Meer dan zeven maanden zijn verstreken sinds de verkiezingen van 26 mei 2019. En nog steeds is er geen begin van een federale regering in zicht. Precies omdat het nu al de vierde keer op rij is dat het vormen van een federale regering zo moeilijk verloopt, wordt het volgens Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) tijd om elkaar eens diep in de ogen te kijken en is het moment gekomen om de volgende staatshervorming voor te bereiden.

De vorige federale regeringsformaties waar Jambon naar verwijst, hadden echter, behalve het feit dat zij moeizaam verliepen, nog iets anders met elkaar gemeen: de N-VA was daar altijd zelf bij betrokken. Tot nader order is de N-VA nog altijd een separatistische partij. Ze wil dus het einde van het land dat ze niettemin telkens zegt mee te willen besturen. Dan hoeft de vaststelling dat het de laatste jaren telkens moeilijker gaat om een federale regering te vormen, nauwelijks te verwonderen. Zeker voor Franstalige partijen is het allesbehalve evident om aan hun kiespubliek uit te leggen dat zij met een separatistische partij in zee gaan. De MR heeft dat op 26 mei 2019 aan den lijve ondervonden. Vandaar dat de analyse gemaakt wordt dat het normaal is dat de Franstalige partijen hun huid op ideologisch vlak veel duurder zullen verkopen, alvorens in een regering mét de N-VA te stappen, dan wanneer ze in een regering zónder N-VA zouden stappen.

Het nulpunt is nu wel bereikt. Een verdere staatshervorming zonder duidelijk einddoel zou nefast zijn.

Een analyse van de door N-VA ingenomen posities tijdens de formatiegesprekken van de voorbije 12 jaren zal daarenboven duidelijk maken dat de partij de formatiemoeilijkheden voor een groot stuk ook zelf in de hand werkte om zo het bewijs te kunnen leveren voor haar stelling dat België niet meer zou werken. Ook vandaag is dat opnieuw zo. Hoe valt het anders uit te leggen dat N-VA-voorzitter Bart De Wever tegelijk openlijk solliciteerde naar de positie van informateur, terwijl hij tegelijk Franstalig België (en ook sommige potentiële Vlaamse coalitiepartners) bij herhaling schoffeerde en over de federale onderhandelingen geregeld praat in oorlogstermen, alsof de Franstaligen de vijand zijn waarmee een soort staakt-het-vuren zou moeten onderhandeld worden?

Tegelijk lonkt de partij op andere vlakken steeds meer in de richting van Vlaams Belang. De uitschuiver van Jan Jambon over asielzoekers die met het kindergeld dat ze met terugwerkende kracht ontvangen sinds het begin van hun asielprocedure onmiddellijk al een huis zouden kunnen kopen is daarvan het voorlopig sluitstuk.

De Wever gelooft graag dat hij België in een houdgreep heeft. Hij maakt zichzelf en zijn partij door zijn houding en door zijn uitlatingen en deze van verschillende van zijn kopstukken zo goed als onmogelijk als coalitiepartner. Tegelijk blijft hij toch zeggen dat hij aan zet wil komen, waardoor de formatie vastzit omdat de andere partijen hem er, tot nu toe, niet zelf uit hebben willen kegelen. De schrik zit er diep in dat De Wever & co zich naderhand in een slachtofferrol zouden wentelen.

Maar anderzijds, hoe extremer de uitspraken van N-VA-kopstukken worden, hoe moeilijk die spagaat vol te houden is. En hoe langer de blokkering aanhoudt, hoe meer de bevolking zich tot de extremen wendt en hoe meer een meerderheid in zicht komt voor de partijen die het einde van België willen.

De andere partijen hebben nu de verantwoordelijkheid om daar een krachtdadig antwoord op te bieden. Zij zijn het aan zichzelf en aan de door hen verdedigde ideologie verplicht om afstand te nemen van het discours van N-VA waarmee de partij meer en meer in de richting van het Vlaams Belang lijkt op te schuiven.

Alle partijen die rond de tafel zitten zouden zéér duidelijk moeten maken dat op geen enkele manier het einde van België nastreven.

Het zou anderzijds evenzeer heilzaam zijn, mocht debat over de regeringsvorming daarnaast ook gezuiverd worden van elke verborgen communautaire agenda. Alle partijen die rond de tafel zitten zouden zéér duidelijk moeten maken dat op geen enkele manier het einde van België nastreven. De Franstaligen gaven bij het jaareinde nog een mooie voorzet door de deur te openen voor een staatshervorming in 2024, met daarbij ook ruimte voor een herfederalisering van bevoegdheden. De niet anti-Belgische Vlaamse partijen kunnen nu, als zij tenminste willen, deze voorzet binnenkoppen. Wanneer zij zich openlijk "pro België" (en dat is iets helemaal anders als "tegen Vlaanderen") en tegen separatisme en confederalisme zouden uitspreken, zal dat het onderlinge vertrouwen opnieuw doen groeien, waarop dan vervolgens een federale regering kan gebouwd worden. In die zin is er nood aan een Belgisch front.

De partijen mogen daarbij niet vergeten dat zij de meerderheid van de bevolking achter zich hebben. Ook in Vlaanderen. Dat weten óók N-VA en Vlaams Belang. Maar dan moet nu wel de durf worden opgebracht om de handschoen op te nemen en er voluit voor te gaan.

Zo'n scenario is geen utopie, als men de evolutie van het communautair programma van de niet anti-Belgische Vlaamse partijen gedurende de laatste jaren bekijkt.

CD&V heeft in 2001 het confederalisme nog officieel ingevoerd in haar partijprogramma. Maar de partij heeft daar nooit hetzelfde onder begrepen als de N-VA vandaag. Voor CD&V betekende het vooral dat het zwaartepunt van de bevoegdheden bij de deelstaten kwam te liggen. Een doelstelling die velen bereikt zagen na het doorvoeren van de zesde staatshervorming. Sedertdien is het confederalisme bij CD&V nooit nog prominent op de voorgrond gekomen. Sterker nog, eind 2016 werd op een partijcongres, onder impuls van de jongeren, zelfs met een ruime 2/3e meerderheid het principe goedgekeurd van herfederalisering.

Bij de VLD werd het confederalisme in 2002 in het partijprogramma ingeschreven. Het werd zéér nipt goedgekeurd op een vervolgcongres waar zeer weinig volk aanwezig was: met 128 stemmen tegen 122 en 4 onthoudingen (De Standaard, 7 december 2002). In 2013 werd deze stap teruggedraaid. Onder het voorzitterschap van Gwendolyn Rutten werd het confederalisme door Open VLD afgezworen. In de plaats daarvan kwam een geloofwaardig pleidooi voor een waarachtig federaal model, waarbij thema's als herfederalisering van bepaalde bevoegdheden en ook het invoeren van een federale kieskring op tafel gelegd werden. Ook na de verkiezingen van 26 mei 2019 en tot op vandaag wordt deze lijn consequent doorgetrokken.

De SP.A van haar kant heeft nooit een profiel gehad als partij van communautaire scherpslijpers. De partij heeft zich nooit voorstander van confederalisme getoond en daar is de voorbije jaren ook zeker niets aan veranderd. In de aanloop naar de verkiezingen van 26 mei 2019, werd her en der trouwens ook samen campagne gevoerd met de PS.

Groen heeft altijd een vrij uitgesproken Belgisch profiel gehad en dat is de laatste jaren alleen maar toegenomen. De partij heeft zich de jongste tijd nog sterker dan voordien verbonden aan Ecolo.

Daarnaast is er de PVDA-PTB. Die partij, die op 26 mei 2019 zowel in Vlaanderen als in Wallonië haar sterkste score ooit neerzette, is officieel zelfs voorstander van een unitair België.

Of deze, dikwijls nog subtiele en soms zelfs schuchtere stappen weg van de separatistische gedachte door de modale kiezer al echt werden opgemerkt, kan worden betwijfeld. De kiezer houdt van duidelijkheid. En niet alle Vlaamse partijen hebben zich even duidelijk op dit thema geprofileerd de afgelopen jaren. Toch zijn er signalen waaruit men kan afleiden dat ze allemaal een weg lijken te hebben ingeslagen die op communautair vlak alsmaar meer afstand is gaan nemen van N-VA en Vlaams Belang. Het voorlopig sluitstuk daarvan was de ondertekening van een tekst, genaamd Pact voor België, door al deze partijen, samen met hun Franstalige evenknieën, in de Kamer op 17 december 2019. De tekst omvat een 8-tal principes die de partijen zeggen te zullen hanteren bij een eventuele verdere staatshervorming, waaronder het herfederaliseren van bepaalde bevoegdheden en het afblokken van confederalisme en separatisme. Dit gegeven bleef grotendeels onopgemerkt in de Vlaamse pers, maar het waren wel degelijk de partijen zelf die de tekst ondertekenden, en die op deze wijze een duidelijke communautaire lijn in het zand trokken ten opzichte van N-VA en Vlaams Belang.

Dé vraag is nu of de partijen de daad effectief bij het woord zullen voegen. Als ze dat doen, dan hebben ze alsnog een kans het vertrouwen te herstellen en om een deel van de verloren gegane kiezers terug te winnen. De bal zou dan vervolgens écht in het kamp van de N-VA liggen: zal zij nog willen meestappen in een verhaal dat op sommige vlakken een versterking van België op het oog heeft? Dat zou dan een verhaal zijn dat afwijkt van de zgn. "Baert-doctrine" die in Vlaams-nationalistische kringen gevolgd wordt en die inhoudt dat géén stappen achteruit gezet mogen worden ten opzichte van het einddoel van de Vlaamse onafhankelijkheid.

Hoe dan ook is het nulpunt nu wel bereikt. Een verdere staatshervorming zonder duidelijk einddoel zou nefast zijn. Een verdere blokkering van ons land evenzeer. Alle partijen moeten kleur bekennen. De kiezer kan dan oordelen.

Tony Van de Calseyde is voorzitter van B-Plus, een beweging die zich inzet voor een federaal en vernieuwd België .

Meer dan zeven maanden zijn verstreken sinds de verkiezingen van 26 mei 2019. En nog steeds is er geen begin van een federale regering in zicht. Precies omdat het nu al de vierde keer op rij is dat het vormen van een federale regering zo moeilijk verloopt, wordt het volgens Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) tijd om elkaar eens diep in de ogen te kijken en is het moment gekomen om de volgende staatshervorming voor te bereiden. De vorige federale regeringsformaties waar Jambon naar verwijst, hadden echter, behalve het feit dat zij moeizaam verliepen, nog iets anders met elkaar gemeen: de N-VA was daar altijd zelf bij betrokken. Tot nader order is de N-VA nog altijd een separatistische partij. Ze wil dus het einde van het land dat ze niettemin telkens zegt mee te willen besturen. Dan hoeft de vaststelling dat het de laatste jaren telkens moeilijker gaat om een federale regering te vormen, nauwelijks te verwonderen. Zeker voor Franstalige partijen is het allesbehalve evident om aan hun kiespubliek uit te leggen dat zij met een separatistische partij in zee gaan. De MR heeft dat op 26 mei 2019 aan den lijve ondervonden. Vandaar dat de analyse gemaakt wordt dat het normaal is dat de Franstalige partijen hun huid op ideologisch vlak veel duurder zullen verkopen, alvorens in een regering mét de N-VA te stappen, dan wanneer ze in een regering zónder N-VA zouden stappen. Een analyse van de door N-VA ingenomen posities tijdens de formatiegesprekken van de voorbije 12 jaren zal daarenboven duidelijk maken dat de partij de formatiemoeilijkheden voor een groot stuk ook zelf in de hand werkte om zo het bewijs te kunnen leveren voor haar stelling dat België niet meer zou werken. Ook vandaag is dat opnieuw zo. Hoe valt het anders uit te leggen dat N-VA-voorzitter Bart De Wever tegelijk openlijk solliciteerde naar de positie van informateur, terwijl hij tegelijk Franstalig België (en ook sommige potentiële Vlaamse coalitiepartners) bij herhaling schoffeerde en over de federale onderhandelingen geregeld praat in oorlogstermen, alsof de Franstaligen de vijand zijn waarmee een soort staakt-het-vuren zou moeten onderhandeld worden? Tegelijk lonkt de partij op andere vlakken steeds meer in de richting van Vlaams Belang. De uitschuiver van Jan Jambon over asielzoekers die met het kindergeld dat ze met terugwerkende kracht ontvangen sinds het begin van hun asielprocedure onmiddellijk al een huis zouden kunnen kopen is daarvan het voorlopig sluitstuk. De Wever gelooft graag dat hij België in een houdgreep heeft. Hij maakt zichzelf en zijn partij door zijn houding en door zijn uitlatingen en deze van verschillende van zijn kopstukken zo goed als onmogelijk als coalitiepartner. Tegelijk blijft hij toch zeggen dat hij aan zet wil komen, waardoor de formatie vastzit omdat de andere partijen hem er, tot nu toe, niet zelf uit hebben willen kegelen. De schrik zit er diep in dat De Wever & co zich naderhand in een slachtofferrol zouden wentelen. Maar anderzijds, hoe extremer de uitspraken van N-VA-kopstukken worden, hoe moeilijk die spagaat vol te houden is. En hoe langer de blokkering aanhoudt, hoe meer de bevolking zich tot de extremen wendt en hoe meer een meerderheid in zicht komt voor de partijen die het einde van België willen. De andere partijen hebben nu de verantwoordelijkheid om daar een krachtdadig antwoord op te bieden. Zij zijn het aan zichzelf en aan de door hen verdedigde ideologie verplicht om afstand te nemen van het discours van N-VA waarmee de partij meer en meer in de richting van het Vlaams Belang lijkt op te schuiven. Het zou anderzijds evenzeer heilzaam zijn, mocht debat over de regeringsvorming daarnaast ook gezuiverd worden van elke verborgen communautaire agenda. Alle partijen die rond de tafel zitten zouden zéér duidelijk moeten maken dat op geen enkele manier het einde van België nastreven. De Franstaligen gaven bij het jaareinde nog een mooie voorzet door de deur te openen voor een staatshervorming in 2024, met daarbij ook ruimte voor een herfederalisering van bevoegdheden. De niet anti-Belgische Vlaamse partijen kunnen nu, als zij tenminste willen, deze voorzet binnenkoppen. Wanneer zij zich openlijk "pro België" (en dat is iets helemaal anders als "tegen Vlaanderen") en tegen separatisme en confederalisme zouden uitspreken, zal dat het onderlinge vertrouwen opnieuw doen groeien, waarop dan vervolgens een federale regering kan gebouwd worden. In die zin is er nood aan een Belgisch front. De partijen mogen daarbij niet vergeten dat zij de meerderheid van de bevolking achter zich hebben. Ook in Vlaanderen. Dat weten óók N-VA en Vlaams Belang. Maar dan moet nu wel de durf worden opgebracht om de handschoen op te nemen en er voluit voor te gaan. Zo'n scenario is geen utopie, als men de evolutie van het communautair programma van de niet anti-Belgische Vlaamse partijen gedurende de laatste jaren bekijkt.CD&V heeft in 2001 het confederalisme nog officieel ingevoerd in haar partijprogramma. Maar de partij heeft daar nooit hetzelfde onder begrepen als de N-VA vandaag. Voor CD&V betekende het vooral dat het zwaartepunt van de bevoegdheden bij de deelstaten kwam te liggen. Een doelstelling die velen bereikt zagen na het doorvoeren van de zesde staatshervorming. Sedertdien is het confederalisme bij CD&V nooit nog prominent op de voorgrond gekomen. Sterker nog, eind 2016 werd op een partijcongres, onder impuls van de jongeren, zelfs met een ruime 2/3e meerderheid het principe goedgekeurd van herfederalisering. Bij de VLD werd het confederalisme in 2002 in het partijprogramma ingeschreven. Het werd zéér nipt goedgekeurd op een vervolgcongres waar zeer weinig volk aanwezig was: met 128 stemmen tegen 122 en 4 onthoudingen (De Standaard, 7 december 2002). In 2013 werd deze stap teruggedraaid. Onder het voorzitterschap van Gwendolyn Rutten werd het confederalisme door Open VLD afgezworen. In de plaats daarvan kwam een geloofwaardig pleidooi voor een waarachtig federaal model, waarbij thema's als herfederalisering van bepaalde bevoegdheden en ook het invoeren van een federale kieskring op tafel gelegd werden. Ook na de verkiezingen van 26 mei 2019 en tot op vandaag wordt deze lijn consequent doorgetrokken.De SP.A van haar kant heeft nooit een profiel gehad als partij van communautaire scherpslijpers. De partij heeft zich nooit voorstander van confederalisme getoond en daar is de voorbije jaren ook zeker niets aan veranderd. In de aanloop naar de verkiezingen van 26 mei 2019, werd her en der trouwens ook samen campagne gevoerd met de PS. Groen heeft altijd een vrij uitgesproken Belgisch profiel gehad en dat is de laatste jaren alleen maar toegenomen. De partij heeft zich de jongste tijd nog sterker dan voordien verbonden aan Ecolo. Daarnaast is er de PVDA-PTB. Die partij, die op 26 mei 2019 zowel in Vlaanderen als in Wallonië haar sterkste score ooit neerzette, is officieel zelfs voorstander van een unitair België.Of deze, dikwijls nog subtiele en soms zelfs schuchtere stappen weg van de separatistische gedachte door de modale kiezer al echt werden opgemerkt, kan worden betwijfeld. De kiezer houdt van duidelijkheid. En niet alle Vlaamse partijen hebben zich even duidelijk op dit thema geprofileerd de afgelopen jaren. Toch zijn er signalen waaruit men kan afleiden dat ze allemaal een weg lijken te hebben ingeslagen die op communautair vlak alsmaar meer afstand is gaan nemen van N-VA en Vlaams Belang. Het voorlopig sluitstuk daarvan was de ondertekening van een tekst, genaamd Pact voor België, door al deze partijen, samen met hun Franstalige evenknieën, in de Kamer op 17 december 2019. De tekst omvat een 8-tal principes die de partijen zeggen te zullen hanteren bij een eventuele verdere staatshervorming, waaronder het herfederaliseren van bepaalde bevoegdheden en het afblokken van confederalisme en separatisme. Dit gegeven bleef grotendeels onopgemerkt in de Vlaamse pers, maar het waren wel degelijk de partijen zelf die de tekst ondertekenden, en die op deze wijze een duidelijke communautaire lijn in het zand trokken ten opzichte van N-VA en Vlaams Belang.Dé vraag is nu of de partijen de daad effectief bij het woord zullen voegen. Als ze dat doen, dan hebben ze alsnog een kans het vertrouwen te herstellen en om een deel van de verloren gegane kiezers terug te winnen. De bal zou dan vervolgens écht in het kamp van de N-VA liggen: zal zij nog willen meestappen in een verhaal dat op sommige vlakken een versterking van België op het oog heeft? Dat zou dan een verhaal zijn dat afwijkt van de zgn. "Baert-doctrine" die in Vlaams-nationalistische kringen gevolgd wordt en die inhoudt dat géén stappen achteruit gezet mogen worden ten opzichte van het einddoel van de Vlaamse onafhankelijkheid. Hoe dan ook is het nulpunt nu wel bereikt. Een verdere staatshervorming zonder duidelijk einddoel zou nefast zijn. Een verdere blokkering van ons land evenzeer. Alle partijen moeten kleur bekennen. De kiezer kan dan oordelen. Tony Van de Calseyde is voorzitter van B-Plus, een beweging die zich inzet voor een federaal en vernieuwd België .