Veel positiefs valt er niet te schrijven over de vaderlandse politiek. Niet alles, wel veel begint op 26 mei, op het moment dat duidelijk wordt dat het Vlaams Belang een nieuwe jour de gloire kent. Het was niet de eerste Zwarte Zondag en het zal ook niet de laatste zijn: ons politieke systeem heeft leren leven met radicale en extremistische partijen. Wat de laatste verkiezingsdag zo speciaal maakt, is de reactie van de N-VA. De partij lijdt die dag een kolossale nederlaag maar blijft met voorsprong de grootste politieke formatie van het land. Die dubbele situatie nodigt haar uit om een dubbele boodschap te lanceren. Bart De Wever erkent zijn nederlaag, maar roept tegelijk 'het Vlaams-nationalisme' uit tot de grote winnaar van de verkiezingen. Daarmee vestigt hij een moeilijk te kloppen snelheidsrecord: op de avond van de verkiezingen begint hij al de strijd om de komende peilingen en de vol...

Veel positiefs valt er niet te schrijven over de vaderlandse politiek. Niet alles, wel veel begint op 26 mei, op het moment dat duidelijk wordt dat het Vlaams Belang een nieuwe jour de gloire kent. Het was niet de eerste Zwarte Zondag en het zal ook niet de laatste zijn: ons politieke systeem heeft leren leven met radicale en extremistische partijen. Wat de laatste verkiezingsdag zo speciaal maakt, is de reactie van de N-VA. De partij lijdt die dag een kolossale nederlaag maar blijft met voorsprong de grootste politieke formatie van het land. Die dubbele situatie nodigt haar uit om een dubbele boodschap te lanceren. Bart De Wever erkent zijn nederlaag, maar roept tegelijk 'het Vlaams-nationalisme' uit tot de grote winnaar van de verkiezingen. Daarmee vestigt hij een moeilijk te kloppen snelheidsrecord: op de avond van de verkiezingen begint hij al de strijd om de komende peilingen en de volgende verkiezingen. Om die herwonnen Vlaamsheid in de verf te zetten, zingt de N-VA niet een maar twee strofen van de Vlaamse Leeuw. De verzamelde VB'ers zien die beelden live op tv, waarop ook zij beginnen te zingen. Twee aparte zalen heffen simultaan hetzelfde Vlaamse strijdlied aan. Alsof de 'godsvrede' van de oude IJzerbedevaarten weer is ingetreden, alsof er geen breuken meer lopen door de Vlaamse Beweging: gematigden en radicalen, realisten en romantici, democraten en autoritairen, allemaal scharen ze zich achter 'Vlaanderen de Leeuw'. Alsof de geschiedenis opnieuw van start gaat. Dat doet ze in zekere zin ook. Op 26 mei 2019 wordt een oud hoofdstuk afgesloten in de politieke geschiedenis van het land - die van het cordon sanitaire - en breekt een nieuwe episode aan. De N-VA reikt een partij de hand die dan nog gezien wordt als een junior partner, een kleinere bondgenoot. Maar die, gezien de verkiezingsuitslag, ook op het schild wordt gehesen als een legitieme vertolker van de Vlaamse volkswil. Sindsdien wint het VB peiling na peiling veld. De N-VA zit in dalende lijn, de andere partijen (behalve de PVDA) leiden een kwijnend, haast irrelevant bestaan. Dat leidt tot immobilisme, tot nog meer afkeer van de politiek. Het vervolg laat zich raden. Volgens een kerstpeiling van Het Belang van Limburg klimt het VB in de eigen provincie nu al tot 28,6 procent. De N-VA valt terug tot 18,6 procent en is de grootste 'daler'. Voor het eerst in vele jaren zakt ze in een belangrijke peiling onder de 20 procentgrens. En dat in een provincie waar de N-VA een vedette als Zuhal Demir uitspeelt (het is trouwens haar eerste Limburgse peiling als Vlaams minister). En bovenal: dat in een provincie waar half november het asielcentrum in Bilzen bij nacht en ontij in brand werd gestoken. Veel afschuw voor die daad tonen de 'brave Limburgers' blijkbaar niet. Zo gaat dat: straks is het VB de grootste partij van het land en de N-VA in het beste geval haar junior partner. Tot zover de eerste resultaten van een cordonloos half jaar. De vraag is gewettigd of Bart De Wever handelt volgens een weloverwogen strategie, dan wel of dat hij stilaan van het padje af is. In Newsweek spreekt hij van een wanhopige sfeer tussen politici, alsof een nieuwjaarblues rondwaart in de Wetstraat. De Wever heeft het ook over de implosie van ons systeem, en suggereert dat dit land in 2024 een soort Endspiel wacht. Letterlijk: 'Als het nu niet lukt om de nodige omvorming te doen, dan moeten we het in 2024 op een ordentelijke manier kunnen doen. Elk woord heeft hier zijn belang, hè. De omvorming moet er komen op een ordentelijke manier.' Elk woord telt: geen ordentelijke, maar een 'ordelijke opdeling van België' was in 2010 de titel van een boek van VB-kopstuk Gerolf Annemans. Annemans zei toen dat hij 'een gedegen ondergrond wil geven' aan 'een ordentelijke en ordelijke' opdeling van het land. Wat is het verschil tussen een 'ordentelijke', een 'ordelijke' en een 'ordentelijke en ordelijke' aanpak? Is het woordgebruik van De Wever ongelukkig toeval? Is het codetaal voor de Vlaamse lezers die Annemans' boek kennen en zelfs hebben uitgespeld? Zeker, er is nog altijd een verschil tussen De Wevers 'omvorming' en een 'opdeling' op z'n Annemans. Maar wie heeft een boodschap aan die nuances, behalve politologen en schriftgeleerden? De peilingen leren: niet de Vlaamse kiezers.