen een houvast en een anker van zekerheid in woelige tijden van economische, politiek-identitaire en technologische stormen. Maar om doorheen deze stormen te kunnen navigeren heb je niet enkel een anker nodig, maar ook een kompas en kaart. Het ontberen daaraan leidt tot een explosieve cocktail en maakt veel velen van hen een vogel voor de kat. Het wordt tijd dat we als samenleving in het reine komen met onszelf, en beseffen dat we er allemaal belang bij hebben om zoveel mogelijk mensen in te sluiten. Ik geloof -zeker als het gaat over de onderkant ervan- dat onze samenleving in zekere mate maakbaar is en wij mensen het best kunnen socialiseren via de klassieke structuren zoals onderwijs, werk, welzijn... Natuurlijk zijn er ook de die hards bij wie bovenstaande inspanningen niet zullen baten. Zij moeten best beschermd worden tegen zichzelf en de samenleving tegen hen. En daar komt (de traagheid van) justitie om de hoek kijken... Khalid Benhaddou is Directeur van het CIRRA, Coördinator van het Onderwijsnetwerk Islamexperten, voorzitter van het Platform Vlaamse Imams en Moslimdeskundigen, Opdrachthouder Diversiteit aan de UGent, Lid van het Vlaams Vredesinstituut en Lid van de Commissie Medische Ethiek van het UZGent.